Alleen vooruitkijken is niet goed

                                                                                                                     14 juli 2018
Je hoort het vaak zeggen bij reorganisaties in bedrijven of bij groot en klein menselijk leed in de privésfeer: je moet wat gebeurt is achter je laten en nu vooruitkijken. Ogenschijnlijk een logisch advies of beleid om verder te gaan en niet achterom te kijken. Hoe goed bedoeld ook, de kans dat dit desastreus werkt is aanwezig. Ieder mens leeft zijn geschiedenis en die geschiedenis, met al wat daarin heeft plaatsgehad, kun je niet ontkennen. Een streep eronder, niet meer terug kijken maar alleen vooruit, ontkent alles dat je als mens bent, namelijk; datgene dat jij zelf hebt beleefd.
Natuurlijk, je kunt hetzelfde meemaken maar anders beleven, omdat je een ander mens bent. Dit zie en hoor je vaak van broers en zussen als ze terugkijken op het gezinsleven thuis toen ze nog onder vaders en moeders vleugels bivakkeerden. Dezelfde feitelijke herinneringen, maar anders opgeslagen, anders geïnterpreteerd en anders beleefd.
Dit zie je ook bij bedrijfssluitingen en/of -reorganisaties. Afhankelijk van je (hoge of lage) positie kijk je anders naar zo’n proces en beleef je zo’n proces meer of minder intensief, meer of minder schokkend. Natuurlijk mede afhankelijk van hoe de toekomst er voor jou uit zal zien ná die sluiting of reorganisatie. Is er nog (ander) werk voor jou?

                                     In  vrijheid vooruitkijken

Je leeft je eigen geschiedenis in de context van de samenleving, de tijd en de plaats waar jij woont en/of werkt. Je leeft je eigen geschiedenis vanuit de normen en waarden die je van huis uit hebt meegekregen. Je leeft je eigen geschiedenis vanuit jouw karakter en talenten, beperkingen en wel of niet benutte kansen die je hebt gehad. Zo leef je niet alleen je eigen geschiedenis, maar be-leef je je eigen geschiedenis. Die is hierdoor en hiermee gekleurd. En daarmee wordt jouw geschiedenis individueel én uniek. Om dan te horen dat je niet terug moet kijken, maar juist vooruit. Naar het nog niet gebeurde, naar het nieuwe, naar het komende… is dat niet wat veel gevraagd?

Terugkijken heeft zo zijn voordelen. Al terugkijkend analyseer je wat er is gebeurd en wat er voor jouw gevoel goed of fout is gegaan. Hier kun je van leren. Hier kun je lessen uit trekken, waardoor je in de toekomst zaken kunt voorkomen. Al terugkijkend zet je zaken op een rijtje, verwerk je moeilijke levensgebeurtenissen en zoek je steun bij anderen, maar ook ankerpunten binnen jezelf. Al terugkijkend formuleer je voor jezelf conclusies. Op grond van deze conclusies kun je – normaal gesproken- het heden en de toekomst goed leven… in het reine gekomen zijnde met jouw eigen keuzes, lot, bestemming en geschiedenis. Dit kan overigens alleen maar als je écht eerlijk tegenover jezelf kunt en durft te zijn.

Ik zou mijn eigen geschiedenis niet willen verloochenen of ontkennen, omdat iemand tegen mij zegt dat je alleen vooruit moet kijken. Ik kijk graag terug naar hoe zaken in mijn leven zijn verlopen. En dat is zeker niet altijd positief of mooi afgerond. Er is ook voor mij nog werk aan de winkel om helemaal tevreden terug te kijken op mijn leven. Er is altijd wel iets dat ik anders had willen doen, achteraf bezien.
De vraag is: kan ik hiermee leven? Nee? Dan moet ik er iets mee. Het houdt me gevangen en zit me dwars. Kan ik het zelf oplossen? Heb ik iemand hierbij nodig? Ga aan de slag! Kan ik er wel mee leven, omdat ik achteraf gezien het een volgende keer anders zou aanpakken? Dan kan ik het laten rusten en in vrijheid vooruitkijken.

Wegens zomertijd verschijnt deze blog is minder frequent dan normaal. Dit is de veertiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag: www.stichtingbakboord.nl.

Elkaar ruimte geven, ook in het verkeer ...

                                                                                                           6 juli 2018

Het verkeer is heel vaak bron van ergernis. Afgelopen week werd ik aangenaam verrast toen ik op de racefiets dwars door Den Haag toerde. Eerst werd ik ingesloten op een smal fietspad in de drukke binnenstad door vier jengelende scooters. Die gingen vlak voor mij opeens een stuk zachter rijden en maakten plaats… niet voor mij maar voor een fietser die achter twee wielen naast elkaar nodig had om in evenwicht te blijven. Met een respectvolle afstand gingen ze hem rustig één voor één voorbij. En, alleen dáár waar echt heel veel ruimte was om te passeren. Ik dacht: “Zie ze nu eens heel erg netjes die fietser de ruimte geven… wow! Zo kan het dus ook. Mooi toch?!” Op de terugweg -toegegeven ik had wat haast- ergerde ik me al een paar keer aan fietsers en brommers die zonder te kijken voor mij het fietspad opschoten, waardoor ik elke keer vaart moest minderen, op de pedalen moest gaan staan om weer op gang te komen. En jawel hoor, vlak voor Loosduinen kwam een fietser met een rolkoffer hangend achter zijn bagagedrager het pad op gedraaid. Ik in de remmen, “rustig aan” zei ik nog tegen mezelf, waarna ik een keurig enkelvoudig fietsbelbelletje gaf. De man in kwestie ging naar rechts en mopperde wat toen ik hem voorbijfietste. Driehonderd meter verderop bij het rode stoplicht kwam ik hem weer tegen en zei: “Had je last van mijn belletje?”
“Ja, eigenlijk wel”, zei hij. “Ik heb aan de kust gewoond en daar scheuren ze voorbij.”
“O, er is een verschil tussen een racefietser alleen en een hele groep, he”, zei ik
“Ja, dat is waar. Bij een groep wordt geschreeuwd: aan de kant!”
“Ik heb speciaal een fietsbel gemonteerd om te waarschuwen dat ik eraan kom.”
Het stoplicht sprong op groen.
“Super man. Goeie dag verder.”
En twee glimlachende mannen vervolgden hun weg.

Uitnodiging tot samen leven

Kijk, zo kan het ook. Ik fietste inderdaad met een vette lach verder en moest direct aan de berijders van de scooters van de heenweg denken. En vervolgde met de gedachte: “Als we nu eens allemaal wat aardiger tegen elkaar waren in het verkeer, dan zou het veel meer ontspanning zijn voor iedereen.” De week ervoor had ik een heel gesprek gehad over ons kleine land waar we de recreatieve ruimte vaak met vier verschillende groepen moeten delen: wandelaars, hardlopers/trimmers, fietsers en paardrijders. Ieder met zijn eigen behoeften. Voor allen is het ontspanning. Daarin hoef je elkaar niet in de weg te zitten. Maar al degenen die inspanning leveren voor de ontspanning staan soms onder hoogspanning en gunnen de anderen maar weinig ruimte. De spanningsboog is dan maar erg klein. Terwijl het een kleine moeite is om elkaar ruimte te geven en de ontspanning te laten. Scheelt jezelf ook veel ergernis, en geeft dus extra ontspanning.
Mildheid. Dit woord spookte tijdens het verder fietsen door mijn hoofd: Mildheid of zachtmoedigheid. Het is één van de twaalf vruchten van de H. Geest (Gal. 5). Misschien komt deze vrucht met het voortschrijden van de jaren. In ieder geval start het – ook in het verkeer- met elkaar de ruimte te geven en het vertrouwen dat de ander hier geen misbruik van zal maken. Die vruchten zijn belangrijk voor een goede communicatie met elkaar. Daar begint alle menselijk handelen mee. De houding, de blik, de woorden, de toon van je stem, de stand van je handen, hoofd en romp…als die ‘in de aanval’ staan of ‘neutraal’, als die ‘verdedigend’ staan of ‘onverschillig’… het roept direct een (felle) tegenreactie op. Als jouw houding, blik, stem, handen, hoofd en romp uitnodigend of zachtmoedig staan, dan is de reactie over het algemeen ook positief. Zo nodigen we elkaar een beetje meer uit tot samen leven. Dat doen we per slot van rekening niet alleen.

