Moet godsdienst leuk zijn?

                                                                      11 januari 2022
Het meest gehoorde woord dat tieners uitspreken als je het over godsdienst hebt, is ‘saai’. Met zo’n intonatie van écht saai. Nu zijn er veel zaken die pubers niet echt interessant vinden, maar bij godsdienst voel ik dat altijd een beetje extra. Dus vraag ik me af: kan het leuker? Kan het aantrekkelijker? Maar ook, móet het leuker of meer aantrekkelijk zijn om waardevol te worden?

Godsdienst heeft voor mij te maken met het organiseren van het besef dat de mens zichzelf niet genoeg is, kan zijn en mag zijn. Het besef dat je niet alleen op de aarde rondloopt, dat Iets of Iemand ons overstijgt. Dat wij als mens slechts een klein schakeltje zijn, een stofje in de wind, een ogenschijnlijk niemendalletje die tóch geliefd en gewenst is, én van waarde. De gewaarwording dat het leven en de wereld is geschapen, geschonken en niet door ons gecreëerd.

Zonder zin geen waardevol leven

Bij elke uitvaart kom ik het ook weer tegen: de zoektocht naar de betekenis van deze mens op deze wereld, in deze tijd. En naar de notie dat het leven van de overledene niet voor niets is geweest. Soms schrijven mensen ellenlange in memoria, soms ontspringt er in de tijd van rouw een prachtig mooi uit liefde geschreven gedicht.

Soms vinden mensen een schitterende tekst die hun gemis en de waarde van de overledene in woorden weet te vatten. Altijd gaat het over de betekenis die vader, moeder, partner, kind of vriend(in) in het leven heeft gehad voor jou. Zonder zin geen waardevol leven. We móeten iets van het leven gemaakt hebben. Het móet betekenis hebben gehad.Precies daar gaat godsdienst over.

Doe maar gewoon, pastor

Ik werk al heel wat jaartjes in en buiten de kerk met middelbare schoolleeftijd mensen en deed al heel wat pogingen gedaan om ‘het geloof’ te moderniseren. Shiny posters, blogs, vlogs, flashy workshops, sprankelende muziek en humor in de kerk. Het gebeurt me geregeld dat pubers aangeven: zeer gewaardeerd al deze aanpassingen aan onze grilligheid en behoefte om op een eigentijdse wijze aangesproken te worden, maar: doe maar gewoon, pastor, dan doe je al gek genoeg. Ook pubers beseffen donders goed dat geloven iets serieus is. En verwachten van een pastor toegankelijkheid, maar niet te veel aanpassing aan hun manier van doen

Neemt niet weg dat er wel om en mee gelachen mag worden en dat de vorm, waarin iets gegoten wordt, modern mag zijn of verfrissend. Oude wijn mág in nieuwe zakken, maar het hoeft niet. Want geloof gaat over de zin van het leven en ís gewoon een serieuze zaak, die bij het leven hoort. Die zijn plek heeft en wat saai mag overkomen. Het heeft ook wel iets te zeggen…

Te midden van een beeldcultuur is vertelkunst niet minder belangrijk

Bij de creatieve evaluatie van onze tienergroep afgelopen seizoen kreeg ik de feedback dat ik ‘heel veel weet over het geloof’, en ‘goed kan uitleggen’. En ik werd geprezen omdat ik ‘heel goed kan vertellen’. Kijk, dat eerste mogen ze van mij verwachten. Met dat laatste ben ik natuurlijk heel blij. Het leven gaat over het vertellen van verhalen die betekenis en zin hebben. Te midden van een beeldcultuur is de vertelkunst blijkbaar niet minder belangrijk, en de Bijbel staat vol met prachtige verhalen! Die zijn het meer dan waard om verteld én gehoord te worden.

Met passie en inspiratie vertellen, daar zet ik op in. Authentiek, vanuit mezelf. Echt enthousiast en begeesterd. En ik denk dat dat getuigen is van een Geest die in ons leeft. Van een God die met-ons wil zijn. Van een mens die geliefd is door zijn Schepper. En dat wordt gevoeld, beleefd en als zinvol ervaren. Als dat óverkomt, dan werkt Gods geest door mij, dan dien ik Hem, Zijn schepping en Zijn schepselen. En daar gaat het in gods-dienst toch om?

95. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, God, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Hemelmensen

Met Kerstmis vieren we de menswording van God. Hij komt naar ons toe om in het Kind Jezus het menselijk leven met ons te delen. Jezus komt onder ons als Redder. Juist vandaag, hier en nu wil Hij ook geboren worden in ons hart. Jozef en Maria stonden open voor God in hun leven. Dat veranderde hun leven. Jezus’ geboorte betekent -voor hen en voor ons- de overwinning van het Licht op de duisternis, van liefde op haat, van vreugde op verdriet, van hoop op wanhoop, van eenheid op tweespalt en van vrede op geweld.

Ondanks de coronamaatregelen kunnen we vandaag de dag volop aandacht geven aan de betekenis van Kerstmis: de komst van Jezus Christus als hemelmens in ons leven en in onze wereld. Want tussen de donkere wolken van de pandemie schijnt er licht: mensen staan op om anderen te helpen. Zo getuigen zij als engelen in de Kerstnacht van Christus’ licht, liefde en vrede. Ook wij kunnen geroepen worden om Zijn licht en liefde met andere mensen te delen.

Handen en voeten zijn

Licht, liefde en solidair zijn met hen die door ziekte, geloofsvervolging, verdriet om overleden dierbaren of economische schade als gevolg van het coronavirus worden getroffen. Licht, liefde en solidair te zijn met hen die in angst, onzekerheid, onveiligheid of eenzaamheid leven. Licht, liefde en solidair te zijn met hen die duisternis ervaren. Gods menswording is bedoeld om ons te bevrijden. En wij mogen in het verlengde van die Vredesvorst Zijn handen en voeten zijn in deze wereld.

Laten we vanuit dit besef verbonden blijven met anderen. Zo kan Kerstmis ook dit jaar een tijd van vreugde zijn . Jezus, die als bijzonder mens in zijn bestaan de hemel aan de aarde liet raken. Liet zien hoe goddelijk leven geleefd kan worden. Kunnen wij daar wat van oppikken in ons huidige leven? Kunnen wij hierdoor de misère, de beperkingen en het misgunnen ánders bekijken en beleven?

Hemels licht

Kunnen wij onze depressieve inslag laten meenemen door de blijde boodschappers van Gods liefde? Kunnen wij de polarisatie, de spanning, de onverdraagzaamheid en de boosheid laten oplossen in hemels licht? Kunnen wij onze échte vrijheid terugkrijgen door in de goddelijke euforie van een bijzondere geboorte mee te gaan…? Ik zeg hierop volmondig: JA.

De hemel die de aarde raakt in een mensenkind, dat is Goed Nieuws. En iedereen kan hem volgen in hoe dat gaat: de hemel op aarde. Iedereen kan zich door Hem te laten inspireren en leven en doen zoals Hij. Omdat de hemel nabij is gekomen in een mensenkind kan dat dóórgaan in ons.

Godsgeschenk

Dit Kerstkind wijst ons waar de vrede is, die in de Kerstnacht alle mensen wordt toegezongen. In de liefde, in de barmhartigheid en de vrede, en in de gerechtigheid. Waar geleefd wordt vanuit dat geloof, verandert de wereld. En daar zingen wij met de engelen de sterren van de hemel en bewaren zo ons geloof in de bevrijdende kracht van een godsgeschenk.

En zo worden wij in Zijn naam hemelmensen. Mensen in wie hemel en aarde elkaar raken. Mensen die elkaar steeds meer nabijkomen. Mensen, die elkaar ontmoeten en zo elkaar tot vreugde zijn. En tot vrede, die er mag zijn voor alle mensen van goede wil. Dat hoop ik. dat geloof ik. Zalig Kerstfeest!

Team Westland (5): Dé dag.

                                                                      6 oktober 2021
De beklimming van de Tourmalet was het enige programmapunt vandaag. Dat is ook niet zo gek als je weet wat voor een vreselijke bult deze berg is. Dat wist ik wel uit de beelden van de Tour de France waarin renners afzien om boven te komen, maar zelf klimmen is toch een heel andere ervaring. Ik zal geen tv meer kunnen kijken zonder zelf de zwaarte te voelen van die klim.

Pech voor ons, maar we moesten op deze woensdag 6 oktober 2022 ook nog eens omrijden om er te komen. Daardoor zaten we twee uur in de bus voor we uitstapten aan de voet van de Col du Tourmalet. Half wagenziek van de vele haarspeldbochten, die de Franse chauffeur met speels gemak nam, maar die onze magen omdraaide. Deze berg vraagt veel van je fysieke en mentale gesteldheid. Niet voor niets heel erg geschikt voor een actiedag van Team Westland.

Het is een helse rollercoaster en het put uit

De strijd die mensen leveren met de ziekte kanker is natuurlijk niet te vergelijken met een fietstocht van één dag die je geestelijk en lichamelijk uitdaagt. Maar de parallellen liggen er wel degelijk. Het is een helse en grillige rollercoaster en het put uit. Het maakt je bewust van je gezondheid, het vertrouwen in je lichaam. Je sociale netwerk gaat voelen als een warme familie en zowel de ziekte als de tocht maken je sterker en directer in de omgang met jezelf en met anderen.

Team Westland heeft de laatste jaren het programma van deze week steeds meer gefinetuned, waardoor speciale zaken als een kei mee dragen naar het monument voor een extra gebeurtenis zorgt. Ook de suggestie dat je aan degene denkt die zich door de ziekte kanker heeft heen geworsteld als jij het moeilijk hebt tijdens de beklimming, haalt het heel dichtbij en wérkt. Zo hield ik mij op mijn slechtste moment vast aan de strijdlust die mijn zus had getoond om haar borstkanker eronder te krijgen.

Mijn tranen vermengden zich met de achtergelaten spreuk

Gisteren in Lourdes had ik al een lange rij gebeden naar de hemel mogen begeleiden en waren mijn aandacht en gedachten bij velen die om mijn gebed hadden gevraagd. Vandaag zocht ik het dichterbij. Mijn moeder, mijn vader, mijn zus en schoonzus kwamen voorbij op het emotionele moment van de steenlegging bij het monument. Gestorven of erdoorheen gevochten. Mijn tranen vermengden zich met de achtergelaten spreuk: ‘Hoe dan ook: voortlevend’.

Bij het monument is het ieder voor zich en God voor ons allen. Persoonlijker kan het niet worden. Er wordt gesproken, gehuild, geknuffeld, geknield en getroost. Er wordt gerouwd om verloren dierbaren. Maar er wordt ook verder gekeken. Hier heet dat: ‘Het leven wordt gevierd’. Dat is: met alle leed, zorgen, verdriet en pijn bij aankomst boven op de berg: dansen, drinken en feestvieren. Met harde opzwepende muziek, een enthousiaste speaker die ieder persoonlijk verwelkomt en een hossende menigte wandelaars, fietsers en vrijwilligers.

Hoeveel geld zal Team Westland dit jaar hebben opgebracht?

Ik waande me in een schuurfeest. Alle leed leek geleden. De spanning was eraf en ontspannen was het adagium. Luid, duidelijk en met een houding van ‘don’t look back’.

Volgend jaar weer een editie. Hoeveel geld zal Team Westland dit jaar hebben opgebracht? Donderdagavond in de live-uitzending van de WOS om 19.00 uur wordt het totaalbedrag bekendgemaakt. Mijn bijdrage aan dit totaalbedrag is precies 4.962 euro. Helemaal en direct besteed aan regionale projecten die bijdragen aan kankerbestrijding. Donateurs en supporters, nogmaals hartelijk dank voor alle giften. Mede namens de kankerpatiënten die hier baat bij hebben.

93e. Bovenstaande Blog is de laatste die verschijnt in een reeks ‘Week Team Westland’ en wordt geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

TeamWestland (4): Lourdes bezocht en gebeden

                                                                                 5 oktober 2021
“De beklimming van de Tourmalet is voor mij allereerst een prestatietocht, die ik op mijn 62ste een keer gedaan wil hebben. Gezondheid krijg je mee, ziekte ook. Het doet me beseffen dat ik tot nu toe van geluk mag spreken, maar dat de toekomst broos en onzeker is en blijft. Maar ik trek me op en houd me vast aan de helden die mij in de strijd voorgingen. Mocht het lot mij treffen, dan hoop ik diezelfde kracht, datzelfde doorzettingsvermogen en datzelfde houvast ten toon te kunnen spreiden als de mensen die ik heb mogen leren kennen. De beklimming van de Tourmalet kan mij wellicht helpen een stukje daarin te trainen”.

Deze woorden schreef ik maanden geleden voor de site van Team Westland – www.teamwestland.nl. Je neemt je iets voor, schrijft je in en wordt meegezogen in een organisatie die van alles van je vraagt en je uitdaagt expliciet te zijn in datgene wat het leven van je eist. Schreef ik gisteren dat sommige levenszaken on-Westlands zijn, Wéstlands is in ieder geval dat mensen dóórzetten, niet-zeuren, aanpakken en de blik op ‘vooruit’ hebben staan.

Soms staat deze ‘Westlandse mentaliteit’ rouwen in de weg bespeur ik bij sommige van de verhalen die mij dezer dagen ter ore komen. Maar ja, rouwen is ook niet makkelijk en ook niet eenduidig. Rouwen is vooral aandacht, echte aandacht geven aan álles wat in je omgaat en je bezighoudt. Rouwen is tijd nemen, kwaliteitstijd om verdriet, boosheid, teleurstelling en andere emoties voor jezelf te onderkennen en te duiden. Rouwen is écht kiezen voor jezelf en durven even geen rekening te houden met anderen.

Als pastor ben ik noodgedwongen een halve specialist in het begeleiden van deze processen geworden: ziekte, dood en ellende komen met de mensen die mij hun levensverhaal toevertrouwen mee. Dat is mooi en goed, want dan mag ik ook professionele begeleiding bieden op het geestelijk gebied.

Op een bepaalde manier kan rouwen ook betekenen dat je je durft toe te vertrouwen aan de voorzienigheid, het lot of God – net hoe jouw levensbeschouwing zich heeft gevormd. Het besef niet álles in eigen hand te hebben, kan troost bieden, berusting geven of je leven in een ander daglicht zetten. Daarvóór is het meestal veel worsteling, strijd en een ‘opgeven is geen optie’-mentaliteit.

Vandaag waren we in Lourdes. Ik heb een paar kaarsen opgestoken voor alle mensen die in mijn hart leven, voor alle mensen die mij gevraagd hebben voor hen of voor hun dierbare te bidden. Dat was een lange, speciale, personlijke en unieke lijst die ik onder Gods ogen mocht brengen. Het is de kleine steen die ik mag bijdragen in de verwerking. Ik werd er stil van en vond het bijzonder om dit te mogen koppelen aan mijn sportieve ervaring van woensdag.

Vanavond heb ik de herdenkingsteen gekregen met een eigen tekst. Ik heb gekozen voor een kaarsje en daaronder: “Hoe dan ook: voortlevend”. Dierbaren overlijden, dierbaren blijven leven. Hoe dan ook leven ze voort in mijn hart en herinnering. Morgen leg ik het na 18 kilometer klimmen bij het monument op de Tourmalet. En sta ik stil bij iedereen die me lief is.

93d. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Week Team Westland’ en worden geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). ,Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Team Westland (3) - de Koninginnerit als fysieke testrit

                                                                4 oktober 2021
Vandaag de Koninginnerit van deze week gereden. Fysiek veel zwaarder dan de beklimming aanstaande woensdag van de Tourmalet. Twee routes van 14 en 10 kilometer omhoog met een koude afdaling ertussendoor. Maar goed gekleed kom je heel ver en het weer werkte vandaag ook mee. Half bewolkt met een lekker zonnetje. Even een dagje de fysieke strijd aan met twee bulten in het prachtige Zuid Franse landschap. Even geen verhalen over kanker, zonder te vergeten waarom we hier zijn.

Beetje zenuwachtig in de bus naar de startplaats. Hoe zal het gaan? Is mijn lijf goed genoeg getraind? Is er een groepje dat ‘mijn tempo’ rijd? Zijn de afdalingen veilig? Allemaal vragen die me – vooraf aan de tocht- bezighouden. Ik raak in gesprek met een andere deelnemer over heel andere zaken. De tijd vliegt als je met elkaar praat. En voor ik het besef zijn we op de plaats van bestemming en stappen we uit. Geen tijd meer om nerveus te worden.

Toch merk ik aan mijn ademhaling bij de eerste klim dat ik gespannen naar boven rijd. Er wordt een beetje gedold, ik vind mijn ritme en we gaan met een groep van 45 renners omhoog. Halverwege staat een auto met drankjes, hapjes, fruit en koeken. Eigenlijk net te vroeg, maar ik stap af en drink wat. Daarna weer snel de fiets op, want het is nog wel koud op de berg. Boven aangekomen voel ik me fris en na een tiental minuten starten we met enkelen de afdaling van zo’n 17 kilometer. Het blijken nogal wat haarspeldbochten te zijn, dus ik knijp geregeld flink in de remmen. Kom dus heelhuids beneden.

De afdaling is een feest met mooie uitzichten en een koppel wilde paarden langs de weg

Klimmen is leuk en dit is een berg -Col de l’Aspin- die mij blijkbaar ligt: rustig opgebouwd met een fors stijgingspercentage in het laatste stuk. Hoe anders is de Hourquette d’Ancizan. Grillig met veel korte bochten. Ik vecht met de berg maar ook met mezelf, besluit een paar keer af te stappen en op adem te komen en kom uiteindelijk vermoeid, maar goed boven. Het herstel gaat snel en de afdaling – 11 kilometer- is een feest met mooie uitzichten en een koppel wilde paarden langs de weg. Daarna nog ruim 6 kilometer langs een brede weg snellend naar beneden.

De benen worden gevoeld in het bijtrappen. De concentratie blijft en bus en vrachtwagen staan klaar voor de deelnemers en de fietsen. Helaas moeten we (ik zit bij het derde groepje aankomers) nog ruim een half uur wachten op andere deelnemers die langer over de rit hebben gedaan. Het zonnetje schijnt, maar we staan op een winderige plek. Het is jasje aan, jasje uit om het warm te houden. Als we compleet zijn rijdt de bus ons weer naar de camping.

Ik weet nu: ik ben fysiek in orde, mijn (fiets)materiaal doet het goed en mijn gemiddelde klimsnelheid is okay en past bij mijn kunnen. Ik ken nu een aantal mensen (jong en oud) met wie ik met dezelfde snelheid omhoog kan fietsen. Ik heb vertrouwen geput voor de tocht van woensdag, die misschien fysiek niet zo zwaar is, maar emotioneel erin kan hakken.

93c. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Week Team Westland’ en worden geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). ,Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Week van Team Westland (2) - emoties

                                              3 oktober 2021
Driehonderd mensen die allemaal wat ‘hebben’ met kanker. Dat is hoe je deze week van Team Westland het best kunt omschrijven. Iedereen heeft wel een relatie met iemand die gestorven is aan kanker, behandelingen heeft gehad of er nog middenin zit. Iedereen, jong en oud, wil zich inzetten om zoveel mogelijk geld in te zamelen voor kankerbestrijding. Om het aantal ‘survivors’ te laten groeien.

We spraken een vrouw die vorig jaar haar man verloren had aan kanker. Na 5 jaar behandeling was hij overleden. Ze is bezig een boek te schrijven over haar ervaringen. “Goed voor de verwerking”, zoals ze het zelf zegt. Vanavond kwam een Franse organisatie, vergelijkbaar met Team Westland, bedanken voor de donatie en vertellen wat zij doen. Een indrukwekkend filmpje gezien met als onderwerp vrouwen die borstkanker hebben (gehad) en rugby spelen. Ik sprak een jongeman wiens bergklimmende maat op jonge leeftijd leukemie had gekregen en snel uit het leven weg was. Hij rent straks de berg op, voor hem.

Opvallend hier in Argelès-Gazost: veel verhalen over ervaringen met kanker zijn goed deelbaar. Mensen zijn heel erg open over hun verdriet, hun strijd, hun behoefte aan steun en samen delen. Een grote familie wordt Team Westland genoemd, waarin je lief en leed deelt. Hier en daar een zucht, af en toe een traan, maar vooral veel doorzettingsvermogen en strijdlust. Veel ‘niet bij de pakken neerzitten’ en doorgaan met leven. Veel grote betrokkenheid, maar zonder overdrevenheid.

De groep Franse vrouwen staat schuchter in de zaal en ontroert door haar kwetsbaarheid

Het emotioneert me. Deze verhalen van mensen met kanker. De openheid waarmee gevoelens worden gedeeld is bijna on-Westlands. Deze verhalen raken een snaar bij me en brengen tranen omhoog, omdat het raakt aan mijn eigen verdriet. Mijn eigen relaties met mensen met kanker. De Franse groep vrouwen staat schuchter in de zaal en ontroert door haar kwetsbaarheid. Tegelijkertijd gaat van hen zichtbaar een kracht uit. Het water staat me in de ogen als ik naar ze kijk.

Die gezamenlijkheid, dat samen ervoor staan en gaan. Samen de schouders eronder, hoop putten en uitzicht zoeken. Samen lachen en samen huilen. Samen in zak en as én samen himmel hoch jauchend een biertje drinken. Dát samen is grandioos, bemoedigend in woord en daad. Dat is er-zijn voor elkaar en nooit meer loslaten. Met een glimlach op de lippen zeggen: I’ve been there. Ik weet er alles van. Het gaat niet over. Maar ik ben er voor jou. We zijn hier om je heen om te troosten, als een warm bad. Tot je verder kunt.

De berg komt dichterbij. De verhalen indringender. De openheid zichtbaarder. Een bijzondere week ontvouwt zich als die bloem die maar een keer per jaar een nacht bloeit. Woensdag is die nacht. Ik kan niet wachten.

93b. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Week Team Westland’ en zijn geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). ,Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Week van Team Westland (1)

Zaterdag 2 oktober - dag van aankomst in Argelès-Gazost (Fra).
Dit is de eerste van een dagelijkse blog deze week. Ik ben met 270 andere fietsers en wandelaars op een camping neergestreken aan de voet van de Pyreneeën. We beklimmen woensdag 6 oktober de Col du Tourmalet en hebben ons laten sponsoren. Hiermee haalden we veel geld op voor het goede doel: ondersteuning van regionale initiatieven die bijdragen aan kankerbestrijding. Hoeveel ? Dat horen we donderdagavond 7 oktober live vanuit Frankrijk in de uitzending van de WOS.

De reis per auto was lang (1400 km.) en eentonig, maar bij het laatste stukje begint het te kriebelen. Langzaam dringt het tot me door: deze week gaat het gebeuren - de Tourmalet bedwingen. Sportief geen kattepis,  maar met een goede reden. Zo veel mogelijk aandacht en geld genereren voor het bestrijden van die afschuwelijke ziekte.