Wegens zomertijd verschijnt deze blog is minder frequent dan normaal. Dit is de dertiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag: www.stichtingbakboord.nl.

Wat doet u? Ik stel moeilijke vragen...

                                                                                              3 juli 2018
Soms gebeurt het zomaar. Een nieuw gezicht bij de internationale studenten op een eetactiviteit. Gezellig gekeuvel in de keuken vooraf en toevallig tegenover die meegenomen jonge vrouw aan tafel. “Wat doen jullie hier eigenlijk allemaal aan activiteiten, en waarom?” Een normale vraag, want studentenpastoraat laat zich tegenwoordig niet meer institutioneel en duidelijk afficheren. Ondanks de hoeveelheid posters voor de ramen komt deze vraag naar onze identiteit altijd weer om de hoek kijken.
Onze activiteiten zijn gericht op studenten, maar worden soms ook door studenten zelf vormgegeven. Als jij iets wilt of je hebt een idee, dan gaan we rond de tafel en proberen je zodanig te ondersteunen dat een idee vorm krijgt en ten uitvoer gelegd kan worden. Zo zijn in de loop der jaren cursussen gegeven in hooggevoeligheid, ondernemerschap-iets voor jou. Ook yoga, meditatie, kloosterweekend of een Taizeviering behoren tot het aanbod. En ontmoetingsactiviteiten  zoals genoemd samen eten.
Waarom doen we dit? Om een bijdrage te leveren aan de persoonlijke ontwikkeling van studenten. Veel studerenden verdrinken bijna in de academische wereld waar kennisoverdracht het meest belangrijk is. De prestatiedruk is de laatste jaren fors toegenomen en de focus op kennisoverdracht dus ook. Daarmee dreigt een essentieel onderdeel van levenswijsheid in het gedrang te komen, namelijk het integreren van kennis in de wijze waarop jij je leven gestalte wilt geven en na te denken over of alles wel past in jouw wereld- en mensbeeld. Levensvorming heet dat. Vaak is daar tegenwoordig amper tijd voor en ga je na je studie aan het werk zonder échte verwerking van wat je hebt gestudeerd.

Als studentenpastoraat denken we dat het überhaupt belangrijk is om over de zin van je leven en de zinvolheid van de wereld na te denken. Dat kan vanuit een christelijke perspectief, maar ook vanuit elke andere levensbeschouwelijke achtergrond. Dat kan vanuit de actualiteit of jouw eigen individuele vraag, maar ook vanuit ontwikkelingen in de samenleving en (internationale) verhoudingen. Van belang is dat je als ontwikkelend mens aandacht besteedt aan wat jouw onderzoek en genoten onderwijs betekent voor jezelf, voor de mensheid en voor de wereld. Daarbij stil staan, dat kan uitgebreid bij het studentenpastoraat.

                  Wie weet nu op zijn 25ste al wat hij met zijn leven wil?

Dat is dus heel divers en elk seizoen zien wij weer nieuw dingen ontstaan. Tegelijkertijd zijn er ook constanten, die we steeds terugzien. Die hebben te maken met ontmoeting en leren aan het leven. Niets mooier dan van elkaar te leren hoe je in het leven kunt staan. Niets mooier dan van elkaar te horen dat sommige vragen geen pasklaar antwoord hebben. Niets mooier dan mét elkaar te zoeken naar waarden, normen en zinvolheid en die te vertalen in concrete initiatieven of in een goed open gesprek aan de orde te hebben….

En tussen al dat moois zat zij zich een weg te zoeken wat ze hiermee nu allemaal moest. Dus vroeg ik of ze ook studeerde. Nee, ze werkte. Ze had gestudeerd en werkte nu in de praktijk, maar wist niet zeker of ze dit moest blijven doen. Ze had het naar haar zin, maar wilde eigenlijk iets anders. Er was zekerheid, maar ook de onzekerheid of dit het nu was. Herkenbare vragen. Herkenbare situatie. Wie weet nu op zijn of haar 25ste wat hij/zij met het leven wil?
Daarnaast streden binnen haarzelf vragen om voorrang. Waarover gaat dit leven? Wat wil ik ermee? Hoe moet ik mijn idealen vormgeven? Waarop zit de wereld, waarop zit ik te wachten? Precies het soort vragen waar pastores mee bezig zijn. “Ik ben eraan toe om eens met iemand hierover te praten. Heeft u tijd?” Ja.
Daar ben ik dus voor. Mooi om met iemand te gaan zitten, deze vragen te verkennen en te kijken of we op weg kunnen gaan naar antwoorden die bevredigend zijn en passen bij wat iemand wil met zijn of haar leven. Wat is voor jou belangrijk, en waarom?  Wat is voor onze wereld belangrijk en hoe kun jij daaraan aan bijdrage leveren? Over een paar weken hebben we een afspraak, waarin we op zoek gaan naar de betekenis in haar leven. En ik mag daar bij zijn, de moeilijke vragen stellen…Want ja, anders komen we niet uit bij wat ze werkelijk wil met haar leven.

Vanwege vakantietijd zal deze blog de komende weken iets minder vaak verschijnen. Dit is de twaalfde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn bestuurswerk bij werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl  

Wat is nu waar en echt gebeurd?

                                                                                    29 juni 2018
Ik ging alleen even onze medewerkster van Stichting ParticipARTe bedanken voor haar goede begeleiding en creativiteit dit seizoen. Het was een leuke groep mensen die met dit warme weer toch in de Creatieve Werkplaats bezig waren. Eén mevrouw herkende mij als de pastor die uit Zoetermeer weg is. Zij begon te praten over de sluiting van het kerkgebouw bij haar om de hoek. Anderen reageerden: O ja, waarom dan? En voor we het wisten zaten we in een gesprek over wat geloof voor jou betekent en wat die Bijbelverhalen eigenlijk zeggen.

De laatste jaren kom ik het vaker tegen. De vraag of het nu allemaal echt gebeurd is wat er in de Bijbel staat. Ik probeer dan uit te leggen dat niet alles in de Bijbel letterlijk zo heeft plaatsgevonden, maar dat sommige zaken wél historisch zijn. En, je moet iets van de Bijbel en zijn ontstaansgeschiedenis weten om goed te kunnen begrijpen wanneer het één nu geldt of het andere. Ingewikkelder kan ik het niet maken
😊.

In onze huidige samenleving waar we ook steeds minder gevoelig lijken te worden voor symboliek, mysterie of beeldtaal is het ook best lastig om die beeldrijke Bijbelse taal goed te verstaan. En te duiden of het nu letterlijk bedoeld is of symbolisch, echt, waar en bewijsbaar is of bedoeld als metafoor. Voer voor gelovigen! Ik heb er zelf ook nog wel eens moeite mee. En ik heb er nog wel op gestudeerd!