Ik denk aan mijn moeder, nu al weer 15 jaar geleden overleden aan alvleesklierkanker. Ik denk aan mijn schoonzus, waarbij de kanker terugkwam en die echt veel te jong is overleden. Ik denk aan mijn zus, die 'schoon' verklaard is na de strijd met borstkanker en nog met veel energie haar leven kleur geeft. Ik denk aan mijn vader (89) waarbij afgelopen jaar blaaskanker is weggehaald en die nu in de cyclus van spoelingen bezig is. 

'Rondjes om de kerk' voor het goede doel

Ik herinner me de eerste sponsoractie die ik in juni organiseerde om aandacht te vragen voor Team Westland en haar goede doelen. Als diaken reed ik op mijn racefiets 'Rondjes  om de kerk' samen met een tiental anderen. Ik dacht een paar honderd euro binnen te halen. Als een begin. Het werden er 700 en in de weken erna vulde dat zich aan door spontane stortingen tot ruim 1200 euro. Mensen stonden buiten bij de drie kerken en brachten briefjes geld om te steunen. Iedereen was enthousiast en erg supportive. Een warm bad.

Mijn tweede actie kostte meer tijd en energie: een sponsoravond in juli met veiling van kavels en muzikale optredens. Ook hier trof het me dat mensen heel toeschietelijk waren en enthousiast meededen en hun tijd en talent gratis ter beschikking stelden. Muzikanten, de veilingmeester, de mensen achter de schermen .... Fantastisch! Ook hier overtrof de opbrengst mijn verwachtingen: meer dan 3000 euro!

Verhalen over doorzetten, realiteitszin en de waarde van goede relaties

Onderwijl gebeurt er veel meer. Geregeld word ik nu aangesproken door mensen en vertellen ze hun verhaal over iemand in hun nabijheid die aan kanker lijdt of daaraan is gestorven. Meer dan voorheen hoor ik van mensen zelf dat er kanker bij hen is ontdekt en vertrouwen ze me toe hoe ze daar mee omgaan. In alle leeftijden komt het voor en krijg ik de verhalen tot me. Natuurlijk, geen vrolijke verhalen maar wel verhalen over doorzetten, realiteitszin en de waarde van goede relaties.

Iedereen heeft te maken met kanker. De verhalen stapelen zich op.

Lourdes

Vlak voor Argelès-Gazost ligt Lourdes. We reden er vanmiddag doorheen. ik kon niet veel om me heen kijken vanwege de drukte in het verkeer, maar ik voelde dat het goed was dat we ook hier waren. Goed dat Maria met ons meekijkt en troostend kan zijn voor zovelen. En inspiratie. Want als er een is geweest die veel aan lijden heeft meegemaakt en daarbij overeind bleef, was zij het wel. Deze gedachte mag ons sterken. En hoop geven. Kankerbestrijding blijft nodig, maar kanker zal ook de nodige slachtoffers blijven geven.
Voor meer informatie en donaties www.teamwestland.nl

 

Maand van de Schepping bijna voorbij

                                                                                   21 september 2021
September is al bijna voorbij en daarmee ook de Maand van de Schepping. Heeft u er wat van gemerkt? Afgelopen zaterdag was clean-up day, 1 september was de dag van de Schepping… maar verder? Heb ík er wat mee kunnen doen, met deze door de kerken ingestelde aandachtmaand voor het grootste goed dat we hebben om in en vanuit te leven? Ik moet eerlijk zeggen dat het me ook dit jaar even was ontschoten.

De luwte van de nazomer en het begin van een nieuw werkseizoen slokten de laatste weken alle aandacht en tijd op. Toen ik op woensdagmorgen 1 september de St. Jan de Doperkerk betrad voor een ochtendviering schoot er door me heen: het is vandaag de Dag van de Schepping. Onvoorbereid heb ik er toen in ieder geval gewag van gemaakt. Maar onze schepping verdient meer, zeker in tijden van klimaatcrisis en sterke klimaatverandering! Shame on me.

Nu ik toch aan het opbiechten ben: ik heb -het naar verluid prachtige- Laudato si, pauselijk document over schepping en gerechtigheid, ook nog niet gelezen. En dat terwijl het al een paar jaar geleden verschenen is. Nou is dat voor mij niet zo uitzonderlijk. Grotere documenten en boeken lees ik vaak pas veel later als ik er tijd voor gemaakt heb. En tijd is niet altijd voorradig in de hectiek van het dagelijkse pastorale werk, waar ik het belangrijk vind om eenderde van mijn werktijd daadwerkelijk mensen te zien en te spreken. Maar, betrouwbare samenvattingen van en commentaren op Laudato si zijn wel tot mij gekomen.

'Het is tijd om het roer om te gooien', zeggen de drie grote kerkleiders

In de aanloop naar de wereldklimaattop COP-26 in november 2021 hebben paus Franciscus, de oecumenische patriarch Bartholomeus I en de anglicaanse aartsbisschop van Canterbury Justin Welby een dringende oproep gedaan tot ecologische bekering, lees ik in de Roerom (www.deroerom.nl). “Dit is de eerste keer dat wij drieën gedwongen zijn om samen de urgentie van ecologische duurzaamheid, de impact ervan op aanhoudende armoede en het belang van wereldwijde samenwerking aan te pakken. Samen doen we een beroep op de harten en geesten van alle christenen, alle gelovigen en alle mensen van goede wil”, aldus de kern van hun gemeenschappelijke boodschap.

Nog maar een stukje uit het bericht dat verscheen in Vaticaan Nieuws. “Vernietiging van het milieu en klimaatverandering, een onbeperkte hebzucht naar hulpbronnen en het verlies van biologische diversiteit zijn door de mens veroorzaakt”. Dat is de spiegel die Franciscus, Bartholomeus en Welby ons voorhouden. Maar “de armsten op aarde en de mensen die het minst verantwoordelijk zijn voor deze misstanden worden het hardst geraakt en dat is diep onrechtvaardig. Nu is het tijd om het roer om te gooien: de huidige crisis, die zich zichtbaar is op het gebied van gezondheid, milieu, voeding, economie en op sociaal gebied, geeft de mensheid de kans om een meer rechtvaardige en duurzame weg in te slaan.”

"Breng offers om de toekomst van ons allemaal veilig te stellen"

Deze nieuwe weg vereist veranderingen in “gemeenschappen, kerken, steden en naties” en “nieuwe manieren van samenwerken”, evenals een nauwere samenwerking tussen de kerken. Kies winst die mensen op de eerste plaats zet, breng op korte termijn offers om de toekomst van ons allemaal veilig te stellen, word toonaangevend in de transitie naar een rechtvaardige en duurzame economie, aldus de drie kerkleiders.

De Maand van de Schepping wordt afgesloten op 4 oktober, Werelddierendag én het feest van St. Franciscus die in zijn bekende zonnelied de schepping bezingt en toegankelijker voor ons maakt als ‘om van te leven’. We hebben nog twee weken om gericht aandacht te vragen om onze wereld te redden en goed verzorgd achter te laten voor hen die na ons komen. Dat is onze reinste plicht!

92. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Iedereen welkom of vragen om vaccinatiebewijs

                                   
                                                                                         17 augustus 2021
Bent u gevaccineerd? Het lijkt in deze tijd al geen impertinente vraag meer, maar toch is het een vraag waarop sommige mensen -terecht- geen antwoord willen geven. Soms om een vriendschap niet op het spel te zetten – want ja, zover zijn we in de polarisatie al gekomen-; soms omdat mensen gewoon privacy willen hebben– er zijn gelukkig nog zaken die niet iedereen van mij hoeft te weten. Soms moeten ze wel om toegang te krijgen wordt een vaccinatiebewijs of negatieve test gvraagd. Hield eerst besmettelijkheid en verwoestende werking van het virus ons bezig, nu is de vraag of we wel of niet gevaccineerd zijn het meest belangrijk.

Een dansschool- en een sportschoolhouder trapten af. “Wij willen zo verantwoord mogelijk open en vragen mensen om een vaccinatiebewijs, juist om kwetsbaren -die hier ook komen- te beschermen”. Is iets voor te zeggen, maar niet-gevaccineerden roepen dat ze niet mogen worden buitengesloten. De wet lijkt ze hierin ongelijk te geven…

Vaccinatie is een eigen keuze. We hebben zoiets als de integriteit van het lichaam. Jij beslist wat er wel of niet ingaat en als jij (nog) geen vertrouwen hebt dat het jou goed doet, dan hoef je niet mee te gaan met de massa. Een groot goed in een vrij land die mensen keuzes laat. Consequentie is wel dat voor sommige voorzieningen, clubs of hobby’s niet gevaccineerd geen toegang betekent. Dat verlies moet je dan nemen. Juist in het kader van bescherming van anderen is dit – gezien de huidige omstandigheden- voorstelbaar.

Vaccineren is een vorm van naastenliefde

Het idee van sommige mensen dat je in onze samenleving óveral recht op hebt, klinkt voor mij als een dwanggedachte van tot over hun oren verwende mensen. Je hebt niet overal recht op in een gezonde, open en democratische maatschappij, wel mag je verwachten dat er fundamenteel voor wordt zorggedragen dat iedereen zoveel als mogelijk aan alles kan deelnemen. Maar, er blijven verschillen tussen mensen, wel of niet als gevolg van eigen keuzes.
En dat betekent dat niet altijd iedereen overal zomaar aan mee kan doen en ook dat de overheid en bedrijven bepaalde mogelijkheden mogen afgrenzen. De (Europese en de grond)wet biedt daartoe mogelijkheden als het algemeen belang dit vraagt. En dus uitstijgt boven het individueel belang.

Hoe doen we dat in onze kerken? Voor onze kerk geldt een belangrijke grondgedachte waar het gaat om toegankelijkheid: iedereen moet in de kerk welkom (kunnen) zijn… Wat dat betreft wijken we niet af de maatschappij waarin we functioneren. En ook voor ons geldt: breng kwetsbare anderen niet in gevaar. In een essay over de vaccinatie gaf kardinaal Eijk vanuit de katholieke sociale leer aan dat het goed is om je te laten vaccineren. Hij beschreef het niet voor niets als een vorm van naastenliefde.

Geen superspreader worden in de eredienst

Ik heb al eerder onderstreept dat ik verheugd ben over de eensgezindheid waarmee de rooms katholieke bisschoppenconferentie opereert in deze coronatijd. Als leiders van de kerk hebben ze van het begin af aan gekozen voor de gezondheid van mensen: om de bescherming van de gezondheid van jezelf en die van een ander. Nu er allerlei versoepelingen zijn of aankomen blijken er in de praktijk verschillende interpretaties van de bisschoppelijke richtlijnen te ontstaan. Lastig als je eenduidig leiding wilt geven en je verlaat op de restricties van de landelijke overheid en het RIVM. Lastig, omdat andere zaken dan ‘gezondheid’ inmiddels her en der belangrijker worden geacht. Het zou goed zijn als ze weer eens -eensgezind-van zich lieten horen.

Gaan we mensen bij de kerkpoort om een vaccinatiebewijs of een negatieve coronatest vragen? Ik zie dat zo een, twee, drie nog niet gebeuren. Iedereen is welkom. Toch moeten we waakzaam blijven en niet verslappen in de handhaving van de basisregels: bij klachten thuisblijven, afstand bewaren, geen handen geven, niezen in de ellenboog en zorgen voor goede ventilatie. Een hoge vaccinatiegraad betekent niet dat het coronavirus weg is. Het virus blijft circuleren en er ontstaan nieuwe varianten. Voorzichtigheid blijft dus geboden, opdat wij in en rondom de eredienst en bij onze bijeenkomsten geen superspreader worden.

91. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Vijf voor twaalf

                                                                         10 augustus 2021
Begin jaren tachtig van de vorige eeuw lanceerde de Wereldraad van Kerken een grootse, wereldwijde, oecumenische actie die tien jaar zou duren onder de titel ‘Conciliair Proces’. Het ging hierbij over de bewustwording, het besef dat het voor het voortbestaan van de wereld ‘vijf voor twaalf was’. Nu dertig jaar later is de urgentie nog steeds hoog en lijkt er (te) weinig gebeurd.

Vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, daar ging het volgens de Wereldraad om. Precies ook in die volgorde. Het ging en het gaat om hoe wij als mensen met elkaar en met de aarde omgaan. Hoe wij elkaar (geen) ruimte gunnen, elkaar naar het leven staan en goud en goederen rechtvaardig verdelen. Het ging en het gaat om onrecht, oorlog, bezit en machtsstructuren.
Wie bezit de aarde – als mensengemeenschap én als organisme? Zijn inheemse culturen ondergeschikt aan het Westen of hebben zij een eigen intrinsieke waarde? vroegen we ons af. Zijn wij onderdeel van de natuur of de natuur onderdeel van ons? Zetten wij alles wat leeft naar onze hand of willen wij luisteren naar ‘moeder aarde’?

In mijn overmoedige jeugdigheid had ik toen de overtuiging dat het Conciliair Proces dé verandering en dé bewustwording ging vormen waardoor de wereld zich zou bekeren tot het toekomstig léven in plaats van tot een zekere dood en afbraak van alle aardse leven. Het was de tijd van grote angst voor de uitbreiding van kernenergie – vooral het niet-afbreekbaar zijn van kernafval baarde ons grote zorgen, protesten tegen aanwezigheid van kernwapens op NAVO-grondgebied – lees Nederland, en ik liep mee in de demonstratie op het Malieveld – het was daar zo druk dat het leek alsof de hele wereld present was.

Wie bezit de middelen en bepaalt wat gerechtigheid is?

We wisten: geweld, oorlog, oplopend wapenarsenaal konden geen bijdrage leveren aan de wereldvrede. Verdergaande uitbuiting van (voormalig) gekoloniseerde landen stond gerechtigheid in de weg. Zorg voor de schepping moest worden gewaarborgd –waren we anders geen slechte rentmeesters? Was de aarde ons niet in beheer gegeven om er goed voor te zorgen in plaats van uit te putten? Onrecht aan volken, mensen en aan de aarde begon bij economische ongerechtigheid: wie bezit de middelen, het geld en de macht en bepaalt derhalve wat gerechtigheid is? Het gevoel dat wij als mensheid anders moesten gaan denken overheerste.

Nu, dertig jaar later, is weer dit gevoel van urgentie aanwezig. Terecht. Want het gaat niet goed met de aarde, het gaat niet goed met de mensheid. En we wéten inmiddels veel meer dan in de jaren 80. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de schepping, inclusief de komende generaties: onze kinderen en kleinkinderen. Nog steeds staan – in het algemeen- economische motieven boven ecologische afwegingen. Nog steeds wordt in de politiek de valse tegenstelling tussen economie en milieu ingebracht om maar niet te hoeven investeren in een leefbare toekomst.

En inmiddels leven we als wereldburger, zijn er internationale afspraken en verdragen over kernenergie, kernwapenontwikkeling, oorlogshandelingen en milieu. Inmiddels weten we – dankzij de sociale media- binnen enkele seconden over onrecht in Nigeria met oliepijpleidingen door een Nederlands bedrijf en worden filmpjes gepost om dat duidelijk te illustreren. Over vergelijkbare onrechtmatigheden worden we geïnformeerd.

Als kerken moeten we mensen ervan doodringen in actie te komen

En gelukkig is er dit jaar Europees een stevig klimaatrapport neergelegd. Maar het échte debat hierover moet nog plaatsvinden. Gelukkig luidt de IPCC van de Verenigde Naties de noodklok, maar hoe vaak moeten wij mensen (verenigd in kerken, samenleving, belangengroepen, politiek, bedrijven, internationale handel en regeringen), hoe vaak moeten wij nog horen dat het ‘vijf voor twaalf’ is om écht iets te doen?

Eigen belang, hebzucht en navelstaren helpen de grote teloorgang van de aarde niet. Landen blijven afwegen wat haalbaar en betaalbaar is zolang het gat in de ozonlaag nog ‘beheersbaar klein is’. Landen blijven urgente zaken vooruitschuiven zolang klimaatverandering niet al te dichtbij komt en zich vooral in Zuid-Europa of Zuid-Amerika en de Zuidpool afspeelt. Hoewel het met de destructieve wateroverlast van juli wel opeens heel erg dichtbij komt. Een collega stelde vandaag voor om niet meer te spreken over klimaatverandering maar over klimaatcrisis. Eens! Maar of het helpt…?

Iets in de mens zorgt er altijd voor dat we overleven en langs de rand van de afgrond kunnen scheren. Iets zorgt ervoor dat we als aarde en mensheid nog niet te gronde gaan. Daar mogen we op korte termijn op vertrouwen, maar onderwijl moeten we -zeker als kerken- politiek, samenleving en mensen om ons heen doordríngen van de noodzaak om in het klein én in het groot in actie te komen.

90. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Nog even geduld aub

                               
                                                                                                         3 augustus 2021
Bij terugkomst van vakantie las ik op facebook een berichtje van een moeder die onlangs was geveld door corona. Och wat hadden haar kinderen lief gereageerd! Wat voelde ze zich gesteund. Scrollend over haar tijdlijn kwam ik de laatste weken alleen maar uitstapjes tegen: naar Europese hoofdsteden, naar pretparken, naar festivals. Waar zou ze toch corona hebben opgelopen? Ik vroeg me af: waarom toch je zelf en anderen (je kinderen) ziek maken? Omdat je geen pleziertje wilt missen?

Voor de vakantie moest mijn kleindochter in de laatste schoolweek nog drie dagen thuisblijven omdat er in de klas kinderen besmet waren. Niet leuk, en de wen-dag voor volgend schooljaar ging niet door, maar preventief belangrijk. Ook toen vroeg ik me af: waarom toch? Niet zozeer aangaande de maatregelen, ik verbaasde me hier toch ook meer over het ongeduld van mensen. Nog even volhouden en dan ligt die verspreiding van het virus zo goed als stil, dacht ik. Nog even aan de maatregelen houden. Maar ja, die laatste loodjes hè…

Van een heel andere orde was het gesprekje dat ik had met een vrijwilliger die nu eens niet bekaf op vakantie ging, maar eerst een paar dagen vrij was voordat hij wegging. Altijd helemaal uitgeleefd als de vrije dagen eraan kwamen, nu kwam hij eerst even tot rust.

In het laatste jaar is hier de behoefte om vrij te zijn van corona bijgekomen

Het woord vakantie komt van ‘vacare’, vrij zijn van… Voor veel mensen is dit vrij zijn van werk of iets anders dat het ritme van de dag, de week of het jaar bepaalt. Vrij zijn omdat we het het hele jaar ontieglijk druk hebben, gestrest zijn geraakt, overbelast en geen balans meer voelen in werk-privétijd. Dan wil je wel even vrij zijn, loskomen en afstand nemen van datgene dat je zo belast.

In het laatste jaar is hier de behoefte om vrij van corona te zijn bijgekomen. Logisch, want het virus bepaalde voor velen dat het leven anders moest worden geleefd. Het bepaalde dat we elkaar minder zagen, en anders. Het bepaalde dat we ons geen grote uitspattingen en/of wereldreizen konden permitteren. Het confronteerde ons met onszelf, onze manier van leven. Het liet ons nadenken over wat we wel/niet belangrijk vinden aan/in het leven.

Vrijheid bleek hierbij een groot goed. Vooral vrijheid van handelen – we willen niet beperkt worden in ons handelen. Dus bij elke aangekondigde versoepeling liepen we het risico helemaal ‘los’ te gaan in plaats van nog even geduld te hebben. We waren moe en toe aan vakantie, losgaan. Maar het virus waart nog driftig rond – over de héle wereld-. Tóch voelt menigeen zich al vrij van dit gedrocht dat al zolang ons leven ontwricht. Na één enkele prik of een negatieve coronatest wanen we ons onoverwinnelijk, onaantastbaar, onsterfelijk. We houden geen afstand meer – nergens voor nodig-, dragen geen mondkapjes meer – waarom zouden we- en niezen, kuchen of proesten niet meer in onze ellenboog.

Waarom moeten we eigenlijk losgaan en/of afstand nemen?

De beschermende maatregelen lijken niet meer voor ons te gelden. En dat terwijl het aantal besmettingen oploopt, Nederland donkerrood kleurt, ziekenhuisopnamen stijgen en meer IC-bedden zijn bezet met geïnfecteerde mensen, die door het virus ernstige gezondheidsproblemen hebben gekregen. Wat is voor ons leven nu eigenlijk belangrijk?

In onze buurlanden is men nog niet zo vrij – mondkapjes en verplicht anderhalve meter afstand houden bleef normaal. Op (fiets)vakantie merkte ik dit aan alle kanten – ik werd erop aangesproken als ik een winkel of restaurant betrad zonder beschermend lapje voor de mond. Het gaf een goed, een veilig en een bewust-van-het-virus gevoel. Het onderstreepte het realisme van ‘nog even geduld aub’.

Eerlijk is eerlijk, door de vakantie voelde ik me ver van corona. Door de maatregelen in België en Frankrijk realiseerde ik me: we zijn nog niet vrij van het virus, dus nog even geduld hebben voordat we losgaan. Maar beter is misschien om nog meer met de vraag bezig te gaan: waarom moeten we eigenlijk losgaan en/of afstand nemen? Een (beter) evenwicht tussen belasting en vrij zijn, tussen werk en privé, tussen beperkingen en vrijheid begint toch bij het antwoord op de vraag wat ik écht belangrijk vind in mijn en in ons (samen)leven.

89. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn pastorale werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl. Op www.stichtingbakboord.nl staat meer informatie over zijn bestuurswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Hoe vul ik in het stemhokje katholiek leven in?

                                                                             13 maart 2021
17 maart zijn er in Nederland verkiezingen. Onder de optrekkende rook van het coronavirus en de beperkende maatregelen mogen we weer gebruik maken van ons democratisch recht om op partijen en volksvertegenwoordigers te stemmen. Afgelopen week verscheen een brief van de rooms katholieke bisschoppen waarin ze een pleidooi hielden om naar het stemhokje te gaan. Daarnaast deelden ze de blijde boodschap dat het normaal waartoe we zijn geroepen het normaal van het Rijk Gods is.

Als kiezer moeten we verder kijken dan partijpolitiek en met name menselijke waardigheid als criterium nemen om campagnes en programma’s kritisch te lezen. “Het normaal waartoe wij zijn geroepen is dat van het Rijk Gods, waar “blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden opstaan en aan armen de Blijde Boodschap wordt verkondigd”. Dit betekent: opkomen voor de kwetsbaren, ouderen, zwakkeren, vluchtelingen, niet zelf-kunnen-dragenden, geestelijk of lichamelijk (chronisch) zieken. We moeten hun sterk maken en perspectief geven. Ergo, rechtse (ook de christelijke) partijen vallen af.

Linkse partijen spinnen hier goed garen bij

In het normaal van het Rijk Gods “krijgt iedereen zijn dagelijks brood en deelt het met zijn medemensen, is de samenleving zodanig georganiseerd dat zij primair is gericht op bijdragen aan het algemeen welzijn, delen en geven, maar niet op bezitten en uitsluiten.” Dit betekent een sterke, en op menselijke maat geschoeide, economie. Ruim baan geven aan migranten en vluchtelingen, een basisbeurs voor studenten en een menswaardige (verhoging van de) bijstandsuitkering, verstrekt zolang het nodig is. Want, “het lage niveau brengt mensen in een spiraal naar beneden”. CDA valt af, linkse partijen spinnen hier goed garen bij.

Natuurlijk is deze brief geen verkapt stemadvies, maar het is wel goed om te lezen hoe onze bisschoppen op Bijbelse en Pauselijke gronden de samenleving bezien: sterk geïndividualiseerd, verzakelijkt, vol eenzaamheid. Een samenleving waarin onderlinge solidariteit onder druk staat. Zo schrijven ze: “Solidariteit is veel meer dan af en toe elkaar helpen. Solidariteit wil zeggen dat je je kunt inleven in medemensen en samen denkt en handelt als een gemeenschap ten dienste van het algemeen welzijn met respect voor elkaars verschillen.” Voorwaar een opdracht, ook voor de politiek!

Rechtse, christelijke partijen glashelder in beeld

De ethische kwesties blijven niet achterwege in de kiezersoproep van de kerkelijke leiders onder het motto ‘bescherming van een cultuur van het leven’. Het respect voor de onaantastbaarheid van het menselijke leven leidt tot de vaststelling: “Abortus, euthanasie, hulp bij zelfdoding en het opofferen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek wijzen wij af.” Nergens wordt de brief zo concreet met het (geleende) argument dat ieder van ons “de vrucht van een gedachte van God” is. Of we dit nu (kunnen) begrijpen of niet. De rechtse, christelijke partijen met hun pro-life programma’s zijn opeens glashelder in beeld.

Geïndividualiseerde katholieken als wij kiezers zijn zullen we dit schrijven van de diocesane herders zeker ter harte nemen. Het zit verantwoord en inhoudelijk behoorlijk in elkaar. Tegelijkertijd lijkt de vertaling naar belangrijke kwesties voor ons eigen leven tegengestelde stemadviezen te behelzen.Rechts en links lopen door elkaar. Wat christelijk of onchristelijk is kent verschillende kanten en niveaus. Het is maar net hoe je het aanvliegt.

Zo gaat het in de kerk al eeuwen. Sommige theologen en kerkelijke leiders zien in Bijbel en Traditie een bijna-socialistisch maatschappijprogramma, anderen leggen sterk de nadruk op ethische, individuele kwesties. Voor beide is aandacht in Bijbel, Kerk en Traditie. Dus, onze persoonlijke keuze en afweging vanuit ons geweten blijft bepalend. Wat is voor mij belangrijk? Hoe vul ik katholiek leven in, ook in het stemhokje. We zullen het woensdag zien.

De hele brief van de bisschoppen is HIER te lezen.

88. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Katholieke Bijbelzondag: broodnodig.

                                            24 januari 2021
Deze zondag vieren we katholieke Bijbelzondag. Ik zeg vaak: “Een goede katholiek kent de Bijbel niet”. Ik geloof ook dat het waar is. Herkenbaar? We kennen veel rituelen, symbolen, mooie liturgie… maar die Bijbel? Dat is de laatste decennia misschien iets veranderd, maar toch hoor ik van parochianen dat ze vaak niet verder zijn gekomen dan het lezen van de kinderbijbel. De goede gewoonte in onze kerk om een huwelijksbijbel cadeau te doen bij een trouwerij zorgt er in ieder geval voor dat naast de kinderbijbel een ‘volwassen exemplaar’ in de boekenkast staat. Maar of hij gelezen gaat worden….

De katholieke Bijbelzondag is een paar jaar geleden ingesteld door Paus Franciscus om ‘ons gelovigen en herders te herinneren aan het belang en de waarde van de Heilige Schrift voor het christelijk leven.’ We mogen meer vertrouwd raken met alles dat in de Bijbel gebéurt, van Abraham en Sara tot Johannes, Jezus, Maria, de apostelen en de Heilige Geest. “Anders blijft het hart koud en de ogen gesloten”, zegt de paus, “getroffen als we zijn door talloze vormen van blindheid.”

Geen holle prediker, die innerlijk niet luistert

Hij roept ons – vóórgangers- op om ‘door geregelde vrome lezing en zorgvuldige studie met de Schrift vergroeid te raken.’ Niemand mag ‘een holle uiterlijke prediker van het Woord Gods’ worden, het Woord ‘waarnaar hij innerlijk niet luistert’. Anderzijds spoort hij gelóvige kerkgangers aan om ‘de alles overtreffende kennis van Christus Jezus te verwerven’ - want, ‘wie de Schrift niet kent, kent Christus niet.’

In de liturgie omgeven wij katholieken het Evangelieboek vaak met de nodige eer: we brengen het plechtig binnen, soms wordt het bewierookt; we zetten het op een standaard en maken een buiging. Aan het eind van elke Schriftlezing klinkt het: Woord van God of Zo spreekt de Heer. Dit laatste is heel bewust gekozen om de waardigheid én de waarheid van de Bijbelteksten te accentueren. In een viering laat de lector of voorganger de Schriftwoorden klinken als Woorden van God. God zelf spreekt tot ons om óók vandaag te bevorderen dat wij gelovigen werken aan Zijn Koninkrijk van gerechtigheid en vrede.

Alle vragen van het leven komen aan bod

Een bijzondere schat dus om naar te zoeken. Een verzameling van verhalen en heilsgeschiedenis om ons in te verdiepen. Een poel van inspiratie om ons aan te laven. En toch …. kennen we de Schrift slecht en worden Gods verhalen zo weinig eigen. Maar, geloven gaat over ons! De Bijbel gaat over ons! Het is het meest uitgebreide, verdiepende en leerzame boek dat de doorgaande geschiedenis beschrijft van God met mensen en mensen met God. Alle vragen van en over het leven komen er aan bod. De meest belangrijke waarden (en normen) van het leven staan daar op een rijtje en worden aan Gods grootheid en aan ons mensen gekoppeld.

Toen ik na een studie journalistiek besloot om theologie te gaan studeren was dat mede omdat ik wilde weten wat in die Bijbel stond. Voor mij als katholiek kende die zoveel onduidelijkheden, sommige verhalen had nog nooit gehoord en andere nog nooit begrepen. Waar kwamen ze vandaan? Vanuit welke context moest ik ze verstaan? Waarom werden ze uitgelegd zoals ze werden uitgelegd, en waarom? Waarom bestaat er een Oude en een Nieuwe Testament, en wat hebben ze met elkaar te maken? Wat vertellen die verhalen over MIJN leven? Waar is God, en waar is de mens in die verhalen? Allemaal vragen die uiteindelijk neerkwamen op: hoe wil ik – als gelovige- in het leven staan en waardoor wil ik mij laten leiden? wat wordt mijn richtsnoer in het leven?

Een waardevol Boek dat ons helpt het leven goed te leven

Nu, veertig jaar later, stel ik nog regelmatig diezelfde vragen. Omdat Bijbelverhalen zó sterk in elkaar steken dat ze – hoewel oud- tijdloos zijn en mij nog steeds iets fundamenteels te zeggen hebben. Nu, veertig jaar later, lééf ik meer en meer geïnspireerd door alles dat de Schrift mij aanreikt. In een tijdspanne waar menigeen denkt en vindt dat hij/zij het altijd en overal voor het zeggen heeft, wil ik me nog wel eens ‘gewoon’ laten gezeggen door de wijsheid, de levenswijsheid, die de Bijbel ons laat horen. En het enige dat hiervoor nodig is, is … tijd, aandacht en openheid om teksten en intentie van de Schrift tot mij te laten komen.

Een verademing met veel zeggingskracht, gezag en geestkracht. Nodig in tijden van verwarring en ongeduld, van fakenews en intimidatie, van kwetsbaarheid en geweld om de hoek, van verbondenheid-op-afstand, van wanhoop, vrees en avondklok.
Een waardevol Boek dat ons helpen kan het leven goed te leven: zoals God het heeft bedoeld. Het evangelie is veel meer dan een verslag van gebeurtenissen uit het verleden. Het is verkondiging van een blijde boodschap en door die boodschap worden wij als lezer altijd geconfronteerd met onszelf en met de tijd waarin wij leven. Die oude Bijbelverhalen gaan over ons. Juist ook nu. Zo'n Bijbelzondag blijft alleen daarom al broodnodig.

87. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.


Terugblik ... om ervan te leren

                                                                30 december 2020
Oeps, wat is er veel gebeurd dit jaar! Ik hoor de verzuchtingen om me heen. Hmm, denk ik, valt eigenlijk best wel mee. Geen ander jaar dan anders voor wat betreft de dingen die gebeurd zijn. Alleen ….. alles gebeurde onder de rook en de invloed van dat verdomde corona-virus! Dat maakte het anders en daardoor lijkt het alsof er meer gebeurd is. Misschien is er niet méér gebeurd, maar vóelt het anders, beperkter en ver weg van het normale.

Hebben we onszelf nu opnieuw uitgevonden? Zijn we veranderd? Hebben we kanten van onszelf ontdekt die we nog niet kenden? Staat er een andere ik? Nee, ik denk het niet. Maar sommige van onze eigenschappen, kwaliteiten of ergernissen werden vergroot en vielen meer op of kwamen meer naar voren. Bij anderen en bij onszelf.

Zo kregen mensen die normaal gesproken al moeite hebben met alleen zijn het nog moeilijker in de lockdowntijd. En mensen die te kampen hebben met geestelijke beperkingen of dementie snapten nu helemaal niet meer waarom familieleden wegbleven en verzorgers in ruimtepakken rondliepen. En voor mensen die te lijden hebben onder huiselijk geweld werd de dreiging nog meer dan normaal. Mensen die een tijdelijk- op oproepcontract hadden wisten weer dat dat eindig was en wat het was om zonder betaald werk en inkomen te zitten. En mensen die normaal gesproken een dag in de week thuiswerkten, werkten nu meer of alleen nog maar thuis.

Ik heb deze coronatijd wel eens ‘woestijntijd’ genoemd

Mensen die normaal al creatief zijn, werden nóg creatiever in van alles. Mensen die ondernemend van aard zijn, werden nóg ondernemender. Mensen die normaal niet stil kunnen zitten, werden nóg actiever. Mensen die normaal al eens gingen wandelen of sporten, gingen nu bijna elke dag wandelen of sporten. Mensen die neiging tot depressiviteit hebben, kregen meer maar soms ook minder klachten. Mensen die oplossingsgericht werken, werkten nóg meer oplossingsgericht. En mensen die toe waren aan vakantie, lieten nu alles uit hun handen vallen en kwamen in een lethargische houding terecht waarvan iedereen zich afvroeg hoe en wanneer daar weer uitgekomen kon worden.

Ik heb deze coronatijd wel eens een ‘woestijntijd’ genoemd. In het uittochtverhaal van volk Israël dat Egypte ontvlucht en onder het juk van de farao weg kan, reist het volk 40 jaar in de woestijn. Op weg naar het Beloofde Land kent het volk heel veel verschillende ervaringen. Hoop en verwachting spelen een rol, saamhorigheid en voor elkaar opkomen. Leiderschap of gebrek daaraan maakt het volk onrustig. De droom van het Land van melk en honing komt tegenover het verlangen naar de vleespotten van Egypte te staan. Het vertrouwen in God en de goede afloop versus het maken van een gouden kalf om aan te roepen als er twijfel en onrust is. Niets menselijks is hen vreemd… Tien nieuwe geboden werden als wet uitgevaardigd om zich voortaan aan te houden: zo wil God dat mensen leven. En constant onderweg, omdat iemand het zegt en er geen weg meer terug lijkt…

Dát we er iets van kunnen leren, lijkt me het minste dat we zullen moeten overhouden aan deze tijd

Het is niet moeilijk om vergelijkbare ervaringen in coronatijd hiernaast te zetten. Je zou er hopeloos van worden. Niet doen! We weten inmiddels (spoiler alert) dat het volk van Israël het Beloofde Land heeft bereikt. Er is hoop, zelfs na 40 jaar onderweg.

Het mooie van een woestijntijd is dat wij er ook veel van kunnen leren. Omdat we voortdurend onderweg zijn en op onszelf worden teruggeworpen, moeten we elke keer weer vragen beantwoorden als: wat en wie is belangrijk voor mij in mijn leven? wat zal ik kiezen: wel of niet op bezoek gaan/afscheid nemen/verzorgen et cetera? op basis waarvan maak ik eigenlijk keuzes? waarom zijn wij mensen niet allemaal hetzelfde, maken we andere keuzes en zijn deze keuzes goed/niet goed of neutraal?

Er is veel geklaagd en veel kritiek geweest op de regering en zo. Maar wie bij zichzelf te rade ging en nadacht over wat nu echt belangrijk is in zijn/haar leven, kon met die regelgeving leven en klaagde niet meer. Want uiteindelijk maken we binnen alle beperkingen onze eigen keuzes en geven we waarde en betekenis aan ons leven in relatie met anderen. Uiteindelijk scheppen we onze eigen, goede manier van leven en laten zo zien hóe we met elkaar willen zijn.

Misschien dat we – voor onszelf- nu al conclusies kunnen trekken (minder reizen, iets aan het klimaat en aan het onrecht doen). Misschien is het nog te vroeg. Maar dát we er iets van kunnen leren, lijkt me het minste dat we zullen moeten overhouden aan deze woestijntijd, met het oog op beter (samen)leven.

86. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Zalig Kerstmis

Met Kerstmis is wereldwijd – ondanks alles- het geboorteverhaal van Jezus, het Kerstverhaal, verteld. Dat speelde zich af in de dagen van keizer Augustus. Maar op 1e Kerstdag lazen we het 1e hoofdstuk van Johannes. Toen bleek dat in de Kerstnacht niet bij het begin begonnen was, dat gebeurde bij dit verhaal. Het Kerstverhaal van de evangelist Johannes begint namelijk met de woorden: ‘In het begin’. Precies dezelfde woorden als waarmee het scheppingsverhaal op de allereerste bladzijde van de Heilige Schrift begint. Het betekent dat het Kerst-geboorte-verhaal sámenvalt met het begin van álles. Van heel de schepping. Johannes vertelt: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God.’

God is dus het ultieme begin, de oorsprong van alles. Ook van de Zoon, Zijn welbeminde, die in de Kerstnacht voor ons ter wereld kwam. Het Woord werd vlees, zichtbaar, als Kerstkind. Gods scheppend Woord klinkt vanaf nu zoals Jezus – God redt- spreekt die onder ons is geboren. God heeft al op velerlei wijzen en vele malen gesproken door deze profeten, nu spreekt Hij door de Zoon. Het Woord van de Zoon IS zelf het goddelijk Woord. En wij hoeven dit Woord alleen maar te aanvaarden. Dat betekent: meer doen dan er van buitenaf tegen aankijken, maar ernaar luísteren met ons hárt, er ons aan toevertrouwen.

Dat wij ons hart openen voor een stralend Licht,
opdat wij zelf licht voor anderen zijn


In deze corona-Kersttijd betekent dat dat de herberg van ons hart plaats moet bieden aan mensen in nood die geen onderdak hebben; dat wij mensen te eten en drinken moeten geven als waren zij Christus zelf; dat wij eenzame mensen, verlatenen, gevangenen, vreemdelingen en treurenden zien, opvangen, bezoeken en naar vermogen helpen.
In deze corona-Kersttijd betekent dat dat wij ons hart openen voor een stralend Licht, opdat wij zelf licht voor anderen kunnen en mogen zijn. En waarachtig menselijk blijven leven in Bijbelse zin: leven dat bijdraagt aan menselijkheid.
In deze corona-Kersttijd betekent dat dat wij hoop blijven houden op betere tijden, op goede verbindingen tussen mensen, op eerlijke vriendschappen, open burenrelaties en waarachtige contacten in de samenleving om ons heen.

Dat Vrede, Gerechtigheid, Barmhartigheid en Trouw daarbij belangrijke levenselementen zijn, is voor onze Vredevorst voor de hand liggend. Het zijn de woorden die houvast bieden in situaties van ruzie, oorlog en geweld, van onrecht en liefdeloosheid, van losbandigheid, zoeken en twijfelen. Om ze in herinnering te roepen, om ze te laten klinken én om ze te léven. In concreto betekent dit dat wij er voor onze medemensen zijn, dat wij voor hen van betekenis zijn en de ander tot zijn/haar recht laten komen. Tot zijn/haar menselijke waardigheid, om zo sámen kinderen van God te zijn.

Zelf herboren worden en het Kerstvrhaal doorvertellen

Eerste Kerstdag hoorden wij hoe het Gods-Woord-van-alle-tijden en het nieuw-geboren-Kerstkind met elkaar verbonden werden. In het Kerstkind wordt Zijn Woord zó menselijk gesproken dat wij het wel móeten horen en er iets mee mógen dóen. Aanvaarden, zelf herboren worden en op onze manier het Kerstverhaal doorvertellen. Als broeders en zusters van Gods Zoon.

Als het Kerstverhaal ons dit coronajaar – in woord en daad- zó verder helpt bij het tot léven brengen van Gods Woord, wordt het – geloof ik- ook dit jaar een Blijde Boodschap voor mensen van Zijn welbehagen, een voorbeeld om na te leven, een Zalig Kerstmis!

Als corona toeslaat

                                                             23 december 2020
Ik bewoog me er al een tijd omheen, kwam het tegen bij uitvaarten en op teevee, hoorde het via-via en zag het vooral bij anderen… en dan slaat het toe. Op een dag kreeg ik ook de mededeling: positief. Zoiets werkt in meerdere opzichten verlammend.

Ik had gelukkig niet zulke zware klachten. De koorts had me naar de teststraat gestuurd. In combinatie met een risicovolle situatie waarin ik via mijn werk was gekomen. Ik was vaker in zo’n situatie geweest, je bent voorzichtig en alert, stelt vragen naar de situatie en ontspringt de dans. Nu nam het een andere wending en ontkwam ik niet aan het virus. Het had zich in mij genesteld.

Ik liet alles maar uit mijn handen vallen. Nou ja, alles. Ik moest eerst veel regelen voor het werk: zaken en mensen afzeggen. Vervanging (laten) regelen, plannen wanneer ik weer terugkwam. Wist ik veel. De ziekteverschijnselen bleven mild, dus dacht ik: nou, over een paar dagen zal ik wel weer boven Jan zijn. Ik ben nooit ziek en de tijd dat ik griep met koorts heb gehad was het nooit langer dan 2-3 dagen. Dat zal nu ook wel zijn. Maar nee. Dit virus is lastiger.

Kome wat komt, leek me een betere benadering

Na een paar dagen in huis rondhangen – ik ben geen bedligger-, wat opruimklusjes doen in werk- en hobbykamer en mijn muziekinstallatie op (digitale) orde brengen bleef ik me lamlendig voelen. Overdag nagenoeg geen koorts, ’s avonds soms wat hoger. Daar bleef het bij. Op tijd naar bed, 9 uur slapen met enkele onderbrekingen, zoals gewoon. Net toen ik dacht dat de koorts omlaagging, was het opeens ‘s avond 38.9 en de volgende dag zelfs boven de 39 C. Ik schrok en ik schrok terug.

Wat is dit voor virus? Het blijkt ongewis. Natuurlijk, ik ken de verhalen… het kan opeens helemaal misgaan. Benauwdheid, heel hoge koorts en ziekenhuisopname. Ik zag dat wel voor me, maar eigenlijk ook weer niet. Niet bij mij. Daarbij, ik kon me er altijd nog druk om maken áls het zover was. Kome wat komt, leek me een betere benadering van de situatie. Maar toch, het blijft in je hoofd zitten. En meer nog, bij mijn vrouw. Die maakte zich grote zorgen.

Ik was inmiddels al meer dan een week in isolatie en zij in quarantaine. We waren tijdelijk van tafel en bed gescheiden om haar uit de gevarenzone te houden. We deden alle moeite om dit virus op een goede manier het hoofd te bieden. Bij mij kwam er niet zoveel uit. Geen energie, geen frisse gedachten, geen kloeke blik in de ogen. Altijd vroeg naar bed en voor me laten zorgen. Eén ‘klusje’ per dag mocht ik doen van mezelf om deze periode nog een beetje zinvol te laten zijn. Daarnaast alleen maar rust, slapen, hangen, ongezellig zijn.

Tussen alles door het informatie-bombardement (iedereen weet wel iets en verwijst je naar andere berichtgeving), de onduidelijkheden en de richtlijnen. Maar eerst aardig wat mensen waar ik in de buurt was geweest informeren dat ik positief getest was. Dus dat zij mogelijk risico liepen. Bij allen had ik de anderhalve meter in acht genomen, en ik draag geregeld een goed mondkapje. De kans was dus klein, maar mensen moeten het wel weten. Na twee dagen belde de GGD.

Ik zou de eerste 5-7 dagen besmettelijk zijn, daarna 24 uur geen klachten en dan kon ik de vrije wereld weer in. Dat was de voorspelling. Je gaat erop leven. Maar nee, ik bleef klachten houden, vooral koorts. Dus deze vlieger ging niet op. De tiende dag belde ik de huisarts. Die herkende het ziekteverloop en gaf aan dat als het over een drietal dagen nog zo was ik aan een antibioticum kon. Hij schreef het voor en ik liet het maar weer gebeuren…. Kome wat komt.

Van de reclame op radio en teevee  werd ik knettergek

Tussen alles door: heel veel appjes, mailtjes en af en toe telefoontjes, die ik weer miste omdat ik óf het niet hoorde óf even geen fut had om iemand te spreken. Het gonst in mijn hoofd, ik vind het fijn dat er belangstelling is, maar waarom moet ik de hele tijd praten en gestoord worden? Zelfs van de reclame op radio en teevee (die zijn op de dag en avond écht heel erg veel dezelfde) werd ik knettergek. Vooral die speciale Kerstreclames. Ik had een erg kort lontje en was – in meerdere emoties- snel geraakt.

Drie dagen later was de koorts weg, maar zat de hoest -altijd wel een beetje aanwezig- heftiger, droger en vaker in de weg. Dus antibioticum …
Ik heb nog steeds last van lichtgeraakt zijn. Ik ruik de hele tijd ontsmettingsmiddel. Ik slaap nog steeds 9 uur per nacht. Ik voel me redelijk goed, maar normaal is anders. Ik ga wel aan het werk. Dat kan en dat mag. Ik doe rustig aan en wil bezig zijn met wat deze tijd mij leert. Daar heb ik nog iets meer energie voor nodig, merk ik. Deze blog is een eerste begin. I’ll keep you posted.

84. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Overweging bij Allerzielen

                                      4 november 2020
Hoe vaak mogen wij het als pastor van nabestaanden van mensen horen én zelf bij uitvaarten uitspreken! “Nu is zij weer bij vader”. “Ik zei tegen hem: ga maar, Ma wacht op je. En hij liet los en ging”. “We zullen je missen, lief kind, speel maar in de hemel en doe opa de groeten.” Of woorden van deze strekking… Het drukt het onverwoestbare geloof uit dat we elkaar ná de dood tegenkomen, in de hemel, bij God. Het is Jezus’ belofte, dat Hij iedereen die aan Hem is toevertrouwd op de laatste dag laat opstaan.