In de Creatieve Werkplaats vertelde ik in het gesprek het volgende.
We kennen allemaal wel dat prachtige verhaal van Mozes die met zijn volk ut Egypte vertrok, weg van de slavernij. Hij kwam met die hele meute bij de zee en voelde de hete adem van de hun achtervolgende soldaten van de Farao in zijn nek. De zee ging voor hen open en de Israëlieten konden door de zee trekken. Later, toen de Egyptenaren kwamen was de zee weer water en liepen hun wagens vast in de modder en hun paarden verdronken in de zee.
Het lijkt op wat wij in Nederland hebben: het natuurverschijnsel van de Waddenzee. Daar heb je eb en vloed. Soms kun je over het land lopen, maar soms loopt het onder water. Als we naar de natuur in het Midden-Oosten kijken, dan zien we dat dat daar ook plaatsheeft. Soms heel snel, met springvloed en -eb. Waarschijnlijk is zoiets gebeurd op de lange vlucht van het volk van Israël dat voelde dat God hen onderweg beschermde. Achteraf hebben ze in dit natuurverschijnsel de hand van God gezien. Vanuit de overtuiging ‘het kan geen toeval zijn’ dat het precies op dit moment op deze plaats zo gebeurt. “God is bij ons en maakt dat we veilig aankomen in het Beloofde Land.”

De mens is meer dan de
natuurwetenschappelijk benadering laat zien


“Zo heb ik het nog nooit gehoord”, zei één van de mensen.
Ik had nog heel wat andere verhalen hiernaast kunnen leggen, maar dit was al duidelijk genoeg.
“Het blijft ook geloven”.
Ja, dat is ook zo. We willen misschien wel alles verklaren, maar we kunnen het niet.
“Maar, dat denk ik dan wel eens, waar is die hemel dat er zoveel ruimte is voor al die mensen die doodgaan?”
Hupsakee, de volgende vraag. Tsja, het heelal is al erg groot en er zijn nog veel meer melkwegstelsels ontdekt dan degene die we tot nu toe kenden…
“Maar dan nog, is er genoeg ruimte?”
Waarschijnlijk niet. Kijk, het is maar de vraag of alle lichamen daar ook daadwerkelijk naar toe gaan. Is het misschien niet zo dat alleen de geest of de ziel teruggaat naar God? Dat is geen materie, maar wel iets heel eigens aan de persoon en/of aan God…Ik kan jouw gedachten niet lezen of zien en toch zijn ze er. Jij kunt de mijne niet zien en toch zijn ze er. Allebei zijn ze heel echt, toch?
“Ja.”
Zoiets zal ook het geval zijn met de ziel. Het is er echt, hoort bij jou en hoort bij God. Maar hoe en wat weten we niet, geloven we wel... Soms zijn zaken heel erg echt, heel erg waar, maar niet bewijsbaar in de natuurwetenschappelijke zin van het woord. Vandaag de dag zet die benadering maatschappelijk de toon. Terwijl -eerlijk gezegd- de mens meer is en meer beleeft en anders kijkt naar zichzelf en naar de wereld dan alleen via de natuurwetenschappelijke benadering.
Dus, blijf geloven. Maar doe ook moeite om je geloof te (blijven) begrijpen. Door vragen te stellen. Door met elkaar hierover te spreken. Door aan een Bijbelgroep deel te nemen. Door te waarde ervan af te meten aan de wereld waarin je leeft en het leven dat je wilt leven.

Dit is de elfde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn bestuurswerk bij werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl  

Ongevormde kinderen ...

                                                                                      26 juni 2018
Ademloos luisterden ze naar mijn verhaal over het vormsel en de verschijning van de Heilige Geest met Pinksteren. Vijftig kinderen van groep 8. Ze zijn nog niet gevormd en ik mag ze vertellen hoe mooi het is als dat wel kan gebeuren. Wat breng ik daarvoor mee? Een goed verhaal, dat ook goed verteld moet worden. En ingrediënten: een heilige geest, de bisschop, de Bijbel, eigen keuze en ‘jullie zijn toch al volwassen?” Daar moet het mee lukken, toch?
Ik begin maar eens met mezelf voor te stellen. Je ziet ze denken: wat doet zo’n man bij de kerk. Niemand die iets vraagt. Dus stel ik zelf een vraag. Wie is er gedoopt? Een stuk of 12-13. Wie heeft er eerste heilige communie gedaan? Dezelfde groep ongeveer. Okay, nog een vraag: wie weet wat een sacrament is? Nee, dat landt niet echt. Dan maar uitgelegd wat de eerste drie sacramenten zijn, die er zijn als je helemaal bij de rooms katholieke kerk wilt horen. Over de eerste twee beslissen je ouders, maar over deze kun jij zelf een besluit nemen. Het wordt al interessanter. Waarom? Omdat de kerk jullie als volwassen beschouwt. ‘Ja zeggen’ tegen een leven met geloof is iets dat gebeurt met de toediening van het vormsel.
 
De bisschop komt speciaal voor jou om je te zalven en de vraag te stellen of je open kunt staan voor het werk van de heilige geest. Eerst maar eens vragen wat een bisschop is. Een vinger gaat omhoog: Sinterklaas! Heel erg goed. Een van de bekendste bisschoppen in Nederland. En wat doet een bisschop? De baas spelen over pastoors. Zeker. Jullie zijn goed op de hoogte.
Met het vormsel komt de bisschop speciaal voor jou om met heilige olie een kruisteken te maken op jouw voorhoofd. Dan bidden we samen dat de heilige geest over jou vaardig mag worden.

Die geest zweefde al boven de wateren toen er nog amper leven was op de aarde. God gaf leven aan de wereld via Zijn geest. Die geest liet Jezus ook achter voor ons toen Hij naar de hemel ging.
Dat gebeurde met Pinksteren. Wie weet wat er zich met Pinksteren afspeelde? Eh, ging het graf toen open? Nee, dat was met Pasen. Met Pinkteren raakten Jezus’ leerlingen opnieuw in vuur en vlam. Zij vertelden toen aan iedereen die het wilde horen én in hun eigen taal over God en Zijn blijde boodschap. Toen werden er, zo vertelt het verhaal, 3000 mensen op éen dag gedoopt. “Wow, zoveel”, zeiden de kinderen van groep 8. Ja zei ik, zoveel die hun leven voortaan door God wilden laten leiden. Die zeggen: ik wil doen wat Jezus deed, doen wat God van ons vraagt en me laten leiden door Zijn Geest. Mensen die de wereld een beetje mooier willen maken.

Ik realiseer me dat het prachtig is dat ik dit allemaal mag vertellen. Dat ik deze kinderen enthousiast mag maken, begeesterd, over dat wat God met ons voor heeft, uit ons wil laten komen, uit ons leven wil wekken … Hoe be-ziel-d kunnen we zijn, kunnen we worden? Hoe anders kan je leven worden als je ruimte maakt voor Iemand die jou nooit zal vergeten. Er altijd voor jou is…

Het verhaal van God met mensen blijft een bijzonder verhaal, ook al hebben we er tegenwoordig niet zoveel tijd meer voor. Ook al lijken we er minder voor open te staan. Ook al moeten we als pastores van alles en nog wat uit de kast halen om het verhaal aan de kleine of grote vrouw of man te brengen. Drieduizend op één dag, dat gaan we niet meer halen!
Gelukkig hoeft het niet alleen uit onze koker te komen. We werken met de voorzienigheid mee. De Geest is gelukkig ook wel zonder ons actief. Daar mogen we op vertrouwen.