Met Allerzielen gedenken wij al onze dierbare doden, die in Gods liefde verder leven. Hij, die hun namen in Zijn hand schreef, al voor zij werden geboren. Gekend, geliefd, geleefd. Soms is er sprake geweest van een mooi, lang leven en komt de dood op hoge leeftijd. Er is gemis en verdriet, maar ook iets van: zo gaat het in een mensenleven: je wordt geboren, je leeft en geeft je leven weer terug aan je Schepper. Soms is er een dodelijke ziekte en sterft iemand op een veel te vroeg moment. Dat kan zijn na een pijnlijk en slopend ziekbed, na een aanslag van het coronavirus of door toedoen van ‘een medische fout’...

Soms vallen we stil, hebben geen woorden … Als een veel te jonge echtgenoot, een moeder, een pasgeboren kindje de dood vindt. Of als er sprake is van een zelfgekozen dood door euthanasie of zelfmoord. Of als een tiener door een ongeluk het leven laat. Wat kunnen wij zeggen….? Alles klinkt banaal. Begrijpen doen we het niet, en God, waar is God….?

Samen leefden we in een deel van elkaars leven...

Het verlies van iemand die je lief is, is een schok waarbij alles overhoop ligt in onze geest, in ons hart en in onze ziel. Het dringt maar heel langzaam tot ons door dat hij of zij er niet meer is. Hoe is dat mogelijk? Ons leven is één zwart gat. Hoe moeten wij met dit verdriet verder leven? Kunnen we nog terug tot vóór het moment van overlijden? …. Vluchten kan niet meer. Het gemis voelt als een grote gapende wond, en die doet pijn.

We willen het wegduwen, maar op onverwachte momenten is het opeens weer daar. Door een foto, een ontmoeting, een muziekstuk op de radio. Het is daar waar het raakt aan ervaringen die we met onze dierbare dode hebben gedeeld, emoties die diep in ons zitten. We hebben immers gelééfd van en met de grillen en grollen, de vanzelfsprekendheden van de ander. We waren er op afgestemd, werden er door verrijkt, geïrriteerd, en geraakt. Sámen leefden we in een deel van elkaars leven…

En elke herinnering die omhoogkomt, roept direct de pijn en de ervaring van gemis en verdriet op. En verdriet heeft tijd nodig. Hoe lang… ? Geen mens kan het zeggen, het is voor iedereen anders. En van onze naaste vrienden, buren, familie vraagt het ook tijd. Het is belangrijk dat mensen bij ons blijven komen en ons niet ontwijken. Belangrijk dat we over het verlies mogen blijven praten en dat er naar ons wordt geluisterd. Dat anderen daar de tijd voor nemen… En dan nog moeten wijzelf de weg van de rouw gaan, ieder op onze eigen manier!

De dood herinnert ons aan een groot mysterie

De Kerk heeft vanaf de vroegste tijd de overledene in de uitvaartviering met grote eerbied behandeld. Het lichaam in de kist staat centraal vooraan in de kerk, wordt bewierookt en met het water van de nieuwe doop, tot een eeuwig leven bij God, besprenkeld. En, wij verzorgen ook de graven van onze doden. En we zegenen ze. De dood wordt niet weggestopt, zij hoort bij het leven, eeuwig, bij God. De dood herinnert ons eraan hoe groot het mysterie van leven en dood is. In ons dagelijks leven staan we er vaak niet bij stil, maar door de dood van een geliefd mens worden we stilgezét. Dat we er zijn, dat alles bestaat… dat is één – groot - geheim.

Dit geheim verwijst naar de Bron van alle leven, naar God. Oneindig ver gaat dit geheim ons te boven. En toch is het nabij, is Gód nabij. Daarvan getuigt heel de Schrift. In steeds weer andere verhalen en beelden wordt ons aangezegd: je bént niet alleen. Er is een goddelijke Aanwezigheid náást ons, áchter ons, voor ons uít, ín ons en aan ons vooraf. Een Herder, een Metgezel, een Schepper, een Messias. Laten we ons aan Zijn Aanwezigheid toevertrouwen

Mooie woorden, maar wat hebben wij er NU aan? Wij die moeten leven met een gemis in ons hart en een leegte die pijn doet? Wat helpen ons die oude verhalen, nu...?
Ik denk, dat het een houvast kan zijn om door te gaan, om naar te verlangen, om mee verder te leven, om op te hopen en te vertrouwen.

We kunnen het misschien iets ánders zeggen, in alle kwetsbaarheid te bìdden: als het echt waar is, God, dat U leeft en ons bevrijdt … wilt U me dit dan laten zíén en vóélen, nu ik zelf niet meer weet hoe ik vérder moet. Wilt U me de weg wijzen door dit donkere dal heen. “Het is de wil van de Vader … dat ik jou op de laatste dag laat opstaan”, luidt Jezus’ blijde boodschap. Mogen we daarop vertrouwen, opdat God óók óns opnieuw tot leven laat komen. Hij, die het maaksel van Zijn handen niet laat vallen.

83. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Totale controle....

                                                     18 september 2020
Is het een therapiegroep informeerde de man die mee wilde doen aan onze coronagespreksgroep. Nee, zei ik, het is een pastorale gespreksgroep. Er is tijd voor elkaar en elkaars verhalen. En er is aandacht om de wederwaardigheden van deze tijd van ontregeling met elkaar te duiden. Door te vertellen en te luisteren proberen we ruimte te scheppen en na te denken over de betekenis die de ervaringen van het laatste half jaar kan hebben voor ons leven…

We stelden de vraag: wat is positief of negatief geweest voor jou in de afgelopen periode? En hoe ben je met deze bijzondere situatie omgegaan? Maar ook: heeft je geloof je kunnen helpen en hoe waardeer je de rol van de kerk in deze tijd? Samen met mijn collega was onze meest belangrijke rol: luisteren en de deelnemers verhalen laten vertellen over hoe hun leven was gelopen. En die verhalen kwamen en waren – verrassend – heel divers in lengte, intensiteit en intimiteit. Veelzeggend over wij die een weg zoeken in deze welhaast surrealistische tijd. Eén waarneming was wel eenduidig: iedereen heeft zo’n kort lontje.

Hoezo controle?

Politiek en praatprogramma’s kunnen die ruimte niet geven en zijn klaarblijkelijk niet bezig met ons menselijk welzijn, maar met controle. De regering, de veiligheidsregio’s, de horeca, de handhavers - boa’s en politieagenten-, ic-duiders … iedereen is gefocust op controle. De angst – als het maar niet uit de hand loopt- regeert. Intussen zitten miljoenen mensen ontregeld thuis, onder druk van angst of behept met eenzaamheidsgevoelens, zich onttrekkend aan intiem contact en zich ergerend aan mensen die zich niet aan de afstandsregels houden…. Ook daar regeert de angst – maar dan anders- voor die onzichtbare vijand, voor dat virus. Angst die diep ingrijpt in hun dagelijks leven, in hun bestaanszekerheid.

Controle door politiek en overheidsorganisaties is kwetsbaar en niet te organiseren. Nederland is onderdeel van Europa, onderdeel van de (handels- en reis) wereld. Dus, ja jammer dat er geen sluitende internationale aanpak is, dat er een groot verschil van aanpak tussen de Europese landen is. Jammer ja dat het virus geen grenzen kent. Jammer dat we ons moeten verlaten op een regionale of lokale aanpak…Hoezo controle?

Eens temeer wordt aangetoond dat het menselijk leven zich niet laat vastleggen in dichtgetimmerde wetten en regelgeving; er zullen altijd mensen zijn die eraan ontsnappen. Er zijn hele samenlevingen die eraan ontsnappen. Deze droom van politiek en wetenschap om alles in een maatschappij te beheersen spat uiteen. Ieder mens blijkt uniek in zijn/haar reactie op regelgeving. En een sluitende aanpak wordt gefrustreerd door internationale verworvenheden.

Ons ultieme geloof in de wetenschap en haar altijd-gelijk is niet goed voor hoe we in het leven staan

Moeten we ook niet gewoon onderkennen dat we niet alles kúnnen beheersen, en accepteren dat onder deze bijzondere omstandigheden mensen ziek worden en sterven? Dat er krachten zijn, die sterker zijn dan onze regelzucht, sterker zijn dan onze behoefte om alles onder controle te krijgen. Wanneer beseffen we dat dit gewoon bij het leven hoort?

Moeten we daarom alles maar laten gaan en niets regelen? Nee, natuurlijk niet, wel verstandig blijven en wetenschappelijke inzichten en evident based onderzoeken gebruiken om erger te voorkomen. Maar ons ultieme geloof in de wetenschap en haar altijd-gelijk is niet goed voor hoe we in het leven staan, hoe we met onze trauma’s en rouw omgaan.

We missen iets in deze situatie, we zijn gedereguleerd, geamputeerd zelfs... en dus – als mensen - van slag. Ons geluksgevoel wordt aangetast en depressiviteit ligt op de loer. Daar zijn andere antwoorden op te geven dan controle. Dat haalt het korte lontje er niet uit.

Eén van de antwoorden ligt in de ontmoeting met elkaar – ook op anderhalve meter afstand mogelijk. In de ontmoeting stellen we elkaar de vragen die ertoe doen. Niet over hoe je controle moet krijgen over dat virus, maar over hoe je je leven betekenisvol kunt houden in deze bijna onmenselijke situatie. En over waarom we dit ‘bijna onmenselijk’ noemen. Daarin komt de kracht naar boven om – ontregeld- toch kwaliteit van leven te houden, met gevoel en met verstand.

Ik verheug me al op de volgende gespreksgroepavond. Het houdt mij/ons levend.

82. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Mensen en cijfers

                                                                                                  8 september 2020

In elk gesprek dat ik de laatste maanden voer komen wel het aantal corona-besmettingen aan bod. Vanmorgen las ik een krantenbericht waarin de cijfers aangaande het aantal Covid19-besmettingen over elkaar heen duikelden. Het gevoel dat ik het drie keer moest lezen voordat het echt tot me doordrong, kwam razendsnel omhoog. Want ja, ik probeer te begrijpen wat de schrijver me wil vertellen. Dat staat soms in de kop, maar soms zet die ons ook op het verkeerde been. Het lastige met cijfers die te maken hebben met de ontwikkelingen in de pandemie is dat ze in verschillende contexten andere betekenissen kunnen hebben.

Het meest vervelende vind ik het ervaren verschil tussen absolute cijfers en percentages. Dan staat er zoiets als: ‘In absolute zin vinden de meeste besmettingen plaats in Zuid-Holland, met name in de grote steden. De steden Rotterdam, Amsterdam en Den Haag staan qua percentage besmettingen ook in de top tien.’ Het gaat over twee manieren van kijken en (dus) interpreteren. Wat doet het met mij als ik dit lees? Wat voor verschil is het als we horen of ‘de helft van het aantal geteste jongeren besmet is’ of (bijvoorbeeld) ‘753 besmettingen onder jongeren’? De helft voelt en klinkt zwaarder dan het absolute aantal… toch? Daar hebben we direct allerlei beelden en vergelijkingsmateriaal voor handen…

Opvallend is dan dat we -als we lezen over vluchtelingen die opgevangen worden in Lesbos- bijna nooit over percentages (doden, zieken, niet aangekomen of teruggestuurden) worden ingelicht, maar dat de berichtgeving daar blijft steken in absolute aantallen. En het effect van absolute aantallen (10.000, 20.000 etc.) is dat die ons afstompen. Het zijn er zoveel, dat gaat ons bevattingsvermogen te boven. We kunnen ons daar bijna geen voorstelling van maken. En dat doen we dan ook niet. Het effect: het verdwijnt uit ons actieve geheugen.

Als er dan één schokkend, afschuwelijk, onmenselijk verhaal of beeld (denk aan dat jongetje dat een paar jaar geleden dood was aangespoeld op het strand) naar boven komt in de brij van nieuwsgaring, dan wordt het leed en de ellende opeens weer duidelijk. En dan mogen de cijfers het leed nog duidelijker maken en ondersteunen. Maar zelden of nooit leidt dit tot in actie komen van de grote massa (over cijfers gesproken) van de Europese volken of regeringen. Zelden of nooit hebben deze cijfers een activerend effect…

Het gaat niet om het aantal jonge mensen, elke mens telt

Omdat, ja, omdat dan andere cijfers naar voren geschoven worden. Weet je wel hoeveel geld ons de opvang van vluchtelingen gaat kosten? Weet je wel hoeveel banen dit ons gaat kosten? Weet je wel …. Vul maar in. Dan worden cijfers opeens belangrijk om duidelijk te maken dat er een ‘tsunami’ aan menselijk leed wordt binnengebracht, als we de grenzen openzetten. En dat wij er minder van worden.

Cijfers. Ik werk al heel wat jaar in en rondom de katholieke kerk met jeugd en jongeren. Dertig jaar geleden telden we de krimp in de opkomst bij de activiteiten. Dat was demotiverend. Nog steeds vragen belangstellenden naar het aantal bereikte jongeren bij een kerkelijke activiteit. Ik geef meestal een ‘ongeveer’ aan, maar vertel ook dat ik eigenlijk niet meer tel. Het gaat per slot van rekening niet om het aantal jonge mensen. Elk mens telt.

Mijn drive is om het mooie, het sprankelende, het zingevende en bevrijdende van geloven door te geven aan al-is-het-er-maar-één. Natuurlijk, ik zou oprecht teleurgesteld zijn als het er maar bij éen zou blijven. Van de andere kant zou ik intens genieten van die ene die het geluk, de wijsheid en de spirit van geloven heeft mogen ontdekken. En de hoop uitspreken dat hij of zij één ander zou kunnen en mogen aansteken. En dan komen die massa’s vanzelf.

Cijfers, ach, we hebben ze nodig om beleid te maken, denken we. Eigenlijk hebben we meer inspiratie, ideeën en een perspectief nodig om ons aan vast te houden, denk ik. Geloven is zo’n perspectief. Moge velen dit ontdekken. Oeps, daar ga ik. Toch weer dat veel en massa, en zo 😊. 

81. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland). Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor de ex-gedetineerden.

Leven met Corona

                                                                                         29 mei 2020
Nu wij zo langzamerhand uit onze schulp kruipen en de ruimte voelen om weer zo goed als normaal te gaan doen, is het zaak om ons te realiseren dat-het-nog-niet-normaal-is. Misschien wel nooit meer zo normaal wordt als het was. Ik houd niet van het begrip ‘het nieuwe normaal’, maar ik snap wel waarom het van overheidswege wordt ingezet: niets is meer zoals het was en niets zal meer worden zoals het was. Dat klopt, maar in hoe we met deze nieuwe situatie omgaan, hebben we nog wel een keuze: wat we doen en hoe we de aanwezigheid van dit dodelijk virus wel of niet accepteren.

Onze reacties zijn te vergelijken met hoe wij reageren op verlies. Sommigen van ons schieten in de ontkenning en kunnen er maar moeilijk mee dealen. Door de kop in het zand te steken proberen ze te overleven in een situatie van groot verdriet. Anderen voelen sterk de angst: dit kan mij ook overkomen. Weer anderen denken na over de situatie en proberen grip te krijgen op hetgeen dit voor hen en voor anderen betekent. En sommigen proberen aan de situatie te ontsnappen door zich in drank of drugs te storten of heel veel afleiding in iets anders te zoeken. Ieder op zijn of haar eigen wijze.

Ik moest denken aan een Bijbelverhaal, een genezing waarover Johannes schrijft in het vijfde hoofdstuk van zijn evangelie. Bij het bad van Betzada liggen verschillende soorten zieken. Blinden, verlamden, kreupelen en een man die daar al 38 jaar ziek ligt te zijn. We weten niet waar hij aan lijdt, hij ligt op een draagbaar. Jezus gaat naar hem toe om hem te genezen…

Hij moet zichzélf niet opgeven, maar de situatie aanvaarden

Die genezing vindt plaats in vier stappen. Eerst ziet Jezus hem, hij schenkt de zieke aanzien. Je moet jezelf en je ziekte in de ogen kijken, en er je ogen niet voor sluiten. Daarna toont Hij begrip voor de zieke. Hij erkent dat hij al lang ziek is. Hij geeft aan dat het zaak is begrip te hebben voor jezelf in je ziekte en er geen oordeel over te hebben. Ook hier geldt dat je jezelf en je ziekte recht in de ogen moet kunnen kijken.

En dan vraagt Jezus hem: wil je gezond worden? Je moet een sterke wil hebben om weer gezond te worden. Je moet voor je gezondheid vechten. Het gevaar dreigt dat je je door je ziekte laat meeslepen en berustend opmerkt: er is geen mens die bij mij hoort, die mij begrijpt, die voor mij zorgt. Ik ben alleen. … Jezus antwoordt op deze klaagzang: sta op, pak je matras op en ga naar huis. We zouden allemaal maar al te graag opstaan als we wisten dat we van nu af helemaal gezond waren…

Jezus maant deze man, ziek en al, om op te staan, zijn matras onder de arm te nemen en te gaan. Hij moet zich door zijn situatie niet aan het bed laten nagelen, maar de ziekte onder zijn arm nemen en met zich meedragen. Jezus is ervan overtuigd dat hij, met ziekte en al, iets van zijn leven kan maken. Hij moet zichzélf niet opgeven, maar de situatie aanvaarden.

Wij zijn mensen van de hoop

Dan moet hij wel de kansen zien die het leven biedt en die wél binnen zijn bereik liggen. Als je dat als mens doet negeer je de ziekte niet, zoals velen ook doen, maar accepteer je haar en ga je desondanks je weg in het leven. Als ik dit vergelijk met dit onzichtbare virus dat om ons heen zweeft en dat we wellicht al bij ons dragen,  dan kun je ontkennen dat het er is, en leven zoals je altijd hebt gedaan. Dan kun je bang zijn om het te krijgen en verlamd worden. Dan kun je eraan ontsnappen door je te storten in heel veel afleiding, zodat je er maar niet mee bezig hoeft te zijn. Dan kun je ook erover nadenken en accepteren dat het -vanaf nu- deel van je leven is. Daar moeten we misschien samen de schouders onder zetten om het goed en verstandig te dragen.

Hierin hebben we een keuze. Hierin kunnen we elkaar steunen, juist nu onze situatie terug lijkt te gaan naar wat we als normaal voelen, maar niet meer is.
Wij zijn mensen van de hoop. Hoop kan niet zonder vertrouwen. En niet zonder reflectie op wat we doen. En niet zonder samenspraak over hoe we dat met elkaar willen en kunnen dragen. Daar ligt voor ons de ruimte om te leven met Corona.

NB Voor het deel over het Bijbelverhaal ben ik schatplichtig aan Anselm Grüns boek 'J  mag vertrouwen houden. Woorden van troost in tijden van ziekte. 

In het uur van onze dood

                                                                                       28 april 2020
Deze tijd doet -van tijd tot tijd- de angst voor ziekte en dood ons bestaan op zijn grondvesten schudden. Elke dag bereiken ons berichten over aantallen IC-plaatsingen, druk op de zorg en over aantallen overleden mensen als gevolg van het virus Cofid 19. En nu ook met enige regelmaat verhalen over wie die mensen zijn geweest, hoe ze zijn doodgegaan en hoe de achterblijvers met deze ontregelde situatie omgaan. Een stortvloed aan aandacht voor ziekte en dood in een samenleving die dit doorgaans terzijde schuift. En afdoet als ‘wie dan leeft, die dan zorgt’, de reclames van de uitvaartzorg en een tv-programma als ‘de kist’ ten spijt.

Althans, dat is mijn ervaring. Veel nabestaanden, die ik ontmoet naar aanleiding van een overleden dierbare, worden tóch overvallen door de hoeveelheid keuzes die ze moeten nemen in korte tijd. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik de meeste families, die ik rondom de voorbereiding van een uitvaart ontmoet, dan pas voor het eerst ontmoet. Als ik mensen al wat langer ken, bijvoorbeeld omdat hun partner, vader of moeder langdurig ziek is geweest en ik daarbij betrokken ben, dan hoeft dat niet zo te spelen.
Want in mijn gesprekken met de zieke en de familie komt het moment van overlijden, het proces dat daaraan voorafgaat en de realiteit die daarop volgt met enige regelmaat ter sprake. Als zij het zelf niet opbrengen, doe ik het. Soms voorzichtig, soms klip en klaar. Belangrijk, want we denken over alles na, maar over sterven en doodgaan willen we het liever niet hebben. Ook heel gelovige mensen niet.


Angst voor lijden, sterven en dood schuiven we zoveel als mogelijk voor ons uit. En toch weten we dat doodgaan bij het leven hoort

Ik herinner me mooie gesprekken met ernstige zieke mensen die eindigen met de zin: “Fijn, dat we het hierover hebben gehad. Het geeft rust en vertrouwen.” Het onbenoembare benoemen, vragen oproepen en samen antwoorden zoeken die bij de mens tegenover me passen, dat is het intrigerende van mijn professie. Niet dat ik alle antwoorden in bewaring heb gekregen, zeker niet. Antwoorden op vragen over de dood zijn niet algemeen verkrijgbaar, maar horen bij het leven van de mens waar ik een tijdje mee mag oplopen.

Daarom zijn ‘plotselinge uitvaarten’ ook wel eens lastig. Ik wil als pastor zo goed mogelijk de overledene en de mensen die hem of haar dierbaar zijn leren kennen in de manier waarop ze naar het leven en de dood kijken. Daar is niet altijd de ruimte, en zeker te weinig tijd, voor. Verdriet, ontgoocheling, boosheid en wantrouwen liggen nogal eens als grote obstakels in de weg. De kunst is dan om vertrouwen op te bouwen en mensen tot spreken te brengen over die dierbare die hun is ontvallen.

Haar angst was niet weg, maar haar gebeden waren 'anders gericht'

Meestal kan ik wel achter de verhalen van familie en vrienden beluisteren waar mensen troost, vertrouwen en perspectief aan ontlenen. En dat is voor deze eerste tijd op weg naar het definitieve afscheid voldoende. De viering van het afscheid en de voorbereiding hiervan helpen hen stappen te zetten om de overledene los te laten en het perspectief op wat daarna komt voorzichtig vorm te geven. Soms redelijk vaag, want ja, we hebben er meestal weinig ervaring mee en dus ook weinig over nagedacht. Soms heel concreet.

Angst voor lijden, sterven en dood schuiven we zoveel als mogelijk voor ons uit. En toch weten we -deep down inside- dat doodgaan bij het leven hoort. We willen er alleen niet zo vaak en niet te lang bij stilstaan. Een diepgelovige vrouw en Maria-vereerder vertelde me eens dat ze best bang was voor het moment van doodgaan. Toen ik haar teruggaf dat dat heel normaal was en dat we in het Wees gegroet niet voor niets baden: “Heilige Maria, Moeder van God. Bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.”, keek ze me aan alsof de woorden voor het eerst echt tot haar doordrongen.

En dat was waarschijnlijk ook zo, omdat de context – in het zicht van haar dood- nu wezenlijk anders was dan voorheen bij het bidden van het Wees Gegroet. Haar angst was natuurlijk niet direct weg, maar haar gebed wel geïntensiveerd en ‘anders gericht’. Er kwam vertrouwen en een begin van overgave. Zo werd, denk ik, de Geest over ons beiden vaardig.