Niet alle kinderen van groep 8 sluiten zich aan bij de voorbereiding op het vormsel. Dat geeft niet. Ik heb wel gezien dat er een vonkje oversprong van het verhaal waarvan ik de verteller mocht zijn. Dat is mooi. Weer een zaadje gezaaid, waarvan niemand weet wanneer het vrucht zal dragen.
Ik neem afscheid van deze groep jonge mensen. Ik blijf achter met de hoop dat dat vonkje van dat prachtige verhaal van God met mensen hen uiteindelijk in vuur en vlam zet. Zodat ook zij uiteindelijk in de juiste vorm komen. Ik gun ze dat. Want ik weet uit ervaring: het kan je leven zoveel mooier maken.

Dit is de tiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn bestuurswerk bij werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl  

Rouwen, een doodlopende weg?

                                                                             22 juni 2018

Ik ken haar al enkele jaren. Onze gesprekken gaan over hoe het vandaag met haar is, maar ook over vroeger “met hem” en over “dat het voor haar niet meer hoeft”. Ze is al jaren in de rouw, en blijft in cirkeltjes ronddraaien. Het plotselinge verlies van haar man heeft voor haar geen nieuw begin opgeleverd. Op cruciale momenten in haar leven, bij bijzondere gebeurtenissen of moeilijke beslissingen komt ze vaak in problemen en verzucht: “Was hij er nog maar om mij een stap verder te helpen.”
In de begeleiding van haar heb ik altijd voor ogen gehad dat iedereen anders rouwt en ieder mens een ander tempo heeft bij het dealen met verlies. Haar veelvuldige gang naar het kerkhof en telkens terugkerende verhalen over het missen van hem baarden mij daarom in eerste instantie geen zorgen. Maar de laatste tijd komt daar niets nieuws meer bij en lijkt ze te verstikken in haar kleine kring.   
Er is veel in onze gesprekken naar boven gekomen over hun relatie, hun geschiedenis met elkaar,  zijn plotselinge einde, haar zelfstandigheid, late huwelijk met hem en mantelzorg voor haar moeder. Gaandeweg verwoordde zij dat ze meer dan ze dacht van hem afhankelijk was geworden. Nu werd het tijd om op eigen benen te staan.
We zijn gaan kijken wat belangrijk en passend voor haar was in de nieuwe situatie van alleen zijn: vrijwilligerswerk, anders communiceren met de familie, eigenstandig beslissingen nemen, geleidelijk aan zijn spullen opruimen, contacten leggen, vrienden maken, elke dag even naar zijn graf …. Veel liep om uiteenlopende redenen uiteindelijke spaak, alleen ons contact bleef.
Langzaam moet ik constateren dat haar rouwen een doodlopende weg lijkt te worden. Het lijkt wel alsof ze stilstaat. Alsof er een onzichtbare afhankelijkheid haar iedere keer weer afhoudt van veranderingen die noodzakelijk lijken, maar voor haar niet urgent zijn. Het liefst wil ze terugkeren naar de tijd voor zijn 

Een leven kan in zijn volle betekenis geleefd zijn

Steeds vaker benoemt ze ook dat “het wel goed geweest is zo”. “Laat mij maar naar hem toegaan”, zegt ze dan in het geloof en het vertrouwen dat ze hem na de dood weer terugziet. Haar familie schrikt hiervan: “Zo moet je niet praten!” Logisch maar wel jammer, want soms hebben mensen het idee dat hun leven klaar is, voltooid, niet zin- of betekenisvol meer. Dat kan. Waarom dat niet als zodanig accepteren? We leven heel veel langer dan onze opa’s en oma’s deden. De medische wetenschap houdt ons langer gaande. Maar heel veel ouderdom komt met gebreken, en niet alleen lichamelijke. Juist ook geestelijk ervaren steeds meer oudere mensen dat “het wel goed geweest is zo.” Een leven kan in zijn volle betekenis geleefd zijn. Waarom niet?
Waarom kunnen wij ons niet voorstellen wat er in het hart omgaat van iemand die voor haar gevoel alles heeft meegemaakt, en ook alles kwijt is dat voor haar van waarde, van betekenis is?
Van dieren in het wild weten we dat als ze aanvoelen dat het leven teneinde loopt, ze een eenzame plek zoeken om rustig te sterven. Ooit heb ik ditzelfde gelezen over oudere oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika, de innuits. Sterven hoort bij het leven. Als jouw leven voltooid is, kun je het – na enig overleg- dankbaar aan God teruggeven. We hebben het slechts te leen…    

Natuurlijk, ik heb geprobeerd met alles wat ik in me heb haar een nieuw leven voor ogen te brengen. Maar na zoveel jaren blijkt het leven voor haar in alles aan betekenis te hebben verloren. Een nieuwe relatie brengt ze niet meer op. Een leven zonder hem voelt als zinloos. Waarom dan niet mogen sterven? 
Ik blijf haar bezoeken, ook al heb ik geen antwoorden. “Fijn dat je weer bent geweest”, zegt ze bij het weggaan. “Ik word er zo rustig van.” Als pastor mag ik een mijl met haar meelopen, luisteren wat in haar hart omgaat, haar diepste gedachten delen. Maar ook: haar verhalen verbinden met Bijbelverhalen, de verhalen van God met mensen. Welke kant we opgaan? We weten het niet. Wanneer het einde is? Weten we ook niet. Wanneer het ‘onze tijd’ is? God only knows.
Tot dan blijven we elkaar maar opzoeken. Om allebei een beetje betekenis te zoeken in ons leven. Omdat ik ergens stiekem waarschijnlijk ook niet helemaal kan accepteren dat ons leven zinloos eindigen zal.

 

Dit is de negende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn bestuurswerk bij werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl.

Geld verandert alles

“Het lijkt wel of het met de wereld nooit meer goed komt”. Haar verzuchting bij het lezen van de krant klonk me bekend in de oren. Steeds vaker hoor ik mensen mopperen over de hoeveelheid  rotzooi die dagelijks vanuit de grote wereld tot ons komt via de mediakanalen. Of het nu gaat over de vervuiling van het milieu, over het leed van migranten, over slachtoffers van oorlog of geweld, over seksuele intimidatie of erger, over presidenten met haatdragende teksten of corrupte acties of over terroristische aanslagen, elke dag weer staan de kranten, het internet en de sociale media vol met dit soort nieuws. We worden ermee overspoeld.
Het blijft vreemd. Enerzijds voedt deze negatieve vloed van berichten onze sensatiezucht, anderzijds worden we er soms moedeloos van. Want zeg nou zelf: al die negativiteit, daar word je toch niet vrolijk van? De wereld lijkt één grote puinhoop. Gelukkig weten we wel beter, als we even de moeite nemen om uit die donkere bubbel te stappen. We moeten onszelf af en toe afvragen of datgene dat media over ons heen storten wel het héle verhaal van ons leven en van de wereld is. En als we ons dat afvragen weten we eigenlijk wel dat dat niet waar is. De momenten dat we heerlijk met elkaar genieten in een restaurant, een dierentuin, aan het strand of in het bos, in een speeltuin, op school of op het werk laten een heel andere wereld zien. En ook in het groot zijn er soms zelfs heel positieve ontwikkelingen te zien…
Maar in de meeste media strijdt het slechte nieuws om voorrang. Hoe slechter, hoe beter. Goed nieuws is geen nieuws, zo luidt het terugkerend mantra van veel journalisten. Of in ieder geval: bijna nooit nieuws. Wereldkampioen voetbal worden namelijk is goed nieuws, en daaraan kunnen we ons weken, zo niet jaren, laven. Maar ja, dat komt niet zo vaak voor. Dus dan mag het. En in het voorjaar dan mogen we het nieuwe leven (lammetjes, geitjes, koetjes kalfjes) verwelkomen met een glimlach van hoop. Maar voor de rest worden we vergast met slecht en slechter nieuws, want iedereen weet: een goed nieuws show trekt geen kijkers. Het is ooit geprobeerd: een goed nieuws show op de buis. Niemand keek. Wat een gek soort zijn wij toch, wij mensen. Dat wij ons ons amper laten raken door goed nieuws en zeker niet als het in gradaties van goed, beter, best nieuws wordt gebracht. Dan haken we af en vallen geeuwend in slaap.

Money rules

Een van de zaken die tegenwoordig altijd onder nieuwsfeiten ligt, is de vraag wat het kost, wat het financieel oplevert of hoe het te voelen is in onze portemonnee. Veel van het nieuws dat ons wordt voorgeschoteld is vereconomiseerd. Of het nu goed of slecht nieuws is. Wat gebeurt er als we zaken vertalen in financiële voors en tegens? Dan krijgt het een ander soort waardering én het verliest de oorspronkelijke waarde.
Bijvoorbeeld. Een jongen of meisje leert voetballen. Blijkt talent te hebben. Goed nieuws, zou ik zo zeggen. Dan komt een scout langs, ziet het talent en verleidt de ouders om het kind via selecties door te laten groeien en uiteindelijk kan het kind een profcontract tegemoet zien met buitenlandse buitenkansjes enzo.
Talent in geld vertaald wordt anders bekeken, namelijk als mogelijkheid om aan te verdienen, en niet alleen door het talent (denk aan een club, een scout, een voetbalmakelaar, een verzekeraar, een sponsor). Natuurlijk moet het talent zich blijven ontwikkelen, maar het wordt in een maalstroom van belangen meegenomen waar het zelf bijna geen zeggenschap meer over lijkt te hebben. Want tsja, contractuele verplichtingen…. Plezier van je talent kan wegebben, omdat jij – of je ouders- (te) snel voor het grote geld bent gegaan.
Gelukkig gaat het niet altijd zo en zijn hier ook positieve uitzonderingen, maar toch. Het principe dat het met geld-ogen anders kijken is, blijft - denk ik- wel overeind.
En zo is het ook met gezondheidszorg, aardbevingen in Groningen, bankencrisis, migrantenproblematiek, zorg om ex-gedetineerden, kwaliteit van scholen en onderwijs, en ga zo maar door. Als we het in geld vertalen… krijgt het een andere waarde en wordt het van zijn oorspronkelijke bedoeling ontdaan. Iedereen weet inmiddels dat er dan andere wetten gaan gelden, die de ziel eruit haalt of in ieder geval verdoezelt. Laten we af en toe proberen die financiële waardering eraf te halen en proberen te zien waar het werkelijk omgaat bij al deze belangrijke zaken voor ons leven. Dan maken we wellicht ook andere keuzes.
 

Dit is de achtste overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn bestuurswerk bij werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl  

Migranten, onze verantwoordelijkheid

De kop boven het artikel trof me meteen: “Naar een theologie van migratie”. Gretig begon ik het interview in het blad Diaconie en Parochie te lezen. Naar aanleiding van de campagne ‘Share the journey’, vorig jaar gelanceerd door Paus Franciscus, was de redactie gaan praten met Jorge Castillo Guerra, docent religiewetenschap aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij combineert het verhaal van migranten met dat wat de katholieke sociale leer hierover zegt.

Castillo Guerra stelt dat migranten altijd een dubbele identiteit hebben. Ze zijn niet alleen immigranten, maar ook emigranten. In Nederland verlangen wij van migranten loyaliteit, maar de landen van herkomst vragen hun tevens niet té Nederlands of Europees te worden. En zij moeten een balans hierin vinden. Ook achterblijvers hebben bepaalde verwachtingen van migranten -geld sturen naar thuis- én een verbinding blijven houden ondanks het lossere contact.
Migranten worden als ‘vreemd’ gezien, terwijl zij zichzelf niet zo zien. Opnieuw verandert hun identiteit. Europeanen hebben volgens Castillo Guerra een niet kloppend beeld van hoe mensen buiten Europa zijn en plakken die etiketten op. Zijn theologie van migratie concentreert zich op de betekenis van die etiketten. De angst van Westerse mensen voor het onbekende veroorzaakt nieuwe grenzen. En, wanneer je als migrant zoveel moeite hebt gedaan om naar Europa te komen en je wordt geconfronteerd met een negatieve ontvangst, geeft dat ook problemen. Terwijl migratie ook heel positief kan zijn.

                               De wereld is van ons allemaal  

Een belangrijk onderdeel van de katholieke sociale leer is de scheppingstheologie: de wereld is van ons allemaal. Natuurlijk zijn nationale organisatie en structuur nodig, maar het moet een menselijke maat blijven. Grenzen zijn niet bedoeld om haves van de have-nots te onderscheiden. Grenzen zijn nodig om een staat te organiseren, aldus de theoloog.
Al meer dan een eeuw schrijft de kerk over migratie. Paus Pius XII schreef in de jaren 50 van de vorige eeuw al dat als migranten aankomen in een nieuw land zij meteen de taal moeten leren om aansluiting te vinden met de samenleving. Eind 19e eeuw zei paus Leo XIII: “Niemand verlaat zijn eigen land voor zijn of haar plezier.” Hij vroeg daarmee aandacht voor arbeidsmigranten, die vanuit Italië migreerden naar Argentinië, Canada en de VS. Ook paus Franciscus heeft zich uitgelaten over migranten o.a. door te zeggen dat we direct in actie moeten komen voor mensen die in nood verkeren. De urgentie van de Paus wordt soms verkeerd geïnterpreteerd. Hij zegt niet dat we iedereen moeten opvangen, het gaat om een selecte groep die niet kan wachten. Voor anderen kunnen we tijd nemen om beleid te maken.
Nood drijft mensen van huis en haard weg. Castillo Guerra: “We hebben de verplichting tot onderlinge solidariteit. Europees en nationaal beleid creëren tegenstellingen tussen burgers en mensen. Degene die geen burger is van jouw land is minder mens dan een burger. Als deze mensen ergens in de woestijn of op zee sterven, dan is dat niet de verantwoordelijkheid van Europa of Nederland. Maar wat wij doen heeft ook een ander effect, namelijk dat de migranten naar elders reizen, nog gevaarlijker en langere routes gaan. Maar dat willen wij niet weten.” Toch blijven we verantwoordelijk.
God wil leven mogelijk maken voor álle mensen. Wij leven in een systeem waarin de prioriteit niet ligt bij het leven van alle mensen. De dood van mensen door oorlog, landroof of hongerlonen, is zelfs nodig om ons systeem in stand te houden, te voeden. Het maakt slachtoffers. Het systeem is voor een deel van de mensen goed, maar een ander deel van de mensen wordt behandeld als oud vuil. Een oplossing is niet makkelijk, maar mensen zijn ménsen. Een oplossing begint bij anders tegen ‘de problematiek’ aankijken en interacties aangaan met mensen die – net als wij- een gelukkig leven zoeken, hier of elders. Inderdaad, “niemand verlaat zijn land voor zijn of haar eigen plezier.” Woensdag 20 juni is het internationale dag van de vluchtelingen. Misschien een start om een migrant te spreken en zo meer sámen de wereld -dichtbij en veraf- te vormen en te veranderen?