Zalig Pasen

“Wat is hier gebeurd?” was het thema vorig jaar Pasen van de viering met jongerenkoor Corbulo in Wateringen. Met weemoed neem ik het boekje ter hand en blader door de rijke liturgie van de Paaswake. Een mooi gebeuren, vol tekst en muziek. Opwekkende liederen. Dit jaar zal alles anders zijn. “Opstaan en verdergaan” staat er op het boekje van een andere, (kinder)paasviering. Eigenlijk had er moeten staan: “Vallen, opstaan en verdergaan.” Een toepasselijke gelovige drieslag als beeld van hoe het leven zich aan ons kan ontvouwen. Ook voor kinderen is het dit jaar helemaal anders. Ik zie natuurlijk wel vaker in het Evangelie dat Jezus de boel op z’n kop zet. Anno 2020 heeft een virus dat gedaan.

Alles is anders dit jaar. In deze vastentijd leefden we week voor week toe naar de dag van Pasen. Centraal punt in ons christelijk geloof: dat Jezus voor ons heeft geleden en gestreden, Zich voor ons heeft geofferd, een gruwelijke marteldood is gestorven en vol vertrouwen heeft vóórgeleefd dat de dood niet het einde is, maar een nieuw begin bij God. Pasen gaat ook over heel veel ván het leven.

Over geloven in het ongelooflijke. Over leven dat -ondanks alles- dóórgaat. Over lijden dat stopt. Over vallen en opstaan. Over houvast en trouw. Over menselijke verantwoordelijkheid en Gods liefde. Verbazing, duisternis en licht, ergens doorheen komen en met ontzetting terugkijken. Vertrouwen dat het goed afloopt. Aan de voet staan van een gekruisigde ander… is Pasen. Is ’t ook getroffen worden door een virus en dóórleven?

God houdt ons iets voor dat leven geeft

We lezen in de Paasnacht veel verhalen over net zoveel belangrijke levensthema’s. De geest die water beroert, het water dat leven schenkt, de doop die redt, de zoektocht naar de Levende bij de doden. En eigenlijk wordt het Paasverhaal al vaak verteld in ons dagelijks leven. Verhalen van het leven, die we herkennen als ‘vallen, opstaan en verdergaan’. Verhalen die beginnen met: “Wat is hier gebeurd?”. Met Pasen komen deze verhalen samen in de tocht van het volk van Israël door de woestijn én door de zee, in de dood en de verrijzenis van Jezus Christus.

En wij gaan Hem achterna, ook dit jaar, geplaagd door ‘het doodse’ om ons heen. God houdt ons iets voor dat leven geeft. Hij geeft perspectief ondanks lijden en lasten. Ondanks virussen en verdriet blijft Hij trouw aan ons mensen, die Hij heeft geschapen om betekenis en uitzicht te zijn. Niets lijkt dit jaar gewoon. Het kan ons doen beseffen hoe groot Zijn liefde is voor ieder van ons, en … dat Hij met ons is. Juist nu wij de kwetsbaarheid van ons bestaan ervaren. En door mogen léven, omdat wij door Hem – met liefde- zijn gekend.

Een zalig Pasen! 

Als het hart gewond is ...

                                                                                                   Goede Vrijdag, 10 april 2020
“Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”
Op het middaguur viel er duisternis over het hele land… In het negende uur riep Jezus met luide stem: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”


Op het meest donkere moment,
als het hart krijst van grote, onverdraaglijke pijn,
komen woorden van totale verlatenheid,
van eenzaamheid en pijn
als één lange kreet uit Jezus’ mond.
Opgeslokt door de leegte en de zinloosheid
voelt het of God hem wordt ontnomen.
‘Abba’ lijkt er niet te zijn in het moment
dat zijn hart schrééuwt om Zijn aanwezigheid.

Het hart, levensader van lichaam en van ziel,
als die wordt doorstoken houdt alles op.
Alles? Ja, alle leven, alle Draagkracht van het leven, stokt.
Het hart, alpha en omega van ons zijn, vraagt om te bestaan.
Zonder hart geen leven.

Een hart is kwetsbaar.
Het kan geraakt worden
en een mens wankelt.
Het kan geraakt worden
en een mens zoekt zekerheid.
Het kan geraakt worden
en een mens verliest zich.

Een hart is breekbaar,
Het kan kapot gaan
en een mens is gebroken.
Het kan kapot gaan
en een mens in verwarring brengen.
Het kan kapot gaan
en een mens verfoeit die ander…

Een hart dat zich richt op de Ander,
op God, laat Hem bij zich wonen.
Zijn hart lijdt mee, als wij lijden, 
voelt mee met de pijn die ons leven doorsnijden kan.
Hij ziet onze ellende, eeuwenlang
en draagt en draagt.

Als Hij afwezig voelt
wordt een hart geweld aangedaan.
Een losgeslagen en zoekend hart
vindt slechts gesloten deuren.
En leegte,
een woordenloze stilte:
enkel wat gehuil, gesnif,
een biggelende traan.
Hard tegen hart.

Geen leven zonder God.
Geen leven zonder dierbaarheid.
Wat is er nog te redden? Wie is er nog te redden?

Een onmenselijke hel beademt Jezus’ gewonde hart.
Wat volgt er nog meer?
Op Golgotha, de plaats van onrechtvaardig recht,
hangt de onschuld, genageld aan de paal.
Waar is God op deze absurde plek
waar elk woord te veel is
en verdwijnt met afval-lige wind?

Leeft Jezus nog vanuit het hart
of leeft Hij vanuit de geslagen wond?
Gekruisigd verandert alles…
Is daar nog Geest te verwachten?
Vertrouwen slinkt, hoop verdampt.
En de liefde, waar is de liefde?
Wie weet nog van haar bestaan?

Wie kijkt in zijn gewonde hart? Wie ziet wat daar gebeurt?
God weet wat gaande is, Hij is er thuis.
Maar kan Jezus nog ontwaren Hij die hem tot leven riep?
Komt het Woord nog tot gelding?
Kan zijn Geest nog ruisen in zijn hart?

Jezus’ gewonde hart
roept om Zijn aanwezigheid.
Zijn laatste woorden verbinden
mislukking, verlies, stilte en dood.
Op Golgotha, plaats van het niet-zijn,
waar recht met voeten wordt getreden.
en een overwinningslied nog niet klinken kan.

Vader in Hem.
Hij, bijna thuis.
Verlaten, verloren, verwond in hart en ziel,
Hij zucht, en kreunt en blaast zijn laatste adem uit.
In de stilte, die nu volgt, reikt Hij voorbij de dood.
En leeft, zonder omhaal van woorden.
Verlaten?

De verkorte versie van deze meditatie is te vinden in het Paasnummer 2020 van het maandblad Open Deur. www.open-deur.nl

Jongerenzondag, om opnieuw tot leven te komen

“Dit was een fantastische, verdrietige groep”, zei ze terugblikkend op de cursusgroep ‘Omgaan met Verlies’ van het studentenpastoraat. “Hier was praten over de dood geen taboe”, sprak een ander. “Tijd nemen om met verlies en je eigen emoties bezig te zijn, helpt echt”, oordeelde een derde. En, “ik kan mijn tegengestelde gevoelens aangaande mijn overleden vader nu veel beter plaatsen”. Het was voor deze studenten zoals een van hen het noemde: “een veilige ruimte”.

In deze groep, waarin we spraken over het grote verlies dat ze doormaken, is luisteren naar jezelf en naar de ander het meest belangrijk. De plotseling dood van je beste vriendin of neef, de dood van je vader of moeder, het verlamt hen. Het haalt de zin uit hun leven en roept heel veel vragen op. Niet in het minst de vraag: hoe nu verder? Daarom is dit aanbod er: om te luisteren naar wie je wilt zijn en blijven, om veranderingen te duiden en om verantwoorde en hoopvolle, levende stappen naar de toekomst te kunnen zetten.

Ik moest aan deze groep jongeren denken, toen ik de boodschap van Paus Franciscus las bij gelegenheid van de viering van de 35e Jongerendag, afgelopen Palmzondag. In zijn boodschap roept de Paus jongeren op daadwerkelijk de tijd en de ruimte te nemen om echt te kijken en dus te zien en te ontdekken waar het in het leven werkelijk om gaat. Daarnaast vraagt hij hen om met anderen mee te leven en compassie te tonen. Hij vraagt: “Kun je een ander in zijn of haar verdriet aanraken?” Want als dat gebeurt, schrijft hij, “kom je opnieuw tot leven.”

Verdriet wordt als zand in de motor… die dan ook vastloopt

Een mooie boodschap van Franciscus zo vlak voor Pasen. Het vermogen om pijn en dood toe te laten moet weer ontwikkeld worden. Als manier van kijken, als horend bij het leven. In onze Westerse samenleving labelen we pijn en dood vaak als negatief. We willen ze snel en goed uit ons leven bannen. We zijn ervan overtuigd dat andere zaken (studie, loopbaan en werk) belangrijker zijn en storten ons daarop om de pijn, bijvoorbeeld om onze overledene, te vergeten. Maar zo werkt het niet. Vroeger of later zoekt het verdriet zich een weg door de dagelijkse gang van zaken heen en wordt als zand in de motor… die dan ook vastloopt.

Het vraagt een andere manier van kijken, en ruimte creëren voor wat je eigenlijk bezighoudt, om de (levens)motor weer aan de gang te krijgen. Het leven is doods geworden na het verlies van jouw dierbare, het leven is eruit. De hoop op geluk en normaal leven is weg. De moed is opgegeven en depressie of apathie liggen op de loer. Wat nu? Waarom kan ik niet gewoon doorgaan met mijn leven?

Juist in deze week worden we door ene Jezus van Nazareth uitentreuren geconfronteerd met mislukken, falen, angst, pijn, verdriet, lijden en dood

Soms worden deze ervaringen ook als persoonlijk falen gevoeld. Als iemand waar we erg aan gehecht waren ons niet meer het goede levensgevoel kan geven… De droom van ongestoord gelukkig verder samenleven kapotgemaakt is... Als persoon moeten we dan de moed weer bijeenrapen om onze levensdraad weer oppakken. Leven kent zijn afwisseling in ups-and-downs, mislukken en slagen, geluk en verdriet. Anderen kunnen je helpen om door diepe dalen heen te gaan, als je je niet afsluit voor hun uitgestoken hand en hart. Voor hun liefde en mededogen.

Juist in deze week worden we door het lijdensverhaal van ene Jezus van Nazareth uitentreuren herinnerd aan en geconfronteerd met mislukken, falen, angst, pijn, verdriet, lijden en dood. Maar ook te midden van al deze ellende worden we herinnerd aan hoop, uitzicht, liefde, compassie, ontmoeting en nieuw leven!

Daarom heet deze week ook de Goede Week. Daarin wordt er tijd en aandacht besteed aan lijden, pijn en verdriet. Niet om het op te lossen, maar om het verder te brengen. Vanuit deze ellende, door ernaar te luisteren en te kijken, door het serieus te nemen, door de wonden aan te raken, komen we op de enige levensweg die moed, hoop en toekomst geeft. Op weg naar die ene Levensader, die altijd vindbaar blijft. Hij die liefde is door de dood heen. Zijn verrijzenis vieren we met Pasen.

Voor wie de hele boodschap van de Paus (in het Engels) wil lezen, klik hier. 

76. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Corona, straf van God?

                                                                                                     2 april 2020
Een paar weken geleden werd ik gebeld met de vraag of deze pandemie een straf van God was. Ik kende de beller niet en de vraag trof mij niet alleen in zijn directheid, maar ook doordat ik me afvroeg: waar komt die vraag vandaan? Op die laatste vraag heb ik nog niet helemaal een antwoord gekregen. Maar de vraag of de verspreiding van het Coronavirus een straf van God is, kwam wel even binnen. Dat kan toch niet.

Ik moest denken aan het verhaal van de zondvloed, dat opgetekend is in het eerste boek van de Bijbel, Genesis. “Toen God zag hoezeer op de aarde de boosheid van de mensen was toegenomen en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging, kreeg Hij spijt dat Hij de mens op aarde gemaakt had en Hij was er zeer verdrietig om. En Hij zei: “Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen.” En later: “Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer.” Aldus Genesis 6, 5-7a, 8.

Het begon allemaal zo mooi bij de schepping en in het paradijs. Maar toen vielen Adam en Eva voor de verleiding van de almacht en ze werden -door hun Schepper- de tuin van Eden uitgekickt. Ze kregen twee prachtige zonen: Kain en Abel, maar Abel werd uit afgunst vermoord door zijn broer. Daarna kreeg Kain veel nageslacht, dat weer veel vermenging tussen ‘de goddelijke en menselijke sferen’ opleverde, waardoor God ingrijpt met de zondvloed. Aldus de mythologische verhaallijnen van Genesis.

Mythologie die waarschijnlijk gebaseerd is op een grote overstromingsramp in Zuid-Mesopotamië , die tot een wereldomvattende ramp was uitgedijd. Bedoeld om “Gods strafgericht over de zondige mensheid en Noachs uitverkiezing te illustreren”, meldt de voetnoot in mijn KBS-Bijbel uit 1981. Een wijze van denken die in het Oude Testament gebruikelijk was. Wat wist men toen nog van de wereld? En hoe sterk was het dagelijks leven vermengd met religie! Voor het gevoel was men letterlijk ‘aan de goden overleverd’ en was een natuurramp van God/de goden afkomstig als straf voor datgene dat fout was.

Ommekeer en inkeer van ons mensen, daar gaat het God om

In het Nieuwe Testament wordt deze denkwijze door Jezus veelvuldig onder kritiek wordt gesteld. Niet dat mensen niet meer zondigen, nee dat gaat vrolijk voort. Maar wel dat mensen niet gestraft of vernietigd worden, maar gered. “Ik ben niet gekomen voor de gezonden, maar voor de zieken”, zegt Jezus. En dan heeft Hij het zeker niet alleen over de lichamelijk zieken.

Jezus laat ons kennismaken met een God van Liefde, een nabije God die een persoonlijke relatie met ons wil blijven aangaan. Een trouwe God, die gerechtigheid, vrede en bekering vraagt tot het ‘echte leven’ – “Heer, geef mij van dat Levend Water”, vraagt de vrouw aan de put in de ontmoeting met Jezus op het heetst van de dag. Ommekeer, inkeer van ons mensen, daar gaat het God om en niet de vernietiging van Zijn schepsels en Zijn schepping.

‘Fundamentalistische gelovigen zien het coronavirus, de pandemie als een straf van God’, meldt de Volkskrant deze week in een overzicht van gelovige zienswijzen. En citeert Alain Verheij in Trouw, waarin deze theoloog aangeeft dat het RIVM de plaats van God heeft ingenomen: ’Het RIVM beschikt, troost en vaardigt verboden uit.’ De meeste, geïnstitutionaliseerde godsdiensten en gelovigen buigen voor het virus. En: Niet-orthodoxe theologen zien de ziekte niet als een straf, maar als een oproep tot bezinning. “We zijn waarschijnlijk niet goed met elkaar omgegaan, met de natuur, met de dieren, heel onze leefstijl. We moeten terug naar de ziel van alles.”, aldus theoloog des vaderlands Samuel Lee in diezelfde Trouw.

Een viruscrisis zomaar afschuiven op God is mij te snel en te gemakkelijk

Ik ben zoekend en tastend in deze mengelmoes van meningen en stellingen. Uiteindelijk weten we van God niet alles, zo niet: heel weinig. De Bijbel geeft ons verschillende beelden van God. Maar middenin de crisis, die ook onze bestaanscrisis zichtbaar maakt, zoeken we allemaal houvast. Dan is het makkelijk om zo’n crisis plompverloren op God af te wentelen. Een heilige zondebok.

Maar we weten inmiddels veel meer over de wereld en de ontstaansgeschiedenis van natuurrampen, dan mensen wisten in de Bijbelse tijd. We hebben weet van de hemeltergende aanslag die economie, exploitatie van de aarde en industrie in allerlei soorten heeft op het milieu. We weten veel meer over de verantwoordelijkheid die mensen, de mensheid, hierin heeft en vaak niet neemt. Dus een viruscrisis zomaar afschuiven op God is mij te snel en te makkelijk.

Ons eigen aandeel onder de loep nemen lijkt me een goede, eerste stap om ook God in deze beter te begrijpen. Als Kinderen van God, als Zijn schepsels, willen we ook leven naar het goede dat Hij in ons heeft weggelegd. Daar weer naar op zoek gaan, maakt ons in ieder geval goede mensen. En wie weet kunnen we met die levensinstelling ook de aarde een beetje beter maken door onze verantwoordelijkheid te nemen.

75. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

De eenzame fietser

                                                                                                    31 maart 2020
Op een van mijn racefietstochten afgelopen weekend -de ferme, koude noordenwind kletste vervaarlijk tegen mijn zwoegende lijf- borrelde Boudewijn de Groots lied ‘Jimmy’ in mij omhoog. En er gebeurde iets dat wel vaker gebeurt met sporten: het bleef in mijn hoofd ronddarren als een mantra en bracht ritme in mijn pedaaltred.

Maar er vond nóg iets plaats. Het lied kreeg een nieuwe context, een nieuw begrip. Opeens vereenzelvigde ik me niet alleen met die zwetende en zwalkende, eenzame wielrenner die onze protestzanger van weleer zo mooi bezingt, maar ik ontwaarde door de tekst heen vergezichten van toekomst, verwachting en omgaan met de realiteit. Te midden van de Coronacrisis klonk er hoop in dit lied.

Het beschrijft onder andere de situatie dat je binnen zit en niet naar buiten hoeft, maar het toch doet. En wat er dan bij je opkomt als je je -met je kind- overlevert aan de elementen, zoals aan ‘de wind’.

Hoe begint het ook alweer? “Hoe sterk is de eenzame fietser die, kromgebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant. Hoe zelfbewust de voetbalspeler die, voor de ogen van het publiek de wedstrijd wint, zich kampioen waant. Hoe lang vergenoegd de zakenman zonder mededogen die concurrent verslagen vindt, zelf haast failliet gaand.”
Drie situaties die de toekomst van De Groots zoon Jimmy kunnen zijn, worden naast elkaar bezongen. Waarschijnlijk een gedachtenpop-up tijdens het zwoegen op de fiets tegen de wind in, op een écht Hollandse dijk in de polder.

Het eenzaam zwoegen tegen de wind brengt ons gedachten, die anders maar moeizaam hun weg vinden 

Het meest frappante van het lied vind ik dat er ‘helemaal geen reden was’ om naar buiten te gaan. Normaal gesproken zou je dan zeggen: dan doe je het toch ook niet! Als je tevreden binnen zit met ‘die kleine op schoot’, dan ga je niet ‘met rotweer en een harde wind’ fietsen met dat kind. En toch doen we dat soms….

En al snel blijkt waarom. Omdat weersomstandigheden ons tot nadenken stemmen. Omdat het eenzaam zwoegen tegen de wind ons gedachten brengt, die anders maar moeilijk hun weg vinden. Omdat het beeld van een kind staat voor onze gezamenlijke toekomst, die in een waarde- en zingevingspatroon wordt gezet, dat ons helpt de wetmatigheden van de wereld om ons heen te plaatsen.

“Als hij maar geen voetballer wordt; ze schoppen hem misschien halfdood.” De zorgen van een ouder die zijn kind vóór alles wil beschermen.” Hij schreeuwt het uit: laat dit in godsnaam niet gebeuren! Om daarna te zingen - alsof hij beseft dat een kind toch altijd zijn eigen weg gaat: “Maar liever dat nog, dan een bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van.” Realisme ten top. Aan de harde en soms onmenselijke wetmatigheden van de wereld van business to business wil je je zoon niet prijsgeven. Hij moet een goed mens worden.

Ons patroon van denken wordt gevormd door de hoop dat wij en onze kinderen zich kunnen blijven openstellen voor het meest belangrijke in het leven: dat we mensen blijven, menswaardig en naar elkaar omziend. Hoe sterk is de eenzame fietser? Sterk, maar we zijn sterker als we niet alleen, niet eenzaam, gaan fietsen op onze levensweg. Sterk zijn we ook als we accepteren dat we in het leven – soms tegen beter weten in- naar buiten blijven gaan om te ‘fietsen’.

Een mooie metafoor voor: je gevoel volgen en je blijven openstellen voor hetgeen op je afkomt (de boze wereld, een crisis?). Voor hetgeen sowieso op je toe-komt: de toekomst. Onvoorspelbaar, verrassend en be-leefbaar. Dank je wel, Boudewijn!

Over de hoop

                                                                                                                    27 maart 2020
“Als onze hoop ophoudt te ademen (…) betekent dat ook het mislukken van een relatie, namelijk van onze fundamentele relatie met de wereld en het leven, onze relatie met de bron van het leven. Ik ben mensen tegengekomen van wie de hoop gestorven was. Niet slechts een concrete hoop met betrekking tot een bepaald onderdeel van hun leven, maar het hele elan, dát waarvoor ze leefden.”

Aan het woord is Tomás Halik, een Tsjechische priester en hoogleraar filosofie en sociologie te Praag, in zijn boek ‘Niet zonder hoop. Religieuze crisis als kans.’ Ik ben 't aan het lezen als voorbereiding op een internetbijeenkomst met (oud)studenten. Hij geeft aan dat er lange periodes kunnen zijn waarin we iedere dag opnieuw moeten strijden om hoop te houden. Hij onderscheidt ‘gewone hoop’, concrete hoop op iets dichtbij (in tijd of plaats) en christelijke hoop, en vraagt zich af: “Wordt de christelijke hoop (zoals de Schrift en het christelijk geloof die opvatten) meestal niet daar geboren waar alle andere vormen (of imitaties) van de hoop schipbreuk hebben geleden?”

In crisistijd zoeken we naar houvast. Dat kunnen we vinden bij sterke leiders of goede voorschriften waaraan we ons kunnen houden. Houvast wordt geboden door mensen in wie wij geloven. Die staan voor een wijze van leven die respectvol en humaan, rechtvaardig en liefdevol is. Hun geloofwaardigheid en rust hebben we nodig om overeind te blijven in tijden waar niets meer zeker is. Waar de vraag: wat is belangrijk in het leven opeens geen eenduidig antwoord meer oplevert.

Iedere crisis maakt duidelijk welke waarde een relatie in zichzelf heeft

En dan hopen we dat de crisis snel over is en dat alles weer normaal wordt. Dan hopen we dat we het houden. Stay safe. Dan hopen we dat we genoeg mensen om ons heen blijven zien en horen, en niet worden vergeten. Iedere crisis zet onze relaties op scherp, maakt in de kern duidelijk welke waarde een relatie voor mij en de ander heeft, maar ook welke waarde een relatie in zichzelf heeft. Wat ik nodig heb in mijn leven en hoe ik dat wil vormgeven. Waarvoor ik wil léven.

Er is de hoop dat we snel weer gezond te worden, onze baan terug te krijgen, anderen aan te kunnen raken of vriendschappen te herstellen. En … er is een hoop die verdergaat dan deze concrete, nabije zaken. Een hoop die zich richt op de wereld, ons leven en het veiligstellen van onze toekomst. Een inkleuring van onze verwachting, dat er iets kan zijn dat redt, dat alles anders maakt. De meest belangrijke hoop: dat het échte leven terugkomt, dat we daarvoor willen gáán.

De laatste weken zijn bijzondere weken. We zijn meegesleurd in een wereld die geheel andere wetmatigheden met zich mee draagt. We worden beperkt in wie we zijn, hoe we ons willen uitdrukken en hoe we relaties mogen aangaan. In een tijd van internet is het prachtig om met een groep te kunnen zoomen, skypen en/of face-timen, maar het blijft behelpen. Elkaar ontmoeten en goed in de ogen kijken is driedimensionale, misschien wel vierdimensionale communicatie. En het beeldscherm komt niet verder dan twee. Dat is mooi, maar ook even wennen.

We denken na over en houden ons vast aan de periode ná de crisis

We worden op onszelf teruggeworpen op een manier die vrij lijkt, maar van buitenaf is bepaald. Het virus en de regering dwingen ons -voor ons eigen bestwil- thuis te blijven en er het beste van te maken. En we denken na over en houden ons vast aan wat er ná de periode van crisis kan terugkomen, kan worden opgepakt of veranderd kan zijn. Blijft alles straks hetzelfde of gaan dingen voor ons veranderen? De hoop op hetzelfde, op verandring, op verbetering.

Sommigen zeggen dat het te vroeg is om dat aan de orde te stellen. Anderen geven ruimte om juist deze vragen te laten opborrelen. Ze komen toch wel, waarom dan niet nu al ze hardop uitspreken? Het leven, en dus ook onze levensvragen, laat zich niet altijd faseren. De hoop dat we het meest waardevolle van ons leven kunnen behouden, willen we benoemen en laten leven!

De grote vraag in deze crisis is dan ook: blijft de relatie met de bron van ons leven intact doorheen alle ellende, spanning en onduidelijkheid heen? Ik hoop van harte dat het tussen ons en deze Bron blijft stromen. Als we de tijd blijven nemen en ons open stellen, zal dat zeker lukken. 

73. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Vasten, aalmoezen en bidden

                                                                                                       24 maart 2020
Je zou het bijna vergeten, maar het is vastentijd. Een tijdje afzien van dingen die het leven plezierig maken – dat klinkt als kastijding. Dagenlang niet eten overdag, veertig dagen niet op facebook, een week op sapvastenkuur. Of tijdelijk kiezen voor een sober dieet zonder vlees, zoetigheid of alcohol. Waarom doen mensen zoiets? Met deze begint het boek “Vasten. De kunst van geven en loslaten”(Baarn, 2015). De schrijvers bespeuren een revival van het vasten: 20 procent van de Nederlandse bevolking vastte wel eens aan het begin van dit decennium.

Al in de oudheid ontdekten mensen de reinigende werking van het vasten op lichaam en geest. In onze tijd zijn er ook veel niet-gelovige mensen die vasten. Gezondheid speelt hierbij een rol, maar ook het te veel gebruiken van sociale media. Of, een bijdrage voor een goed doel, zoals in Serious Request waar de dj’s van 3FM zich in de week voor Kerstmis onthouden van eten. De katholieke traditie reikt ons al tweeduizend jaar dezelfde drieslag aan voor de veertigdagen- of vastentijd: aalmoezen, bidden en vasten. Deze begrippen staan niet los, maar zijn sterk met elkaar verbonden.

De aalmoezen zijn gericht op de medemens in nood en heten tegenwoordig ‘goede doelen’: denk aan de Vastenaktie. Bidden is gericht op God, maar heeft uiteindelijk ook een positieve invloed op degene die bidt. Vasten is gericht op jezelf: minderen of van iets afzien. Maar wat je overhoudt, kan ter beschikking komen van een ander…. Vasten is soms goed voor het lichaam, maar het is altijd goed voor de ziel!

Het was de bedoeling dat je loskwam van je egoïsme, van je zelfzucht

Vasten versterkt het geestelijk leven. Iets weggeven, tijd nemen voor gebed, wat voedsel of drank laten staan: het kost moeite. En zo moeten we er zelf beter van worden…. Het is soms goed voor het lichaam, maar het is altijd goed voor de ziel. Een beetje hypocriet? Doe je het misschien meer voor de buitenwacht…? Uiteindelijk word je er zelf beter van…. Maar in de Bijbel lezen we wel dat je deze acties beter in het verborgene kunt doen en er niet mee te koop te lopen.

De diepste zin van de vastentijd en Pasen is dat wij de overtocht wagen van dood naar leven. De vastentijd is zo in wezen een generale repetitie voor ons eigen doodgaan. We laten een heleboel los wat we – later- ook los moeten laten. Daarom waren er vroeger zoveel regels over eten en drinken, over niet-dansen, niet-snoepen, niet-trouwen, niet-naar-de-bioscoop. Het was de bedoeling dat je loskwam van je egoïsme, van je zelfzucht. Om dan met Pasen als een herboren mens -met Hem- op te staan. De wereld loslaten om met Pasen de hemel te kunnen pakken.

Als kerk hebben we bijna alle vastenwetten afgeschaft. Het had ook weinig zin als je in plaats van vlees heerlijke paling ging eten… Maar toen die wetten werden afgeschaft, werd ons wel gevraagd 40 dagen sober te gaan leven volgens je eigen geweten en je persoonlijke overtuiging. Om dan -wat je door zo te leven had uitgespaard- te geven aan mensen die tekortkomen. Zo zijn er verschillende manieren ontstaan van minderen, delen en geven. ‘Wat ontzeg jij jezelf?’ is gekoppeld aan ‘waar hang ik (teveel) aan?’. ‘Wat deel ik normaal niet?’ wordt een vraag die de vastentijd oproept. ‘Kan ik ook geven vanuit mijn tekort?’ …..

Je handen leegmaken om ze te kunnen vullen met tekenen van verrijzenis

De vastentijd mag ons allereerst vrijmaken voor mensen die het slechter hebben dan wij. De vastentijd kan je iets leren over je opstelling tegenover materiële dingen, tegenover welvaart en bezit. De vastentijd is een oefentijd naar Pasen. Je handen leegmaken om ze te kunnen vullen met tekenen van verrijzenis. Onder aalmoezen-geven wordt ook verstaan: iets van je tijd aan anderen geven, het verdriet met anderen delen, geduld hebben met elkaar. Om zo toe te groeien naar een nieuwe stijl van leven. Oefenen dus om na Pasen voor het echte, nieuwe leven te gaan…

In de vastentijd zijn we ook meer dan anders bezig met vraagstukken uit onze samenleving: vrede, gerechtigheid, heelheid van de schepping/duurzaamheid. Vasten maakt ons meer bewust van de overdaad waarin we leven. We kunnen ons in het vasten niet alleen maar op onszelf richten, en zelfs niet alleen op God, zonder een blik te werpen op onze medemensen en de wereld om ons heen. Op deze manier horen vasten, aalmoezen geven en bidden bij elkaar, in onderling verband.

Veertig dagen krijgen wij de kans om los te komen van de dingen van deze wereld: om te leren er te zijn voor elkaar, voor de wereld en voor God, zoals God en de wereld er voor ons zijn. Ik heb zo de indruk dat we er al een beetje mee bezig zijn in deze Coronacrisistijd.

Met dank aan Ambro Bakker osa.

Om de zondagsviering goed te beleven...

Op zondag kunnen we noodgedwongen niet naar de kerk. Een viering volgen via het beeldscherm van de televisie is het enige alternatief. Op het Belgische Kerknet werd deze week een serie van 8 tips gegeven om de beleving van de eucharistieviering te bevorderen. Onderstaand wil ik ze met u (enigszins aangepast) delen. Ik denk dat het ons kan helpen en verbinden.

1. Maak van je woonkamer of bureau een plaats van gebed
Ruim wat op zodat de plek rust uitstraalt. Plaats in de buurt van het scherm (of radio) op een tafel of kast een icoon of (kruis)beeld, samen met een kaars.

2. Ontsteek een kaars vóór het begin van de viering
Samen met huisgenoten bewust de kaars aansteken, 5 minuutjes voor aanvang van de viering, helpt om een stille tijd van voorbereiding in te gaan. Als er kinderen in de buurt zijn, vinden die het vast prettig om een kleine processie te houden. Ontsteek de kaars(en) bijvoorbeeld in de keuken en laat de kinderen de icoon of het kruisbeeld dragen van de keuken naar de plaats waar je de viering zal volgen. Zo wordt de voorbereiding een kleine ‘pelgrimstocht’.

3. Lichaamshoudingen
Ga niet ‘luilekker’ in de zetel liggen, zoals je bij andere programma’s misschien doet. Gebruik eventueel een stoel (of bidbankje) die een ontvankelijke gebedshouding mogelijk maakt. Neem (indien mogelijk) de houdingen aan die je in de kerk zou aannemen:
- maak het kruisteken bij het begin en einde van de viering, en bekruis je hoofd, mond en hart bij het beluisteren van het evangelie;
- ga staan bij de openingsritus, het evangelie, het eucharistische gebed, de communieritus, de zegen;
- ga aandachtig zitten bij de 1ste en 2de lezing, de antwoordpsalm, homilie, en de stille tijd na de communie.

Nog meer dan anders kun je bewust bidden voor elkaar

4. (Samen) luisteren, spreken en zingen
Volg de lezingen mee in een Bijbel, volksmissaal, de editie van Kerk & Leven of online. Je kunt de lezingen ook al even vooraf doornemen. Zo wordt het volgen van de viering een echt actief luisteren naar het Woord van God voor ons vandaag. Spreek luidop de vaste antwoorden uit, en zing mee waar je kunt.

5. Gebedsintenties
Nog meer dan anders kun je bewust bidden voor elkaar, voor wie eenzaam zijn, voor de zieken, de zorgverleners en voor allen die verantwoordelijkheid dragen om ons door deze crisis te leiden. In de voorbereidingstijd kun je misschien al enkele persoonlijke gebedsintenties noteren.

6. Solidariteit
Zeker in deze veertigdagentijd nodigt de Kerk ons uit om onze solidariteit concreet te maken. Nu we dat niet kunnen doen via de collecte kun je overwegen om een overschrijving te doen aan de Vastenaktie (NL21 INGB 0000 0058 50 t.n.v. Vastenactie, Den Haag of de doneerknop) of aan een andere organisatie die zich inzet voor armen, vluchtelingen of andere kwetsbare mensen.

Allerheiligste gebed of je eigen woorden

7. Onze Vader en vredeswens.
Met open handen het Onzevader bidden kan een manier zijn om je eigen leven en dat van allen die je dierbaar zijn, in handen te leggen van de God van alle leven. Probeer de vredeswens te ontvangen als een woord dat Christus persoonlijk tot jou spreekt, en wens die vrede in je hart ook aan de mensen met wie je je verbonden wil weten. Besef dat miljoenen mensen dezelfde woorden beluisteren en meebidden. Kinderen kunnen op het moment van de vredeswens eventueel door het raam zwaaien naar toevallige passanten, of expliciet de naam noemen van de mensen aan wie ze de vrede willen toewensen.

8. Gebed bij de geestelijke communie
Met het gebed hieronder, of met eigen woorden, kun je je verlangen uitdrukken om te delen in de communie, ook al is dit in deze uitzonderlijke tijd niet fysiek mogelijk. In gemeenschap met velen bidden we daarom met aandrang dat Jezus Christus in ons hart en in ons gezin aanwezig komt, met zijn liefde en kracht.

Heer Jezus,
ik geloof dat U in het Allerheiligste Sacrament tegenwoordig bent.
Ik bemin U boven alles en wens U in mijn hart te verwelkomen.
Nu ik niet de communie daadwerkelijk kan ontvangen,
vraag ik van U de genade van de geestelijke communie.
Omhels mij en zuiver mijn verlangen naar de hemelse Vader.
Draag mij in Uw Geest, en laat mij nooit van U gescheiden worden.
Amen
.

Een goede viering toegewenst.

Verwarring in tijden van nood

                                                                                                      20 maart 2020
Ja, het zijn tijden van nood. En tijden van nood roepen als vanzelf verwarring en vragen op. Ik kreeg een telefoontje van iemand die mij vroeg of dit de tekenen waren van het Gods oordeel. En het Nederlands Dagblad kopte deze week een vergelijkbaar iets over een straf van God. Mijn vader van 88 gooide het over een andere boeg: “Nu worden ineens de klimaatdoelen gehaald en zien ze in Japan na jaren weer eens de zon schijnen, omdat de smog is opgelost. Laten we voorgoed stoppen met die groteske wereldwijde mobiliteit en ook met z’n allen blijvend minder autorijden! Ik wist niet dat hij zoveel klimaatactivisme in zich had. Beter laat dan nooit! Verwarring alom, wat is er gaande in onze wereld?

In Nederland. Ons landje van 17 miljoen mensen, 17 miljoen meningen en 17 miljoen deskundigen. Het kabinet doet zijn best om uit te leggen waarom ze de strategie hebben gekozen om de virusverspreiding uit te spreiden over een zo lang mogelijke periode. Kosten noch moeite worden gespaard. Maar er kleeft één nadeel aan. Als wij -ongelovige thomassen die we zijn- niet merken en niet zien dat er mensen massaal ziek worden en/of doodgaan, dan denken wij nuchtere Nederlanders: “Och, zo’n vaart zal het niet lopen.” En we zoeken elkaar op, houden geen afstand en verspreiden meer virussen dan het nationaal beleid van ons vraagt.

Zo ook in de kerken, als we niet oppassen. In onze parochies van het Westland is gekozen om de kerken niet open te zetten voor mensen in nood. De deuren van de katholieke kerken blijven hermetisch gesloten voor al degenen die het gebedshuis zouden willen opzoeken voor troost en bemoediging. Na de zondagsvieringen en doordeweekse vieringen zonder kerkgangers wordt nu ook voorlopig een simpel kaarsje aansteken en bidden bij Maria onmogelijk in de Westlandse katholieke kerken.

Een snelle verspreiding organiseer je door mensen uit te nodigen naar dezelfde plek te komen

Ik kan me de afwegingen voorstellen. De angst dat bij openstelling veel, misschien te veel, mensen te dicht op elkaar aanwezig zijn in dezelfde ruimte is realistisch. Maar kun je dan niet afspreken om maar een beperkte groep binnen te laten? Ik vond dat afgelopen maandag een goed idee. Inmiddels ben ik bekeerd tot de regeringsstrategie, een houvast in roerige tijden. Beter geen mensen bij elkaar brengen en de verspreiding niet bevorderen!

Want, wat doe je als er veel meer mensen komen dan je had verwacht? Verspreid je die over de hele kerkruimte? Hoe houd je voldoende afstand? Hoe ontsmet je alle deurknoppen, kerkbanken waarin ze wachten, kaarsenstandaards, knielbanken en dergelijke die ze aanraken? En, waar stel je de vrijwilligers aan bloot, die dit begeleiden? Zijn die over het algemeen ook niet boven de 70, de risicogroep? Een snelle verspreiding organiseer je door mensen uit te nodigen naar dezelfde plek te komen! De café’s, de musea, bibliotheken en theaters zijn niet voor niets gesloten? Een snelle verspreiding van het virus willen we, in navolging van de regering, nu nog niet.

Niets is vanzelfsprekend meer. Ons houvast is weg 

Ja, maar het bisdom Rotterdam beveelt aan om de kerken open te zetten en mensen te laten bidden. Goed bedoeld, maar verwarring zaaiend. Helemaal waar. Het blijft niet verstandig en niet handig om dit te organiseren.
Als kerkmensen en gelovigen hebben we een aantal bijna vanzelfsprekende reflexen. Als er iets gebeurt, springen we in de organisatiestand. Negen van de tien keer: harstikke goed en hartverwarmend. De tiende keer maken we nu mee.

Maar als we één ding erg snel leren in deze weken is “dat-alles-anders-is”. Dat we dit nog nooit hebben meegemaakt. Niemand niet. Dus zullen we nog wel enige tijd verwarring blijven ervaren. Iedereen -van hoog tot laag in de kerk en in de samenleving- doet zijn/haar uiterste best, maar niets is vanzelfsprekend meer. Ons houvast is weg. Behalve wat de nationale regering aangeeft op basis van een aantal gekwalificeerde deskundigen. Daar zullen we het voorlopig even mee moeten doen. En met wat ons geloof en verstand ons zegt. Dus… hierover blijven communiceren met elkaar!

70. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Tijd en rust nemen maakt veel los

                                                                                                                           16 maart 2020
Een Chinees griepvirus spant de kroon. Onze samenleving staat noodgedwongen even stil. Alles om de verspreiding van het coronavirus zo traag mogelijk te laten verlopen. Samen even niets doen. Maar niets is meer hetzelfde, alles staat op z’n kop, alles wordt im frage gestellt. Ja, maar voor alles is ook opeens meer tijd, meer aandacht, meer bewustzijn….

Ik merk het zelf aan de hoeveelheid zaken die er opeens in mijn hoofd spoken. Werkt het werkelijk zo dat áls je tijd en rust neemt, dat er dan heel veel zaken los-komen? Ja. Ik herken het van de dagen dat ik in het klooster mag vertoeven. Ik ga twee keer per jaar drie dagen naar de Norbertijnen van de Essenburgh in Hierden. Ik ben daar te gast om even niets te doen. Ik volg het dagelijks ritme van de drie kerkelijke vieringen, zit op mijn kamer, maak een fietstochtje, praat met de religieuzen, eet en lees een boek.

Werkt het werkelijk zo dat áls je tijd en rust neemt, dat er dan heel veel zaken los-komen?

Maar voordat dat lukt, komt er een orkaan aan gedachten, to do-dingen en agendazaken los, die zijn weerga niet kent. Vanuit het drukke leven, waar de overvolle agenda mijn leven bepaalt, ga ik over naar een oase van rust die de komende dagen mijn leven mag bepalen.

Ik probeer de eerste dag om 11 uur aan te komen, naar mijn kamer te gaan, mijn tas uit te pakken en te gaan zitten. Bij alles dat ik dan doe vliegen de losse gedachten aan wat er de komende tijd allemaal in mij agenda staat de kamer door. Ik leg een briefje neer op het bureau en maak een aantekening van elke vliegende gedachte. Na een uur is de storm geluwd en het briefje gevuld. Ik draai het om en de blanco kant is de komende dagen mijn uitzicht. Het staat mij aan met een weldadige rust.

Om 12.15 uur zit ik in de eerste middagdienst van mijn ‘terugtrekkende dagen’. Relaxed en open voor wat de liturgie mij aanreikt aan wijsheid en inspiratie. De drempel is geslecht. Ik ben weer thuis bij mezelf, bij God en bij mijn medemensen. De last en de druk van de agenda ligt ver achter me, onder de blanco kant van dat briefje. Als een witte deur van een stevig vergrendelde burcht sluit het alles buiten dat mij normaal gesproken zo bezighoudt.

Thuiswerken geeft wel een andere dynamiek

Zou deze Coronatijd ook zo kunnen werken? Rust, regelmaat en openheid voor andere zaken dan alleen door de agenda, de drukte en de belangen bepaald? Ik ben bang van niet. In het klooster lijkt de tijd even stil te staan, ik laat me bepalen door andere (belangrijke) zaken in het leven. Niet de kloktijd (chronos) maar de levenstijd (kairos) is de dynamiek die mij daar voortstuwt.

In deze Coronatijd blijven chronos en kairos door elkaar heenlopen. Thuiswerken betekent niet automatisch op een relaxed wijze me afsluiten van de druk van de werk- en agendatijd. Het geeft wél een andere dynamiek… Ik heb meer grip op de kloktijd en kan me minder laten bepalen door de drukte en last van mijn agenda, omdat er veel is afgelast. Tegelijkertijd voel ik de behoefte om nuttig bezig te zijn. Maar misschien is deze tijd wel het meest nuttig, omdat ik meer dan normaal pauzeer, meer de tijd neem om over zaken na te denken en in perspectief te brengen. Hey, was ik daarnet niet een paar minuten aan het wegdromen, mijmerend over het eendenpaar dat in onze vijver zijn jaarlijks uitstapje vormgaf? Heerlijk zo’n tijd tussen chronos en kairos.

Ik ga in deze crisistijd hard werkend genieten.

69. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Corona maakt creatief

                                                                                                              14 maart 2020
Een griepvirus uit China waart rond over de wereld. Door de hedendaagse grote mobiliteit kan het zich verspreiden als een zich snel verspreidende plaag, die binnen no-time 6 continenten teistert. De samenleving, onze Nederlandse samenleving, staat noodgedwongen even stil. Een deel van de oproep van onze nationale regering in deze vastentijd: doe aan sociale onthouding, werk thuis en reis zo min mogelijk. Alles om de verspreiding van het coronavirus zo traag mogelijk te laten verlopen.

Allerlei bedrijven, sectoren, instellingen en organisaties treffen hun maatregelen. Nederland lijkt gehoor te geven aan dit appel en de richtlijnen van de overheid serieus te nemen. Gisteren kwamen daar nog richtlijnen van de Nederlandse kerkprovincie bij. Het moet de bisschoppen zwaar zijn gevallen. De kernactiviteit van de kerk: geloofsgemeenschap zijn en dat vormgeven in de wekelijkse samenkomst op zondag, tot nader order schrappen. Afzeggen. Niet door laten gaan. Cancelen. Zo’n duidelijke boodschap helpt wel om het te accepteren. Iedereen weet meteen waar hij of zij aan toe is.

Het siert de bisschoppen dat ze het over deze rigoureuze beslissing eens zijn geworden. Het risico van grootschalige verspreiding tijdens de kerkelijke vieringen is groot. We herinneren ons de grote besmetting die plaats heeft gevonden in die andere kerk in Zuid-Korea. Zoveel nieuwe zieken is het niet waard. Godsdienstuitoefening inleveren met het oog op de volksgezondheid en voorkomen van de ontwrichting van de samenleving, is grootmoedig en wijs.

Zondag wordt er een coronaviering georganiseerd

Geloofsgemeenschap zijn is elkaar en God ontmoeten. Bidden kan alleen, maar het stimuleert en inspireert als je het (ook) samendoet. Gelukkig leven we in een tijdperk van uitgebreide communicatienetwerken. Telefoon, skype en internet kunnen (zeker tijdelijk) de fysieke communicatie vervangen en gaande houden. Zondag wordt er al een coronaviering georganiseerd, op internet natuurlijk. Corona maakt creatief. De bisschoppen roepen op tot het kijken naar de televisie-eucharistieviering. Nog meer en nog massaler verbonden met elkaar dan anders.

Contact zoeken en houden kan volop via de mobiele telefoon en internet. Ook ondergetekende gaat in het kader van deze coronacrisis weer meer blogs produceren dan de laatste maanden. Dat is ook de consequentie van het uitvallen van veel activiteiten en vieringen. Het levert dus tijd op, die ik voor andere zaken, zoals blogs schrijven kan inzetten. Deze vorm van communicatie mogen we dus optimaal gebruiken, nu. Juist nu.

Wij Nederlanders zijn best wel een aanrakerig volkje

Kan het het fysieke helemaal vervangen? Nee, maar tijdelijk is het wel mooi. Net zoals je met je partner in het buitenland via skype heerlijk kan praten, maar elkaar niet kunt aanraken, zo mis je hier en nu ook wel wat. Maar het is altijd meer dan niets.
Deze hele crisis maakt ons ook meer bewust van de waarde van de fysieke aanraking. Ik las ergens dat wij Nederlanders best wel een aanrakerig volkje zijn in vergelijking met Japan waar in de omgangsvormen tussen mensen veel meer afstand wordt gehouden. Daar staan we eigenlijk nooit zo echt bij stil. Dát we elkaar veel en vaak aanraken én welke waarde dit heeft, welke belang dit dient. Zo levert zo’n crisis ook weer wat op, waar ik in ieder geval over na ga denken!

68. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Brief aan mijn broer

Hey broertje

Al meer dan twintig jaar woon je nu in de Verenigde Staten en ondanks email, telefoon en sociale media hebben we minder contact dan toen je in Utrecht woonde. Misschien -dacht ik- moet ik je maar eens ouderwets een brief schrijven. Met vulpen, in blauwe inkt zoals in het begin, weet je nog wel? Ik had me toen voorgenomen elke maand een update te maken, ging er speciaal voor zitten en schreef over de wederwaardigheden van de afgelopen maand.

Zo vergleden de seizoenen en kreeg jij rond de tien brieven per jaar, waarop jij vier keer terugschreef. Want ja, veel tijd om te schrijven had je niet in je overlevingsstrijd daar in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Die bleken namelijk niet bereikbaar voor jou. Zo had je alle tijd en energie nodig om daar überhaupt in leven te blijven. Jarenlang heb je pure armoede gekend… Je schreef er nooit over.

In die tien brieven per jaar vertelde ik over de voortgang van onze verbouwing, waarin ik de sloophamer, troggel en verfkwast veelvuldig zelf ter hand nam. Ik verhaalde over de strubbelingen in mijn relatie en de botsingen met collega’s op mijn werk. Ik vermoeide je met mijn struikelblokken bij het schrijven van mijn afstudeerscriptie. Ik vroeg niet om raad, maar gebruikte je als een soort dagboek om mijn gedachten op een rijtje te krijgen.

Eens per maand iemand die naar me luisterde als ik schreef met jou voor ogen. Eens per maand iemand die even niets terugzei als ik een iets te langdradig verhaal kwijtwilde. Eens per maand iemand die er was voor mij, omdat ik hem had uitgekozen mijn ervaringen te vertellen….zoals vroeger op de bank.

Ik weet niet goed meer wie jij bent

Nu, twee decennia verder, hoor ik af en toe dat je (alweer) verhuisd bent, maar je emailadres is hetzelfde. Zo nu en dan verneem ik dat je weer een change of jobs achter de rug hebt, maar je telefoonnummer blijft gelijk. En zelfs de informatie over nieuwe vrouwen in je leven sijpelt soms door, maar op sociale media blijf je lachen.

In wat voor soort relatie zijn wij terechtgekomen nu het brieven schrijven uit de tijd is? Ik vermoed dat we uit elkaar zijn gegroeid. Jij, beïnvloed door de self-made-man-society en ik achtergebleven in ons kikkerlandje met zijn ogenschijnlijk begrensde mogelijkheden. Ik weet niet goed meer wie jij bent. Ken je mij nog wel?

In den vreemde lijk je iemand anders; niets is meer hetzelfde. Ben jij mijn broer? In bloedband, als jeugdherinnering: ja. In verbondenheid en liefde? Dat weet ik niet goed…. Als ik nu niet had geschreven, was ik hier nooit achter gekomen, broertje.

Laten we de pen weer oppakken, gaan zitten en elkaar vertellen wat we met elkaar willen delen. Dan raken we wellicht in hart en nieren opnieuw met elkaar verbonden.

Walther.

Deze brief verschijnt in het februarinummer van Open Deur, maanblad over vragen van geloven en leven, voor mensen binnen en buiten de kerken. Een interessant themanummer over Broers en zussen en de waarde van de familieband. www.open-deur.nl 

Lijstjes en onderzoeken, gelovig bekeken

Het is de tijd van het terugblikken, de lijstjes, de lijsten (Top 2000) en onderzoeken. Zo las ik dat onze bevolking de afgelopen tien jaar gegroeid is met 700 duizend mensen. Ruim 400 duizend daarvan zijn mensen die naar Nederland zijn gekomen door migratie, iets minder dan 300 duizend is natuurlijke aanwas, door geboorte en sterfte. Ook zijn we rijker geworden en is de werkloosheid niet echt gegroeid. Het aantal geregistreerde slachtoffers van een misdrijf is met een kwart afgenomen. En in de laatste tien jaar is het percentage kerkbetrokkenen gedaald van 55 naar 47%. De katholieken kennen daarin een afname van 5%; het aantal islamieten is vrijwel gelijk gebleven.

Wat zeggen deze cijfers? Niet zoveel, want als je een ander tijdsbestek neemt, komen er andere cijfers uit met een andere tendens. Het is maar een momentopname. Maar tegelijkertijd gaat er ook een hele wereld schuil achter deze registratie. De moderne wereld van migratie en vluchtelingenproblematiek, werkloosheid, overbevolking, kleine gezinnen, ver-grijzing, een hoog sterftecijfer, minder slachtoffers van misdaad. De wereld van een lagere kerkbetrokkenheid

Als wij naar deze hedendaagse wereld kijken vanuit een gelovig perspectief, dan komt bij mij wel direct één woord bovendrijven: barmhartigheid. God vraagt van ons barmhartigheid, naar elkaar, vanuit Zijn liefde voor ons. Economie kan nogal eens onbarmhartig zijn, meer gericht op winst om het voortbestaan van bedrijven te garanderen (en soms meer), dan gericht op het welzijn van mensen. Veel bedrijven worstelen hiermee, omdat ze mee móeten in de economische wetmatigheden. Maar als mensen hierbij sneuvelen, dan moeten wij als christenen stáán voor gerechtigheid en dat is: kiezen voor mensen, voor humaniteit.

Zelfs scheiding van hun kinderen
laten wij als samenleving toe!


Migratie wordt ook nogal eens alleen benaderd vanuit economisch perspectief. Om in het Fort Europa binnen te komen gaat niet zelden een levensbedreigende reis vooraf, en als mensen dan uiteindelijk hier zijn, wordt hen door ons in eerste instantie weinig ruimte om te leven gegund. Zelfs scheiding van hun kinderen laten wij als samenleving toe! Daarnaast vullen hardwerkende arbeidsmigranten uit Oost-Europa onze kassen om onze producten goedkoop te houden. Ook hier geldt dat wij als christenen barmhartigheid moeten betuigen aan álle mensen die hier komen. “Bedenk dat gij vreemdeling zijt geweest in Egypte”, zo klinkt het Bijbels vermaan. Dus zorg goed voor de achtergestelden…

Dat geldt op een heel andere wijze ook voor alle werkloze mensen die wij – als kerk- kennen en die geen betaald werk kunnen krijgen. Hoe kunnen wij hen terzijde staan, die gemangeld worden tussen de dwingende ideologie van de participatiesamen- leving en de mythe van de zelfredzaamheid? Hebben wij oog voor deze mensen, als kerk?

Veel van onze wereld staat in het teken van economie en politiek; maar wij - gelovigen - zullen altijd ménsen voor ogen moeten houden. God heeft de mens niet geschapen om naar de radsmodee te gaan. Hij wil juist gerechtigheid, liefde en barmhartigheid brengen. Ook en juist via ons.

En daarmee komen we geleidelijk aan uit bij de teruglopende kerkbetrokkenheid. Onze ker-ken hebben de laatste 10 jaar te weinig relevantie getoond voor veel gelovigen. Natuurlijk, voor hen die altijd al bij de kerk waren, is er niet veel veranderd. Maar gaandeweg wordt deze gewaardeerde groep ouder en sterft. Nieuwe kerk-betrokken mensen komen maar mondjesmaat naar de kerk, en daar zijn we blij mee. Maar velen zijn ook afgehaakt, omdat ze niet het gevoel hebben dat de kerk iets voor hen kan betekenen of daadwerkelijk bete-kent.

Dat is heel erg! Kerk-zijn, geloofsgemeenschap-zijn heeft alles te maken met ménsen. Met onszelf, met God, met ándere mensen. Groepen die worden achtergesteld, er niet bij horen. Arme mensen, rijke mensen, zoekende en verdwaalde mensen, kwetsbare mensen, ouderen, jongeren, kinderen, jonge ouders. Nederlandse mensen, Poolse, Irakese, Syrische en noem maar op mensen. Allemaal zijn we kinderen van God. Toch?

Hóe je naar lijstjes en onderzoeken kijkt, als gelovige, bepaalt welke betekenissen deze lijstjes krijgen. En die betekenis zegt iets over wat God met ons en onze wereld wil. Met Kerst is hij mens is geworden. Wij zijn Zijn kinderen en leven naar Hem toe. Zo willen wij naar de werkelijkheid kijken: als Zijn schepping en wereld. Daarom zijn we als gelovigen ook actief voor onze naasten, voor behoud van de schepping en voor gerechtigheid in onze sa-menleving.
Als Kinderen van God leveren we een bijdrage aan de wereld en gaan er niet in onder. En God-zelf zorgt ervoor dat we er bovenuit stijgen en hogere waarden aanhangen dan economie, macht, lust en egoïsme. Omdat Hij ons – en ieder ander- elke keer weer het léven gééft.

Een Zalig Nieuwjaar! .

Kerstgedachte

Kom met Kerst in de stal, kom binnen en zie wat daar te zien is. Ontdek het verhaal áchter de stal en de heilige familie, het verhaal van God met mensen. Het nieuwe leven dat God ons telkenmale aanreikt. Eerst als belofte, met Kerst als Mens onder de mensen: God redt.

Want wat blijkt? We hebben toch wel bijzondere oren en ogen nodig om het geboorteverhaal van de Kerstnacht goed te verstaan. Want dit verhaal is geen historisch verslag uit een ver verleden, maar doet een beroep op onze verbeeldingskracht.

Te midden van hedendaagse hoogstaande technologische ontwikkelingen, weelde, succes en rijkdom, te midden van het geloof in de onbegrensde wetenschappelijke mogelijkheden … wordt het verhaal van een armoedig gezin dat een kind op de wereld zet in een onoog-lijke omgeving iets dat misschien medelijden opwekt, maar in de verste verte niet doet denken aan god-delijke grootmacht en religieuze heerschappij… toch?

Echter, de andere kant van onze hedendaagse op succes gebaseerde samenleving is dat veel mensen last hebben van overmatig veel stress, depressiviteit, droefheid en eenzaamheid. Politieke dreiging, haat zaaien, machtsmisbruik en terrorisme komen ook niet zomaar uit de lucht vallen… Zullen we ooit vrede kennen? In vrede kunnen samenleven in een wereld, waarin alles met elkaar samenhangt? Wie verlost ons van het kwade…? Het verhaal van de Kerstnacht wint hieraan betekenis… Waar gloort hoop, waar is God?

Tijdens de Advent keken we 4 weken verwachtingsvol uit naar de komst van de Verlosser. En God beloofde ons een Kind. Hij wil ons met andere ogen laten kijken naar de zin van ons leven. Weg van die statistieken, prognoses en politiek getouwtrek. Weg van die mondiale machten en meegaan met een stel dat een plaats zoekt voor het meeste kwetsbare dat een mens zich maar kan voorstellen. Ruimte voor zacht-heid, geduld, zorg, tederheid, liefde, vrede en recht. Een nieuw begin…

Een bijzonder verhaal, dat Kerstverhaal

Dat Kind ligt nu voor ons, in de voederbak, in deze stal. Het werd geboren te midden van de warmte van de dieren. Ver weg van de drukte van de menigte mensen. Een vreemde plaats, zo’n stal, maar -als je erover nadacht- misschien ook weer niet zo vreemd. Een bijzonder verhaal, dat wel.

Dit goddelijk Kind is niet bedoeld om ván die drukke, drukdoenerige wereld te worden. Het is bedoeld om een beetje afzijdig, vanuit de marge zijn blik te werpen op waar mensen zo druk mee zijn. Het levensbegin van dit bijzondere kind mag op een afwijkende plek zijn. Het moet te denken geven. Niet in een huis, niet in een paleis begint het, maar in een voederbak, gevuld met stro, gewikkeld in doeken, zoals herders baby’s bakerden. Armelijk, maar wel beschut.

Kijk, die herders waren toen der tijd bepaald niet de belangrijkste of meest aanzienlijke mensen in de maatschappij. Aandacht doet hen -zoals alle aandacht- goed. Ze werden gezien. Iemand, gehuld in goddelijk Licht, vond hen de moeite waard. En wilde hen ook nog blij maken. Moed geven. Toekomstperspectief. Die Redder is er voor JULLIE, klonk het vanuit het Licht. Ga maar kijken. En ze gingen naar de stal…

Aan ons wordt zo een boodschap meegegeven: degene naar wie wij al zolang uitkijken... degene van wie wij al zo lang redding en uitkomst verwachten... degene die waarmaakt dat er genade bestaat... degene die de pijnplekken in ons hart kent, eerbiedigt en er liefdevol een zachte hand op legt... degene die ons bezweert dat er nieuw begin mogelijk is, in welke pijnlijk gebroken situatie ook: diegene is NU in ons midden. Ga maar kijken, en ontdek.

Bij dat arme, eenvoudige, verloofde setje is een kind gekomen. Hij is Redder, Messias. Vrede op aarde. Kijk en zie de kwetsbaarheid van de lang verwachte Redder. Aan de buitenkant niets bijzonders, gewoon een kind. Teder en zacht. Van binnen door God gevormd, zoals wij allemaal. Door alle tijden heen blijven mensen veel met zichzelf bezig, koesteren macht, aanzien en goede sier als belangrijke levensvoorwaarden.

Wij zouden wat vaker die stal mogen betreden. Dat maakt ons bescheiden. In een stal kun je je niet verschuilen achter rijkdom, weelde of sier … Daar is het wat het is. Niets wordt verbloemd, alles is direct duidelijk. Een mens komt daar tot leven in alle kwetsbaarheid. En, God is daar. Dat voel je meteen. Dat zie je direct. Daar, in de marge van het drukdoende leven.

De herders toen schatten als geen ander het nieuwe leven op zijn waarde. God heeft in hún wereld, in de marge, nieuw leven gebracht. Nieuwe hoop, perspectief. God redt! Wij mogen nu ná hen de stal binnen-gaan, met open hart. Gezien door God, die voor en onder ons Nieuw Leven wil zijn. Hoop. Perspectief. God redt! Die stal in alle eenvoud is beeld van ons leven, ogenschijnlijk gecompliceerd, maar kwetsbaar. En door God gedragen. Moge wij het met nieuwe ogen bekijken.
Zalig Kerstmis. 

Onderbezetting pastoraal team is geen ramp

                                                                           17 september 2019

Afgelopen 1 september is mijn directe (priester)collega vertrokken naar een andere werkplek. In een tijd waarin het aantal priesters niet explosief groeit en het pastorale werk alleen maar lijkt toe te nemen, voorwaar geen situatie waarop je je – in eerste instantie- extreem verheugt. Ik hoor mezelf deze weken al menig keer het woord ‘onderbezetting’ gebruiken om deze nieuwe werkelijkheid te duiden. Een negatief woord, want het legt de nadruk op het gemis.

En voorlopig voelt dat ook wel zo. De gewaardeerde collega wordt gemist. Zijn pastorale werk, zijn voorgaan, zijn belangstelling en aandacht voor velen en zijn tijdsbesteding (meer dan fulltime aanwezig). Een gemis ook, omdat we ‘recht hebben’ op een nieuwe priester in ons team. Maar ja, dan moet die er wel zijn. En áls er al een priester beschikbaar is, dan moet hij ook passen binnen het team dat de hele parochiefederatie St. Franciscus tussen duin en tuin probeert door deze tijden heen te loodsen.

Onderbezetting geldt ook voor het pastorale werk waar ik als geroepen beroepskracht mee te kampen heb. Ik zou wel meer willen, maar met een half-time aanstelling in de St. Elisabethparochie heb ik zo mijn beperkingen. Daarbij kan ik niet alle sacramentele bedieningen doen. Veel komt op een pastor af als hij/zij werkzaam is in een parochie. Maar, gelukkig heel veel wordt ook opgepakt door vrijwilligers die (soms al jaren) in de parochie actief zijn. Sommigen goed pastoraal of liturgisch geschoold, anderen achter de schermen met veel hand en spandiensten; allen zeer gemotiveerd. Van binnenuit, daar houd ik van.

Actief zijn in en voor de kerk raakt altijd aan je eigen geloofsbeleving. Dat ervaar ik ook als professionele kracht. Ik ben nu bijvoorbeeld meer dan voorheen voorganger in uitvaartplechtigheden (mijn vertrokken collega deed er veel). Dan word ik vaker geconfronteerd met de dood, met verlies van een dierbare, met mensen die groot verdriet moeten zien te dragen en wat we voor elkaar in deze situatie kunnen betekenen.

‘Onderbezetting’ spreidt een zeer smalle blik op de werkelijkheid ten toon

Daardoor mag ik meer nadenken over wat vanuit ons geloven aan troost, dankbaarheid en staan in de spanning tussen leven en dood wordt verteld. En ook over de vraag ‘wat is er na de dood?’- ‘wat zegt de Bijbel over leven na de dood’. En wat kunnen mensen met deze wijsheden? Een verdieping waar ik al wat vaker aan toe had willen komen, en nu - door de verandering in mijn werksituatie – automatisch ingetrokken wordt. Bij een uitvaart moet je een goed geloofsverhaal hebben dat aansluit bij de verwerking van degenen die achterblijven.

Actief zijn in en voor de kerk raakt altijd aan je eigen geloofsbeleving. Dat heb je ook vrijwillige kracht. Als bloemenversierder in de kerk, als lekenvoorganger, als koster of als koorzanger. In jouw bijdrage aan het geheel loopt de spiritualiteit als het ware met je mee. In jouw bijdrage zit impliciet of expliciet een stukje beleving van hoe geloof, kerk en alles wat hiermee te maken heeft, levendig gehouden kan worden. Alleen al het feit dat veel vrijwilligers elkaar bij een bakkie koffie treffen en met elkaar aan de praat gaan, is een waardevol pluspunt.

Intussen voel ik wel aan dat de term ‘onderbezetting’ een zeer smalle blik tentoonspreidt op de werkelijkheid. De kerkelijke werkelijkheid is breder en groter dan de pastorale bezetting. Dat is al decennia zo. De vraag om pastores is logisch, maar de waardering van het mede vormgeven aan het kerkelijk en gelovig leven door vrijwilligers is nog steeds te laag. Hóe serieus nemen we elkaar?

Veel vrijwilligers hebben een goed overdacht gelovig leven opgebouwd en zijn net zo intensief betrokken bij en verweven in de parochie-organisatie als menig pastor. Sommige vrijwilligers hebben zich pastoraal en liturgisch geschoold en hebben de tijd en de aandacht gevonden voor hun eigen gelovige ontwikkeling en zijn zo pastor-gelijk in datgene dat ze voor de kerk en andere gelovigen kunnen betekenen.

Ik zou willen stellen dat -onder de gegeven omstandigheden- de pastorale bezetting gelijk is gebleven, ondanks het vertrek van mijn collega pastor. De kerk, de geloofsgemeenschap, bestaat uit zeer ervaren, gelovig ontwikkelde mensen die hun hart op de juiste plek hebben zitten en geloof en leven willen blijven delen met elkaar. Heerlijk om onderdeel van zo’n geloofsgemeenschap te mogen zijn!

64. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

It feels like home

                                                                                                           3 september 2019
Het is het beste wat ons kan overkomen. Een student treffen die na een lang verhaal over stress, scriptie schrijven, niet begrepen voelen, eenzaamheid en tegen haar eigen klippen oplopend, huilend zegt: “Ik kom hier zo graag. Ik kan mezelf zijn, hoef me niet groot te houden en .. it feels like home.” Dan lopen bij mij de rillingen over de rug en voel ik: “Dit is pastoraat. Dit is voluit studentenpastoraat in wat het mag, moet en wil betekenen.”

Er wordt veel over geschreven, maar als je in de praktijk meemaakt dat (jonge) mensen in de mangel raken door hetgeen universiteit, internationale studie, verwachtingen van je ouders, van je land en van jezelf doet met een student, dan komt het altijd wel even binnen. Kan dit niet worden voorkomen? Waarom moet dit plaatsvinden? Hoe kunnen wij haar hieruit halen? Waar liggen haar kansen om sterker te worden en zich niet te blijven wringen in alles dat haar van haar eigen, gezonde levenslijn afhoudt?

Het is gecompliceerd, mede door het feit dat ze uit een land komt dat hoge verwachtingen van haar en haar studieresultaten heeft. Een land dat via haar ouders druk op haar uitoefent en niet begrijpt waarom studeren in het Westen haar heeft beïnvloed. En zij zelf merkt dat dat wel is gebeurd, maar kan het nog niet goed uitleggen aan haar ouders en haar land.

Ondersteunen in het orde op zaken stellen en dilemma’s benoemen. Helpen om de verschillende kanten van dit complex verhaal op een rijtje te krijgen en daar keuzes in te kunnen maken. De gelegenheid geven om haar verhaal te doen, een traan te laten en een knuffel te ontvangen. Aangeven dat het goed is waar ze voor kiest, dat het haar keuze is, het pad dat zij nu wil gaan. Zeggen en dit waarmaken dat ze bij ons -in dit geval aan tafel- terecht kan voor een gesprek en voor steun.

Bij thuis denk je – hopelijk - aan veiligheid en geborgenheid, aan liefde en gezien worden

Thuiskomen is misschien wel het meest belangrijke voor ieder mens. Thuiskomen kent vele componenten, waarvan thuiskomen bij jezelf wellicht het meest waardevolle is. Maar ja, wie bén ik? Waar, hoe en bij wie kom ik thuis? Jezelf zoeken en vinden is volgens mij een levenslang proces. In je kinder-, puber- en studententijd word je veel aangereikt aan normen en waarden, beginselen waartoe je je mag verhouden. Algemeen belangrijke zaken krijgen een verhouding met jou als individu, als mens. Soms kun je er wat mee, soms (nog) niet. Wat je ermee doet, bepaalt wie jij wordt als mens.

Ervaringen met mensen, met processen, met zaken die in je leven plaatshebben gaan die normen en waarden dan vlees op de botten bezorgen. Je leven wordt ingekleurd met die ervaringen én met hoe jij ermee omgaat. De inkleuring is soms willekeurig, soms via een gekozen pad, maar veel komt gewoon op ons af in ons leven. En daar heb je dan maar mee te dealen.

Hoe je met verschillende ervaringen omgaat, leer je gaandeweg. Met horten en stoten en door schade en schande leer je om te gaan met alles dat op je afkomt. Soms moet je het zelf uitzoeken, soms leven anderen het je voor en kun je in hun voetsporen treden. Soms wil je volgen, maar kies je toch een andere afslag. “Omdat dat beter voelt”, zeggen we dan vaak. Wat dat precies betekent, maakt ook wie jij bent.
Je ontwikkelt eigenschappen als ‘er voor een ander zijn’, “voor jezelf opkomen”, “vrienden zijn voor elkaar”, “familiebanden waarderen (of niet)”, “bescheidenheid” en dus ook “thuiskomen”.

Als je thuiskomt, of beter: als je het gevoel hebt dat je ergens of bij iemand thuiskomt, dan geeft die persoon of situatie zoveel herkenning van wat léven volgens jou inhoudt en wat ertoe doet, dat je het de titel THUIS geeft. Bij thuis denk je – hopelijk- aan veiligheid en geborgenheid, aan liefde en gezien worden, aan ertoe doen en belangrijk zijn voor de ander. Daar waar je jezelf mag zijn en waar je gekend bent.

Thuis weten ze soms nog beter wie jij bent, dan je zelf onder woorden kunt brengen. Daarom is thuiskomen ook zo belangrijk voor elk mens. Als een instelling als het studentenpastoraat ‘feels like home’, dan doen we - met elkaar- iets heel goeds: iemand leiden naar zijn of haar eigenste zelf. En daar mogen we niet alleen heel erg blij, maar ook heel dankbaar voor zijn.

63. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden

Elke zelfdoding is een ander verhaal

Eindelijk, we spraken elkaar weer eens. Na maanden van radiostilte zaten deze vrijwilliger en ik weer eens aan de koffie om te praten over hoe de activiteit, die hij leidde, verliep. Het was lang, te lang geleden, dat we elkaar hadden gezien, laat staan gesproken. Dus ik vroeg waarom hij zo slecht had gereageerd op mijn appjes en mailtjes. Het hoge woord kwam eruit: een van zijn studiegenoten had zichzelf van het leven beroofd. Daar was hij wel een paar weken mee zoet geweest.

Zoals vaker met zelfdoding blijven mensen achter met veel vragen. Zo ook hij. Samen waren ze een week lang langs verschillende hulpverlenende instanties gegaan, maar met ‘nul resultaat’ zoals hij het verwoordde. Zijn vriend was zwaar depressief en zag het allemaal niet meer zitten. Hij was meegegaan en voelde zich verantwoordelijk. Ook voor zijn dood? Dat werd niet helemaal duidelijk. Gelukkig behoorden zij beiden tot een studie-vriendengroep die elkaar had opgevangen, veel gepraat en elkaar opgezocht. Nu, drie maanden later, was ogenschijnlijk de rust weergekeerd en had iedereen het min of meer een plekje kunnen geven.

Zoals vaker met suïcide blijven mensen achter met veel vragen. Het lijkt niet eerlijk. Degene met de grootste problemen heeft de dood als oplossing gezocht en gevonden. Degenen die achterblijven hadden nog de hoop dat het leven hem opnieuw zou kunnen begeesteren en een leefbare toekomst zou geven. Iedereen zette zich 100% in om dat samen te verwezenlijken. Zelfdoding is dan een streep door de rekening en voelt als tekortgeschoten. We hebben het niet gered. We hebben hem niet gered. Was er geen andere keuze meer?

De insteek en intentie is tegengesteld. De achterblijvers zoeken het leven, de ander zoekt de dood. De achterblijvers stellen zich open voor de ander, de ander versmalt zijn blikveld en lijkt niet anders te kunnen dan in een spiraal naar beneden te gaan. De achterblijvers accepteren dit niet, de ander is dat stadium allang voorbij. Tegengestelde werking en de vraag in die laatste fase is: bereik je elkaar nog? En achteraf: hadden de achterblijvers meer kunnen doen? Waarschijnlijk niet.

Bij elk verhaal over zelfdoding (en ik hoor er te veel) moet ik denken aan die jongen, die ik slechts kende via een van mijn huisgenoten tijdens mijn studietijd. Hij woonde in hetzelfde flatcomplex als ik, op een andere galerij en een hogere etage. Ik ben één keer bij hem op zijn kamer geweest. Een geheel zwart geschilderde kamer met in een bovenhoek een geel geschilderde zon. Deze zon werd steeds kleiner. Hoe slechter hij eraan toe was, des te kleiner werd de zon…. Uiteindelijk is hij van de flat gesprongen.

Het was naargeestig en triest om als jongeman dit bij een leeftijdgenoot te zien gebeuren. Tegelijkertijd was het ook direct duidelijk dat de zelfgekozen dood onontkoombaar zou zijn voor deze mens. Iedereen zag het aankomen. En toen het gebeurde, waren velen toch in een shock. Was het toch zover gekomen dat de zon zo klein was, dat er door hem geen hoop en licht meer gezien werd om te leven...

Elke zelfdoding is een ander verhaal – want een ander mens-. Zelf kiezen om een einde aan je leven te maken heeft veel verschillende oorzaken en redenen. Psychiatrische patiënten hebben een andere strijd dan mensen die ogenschijnlijk gezond zijn. Wat zelfgekozen dood altijd meebrengt (is dit wel de goede term? Is er altijd sprake van een keuze?), wat zelfdoding altijd meebrengt is de constatering – vroeg of laat- dat het leven -jouw leven- geen zin en/of betekenis heeft. Dat je gemist kan worden, geen bijdrage levert aan ‘de wereld’ of dat je zo lijdt aan de wereld en/of het leven dat het niet meer leef-baar is. Dus dat je dood móet.

Zelfdoding is egoïstisch, of in ieder geval ego-centrisch, en ik denk: eenzaam. Maar, er is ook (veel) moed voor nodig om de hand aan jezelf te slaan. Dat vergeten we wel eens. Niemand doet het zomaar...
Wat blijft zijn de vragen van ons, mensen die achterblijven. Wij, mensen die van het leven -ons leven- houden en niet echt kunnen begrijpen (en dat is ook zwaar moeilijk) dat iemand anders zo lijdt aan het leven dat hij/zij geen andere uitweg meer ziet dan de dood. Mee-lijden hebben we gedaan, maar het was niet genoeg om iemand terug bij de stroom van het leven te krijgen. En dat kan altijd een beetje blijven knagen bij ons….

Misschien, heel misschien, kunnen we IN de zelfdoding ook een beetje verlossing zien, verlossing, die nodig is om het leven achter je te laten.

62. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Debat-discussie-gesprek           9 juli 2019
We zaten gezellig te keuvelen en iets viel me op: bij elke twee of derde zin gebruikten de twee zussen tegenover me het woordje ‘maar’. Ik zei hardop dat me dit opviel en de eerste, die veel teevee kijkt, reageerde direct: “Jahaa, dat komt omdat ze in de Tweede Kamer ook zo vaak het woordje ‘maar’ gebruiken. Bij elke interruptie begint iemand met maar…

En wat dacht je van die talkshows. Jeroen Pauw zit er altijd bovenop met maar..” “Ja”, zei ik, “maar in de Tweede Kamer zijn ze er om te debatteren. Jullie toch niet? En Jeroen Pauw moet strijd brengen in het gesprek, anders kijkt niemand meer. Maar jullie? Ik hoop dat jullie gewoon een gesprek willen voeren met elkaar en niet elkaar vliegen afvangen of constant een andere overtuiging tegenover het ingebrachte willen zetten…” “Goh, we zullen er eens op letten”, was het antwoord.

Later moest ik denken, dat het tegenwoordig zo snel en zo vaak gebeurt tussen mensen. Ook ik zal er last van hebben. Alsof we de hele tijd voor onszelf moeten opkomen, ons moeten profileren tegenover anderen (soms ten koste van anderen). Alsof we anders geen recht van bestaan heb-ben, geen ruimte krijgen van anderen. Maar hoe kunnen we nu echt luisteren naar een ander als we zo veel met onszelf bezig zijn?

Onze eigen gedachten, onze eigen gevoelens, onze eigen ervaringen, verlangens en wensen lijken niet verloren te mogen gaan en te moeten worden ingebracht naast of tegenover andermans inbreng. Waarom mag en kan die ander niet de gehele ruimte vullen? Van onze kleindochter (bijna 7 jaar) snap ik het als ze zegt: “Ja maar opa…” Zij is het middelpunt van het universum, alles draait om haar en als opa dan iets anders wil dan zij in gedachten had, dan is het logisch dat zij bezwaar hiertegen aantekent en zich roert met de woorden ‘ja maar opa..’ Er is toch niets belangrijker dan wat zij te zeggen heeft?! Van volwassen mensen verwacht ik het niet meer, behalve inderdaad in debatsituaties. Zijn we verleerd om de ander ruimte te geven zonder zelf ten onder te gaan?

Vrede in ons hart
vraagt om beheersing en trigger-herkenning



“Laat je eerste woord vrede zijn” zegt een bekende prediker uit het jaar nul. Ouderwets? Wijsheid uit lang vervlogen tijden die nu niet meer geldt? Als ons eerste woord voor de ander ‘vrede’ kan zijn, dan komt er niet zo snel een ‘ja maar’, want dan ligt een waarachtige ontmoeting op de loer. En owee als die toeslaat…. Dan kunnen we wel eens zomaar een goed, nee een heel goed ge-sprek hebben met elkaar. Zo’n gesprek waarvan we achteraf tegen elkaar zeggen: bedankt. Heer-lijk om op deze manier even te praten. Zouden we vaker moeten doen 😊.

In een goed gesprek kunnen verschillen naast elkaar bestaan zonder dat ze ons wegdrukken. Als ze er zijn, worden ze ook niet aangescherpt om de ander in de aanval te krijgen. Als ons eerste woord ‘vrede’ is, dan geeft dat direct ook onze intentie aan. En… we kunnen dat alleen maar zeggen vanuit een innerlijke rust en vrede. Die vrede in ons hart moeten we ons niet laten ontnemen. Dat kan best wel moeilijk zijn en vraagt om beheersing en trigger-herkenning.

Zo’n andere houding opent ruimte voor gesprek en horen wat de ander zegt. Is hij/zij belangrijker dan mijn inbreng, woordendrang of profilering? De ander oprecht gemeend vrede toewensen, maakt hem of haar tot onze naaste en niet onze tegenover. Ik denk dat onze wereld hierdoor zeker een stukje beter zou worden.


61. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPEN-BURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

BLOGisch, ontmoetingen die ergens toe leiden

waltherburgering2013@gmail.com is het emailadres om 26 gebundelde BLOGs van pastor W. Burgering te bestellen. Eind november 2018 is dit in boekvorm verschenen onder de titel BLOGisch. Ontmoetingen die ergens toe leiden. Een mooi, zinvol geschenk. Voor slechts 10 euro verkrijgbaar bij de boekhandel of direct  bij de schrijver.    

Over grenzen van tolerantie                                      28 mei 2019

Ze hadden er zelf om gevraagd: een gesprek over de grenzen van tolerantie. Deze studenten zien elkaar eens per maand in het kader van een groep genaamd Geloofsoriëntatie. Een laagdrempeli-ge groep die het geloofsgesprek bij jonge mensen op gang houdt. Iedere keer wordt aan de hand van een thema een boeiende, interactieve avond belegd. Dit keer over de verhouding tolerantie en intolerantie. Of misschien beter: tolerantie en dominantie van ideeën over godsdienst.

“De brutalen hebben de halve wereld.” Deze uitdrukking hoorde ik vroeger al vaak. Ik moest hier direct aan denken toen het tolerantie-thema opdook. Alsof de grootste schreeuwerds altijd gelijk hebben! De reclame van die rechtsbijstandsverzekering speelt daar zo goed op in. Bij aanrijdingen of ongelukken zijn er altijd mensen die met een hoop emotie een bulk commotie veroorzaken, waardoor de geschrokken andere betrokkene in zijn of haar schulp kruipt en bakzeil haalt.

De brutalen hebben de halve wereld. Maar de anderen de andere helft van de wereld, leerden wij vroeger al snel. Zo ook na ongelukken. Als het stof is opgetrokken, kunnen de feiten naast elkaar worden gelegd en zaken fair en rustig worden geregeld.

De studenten van Geloofsoriëntatie vinden het – net als ik- lastig om goed, tolerant, om te gaan met mensen die zich intolerant of dominant opstellen. Mensen met een mening, een mening die per se gehoord moet worden. Waarom? Omdat die – volgens hen- niet alleen belangrijk is voor het gesprek met jou, maar ook voor het gesprek van alle tijden…. Okay dan.

Grenzen dóórbreken dient slechts hun 'kruistocht  voor de waarheid

In de groep legden we eerst maar eens de focus op wat tolerantie is. We vulden een werkblad in uit een lessenreeks over Spinoza en tolerantie onder de titel ‘Hoe tolerant ben jij?’ De kwesties brachten ons naar situaties waarin wordt gevraagd wat jij wel of niet toelaatbaar vindt of … sóms toelaat. “Iemand zegt dat een bepaalde politieke partij in Nederland verboden moet worden.” Toelaatbaar of niet? Of: “Enkele leden van je sportclub willen op een vaste dag in de week geen wedstrijd spelen.”

In ons gesprek definieerden we tolerantie als: elkaar de ruimte geven. Je geeft de ander in jouw wereld de ruimte om te zijn. Hij/zij heeft recht op zijn/haar wijze van geloven en de expressie hier-van. Dit komt onder druk te staan als anderen over jouw grens heengaan die jouw eigenheid aan-tast en je vertellen dat je zó moet denken zoals zij. Omdat er maar één waarheid is. Die waarheid is voor hen objectief, onveranderlijk en heilig. Daar mag je dus helemaal niets van vinden; je kunt het be-amen of afwijzen.

Al pratende kwamen we erachter dat ‘mensen met een mening’, een duidelijke en onveranderlijke mening, de ander dus totaal geen ruimte geven, omdat ze menen ‘de waarheid’ in pacht te hebben. Zij vinden een vaststaande, altijd geldende waarheid aan hun zijde. En daarom moeten ze anderen – koste wat kost- voor deze waarheid winnen. Dat ze daarmee grenzen dóórbreken van omgangsvormen als luisteren, hoor en wederhoor of een eigen mening/overtuiging mogen hebben, dient slechts hun ‘kruistocht’ voor de waarheid. Wij kozen in ons gesprek toch meer voor het gesprek en de ontmoeting als vorm van overtuigd raken…

Dan is het mooi om afgelopen weekend in de zondagslezing uit de Handelingen van de apostelen Petrus aan onze zijde te weten en hem te horen waarschuwen dat we God niet moeten tarten door aan niet-joodse christenen een juk op te leggen dat ze zelf niet hebben kunnen dragen! Hij adviseert dat het afwegen van wat nodig, mogelijk en haalbaar is, beter is en hoort bij de werkzaam-heid van de Geest. Tolerantie dus, elkaar ruimte geven, de Geest laten werken en niet elkaar het juk (van de enige waarheid) opleggen.

Een beroep op de waarheid, de altijd geldende regel of wet, wordt snel ondraaglijk. Het gesprek onder studenten – maar ook onder ons- over tolerantie blijft belangrijk. Het pleidooi om elkaar ruimte te geven is van alle tijden, net zoals de behoefte om zekerheid te beleven aan allerlei ingesleten gewoontes en regelgeving. Misschien moeten we het wel meer hebben over de vraag waarom sommige mensen zekerheid en waarheid nodig hebben en anderen kunnen leven met gelovig vertrouwen... 


60. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPEN-BURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Twijfelen is goed 

“De enige zekerheid die je hebt in het leven, is dat je doodgaat.” Een bekend gezegde dat ons aangeeft om meer met onzekerheden te leren leven, dan met zekerheden. Toch proberen we meestal juist zoveel als mogelijk in ons leven te regelen, af te spreken, vast te leggen en onder controle te krijgen. Controle, zekerheid is één. Geloof, twijfel, onzekerheid is het andere. Vaak lopen ze in het leven door elkaar heen.

Heeft twijfelen zin? Twijfels hebben lijkt belangrijk. Je stelt vragen bij de meest normale zaken van het leven, je vraagt je af of een regel goed is – of het niet anders kan, omdat bijvoorbeeld de menselijke waardigheid in het geding is. Je twijfelt of een wet datgene bewerkstelligt dat goed is voor álle mensen… Twijfelen is: niets voor vanzelfsprekend aannemen en toetsen of het (nog) wel goed is, voor jou of voor een ander. Niets ligt vast voor de eeuwigheid, toch? Inzichten kunnen veranderen. Ideeën over wat rechtvaardig is, of wenselijk, acceptabel en dergelijke ook. Kijk naar de #Metoo-discussie of naar ‘t seksueel misbruik in de kerk. Vragen stellen bij grensoverschrijdend gedrag is belangrijk, juist ook omdat onze levens continue veranderen.

En wat te denken van twijfels over wat en in wie je gelóóft. Dat spreken we in het algemeen niet zo makkelijk en snel uit. Terwijl iedereen, ook pastores, twijfelen. Ons gezonde verstand geeft aan dat sommige zaken van het geloof of van de kerkelijke leer best wel lastig te begrijpen zijn. Hoe kan Maria maagd gebleven zijn? Hoe zijn verschillende wonderen te verklaren? Jezus was mens, maar was Hij ook God? Waarom kunnen homoseksuelen niet voor de kerk trouwen? Waarom worden gescheiden mensen verketterd in plaats van liefdevol opgevangen? Geloven wij dat alles dat in de Bijbel staat ook écht zo is gebeurd? Die steen? Dat graf? …Verrijzenis?

Geloven is pas vruchtbaar
als het voor onszelf gaat léven


Natuurlijk, alles is in kerkelijke statements gevat en aangereikt als ‘geloofswaarheden’, maar betekent dat dat we er geen vragen bij mogen stellen? We hebben ons gezonde verstand toch niet voor niets gekregen. Naast ons geweten is ons verstand een zeer belangrijk instrument om ons zaken eigen te maken, die bij ons mens-zijn horen. Dus je verstand blijven gebruiken als er twijfels rijzen, is goed. Het is zelfs beter dan alles klakkeloos voor ‘waar’ aannemen… Geloven is pas vruchtbaar als het voor ons zelf gaat léven. Vragen stellen, twijfels uiten brengt onze ervaring met geloven of met het leven dichterbij, maakt het meer van ons. Onze twijfels en vragen voor ons houden, niet uitspreken, scheept ons op met een schijnzekerheid waar niemand iets aan heeft….

Toen ik een jaar of 19 was, zocht ik een pastor op om te spreken over een probleem dat ik had. Ik had mijn twijfels over God en was af en toe ook bang voor God. Deze pastor luisterde goed naar mij, vroeg door op mijn gedachten, mijn vragen en mijn gevoel. Het was fijn om zo serieus genomen te worden. Tegelijkertijd zag ik ook zijn schrik. God was niet bedoeld om bang voor te zijn, maar juist om veilig bij te kunnen schuilen. Dus hij gaf mij allerlei voorbeelden uit zíjn leven, waaruit dat bleek. Na afloop was ik blij dat ik hem in vertrouwen had genomen en mijn vragen had voorgelegd.

Er is zoveel om aan te twijfelen, dat we ook zekerheden nodig hebben om mee te leven. Het christendom vermorzelt zelfs de zekerheid dat we doodgaan. Althans, doodgaan doen we wel, maar we geloven dat het leven doorgaat bij God. Verhalen in de Bijbel over verschijningen van Jezus – we lezen er nogal wat in deze Paastijd tot aan Pinksteren- roepen vragen op. Doodgaan, opstaan, een leeg graf… het is nogal wat! Wat ervan te geloven? Een verhaal te mooi om waar te zijn…

Het is goed om onze twijfels hierover te uiten. Niks mis mee. Twijfelen mag. Maar geloven zij ons ook gegund. Te midden alle onzekerheden een kleine zekerheid, geloof ik....

Ontmoeting in de stilte                                     27 april 2019

Gesprekken met studenten zijn altijd boeiend. Zeker als ze plaatsvinden in het kader van het studentenpastoraat waarin ik mezelf mag aanbieden als een meedenker, pastor en af en toe als wijze man. Een paar weken geleden was het gespreksonderwerp ‘Stilte’. In een rustig voortkabbelend vaak zeer persoonlijk gesprek bevraagden wij elkaar op de stilte om ons heen, de stilte in onszelf en de angst voor de stilte. We herkenden ons in een student, die vertelde de stilte sociaal op te vatten.

“Ik vind het moeilijk als er stiltes vallen in een gesprek”, zei ze. “Dan ga ik die snel opvullen door iets te vragen of iets te vertellen.” Wat is er ongemakkelijk aan? Het bleek te maken te hebben met vertrouwdheid. Bij een gezinslid was een stilte in een gesprek niet zo erg, bij een vriend(in) wel. Daar moest gesproken worden om elkaar te ontmoeten. Bij een stilte leek het wel of je uitgepraat was. Dat was je natuurlijk wel even, maar dat gaf geen goed gevoel… ‘Dus’ ging je weer praten. Waarover was niet zo belangrijk.

Door stilte sociaal op te vatten konden we even weg blijven bij de stilte in onszelf. Maar niet voor lang, want de vraag kwam op: kunnen we als we alleen zijn nog wel stil zijn? Ik vertelde mijn eigen ervaring van een 5-daagse retraite in het klooster voordat ik mijn wijding ontving. Vijf dagen niet praten. Niet aan tafel, niet in de kerk, niet buiten bij het wandelen. Alleen het halfuurtje per dag met mijn begeleider werd pratend doorgebracht. Ik weet dat ik de derde dag bekant gillend gek werd. Ik móest praten. Wat moest ik met die stilte?

Nu gaat die onrustig makende toestand ook over als je je realiseert dat je niet van jezelf kunt weglopen en in alle confrontatie met jezelf ook rust mag vinden. En zo kwamen we op dat andere thema: rust, balans. Stil worden of de stilte in jezelf zoeken, is rust ervaren. Voelen dat rust goed is naast, of in, de hektiek die het dagelijks leven vaak is. Rust is: pas op de plaats maken. Even niets aan je hoofd hebben, niets turbulents in je hart voelen gisten. Rust is voedingsbodem voor stilte, en andersom. Een andere bewustzijnservaring, meer relativerend.

Als je stil kunt zijn met iemand anders,
is er veiligheid, geborgenheid
en aandacht zonder woorden


Rust, en dus ook stilte, krijg ik als ik mij in het heden beweeg, zowel letterlijk als in gedachten. Ik heb dat gaandeweg geleerd door mij te onttrekken aan datgene dat druk op mij legt. Dat kan mijn agenda of telefoon zijn of de gedachte ‘dat ik nog zoveel moet doen en zo weinig tijd heb’. Het is vaak even tijd en aandacht besteden aan wat er daadwerkelijk op dit moment allemaal even in mij omgaat en dat ruimte geven om gezien te worden.

Het meest belangrijke moment voor deze meditatieve houding is voor mij voor het slapen gaan: niet denken aan wat de dag van morgen mij allemaal gaat brengen, mijn agenda scannen om te ontdekken wat ik allemaal