16 juni 2018

Dit is de zevende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl

De kracht van diaconie

Afgelopen week had ik overleg met mijn collega over alle activiteiten waar onze parochie bij betrokken is op het gebied van diaconie. Wij bespraken onze inzet voor het armoedeplatform, de voedselbank, M-twentyfive, de vredesweek en de financiële steunacties in de Advent en Vastentijd ten behoeve van mensen in ontwikkelingslanden. Als geloofsgemeenschap willen we daar zijn waar mensen een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Niet om mooie sier te maken of om een goed gevoel over te houden aan het feit dat je iemand kan helpen. Nee, omdat we van binnenuit mensen een menswaardig leven gunnen.
Een paar keer in dit gesprek citeerde ik mijn afstudeerprof die bij herhaling zei dat diaconie in de kerk een ondergeschoven kindje was. Hij tipte ons als studenten al dat áls we dat kind wat meer aandacht wilden geven, we dat moesten doen via de zondagse vieringen. Wijze lessen van een inmiddels overleden grote leermeester. Harry Spee maakte diaconie tot een hartszaak, die zich liet kennen als een werk van barmhartigheid of als dienst van de liefde. Dit liefdeswerk moet gedaan worden, maar het doen ervan is niet meer vanzelfsprekend voor eenieder die zich tot en kerk bekent. Terwijl geloven en je naaste dienen toch onlosmakelijk bij elkaar horen!
Diaconie betekent de dienst aan noodlijdenden. Gelovig zeggen we: God wordt allereerst gevonden daar waar noodlijdende mensen zijn. “Het is vooral in de lijdende mens dat Hij zich aandient, oproept en nabij komt.” Jezus geeft aan dat er altijd armen zullen zijn. Dus kunnen we ze het beste om-armen, niet vergeten en zorgdragen dat hun menselijke waardigheid behouden blijft. Dat is in de kern diaconaal bezig zijn. Dat betekent óók dat wij af en toe geconfronteerd worden met ons eigen luxe leventje of met onze manier van denken (of stemmen) die in de hand werkt dat onrechtvaardige structuren blijven bestaan. Deze liefde voor de naaste is dus niet vrijblijvend en kan consequenties hebben voor de wijze waarop wij ons leven hier en nu gestalte  geven.
Politiek en kerk hebben invloed op elkaar, want ‘alles is politiek’. Als wij vanuit het evangelie ons  leven willen vormgeven, dan zullen wij erachter komen dat de blijde boodschap een radicale boodschap is. Een boodschap die vraagt om mensen méns te laten zijn, wat er ook gebeurt. Dus als mensen worden gemangeld, uitgebuit, gediscrimineerd, (structureel) minder kansen krijgen en/of worden buitengesloten, zal elke rechtgeaarde christen terecht in opstand komen en zich solidair verklaren met degene die hieronder lijdt. Daarom zijn ook zoveel christenen actief in vluchtelingenwerk en bij Amnesty International. Daarom strijden zoveel christenen voor een meer rechtvaardige verdeling wereldwijd. Daarom komen zoveel christenen op voor de rechten van achtergestelden in eigen land.
Overigens, niet omdat wij beter zijn dan niet-gelovigen. Wel omdat we vanuit een andere motivatie, namelijk: elke mens is beeld van God, proberen de menselijke waardigheid voor íedere mens te behouden. Of beter misschien: de ‘goddelijke waardigheid van iedere mens’. Want achter elke mens staat de liefde van God om hem of haar waarachtig mens te laten zijn.
Eenieder die hieraan een bijdrage levert voelt de kracht van diaconie: elk mens een menswaardig leven, omdat ieder mens in zichzelf goed, mooi en een afspiegeling van God is. Gezamenlijk moeten we er hard voor werken om dat in deze wereld werkelijkheid te laten zijn voor eenieder. Niemand uitgezonderd.

 

Dit is de zesde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. 

Wat leren we van elkaars godsdienst?

Vanmorgen las ik een mooi verhaal in Kent Nerburns ‘Verborgen schoonheid’. Het heet De cirkel en gaat over de dragende kracht van de gemeenschap als iemand is overleden.  Met een trommel in hun midden maken alle nabestaanden een cirkel eromheen. Een oude Innuit-vrouw zegt: “Als iemand van jullie ook iemand heeft verloren, laat die dan naar voren komen en in een kring rond de trommel komen staan. Je mag huilen. De cirkel is sterk. Hij kan je verdriet wegnemen.”  Iedereen komt naar voren laat zich meeslepen op de zang en het getrommel. “Het is niet zomaar één enkel verdriet”, schrijft Nerbun, “maar alle verdriet tezamen. De tranen vloeien. Geen mens die eraan ontkomt, en geen mens die dat wil.” Een ogenblik was hij in een cultureel kader dat even onbekend als ontoegankelijk voor hem was als de sterren. Hij werd letterlijk gedragen door 6 kringen die zich om de trommel hadden gezet, en besluit: “Wat moeten we meer weten over verdriet en genezing.”

Iets van die culturele onbekendheid mocht ik deze week ervaren bij het afscheid van mijn collega studentenpastor van het internationaal studentenpastoraat aan het Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. Bijna twee-en-twintig jaar geleden was ze begonnen op het ISS. ‘Haar’ studenten gaven haar en ons in een kleurrijk en multi-religieus geheel van persoonlijke verhalen antwoord op de vraag wat godsdienst kan betekenen voor mensen in een seculiere samenleving.
Voor veel internationale studenten is religie negatief vanwege de machtige instituten die er achter schuilgaan, de ideologieën die kunnen aanzetten tot fanatisme en extremisme. Voor veel andere internationale studenten is religie positief en een belangrijk deel van hun identiteit. Weer anderen hebben hun vragen en twijfels bij de religie waarmee ze zijn grootgebracht. In het internationaal studentenpastoraat komen al deze verschillen bij elkaar. In studerende mensen ontmoeten al deze ervaringen, achtergronden en overtuigingen elkaar in een multi-religieus vormgegeven context.

                 God is too big to fit in one religion

Je zult maar in Nederland komen studeren als Hindoe en opeens zit je in een klas waar moslims, christenen en niet-gelovigen zitten! Je komt in contact met mensen uit andere religies terwijl in jouw eigen land alleen maar de kracht van het wapen geldt tegenover die andersgelovigen! Dat doet wat met je! In ieder geval slecht het barrières.
Logischerwijs bevordert het internationaal studentenpastoraat op ISS de uitwisseling tussen mensen, culturen en religies. Met de interfaith-conference als topic. Jaarlijks ontmoeten honderden deelnemende studenten elkaar rondom de vraag wat hun godsdienst voor hen betekent zonder dat zij tot gezamenlijk gedragen conclusies hoeven te komen. Ook als het over moeilijke onderwerpen gaat als zelfdoding of homoseksualiteit is er ruimte om naar elkaar te luisteren.
Interreligieus werken begint met vertrouwen opbouwen, elkaar face-to-face ontmoeten. Plaatsen van vertrouwen en veiligheid creëren en daar respectvol over grenzen van nationaliteiten en religies heen gaan. Ik herken het van de tijd dat ik in een instelling van Justitie werkte. Binnen de muren leerde je de andersgelovige collega’s kennen in relatie tot het gezamenlijke doel dat wij hadden: gedetineerden op een gelovige manier begeleiden. Buiten de muren van de gevangenis is samenwerken niet altijd even makkelijk. Binnen het ISS dus wel, zo leerde ik deze week.
Nog iets mooi tot slot. Mijn collega liet een t-shirt zien met de tekst: God is too big to fit in one religion.  Super! Zeker iets om over na te denken.
 

 

Dit is de vijfde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. 

De jeugd heeft de toekomst, toch?

Vorige week was ik aanwezig bij de opening van het Nationaal Jongerenkoren Festival in Rijsbergen. Een fantastisch feest dat al voor de 29ste keer wordt georganiseerd. Dit jaar met het thema: ‘Respect voor elkaar’, maar belangrijker dan het thema is het enthousiasme waarmee honderden jonge mensen met elkaar muziek maken.
Ik was daar als supporter voor het Jongerenkoor Corbulo dat zingt op mijn nieuwe werkplek. Voor de deur van de kerk stond een deel van het koor een beetje zenuwachtig te hangen toen ik, samen met mijn vrouw, aankwam. Dit hadden ze duidelijk niet verwacht! Terwijl het voor mij heel gewoon is om belangstelling te tonen en mee te maken hoe zij door deze competitie heenkomen. We gingen naar binnen en troffen daar het ander deel van het koor aan in de kerkbanken. Ook die reageerden al net zo aangenaam verrast en positief: wat leuk dat je er bent! Kom je voor ons?
Ja, natuurlijk, speciaal voor jullie! Wat tof.

Het trof me dat dit kleine gebaar, van aanwezig zijn bij hun optreden in deze competitie, zo werd gewaardeerd. Iets dat eigenlijk heel gewoon is of zou moeten zijn. Het deed me nadenken over waar deze reactie vandaan komt… Jeugd en jongeren zouden altijd onze belangstelling moeten hebben. Zij bemensen toch de volgende generatie, die de wereld die wij achterlaten verder gaat inrichten en bevolken? Zij nemen straks toch van ons het stokje over en verdienen dan ook het beste voorbeeld dat wij hen kunnen geven.

Hun verbaasde reactie is mij niet vreemd. Al meer dan 25 jaar zet ik me in om jeugd en jongeren meer ruimte en meer plek te geven binnen de rooms katholieke kerk dan ze doorgaans krijgen. Dan wij – ietwat ouderen- ze doorgaans gunnen… Ja gunnen, want heel vaak willen we geen ruimte maken. Ik hoor mezelf de laatste tijd té vaak zeggen: “Iedereen heeft z’n mond vol over dat de jeugd de toekomst heeft, maar niemand wil ruim baan maken om hen bij die toekomst aan te laten komen.”

De reactie van de jongerenkoorleden zette mij op het spoor van de volgende vragen: welke behoefte ligt er achter hun reactie? wat is hun verlangen? waar dromen zij van?
Er is bij hen een duidelijke behoefte om ‘gezien te worden’. Erkend te worden dat ze ertoe doen, dat ze erbij horen en dat ze meetellen. Zo positief reageren op iemand die belangstelling toont verraadt iets van zo’n behoefte.
Dát is hun verlangen: onderdeel zijn van een groter geheel, van een gemeenschap van mensen die naar elkaar omzien en met elkaar zijn begaan. Waar dromen zij dan van? Ik denk uiteindelijk van een gemeenschap die verschillende generaties herbergt en verschillende soorten mensen, met verschillende behoeftes en dromen. Een gemeenschap die sámen meer is dan de som van alle delen, die een lichaam is waarbij gevoeld wordt dat alle ledematen niet zonder elkaar kunnen, maar elkaar nodig hebben en aanvullen, ieder met zijn eigen talent.

Jongerenkoor Corbulo werd dit jaar 6e in een competitie waaraan 13 jongeren- en tienerkoren deelnamen. Alle leden hebben zeker een fantastisch weekend gehad, met elkaar en met vele andere jongeren. Ik hoop dat ze de opgedane spirit lange tijd bij zich kunnen houden. Meer nog hoop ik dat ze die spirit mee kunnen nemen naar de gemeenschappen waartoe ze behoren en waar ze als volwaardige deelnemers mogen worden gezien. De jeugd heeft de toekomst, toch? 

Dit is de vierde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. 

 

Streven naar heelheid van ons bestaan

Afgelopen week, na een uitvaart, sprak ik een 65-plusser die al jaren actief was binnen het humanistisch verbond. Hij complimenteerde mij met de menselijke wijze waarop mijn collega en ik de uitvaartviering hadden vormgegeven. Met enige verbazing nam ik het compliment in ontvangst, en zei erbij dat ik dat wel de normaalste zaak van de wereld vond. Nou, hij had het wel eens anders meegemaakt. In het gesprek dat hierop volgde wisselden wij ervaringen uit met uitvaarten waar ‘hel en verdoemenis’ voorbij kwamen als enige waarheid die in de kerkelijke setting op zo’n moment blijkbaar moest klinken…..
Ook ik zit wel eens met samengeknepen tenen bij een begrafenisdienst waar de voorganger de zonden van de overledene tijdens zijn leven benadrukken moet. Ik bid dan maar mijn eigen gebed om de overledene naar God te begeleiden. En bedenk: wat krijgt God toch allemaal over zich heen? Daarnaast vind ik dat je altijd moet kijken waar een uitvaart toe dient: zeker ook als troostrijk moment voor hen die achter blijven. Zo’n moment is uniek en eenmalig. Dus dat moet goed en evenwichtig gebeuren.
Deze familie had mij gevraagd om geen loflied over de overledene te zingen. Nee, niet de overledene stond centraal, maar het feit dat we als gelovigen ons getroost mogen weten dat het leven bij God door gaat. Dat is een heel mooie overtuiging, een houvast en een troost. Ik had dan ook totaal geen moeite om aan dit verzoek te voldoen. Ook niet vanwege het feit dat deze twee zaken elkaar voor mij niet bijten.
Tijdens de viering van de uitvaart geven we de overledene –zoals dat genoemd wordt- terug aan zijn Schepper. Dit is niet zomaar een zinnetje. Hierin zit het geloof dat we als mensen van God komen, en naar God terugkeren. Hierin zit het vertrouwen dat we nooit uit Zijn beschermende hand zijn gevallen, ook al hebben we Hem niet altijd als aanwezig ervaren. Hierin zit ook de overtuiging dat alles en allen uiteindelijk weer heel worden, heilig, af, zuiver, zoals God de wereld en de mensen heeft bedoeld. Een visioen van een Koninkrijk waar vrede heerst, heelheid, gerechtigheid, liefde en barmhartigheid. Zo’n beeld neemt je mee naar een wereld die verder ligt dan ons menselijk voorstellingsvermogen. Het enige dat we als gelovigen ‘weten’ is dat we er uiteindelijk allemaal naartoe gaan. Dat we elkaar daar weer treffen. Mooi toch?  

         Een beeld van een wereld, die verder weg ligt
          dan ons menselijk voorstellingsvermogen


Uiteindelijk heb ik geen loflied gezongen op de overledene, maar wel zijn standvastig geloof kunnen aanhalen om duidelijk te maken wat dit voor alle naasten, alle betrokkenen die achterblijven, kan betekenen. En dan biedt de katholieke kerk een lange traditie met veel Bijbelse beelden, veel rituelen en gebeden waaruit wij kunnen putten. Beelden van vertrouwen. Beelden van troost. Beelden die van deze tijd, die van alle tijden zijn, omdat mensen komen en gaan op deze wereld. En, omdat naar mijn overtuiging God blijft. 

Soms is het jammer dat pas bij een uitvaart naar boven komt hoe menselijk een mens is (geweest). Wat dat betreft mogen we bij leven elkaar wel wat vaker complimenteren met onze goede geaardheid, onze liefdevolle bedoelingen en onze menselijke invulling van wat samen-leven mag zijn. Ook het feit dat we vanuit een inspiratie leven, die ons nog meer tot mens maakt, mogen we wel wat vaker met elkaar delen. Het zou ons goed doen.
Het zou de samenleving, waar de kerk een onderdeel van is, goed doen. Het zou de wereld een stukje beter maken, denk ik. En wellicht daarmee de wereld ook een stapje dichterbij dat koninkrijk van gerechtigheid en vrede, barmhartigheid en liefde brengen. Streven we uiteindelijk niet allemaal, gelovig of ongelovig, naar heel-heid van ons menselijk bestaan?  

Dit is de derde overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. 

 

Wat is de meerwaarde van zingeving?

Ik hoorde het haar zeggen tegen de manager van Stichting Exodus Zuid-Holland, begeleiding van ex-gedetineerden: “Bij al onze vrijwilligers zie je dat zingeving voor hen een belangrijk onderdeel van de motivatie is. Zowel naar de ex-gedetineerde toe, als naar zichzelf.” Het was raak getypeerd, maar je verzint het niet altijd zelf. Opvallend dat zij het zei, terwijl ze relatief kort bij Stichting BAKboord Den Haag werkt.  En mooi dat dit onderscheidend is ten opzichte van Exodus in de manier hoe BAKboord-vrijwilligers omgaan met ex-gedetineerde mannen en vrouwen
Sinds jaar en dag zet ik me op diverse wijzen in voor mensen die na hun detentie proberen iets van hun leven te maken, het laatste jaar weer in het bestuur van Stichting BAKboord Den Haag. Gelukkig blijven er altijd mensen die tijdens en na hun detentie voor de verandering willen gaan onder het motto: dit nooit meer. Daar kunnen stichtingen als Stichting Exodus en Stichting BAKboord Den Haag mee aan de slag. Want wíllen veranderen is één, maar kunnen veranderen twee. Daar kun je wel wat hulp bij gebruiken.
Als het met de motivatie goed zit, kan er heel veel. Stichting BAKboord Den Haag heeft zich gespecialiseerd in werkbemiddeling voor en met ex-gedetineerden. Als één van de belangrijke leefgebieden is zinvol betaald werk waardevol voor iedereen, dus zeker voor mensen die uit detentie komen, een krasje hebben opgelopen en weer willen meedraaien in de samenleving.
BAKboord werkt principieel met vrijwilligers. Zij zijn het hart van de organisatie. Zij werken als jobcoaches voor ex-gedetineerden, begeleiden hen trouw en volhardend op de lange weg naar betaald werk door ondersteuning te bieden op verschillende leefgebieden. Voor onze bevlogen vrijwilligers is zingeving dus van essentieel belang.

Wat is de meerwaarde van zingeving? Ik denk vooral dat het meerwaarde heeft omdat het verwijst naar iets dat groter is dan jezelf alleen. Het kan je inspireren onafhankelijk van jouw persoonlijke, individuele omstandigheden. Het heeft waarde omdat het verwijst naar een systeem van denken, voelen, leven dat zijn waarde heeft bewezen in de zinvolheid ervan. Dit kan een religieus systeem zijn, maar ook humanistisch of filosofisch. 

Er zijn altijd mensen die tijdens
of na hun detentie voor verandering gaan


De zoektocht naar de zin van je bestaan begint vaak bij crisissituaties zoals het overlijden van een dierbare, verlies van baan of in detentie terechtkomen. Dan besef je als mens opeens dat je wel kunt leven van dag op dag, maar a. dat dit kwetsbaar is. En b. dat je ook iets van je leven wilt maken en het zinvol wilt laten zijn. Dat je van betekenis wilt zijn of het verschil wilt maken. Waarom leef je anders? En waarom gebeurt er anders van alles en nog wat met jou, waar je niet voor kiest (ziekte, dood, verlies)? Daar denk je over na. Toch staan we er maar weinig bij stil. En dat is best wel jammer. Want mét aandacht voor zingeving in je leven, leef je dieper en zinvoller.  Daar ben ik van overtuigd. En, relateer je het aan de wijze waarop je in het leven staat en wilt staan, aan je waarden en normen, aan je (religieuze) beginselen, dan houd je het volgens mij ook langer vol.  

 

Dit is de tweede overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst.

Wat een boef en een kind begeleiden gemeen heeft

Afgelopen week ontmoette ik twee mensen. De een werkt in de begeleiding van ex-gedetineerden, de ander is directrice van een basisschool. In beide gesprekken kwam zingeving en identiteit ter sprake. Hoewel beide werkgebieden, doelgroepen én managers totaal anders zijn, hoorde ik mezelf tegen hen hetzelfde zeggen: spreken en denken over en vanuit identiteit of zingeving is een expertise.
Als pastor ben ik gewend om de dieper gravende vragen te stellen. Ik loop niet weg voor datgene dat achter of onder de herkenbare werkelijkheid verscholen gaat. Ik ga er naar op zoek. Ik ken het belang van deze dimensie, die -zeker in onze technisch getoetste en fact-checkende tijd- een ondergeschoven kind is geworden.
Het lijkt niet meer vanzelfsprekend dat wij samen-levers met enige regelmaat bezig zijn met onderliggende vragen over motivatie, inspiratie en het waartoe en waarom van ons leven. En zeg nou zelf, wanneer kom jij hieraan toe? Er is toch altijd wel iets op social media of tv dat je afleidt van de vragen waar het echt om gaat in het leven… Op het werk wordt verwacht dat alles efficiënt verloopt en met vrienden en familie moeten we het vooral gezellig houden.

                     HET ZOU TOCH ZONDE ZIJN,
                  ALS JE LEVEN NIET GELEEFD IS

Dat is dan ook wel een deel van ons probleem. Als we willen, komen we totaal niet toe aan waar het in ons leven eigenlijk om draait. Toch eens iets om af en toe bij stil te staan, lijkt me, om over na te denken, om eens over in gesprek te gaan. Wij pastores zijn hiervoor. Stel eens een vraag, leg ons iets belangrijks voor en maak tijd om samen hierover na te denken en na te voelen. Lijkt me erg zinvol, uitdagend en leven gevend. Misschien komen we dan samen uit op wat het meest belangrijke in het leven is en hoe we daar aan toe kunnen komen.  Want voor je het weet… is je leven voorbij. En het zou toch zonde zijn als het dan niet geleefd is, toch?

Uiteindelijk maakt elk mens keuzes vanuit diepere drijfveren. Een kind doet dat vanuit datgene dat haar of hem is aangeleerd door ouders of op school. En vooral hoe het ook wordt vóór geleefd. Een gedetineerde doet dat vanuit wat het leven hem of haar heeft aangereikt en hoe hij/zij ermee is omgegaan. Ook voor een gedetineerde geldt dat hij of zij ooit een opvoeding heeft genoten.
Van veel gedetineerden weet ik dat ze pas écht gingen nadenken over hun leven als ze een lange tijd vast zaten. Door die tijd ‘binnen’ werd alles in hun leven op de helling gezet, en werden ze gedwongen –vaak voor het eerst- om naar zichzelf te kijken. Een pastor kan in zo’n stilstaande tijd een eerlijke tegenover zijn, die helpt motivatie voor en inspiratie in jouw leven op het spoor te komen.  Want voor je het weet is je leven niet geleefd.

 

Dit is de eerste overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij je mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst.