BLOGisch, ontmoetingen die ergens toe leiden

waltherburgering2013@gmail.com is het emailadres om de 26 gebundelde BLOGs van pastor W. Burgering te bestellen. Eind november 2018 is dit in boekvorm verschenen onder de titel BLOGisch. Ontmoetingen die ergens toe leiden. Een mooi, zinvol geschenk. Voor slechts 10 euro ook verkrijgbaar bij de boekhandel. Direct bij de schrijver is exclusief verzendkosten (3,32 euro).    

Een goed verhaal komt naar je toe

                                                                                                                   22 maart 2019

Voor de redactie van Open Deur was een brainstormsessie georganiseerd over het thema ‘Een goed verhaal’. Omdat ik niet aanwezig kon zijn, schreef ik een korte bijdrage over de waarde van het verhaal. “Een goed verhaal is voor mij een (niet) alledaags verhaal dat inhoud en zin/geloof kent. Het gaat ergens om/over! Waarden, dilemma's, dromen, omgaan met de realiteit om ons heen, verbinding, solidariteit, gerechtigheid, liefde, zorg, (totaal) mens-zijn...

Daarnaast is het goed opgebouwd, met een duidelijke kop en staart en het liefst een aparte wending erin of met een kwinkslag, met humor. Niet moraliserend, maar wel tot nadenken stemmend, met soms een open, soms een gesloten eind. Aan een goed verhaal belééf je wat omdat je er iets van jezelf en/of je omgeving/situatie in herkent. Een goed verhaal wordt naar zijn luisteraar, naar zijn lezer toe-verteld.”

Verhalen vertellen is zo leuk, zo genieten! Afgelopen maand was ik bij een voorstelling van Esther Kornalijnslijper. Zij vertelde over haar ouders en voorouders, vanuit een andere tijd (de Tweede Wereldoorlog) met betekenis voor deze tijd. Na een carrière-switch- ze was dierenarts- is zij verhalen gaan vertellen. “Ik doe alleen nog maar waar ik zin in heb en wat betekenis in zich heeft”, vertrouwde ze mij toe. Haar verhaal was persoonlijk, maatschappelijk, historisch, interactief, dynamisch en zeer onderhoudend.

Wat maakt dat een verhaal blijft hangen en bij me binnenkomt? Het helpt als je iemand kent die het verhaal vertelt. Het vergroot de geloofwaardigheid. Je ogen en je oren staan anders, beter, gericht. Maar ook als je iemand niet kent, kan een verhaal overtuigen. De kracht van een verhaal is de zeggingskracht. Eigenlijk vertellen we elkaar allemaal verhalen, dagelijks! Ons leven bestaat uit het elkaar verhalen vertellen, groot(s) of klein. Maar niet alles heeft dezelfde zeggingskracht.

Een verhaal is als een mop:
het moet goed verteld worden


Als we iets meegemaakt hebben thuis, in de winkel, op werk, school of op de straat, dan willen we dat met iemand delen. Dat wordt een verhaal, dat begint met “moet je nu eens horen wat mij overkwam….” of “Ik stond vanmorgen in de file en opeens….” Maar we zijn niet allemaal begenadigde vertellers. Je merkt het altijd aan je luisteraars. Ze haken af als een verhaal niet goed wordt verteld. Als de spanning er niet in blijft, kunnen wij als luisteraars niet geboeid het hele relaas aanhoren. Dan wordt een verhaal een kwelling en een last, terwijl het een lust voor het oor moet zijn.

Het is net als met een goede mop. Die kan an sich goed zijn, maar moet ook goed verteld worden. Esther kan dit als de beste. Zij staat daar, of zit gebogen alsof ze in zichzelf aan het zoeken is naar woorden. Ze lacht als er iets grappigs aankomt en trekt een ernstig gezicht bij een plotwending. Ze staart de ruimte in alsof daarachter iets waar te nemen is dat haar naar zich toetrekt en ze vraagt het publiek om antwoorden op vragen die ze zichzelf ogenschijnlijk spontaan stelt.

Verhalen vertellen is dus méér dan de woorden kennen en de zinnen op een juist gearticuleerde wijze naar de mensen toe slingeren. Vertellen is theater! Je hele hebben en houden zit in het verhaal. Je bént het verhaal. Je wilt gedeeld worden en aankomen! Prachtig als -middels een mooi mens- een verhaal zich aan mij ontvouwt, voor mijn ogen daadwerkelijk tot leven komt. Het zégt mij wat, neemt mij mee in een andere wereld en houdt mij een spiegel voor.

Het laat mij nadenken over hóe ik zelf in dat verhaal zou denken, handelen, zou zijn… Het brengt mijn verhaal van mijn eigen bestaan tot leven en stelt het im frage. Hoe mooi kan het zijn! Zo is het naar mij toegekomen, in mij geland. Zo gaat het in mij verder. Daar kan ik alleen maar dankbaar voor zijn.

54. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Je houding veranderen

                                                                                                       7 maart 2019
Paus Franciscus heeft een boodschap voor de veertigdagentijd geschreven. Hierin roept hij christenen op om ‘het Paasmysterie intenser en concreter in hun persoonlijk, familie en maatschappelijk leven te belichamen, in het bijzonder door vasten, gebed en het geven van aalmoezen.’

Vasten wil zeggen onze houding jegens de ander en de schepping veranderen”, schrijft de paus. “Van de verleiding alles “te verslinden” om onze gulzigheid te verzadigen tot het vermogen om te lijden uit liefde. Liefde, die de leegte van ons hart kan vullen. Bidden om af te kunnen zien van het verafgoden en de zelfgenoegzaamheid van ons ik en bekennen dat wij de Heer en zijn barmhartigheid nodig hebben. Aalmoezen geven om te treden uit de dwaasheid voor onszelf te leven en alles te vergaren, in de illusie dat wij ons van een toekomst verzekeren die ons niet toebehoort…”

Paus Franciscus vraagt ons om deze ‘gunstige tijd’, zoals hij de veertigdagentijd als voorbereidingstijd op Pasen noemt, niet vruchteloos voorbij te laten gaan “Vragen wij God om ons te helpen een weg van ware bekering op gang te brengen. Laten wij (…) de op onszelf gevestigde blik opgeven en ons richten op het Pasen van Jezus; laten wij de naasten worden van de broeders en zusters in moeilijkheden door met hen onze geestelijke en materiële goederen te delen.” Dit is het mooie en meest leesbare en toegankelijke deel van de brief. De rest is een theologisch spreken over de verlossing van de schepping, de destructieve kracht van de zonde en de genezende kracht van berouw en vergeving.

Wie weet er nog wat ‘zonde’ is?

Ik vraag me wel eens af waarom het niet eenvoudiger kan. Natuurlijk, ik snap dat een oproep tot anders leven ingebed moet zijn in een visie op het leven en op Gods bedoeling met onze wereld. Maar de diepte en breedte van deze theologische en filosofische bespiegelingen en constructen spreken een andere taal dan de mensen en de wereld waarvoor ze zijn bedoeld. Natuurlijk, ik begrijp ook dat aan zo’n oproep een analyse van de mens en van de wereld voorafgaat. Maar ook hier spreekt de Paus een andere taal dan in de Nederlandse samenleving op dit moment gebruikelijk is. Wie weet er nog wat ‘zonde’ is behalve dan dat het gezegd wordt van iets dat gebroken is en waaraan men gehecht was ….?

En dat is wellicht ook wel de zwakte van het schrijven van Paus Franciscus. Hij gaat ervanuit dat de lezers zijn woorden oppikken en verstaan. Terwijl ik alleen maar denk: waar is mijn theologisch woordenboek? Als de paus zegt ‘de oorzaak van ieder kwaad is, zoals wij weten, de zonde…’ dan zullen al heel wat mensen afhaken. Zij hebben hier een andere mening over. En, het is een misvatting om ervanuit te gaan dat mensen dit (nog) weten! Zoveel weten we tegenwoordig niet meer van de achterliggende, gelovige, gedachten bij een oorzaak van zoiets als het kwaad. Alsof het maar één verklaring kent!

De logica dat ‘alles en onmiddellijk’ moet gebeuren … wordt fundamenteel onder kritiek gesteld

Het goede van deze brief echter is dat vanuit de onderliggende maatschappij- en mensanalyse ons een katholieke blik op de samenleving en de mens in zijn algemeenheid wordt gegund. Het feest van Pasen wordt ons niet alleen als bevrijdend voorgehouden, maar ook als middel om de huidige, moderne Westerse leefwijze kritisch te bekijken. De logica dat ‘alles en onmiddellijk’ moet gebeuren, en ook: ‘steeds meer’, wordt fundamenteel onder kritiek gesteld.

Zo wordt ook ‘de uitbuiting van schepping, mensen en milieu’ als niet heilzaam geschetst. De ‘onverzadigbare begeerte, die ieder verlangen beschouwt als een recht’ is daarvan volgens de paus een van de oorzaken. Daar kunnen we het voorlopig wel weer even mee doen. Genoeg kost om over na te denken en hopelijk een aanzet om ons gedrag en onze keuzes te veranderen. Want, daar ben ik wel van overtuigd, dat is de intentie van Paus Franciscus. Nu nog andere woorden vinden om het Paasmysterie intenser en concreter in ons persoonlijk, familie en maatschappelijk leven tot leven te brengen.

53. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

In gesprek blijven over seksueel misbruik

                                                                                                 19 februari 2019
Het is alweer heel wat jaren geleden dat de pleuris uitbrak in de Nederlandse kerk en de Nederlandse samenleving. Verhalen over seksueel misbruik kwamen in de media en getuigden van een omvang en duur die niemand had verwacht. Ik schoof in die periode aan tafel bij een buurtrestaurant en stelde me niets vermoedend aan iedereen voor, totdat iemand mij de hand weigerde.

Ik was (en ben) altijd herkenbaar aan een diakenkruisje op mijn revers en mensen mogen mij aanspreken op degene die ik ben en datgene dat ik vertegenwoordig: de katholieke kerk. De hand bleef weg en ik ging naast de man zitten die mij geen blik waardig keurde.

Het gesprek aan tafel was ondanks dit voorval geanimeerd, maar conversatie met deze persoon naast me bleef moeizaam. Af en toe zei hij iets tegen mij via iemand aan de andere kant van de tafel. Anderen aan tafel had ik vaker gesproken, kenden mij wel en ik hun, zodat na ruim een uur we toch het eenen ander hadden uitgewisseld. Het bevestigde mij in de keuze die ik maakte om 2-3 keer per maand hier te komen eten en met andere buurtbewoners te spreken dan ik doorgaans in de kerk tegenkwam.

Deze mensen brachten mij andere verhalen en hielden mij scherp op de maatschappelijke keuzes die ik als pastor wil maken: meer en menselijke aandacht voor de weinig tot niet geziene, voor de mensen aan de zelfkant, voor mensen die last hebben van eenzaamheid en uitsluiting.

Het toetje werd geserveerd, de klok tikte verder en ik zag vanuit een ooghoek dat het 5 voor half 8 was. Binnen 5 à 10 minuten moest ik opstappen om op tijd bij een werkgroepvergadering van de parochie te zijn. Ik maakte aanstalten om op te staan en af te rekenen toen de man naast me zei: “Excuses voor mijn gedrag. U valt eigenlijk best wel mee.” Ik moest een beetje glimlachen om deze toevoeging…

Als vertegenwoordiger van de kerk hoor ik bij dat zootje

“Maar weet u”, vervolgde hij, “Ik ben vroeger misbruikt door iemand van de kerk en ik vertrouw gewoon niemand meer van die club.” De onschuld van mijn glimlach verbleekte bij het horen van deze ontboezeming. Plaatsvervangend schaamde ik me diep. Ik schudde hem de hand en betuigde mijn medeleven, niet wetende wat er allemaal met hem was gebeurd…

Op andere momenten heb ik ook mensen ontmoet die mij vertelden dat zij in hun jeugd ernstig waren misbruikt door een priester of pater. Het zijn gesprekken die door merg en been gaan. Als pastor voel je de pijn mee van het slachtoffer dat soms pas voor de eerste keer hierover begint te spreken.

Je vraagt je af wat er is gebeurd en wat voor invloed dit misbruik heeft gehad op het leven van de persoon tegenover je. Je leest erover en dan komt het al binnen als een vreselijk verhaal, dat mensen kapot maakt. Maar als iemand het zelf vertelt, wordt zijn of haar pijn nog meer voelbaar en is er geen ontsnappen aan de ernst van de vergrijpen en de impact die het heeft op iemands leven.

Ik realiseer me ook tegelijkertijd mijn kwetsbaarheid: degene die dit leed met mij deelt, kan -vanuit deze ervaring- naar mij kijken als horende bij die club van viezeriken. Zijn of haar gedachte “Is deze kerkelijke ambtsdrager wél te vertrouwen of zal hij ook misbruik maken van zijn vertrouwenspositie op het moment dat ik me te kwetsbaar opstel?” is logisch en reëel. Als vertegenwoordiger van de kerk hoor ik bij dat zootje en ben ik aanspreekbaar op datgene dat die kerk en zijn ambtsdragers fout hebben gedaan. Vaak onherroepelijk fout. Ik kan er alleen maar voor zorgen dat het in mijn persoon nooit of te nimmer gebeurt. 

Enkele weken geleden organiseerde ons Westlandse pastorale team twee bijeenkomsten voor kerk betrokken parochianen over het thema seksueel misbruik in de rooms katholieke kerk, mijn en onze kerk. Nadat eind 2018 weer verschillende schandalen aan het licht waren gekomen en verschrikkelijke verhalen naar boven kwamen, kregen wij als pastores steeds vaker de vraag: kunnen we met elkaar delen wat het ons als gelovigen doet?

De twee bijeenkomsten waren ons eerste antwoord op deze vraag. Meer dan 50 mensen kwamen praten, luisteren en delen. Het doet ons allemaal pijn. Alle katholieken. Het had nooit mogen gebeuren. Het mag nooit meer gebeuren. We blijven hierover in gesprek.

52. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Maria, een onuitputtelijke krachtbron

                                                                                          8 februari 2019
Ik stond op om na een lang en droevig huisbezoek mijn jas aan te trekken, een nieuwe afspraak te maken en verder te gaan. Toen zei hij: “Dit moet je nog even zien.” Hij deed vol trots een deur open. Daar stonden ze: meer dan 200 Mariabeelden bij elkaar verzameld. Ze pronkten in zijn werkkamer op planken en kasten, rondom boeken, printer en computer. Her en der een kaarsje om bij te branden. Mijn eerste gedachte: ‘Wat een overdaad!’ Maar toen ging hij enkele beeldjes eruit halen en vertellen waar ze vandaan kwamen (Lourdes, Fatima, Banneux). Het bleken niet zomaar beeldjes, aan elk Mariabeeld zat een verhaal vast én een bedevaartreis.

Het waren herinneringen aan een bepaalde periode, waarin het niet goed ging met hem of haar of juist wel. Mensen die hen steunden en zorgden dat zij op bedevaart konden. De warmte van de groep, de kracht van de vieringen, de nabijheid van de geestelijken en het tot rust komen bij God, en bij Maria. Even enkele dagen weg uit de dagelijkse ellende en tegenslag en mogen ervaren dat je volop gezien wordt door God en door de mensen. Als je er geweest bent, voel je met ze mee.

Het is al bijna 10 jaar geleden dat enkele trouwe bedevaartgangers aan mij vroegen: wanneer ga jij mee naar Banneux? Nou niet volgende maand, stribbelde ik tegen, want mijn agenda zit te vol. Ik kan niet zomaar 4 of 5 dagen weg. Dat moet ik een jaar van tevoren inplannen… Vasthoudend werd er gezegd: okay, volgend jaar september ga je dus mee. Prima zei ik, niet wetende waar ik aan begon. Ik had het nog nooit meegemaakt!

Nadat ik als diaken was goedgekeurd door het organiserend comité, werd ik uitgenodigd om aan de voorbereidingen mee te doen en kreeg ik een beetje beeld van wat er allemaal bij een bedevaart komt kijken. Petje af voor de organisatie, die er alles aan doet om de bedevaartgangers de dagen van hun leven te geven. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Alles wordt tot in de puntjes voorbereid en met militaire discipline uitgevoerd. Geen wonder dat bedevaartgangers alleen maar met zichzelf en hun geloofsleven bezig zijn. Fantastisch!

Tijdens een bedevaart wordt verdriet, onmacht en radeloosheid omgezet in troost, vechtlust en vertrouwen

Veel zaken die die eerste keer op mij af kwamen, verrasten mij ten positieve : het pelgrimsgebed voor vertrek in de bus, de grote hoeveelheid Weesgegroetjes die als een soort mantra werden gebeden, de respectvolle houding van de pelgrims naar de clerus, de hoeveelheid vieringen, de ziekenzegening , de grote devotie/vroomheid die de bedevaartgangers tentoonspreidden en het aparte genre van de Marialiedjes. Daarnaast was er ook veel ontmoeting en gezelligheid bij koffie en gebak, en rustige uurtjes bij Maria.

Het leek wel een bijzondere rest uit de tijd van het rijke roomse leven. En in zekere zin is dat het ook. Voortkomend en groot geworden in de volkskerk zag ik veel mensen op bedevaart gaan, die zich niet altijd meer thuis voelden bij de huidige, burgerlijke kerk. De eenvoud van hun devotie, direct tot Maria en tot God, de directheid van de nood die zij bij zich droegen. Het niet meer, of niet altijd meer gezien worden van mensen, die ondergaan in de massa…

We hebben er allemaal behoefte aan: gezien worden. In de massaliteit, die een bedevaart ook is, wordt eenieder tóch gezien en gehoord en draagt zijn of haar steentje bij in de lichtprocessie en in de kracht van het steun vragen aan God via Maria! Als verdriet, onmacht en radeloosheid ergens kan worden omgezet in troost, vechtlust en vertrouwen dan is het wel tijdens een bedevaart. Gebed, samenzijn en je gezien weten door God en door mensen maakt het voor de meeste deelnemers tot een onvergetelijke ervaring. “Waarlijk, ik ben een kind van God”…

Een prachtige manier van geloven, die we als kerk nooit kwijt mogen raken. Een vorm ook die thuis, in het dagelijks leven, doorgaat. Juist omdat we ook daar bij het beeldje van Maria een kaarsje kunnen branden, het Wees gegroet kunnen bidden en de ervaring van de reis in ons hart meedragen. De diepte van de troost, de kracht en het vertrouwen opgedaan tijdens de bedevaart wordt als het ware iedere keer weer tot leven gebracht als we thuis bij Maria bidden. Met meer dan 200 beelden is dat een onuitputtelijke krachtbron geworden.

51. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

De ontdekking: vrijheid is relatief

                                                                                              1 februari 2019

Ze stond naast me en vertelde dat het een emotionele dag was. Haar laatste kind verhuisde, het huis uit. Als moeder doet dat je wat. Je taak zit erop. De vogels zijn gevlogen en het loslaten gaat verder. Natuurlijk heb je je vragen bij de relaties die je kinderen hebben aangeknoopt, met wie ze zijn gaan samenwonen en of dat allemaal houdt…. Dat is moeders/ouders eigen. Je wilt het beste voor je kinderen. Natuurlijk snap je ook wel dat je nu iets anders moet met de zorg die normaal gesproken altijd in de AAN-stand staat voor je kinderen. Maar hoe bereid je je voor op het lege nestsyndroom…?

Ik moest denken aan wat er voor mij als kind van mijn ouders veranderde toen ik het huis uitging. De motieven om het ouderlijk huis te verlaten zijn er velen. De een gaat studeren in een stad die te ver van thuis afligt om heen en weer te blijven reizen. Die wordt als het ware gedwongen los te laten. De ander treft een goede man/vrouw en gaat samenwonen. Die kiest duidelijk voor een nieuwe fase in zijn/haar leven. Weer een ander is toe aan het op eigen benen staan, onder de vleugels van pa en ma weg, en uitvinden wat het leven te bieden heeft. Ook een duidelijk nieuwe fase.

Bij mij ging het voornamelijk om ‘mijn vrijheid’. Ik had het goed thuis, maar had steeds minder behoefte om me aan alle regels van het gezin te houden, zoals op tijd thuis voor het eten. Mijn studentenbestaan was onregelmatig en iedere dag standaard om half 6 eten was voor mij geen optie meer. Daarbij wilde ik zelf kiezen of ik een keer uitsliep en een college miste en niet iedere keer het klopje van mijn moeder op de slaapkamerdeur horen met de vraag: “Moest jij niet naar school?”

Die vrijheid kreeg ik met op kamers gaan. Bij een hospitagezin met twee kleine kinderen. Overlast bezorgen was er niet bij, laat thuiskomen (rustig!) wel. Met zachtjes doen op de trap had ik geen moeite, want dat moest thuis ook. Mijn moeder lag altijd nog wakker als ik een keertje was uit geweest en ik wist precies welke traptreden ik moest overslaan. Er waren enkele die behoorlijk kraakten als ik naar mijn zolderkamer sloop.

De hospita was niet zo bezorgd
en bemoeierig als mijn ouders


Maar vrijheid bleek dus relatief. De regels van thuis werden vervangen door de regels van de hospita. Maar ja, daar had ik zelf voor gekozen. Thuis bestonden ze al toen ik er opgroeide. En de hospita had wel belangstelling, maar was niet zo bezorgd en bemoeierig als mijn ouders. Dat voelde toch anders. Op kamers besliste ik zelf wat ik deze dag, deze avond, deze nacht zou doen. Geen pottenkijkers en bemoeials om me heen. Geen verantwoording voor wat ik wel of juist niet deed. Alleen verantwoording naar mezelf toe.

Het werd een tijd van veel uitvinden, tegen muren aanlopen en confrontaties met mezelf in een zoektocht naar mijn identiteit. Wie ben ik nu eigenlijk helemaal? Waar sta ik voor? Wat durf ik wel, wat niet? Wat zijn mijn eigenheden en eigenaardigheden? Wat accepteer ik van mezelf en wat niet? Wat zijn belangrijke waarden en normen die ik wilde naleven? Wie zijn mijn vrienden en wat is familie mij waard?

Het eerste dat ik deed na de verhuizing was eten koken en na afloop mijn bord schoonlikken. Het was een symbolische, bijna rebelse, daad die wilde uitdrukken: Ik ben nu de enige die bepaalt dat dit mag en kan. Zoveel last had ik blijkbaar gehad van de noodzakelijke (6 kinderen!) regelgeving van ons gezin. Het tweede dat gebeurde, was dat ik binnen twee maanden verkering kreeg, die bleef slapen. Niemand hoefde iets gevraagd te worden, wat een vrijheid! Het voornaamste dat gebeurde was dat ik afscheid nam van ‘thuis’, maar naar gelang de tijd voortschreed steeds vaker juist de waarde van ‘thuis’ ontdekte.

De verhouding met mijn ouders, broers en zussen werd anders. Jaren later bemerkte ik dat mijn ouders zich nog steeds zorgen maakten over hun kinderen. Ik besloot toen ook maar wat minder te vertellen. Over wat ze niet wisten hoefden ze zich niet druk te maken. En dat is gebleven tot op de dag van vandaag, waarop ik zelf afweeg wat ik wel of niet deel met mijn vader. 87 jaar inmiddels.

Nu ben ik het die zorgen heeft over hem. Dat voelt als natuurlijk en goed. En met dat lege nestsyndroom van mijn ouders ben ik eigenlijk nooit echt bezig geweest. En dat is misschien maar goed ook. Toch nog maar eens vragen aan Pa... 

50. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Idealen hebben twee kanten

                             
                                                                                                   29 januari 2019
Borgman heeft gelijk als het in Leven van wat komt schrijft: we denken alles in de greep te (moeten) hebben, maar het leven en de samenleving is ‘een zootje’ waar we mee te dealen hebben. Niet om het op te lossen – dat is illusie-, wel om ermee te leren leven. Indachtig de profetische spreuk: ‘armen zullen er altijd zijn.’ Ik moest hieraan denken na afloop van een gesprek over de waarde en het belang van Stichting BAKboord Den Haag voor (ex)gedetineerden, dat ik onlangs had samen met onze teamleider in een penitentiaire inrichting in deze regio.

Het was een gesprek over hoe goed we het met z’n allen aanpakken. Justitie, reclassering, psychiatrie en nazorgnetwerk. De sfeer was positief en strijdbaar: wij weten hoe het zit. Steeds dichter komen we bij de juiste wegen om gedetineerden naar buiten toe te begeleiden om een nieuwe kans in de samenleving mogelijk te maken. Ik was er zelf ook van overtuigd dat dit de enig juiste weg was. Alleen, ….. de cijfers liegen niet. Voor 70 % van de mensen die een detentie achter de rug hebben, ligt alweer een nieuwe detentie in het verschiet. Blijkbaar doen we dus nog steeds iets niet goed.

Moeten we het daarom laten om programma’s uit te denken en gemotiveerde mensen nieuwe kansen geven? Nee, zeg ik met Borgman, ‘aanmodderen’ en ‘proberen’ is wat we mogen doen. De droom, dat mensen kunnen veranderen, levend houden. Het ideaal dat mensen ánders willen maar niet altijd kunnen, invulling geven. Tegelijkertijd moeten we ook reëel blijven. Opgelegde programma’s of programma’s met een lokkertje gaan het niet redden. Alleen échte motivatie, van binnenuit, kan mensen anders laten worden. Beter, zo u wilt.

Een ideaal maakt het onbereikbare zichtbaar

Een ideaal is iets vreemds. Het creëert een beeld, een ogenschijnlijk onmogelijk ‘iets’ om naar uit te zien. Het maakt het onbereikbare zichtbaar en omgeeft het met een aureool dat roept dat het tóch behapbaar is. Het roept verlangen op, en geeft alleen al daardoor energie om er daadwerkelijk ook mee aan de slag te gaan. Het geeft – niet onbelangrijk- zin aan de huidige situatie en er ontluikt motivatie om die situatie te veranderen. Geloof in dat het anders kan, is hierbij wezenlijk.

Er zit nog een andere kant aan dat ideaal. Het is ook vaak behept met een (onbewust) mensbeeld. Als ideale burger dienen we aan verschillende eisen te voldoen. Sommige mensen noemen dat fatsoenlijk, anderen ‘normaal gedrag’, weer anderen scharen het onder ‘mee kunnen blijven draaien in de samenleving’, niet uitvallen… Maar altijd zullen er mensen zijn, die hieraan niet voldoen.
Die niet passen in de hokjes die een dominante (burgerlijke) groep in de maatschappij heeft gebouwd, omdat ze er zichzelf lekker en goed bij voelen. Het zijn dan ook hún hokjes. Zij kunnen er prima in functioneren, zijn het gewend en vinden het normaal. Een ideaal kan dus dwingend worden voor groepen die niet passen binnen dit mensbeeld. En hoe gaan we dan met die groepen om? Wat kunnen we van hen vragen? Móeten we wel wat van hen vragen?

Religie heeft de taak te vragen naar het mens-zijn

Een belangrijk punt hierbij is dat elk mens individu is, maar ook deel van de samenleving. Misschien is het individu-zijn nog niet eens zo belangrijk, maar meer nog het subject-zijn. Veel mensen worden tot object gemaakt, voelen zich een radertje, een nummer in een systeem. Wordt er aan hen wel eens gevraagd wat zij belangrijk vinden? Hoe zij een oplossing zien van een probleem waar zij deel van uitmaken? Hoe zij waardevol, belangrijk of zinvol in het leven (kunnen) staan?

Religie/Kerk heeft deze taak: vragen naar de mens, naar zijn/haar idealen en subject-zijn. Vragen naar wat voor hem/haar zinvol is, als mens én als schepsel. En samen antwoorden zoeken en formuleren. Daarom is het goed om te blijven aanmodderen: om bijvoorbeeld te proberen mensen uiteindelijk minder ‘gedwongen tijd’ in de gevangenis te laten doorbrengen. Mede door hen dichterbij bij hun mens-zijn, subjectzijn en schepsel-zijn te brengen. Dan komen oplossingen soms uit een heel onverwachte hoek.


49. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Waar blijft de tijd?

                             
                                                                                                      22 januari 2019
Ze had iets van mij gelezen en prees mijn gedrevenheid, mijn teksten. Ik besefte dat ik een groot verlangen heb om méér toe te komen aan het schrijven van gedichten, proza, muziek e.d. Hiervoor ruimte maken in de drukte, ruimte maken in mijn hoofd, in mijn hart en in mijn agenda, lijkt me heerlijk! Maar dat lukt niet altijd zo goed…Andere zaken en werkzaamheden houden me tegen of nemen de tijd in beslag.

Waar blijft de tijd om dat te doen wat ik zo graag zou willen? Waar is die gebleven? Tijd vliegt als zand tussen mijn vingers door, is weg. Voorbij, verloren, niet meer in te halen of over te doen… De tijd, waarvan ik wel eens denk: is dit nu alles, alles wat er is? In die tijd gebeurt van alles met mij en soms heb ik het idee dat ik alleen maar meelift, drijf op de stroom (en de storm) van de tijd en meer tijd nodig heb om alles wat er door me heen of langs me heen is gegaan en over me heen is gekomen, te verwerken en mee te maken! De tijd gaat razendsnel aan mij voorbij. Ik kan haar amper bijhouden…

Ik heb eens ergens gelezen dat auto- en treinreizen, vliegreizen nóg meer, mensen het gevoel geven dat ze niet meer met zichzelf in de pas lopen. Normaal als je loopt, en je lichaam is daar-voor ontworpen - registreer je waar je bent en waar je loopt. Je brein en je lijf lopen met elkaar in de pas. Je kijkt rond, neemt waar, slaat op en verwerkt dat in looptempo. Dit kost je geen bovenmenselijke hoeveelheid energie. Het past bij elkaar.

Als je sneller gaat dan je lijf kunt bijhouden, en dat begint al bij fietsen, scooteren en autorijden, dan heeft je brein aan het einde van jouw reis tijd nodig om alles dat er onderweg is meegemaakt op een rijtje te krijgen. Snelheid en veelheid staan niet meer 1 op 1 naast elkaar. Je brein loopt niet meer in de pas met wat je lijf heeft gedaan, namelijk zich sneller verplaatsen dan te voet. Je brein moet gaan inhalen, en dat kost dus energie: om het weer bij elkaar te krijgen…

Ikzelf kom er steeds meer achter dat traagheid mij voldoening geeft
Snelheid gaat ten koste van zorgvuldigheid,

Nu leven we in een snelle tijd. Ik hoef alleen maar naar de tv of netflix te kijken. Snel gesneden reclames of series met opeenvolgende ontwikkelingen, die in stukjes aan ons worden voorge-schoteld. Ondersteund door up-tempo-muziek en een gillende voice-over. Het kan niet snel genoeg. Zoveel mogelijk directe en indirecte informatie in zo weinig mogelijk minuten, want: tijd is geld.

Snel is natuurlijk relatief, zeker in de beleving. Jonge mensen voelen zich té gek als in games helden in oorverdovende snelheden aan hen voorbijtrekken. Wendbaar bewegen ze zich doorheen afwisselende decors en iedere seconde toont zich weer wat nieuws waar je als speler op moet reageren. Oudere mensen voelen zich dan vaak onthand. De reactiesnelheid is minder, het overzicht ontbreekt en het doel verandert terwijl je speelt.

Snelheid voelt vaak wel goed. De rollercoaster, die het leven is, wordt dan gezegd. Maar snelheid is zeker niet alles. Het kan ten koste gaan van de zorgvuldigheid, het kan de grens bereiken van de belasting die wij als mensen aankunnen, het kan de tijd – jouw levenstijd – aan je voorbij doen laten gaan. Het kan de aandacht waarmee we leven negatief beïnvloeden. En, is ons dat het waard?

Ikzelf kom er steeds meer achter
dat traagheid mij meer voldoening geeft.


Even ergens bij stil staan. Even aandacht geven aan iets of iemand. Even pas op de plaats maken en om me heen kijken in plaats van al bezig zijn met ‘waar kan ik dit keer naar toe?’ Traagheid geeft me het gevoel van gevuld-zijn in plaats van hol en leeg, heelheid in plaats van fragmentatie, gezond in plaats van ziek, tevreden in plaats van immer onrustig.

Maar vertragen is niet altijd gemakkelijk. Toch probeer ik me niet meer zo gauw te laten verleiden om in de aangeboden snelheid van het leven mee te gaan. Echter, er is één uitzondering, en dat is als ik hoor “Opa, wie het eerste boven is.” Dan spurt ik de trap op naar boven, want je kleinkinderen zijn maar één keer jong. Ook voor hen gaat de tijd snel.


48. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPEN-BURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Werk zoeken blijft zinvol

                                                                                       16 januari 2019
Ze zegt het met trots, maar ik hoor ook wat weerzin in haar stem: “Ik heb nu een tijdelijke functie, als vrijwilliger, om events te organiseren. Ik heb het naar mijn zin, maar word ook een beetje moe van al die mensen die ik achter de broek aan moet zitten, omdat ze hun taak niet doen.” Niet gewend om langdurig actief aan het arbeidsproces deel te nemen, is ze zoekende naar haar rol en plaats in dat arbeidsproces.

Regelmatig kom ik mensen tegen die al lang naar passend betaald werk zoeken. Jonge mensen, mensen van middelbare leeftijd, oudere werkzoekenden. Ik ken ze in alle soorten en maten. Sommige mensen blijven ‘hangen’ in vrijwilligerswerk, maar klinken ontevreden omdat ze eigenlijk toch betaald werk willen doen. Vrijwilligerswerk is okay, hoor ik dan, maar betaald werk beter.

Als ik vraag naar de motivatie (soms is er geen noodzaak, omdat de partner salaris heeft), dan is het steevast: waardering. Iets in ons arbeidsethos zegt ons dat alleen harde euro’s de waardering geven waar we op zitten te wachten. Terwijl er de laatste decennia zoveel georganiseerd vrijwilligerswerk is bijgekomen en veel meer aandacht voor en waardering van vrijwilligerswerk is dan vroeger! Geld geeft blijkbaar toch iets extra’s, iets dat onvervangbaar is.

Uit onderzoek blijkt ook dat niet het salaris bepalend is hoe wij ons werk waarderen, maar vooral de arbeidsvreugde. En deze wordt dan weer voor een groot deel bepaald door het hebben van collega’s. Het werk wordt leuk, omdat we leuke collega’s hebben. Arme zzp-ers, die dat niet hebben. Ze missen grote arbeidsvreugde en moeten die ergens anders vandaan halen dan van de collega’s. Misschien toch die leuke vergoeding die tegenover de gedane arbeid staat?

       Arbeid dient tot zelfontplooiing.
           We mogen eraan groeien!


Vrijwilligerswerk geeft ook voldoening. Het is meestal een sociale vorm van onbetaalde arbeid. We doen iets voor een ander in het kader van een project of stichting of goed doel. Vrijwilligers zijn (letterlijk) goud waard. Onmisbaar element in onze samenleving, gedaan vanuit een andere drive dan betaalde arbeid. Meer van binnenuit, meer idealistisch, meer vanuit het hart. Kan arbeid dat dan niet in zich hebben? Jawel hoor, maar we beleven het lang niet altijd zo.

Een definitie. “Arbeid is een menselijke activiteit die van belang is voor het levensonderhoud. Arbeid is daarnaast van belang voor de ontplooiing van de persoon en zijn of haar talenten, voor het onderhouden van een netwerk van relaties tot opbouw van de samenleving. Datzelfde geldt voor onbetaalde arbeid. Onbetaalde arbeid is evenzeer van belang vanuit de vraag: wat kan ik betekenen voor een ander? Een mens moet geen slaaf worden van zijn arbeid. Dat gebeurt als het loon onvoldoende is of wanneer werk een doel op zich wordt. Het uiteindelijk doel van arbeid is niet het werk of het geld zelf.” Wijze woorden uit de katholieke sociale leer van de kerk.

Op deze manier naar werk kijken stelt de mens centraal. Arbeid is niets zonder de mens, het begint bij de mens. Daarnaast dient het ons mensen tot zelfontplooiing. We mogen eraan groeien! Ik denk spontaan aan veel mensen die ‘slechts werken om de hypotheek te kunnen betalen.’ Ik heb met hen hierover gesprekken gehad, omdat ik dat zo karig vind. Zo jammer dat je je talenten niet kunt of wilt inzetten om je te ontwikkelen, om te groeien in je werk.

Ikzelf zou dat zo niet kunnen. Ik leer iedere dag iets over heel veel zaken én over mezelf! Vind ik heerlijk! Ikzelf beschouw beloning van het werk in geld als een bijkomstigheid. Het plezier in het werk en de mogelijkheden binnen het werk om me te ontwikkelen vind ik bijzonder en weldadig. Daar beleef ik ook veel vreugde aan.

Het aspect dat je met je werk – of je nu vuilnisman bent of filosoof - iets kunt betekenen voor een ander, voor onze samenleving, voor elkaar, vind ik zin geven aan werken. Een bijdrage aan het algemeen welzijn, noemt de kerk dit elders in haar sociale leer. Dat is mooi, dat stijgt uit boven mijn eigen individualistische cocon. Het maakt dat ik voel dat ik deel uitmaak van een groter geheel waarin de ander en ik het samen mogen uitzoeken, samen verantwoordelijk zijn.

Ik denk dat we nogal eens vergeten waar ons betaald of vrijwilligerswerk om draait of zou mogen draaien. Het is soms losgeweekt van allerlei logische verbanden, soms te veel bepaald door allerlei verplichtingen en heeft plaats ‘aan de lopende band’, automatisch, gedachteloos en harteloos uitgevoerd. Dat is jammer, want werk kan van zoveel meer betekenis zijn voor ons allemaal. Niet voor niets blijven mensen ernaar op zoek…

 

47. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden. Eind 2018 verschenen 26 geselecteerde blogs in boekvorm onder de titel BLOGisch, te bestellen via waltherburgering2013@gmail.com.

Kinderen worden je gegeven

                                                                           9 januari 2019
De telefoon ging, en later nog eens. Ik was druk, ingespannen bezig en wilde me even niet laten storen…Ja op zo’n moment is die smartphone een inbreker! Maar ik bleef geconcentreerd bezig tot even later een appje van hetzelfde nummer volgde. “Hey Walther, je zou onze zoon nog komen bewonderen, wanneer komt het uit? Wij hebben deze week vrij. We horen het wel”. Mooi toch? Dus maar even terug-geappt, dat ik later even de agenda erbij zou pakken en kijken wanneer het gelegen kwam. Direct antwoord: “Doe maar rustig aan”. Een paar dagen later, laat in de avond, kreeg ik weer van hen bericht “Rustig aan neem je wel heel letterlijk”, met twee smileys erbij. Dus terug-geappt: Excuses, Ik neem morgenmiddag contact op. Die middag was ik in de buurt en ben ik spontaan even langsgegaan, want ja, een nieuw leven bewonderen is altijd een zegen.

Het mooiste aan kinderen krijgen is misschien wel dat het je gegeven wordt. Nieuw leven waarvan je niet weet wat het worden zal. Nieuw leven dat kwetsbaar is en beschermd moet worden. Nieuw leven dat verzorging nodig heeft en afhankelijk is van jou als vader of als moeder. Zonder jou kan het niet leven. Simpelweg alleen al vanwege het feit dat eten van jouw kant moet komen. Zelf zoeken kan die baby niet; het heeft zijn vader en/of moeder keihard nodig. Daarna leer je het leven, je bent voorbeeld in menig opzicht.

Dat kinderen je gegeven worden besef je pas echt als je stellen ontmoet die graag een gezin willen stichten, maar waarbij om een of andere reden het niet gegeven is om kinderen te krijgen. Een toekomstbeeld, waar twee partners zich op hadden ingesteld, stort dan helemaal in. De laatste strohalm is dan vaak de medische wetenschap. Daar liggen soms mogelijkheden, kansen... Maar als die ook geen resultaat opleveren, ziet de toekomst er anders uit dan verwacht en gehoopt.

Kinderen krijgen blijft nog altijd een wonder. De natuur zit ingenieus in elkaar, er kan van alles en nog wat. Maar hoe complexer, hoe meer er ook mis kan gaan. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Er zijn dan ook nogal wat mensen die steigeren bij de uitdrukking dat je “kinderen neemt.” Juist mensen waarbij het mis is gegaan en die de ervaring hebben dat het wonder je echt geschonken wordt, kunnen heel slecht tegen dit woordgebruik. Het insinueert dat wij als mensen álles kunnen regelen, plannen en uitvoeren; alles in de hand hebben. Maar dat is niet.

Het gaat niet zomaar over een nieuw stukje speelgoed

Zij weten als geen ander dat dat uiteindelijk niet zo is. We weten veel, kunnen veel als mensheid, maar er is nog heel wat waar we geen invloed op kunnen uitoefenen. Toeval, genade, de natuur …? Noem het zoals je wilt, maar alles planbaar en onder controle? Nee.

Natuurlijk gaat het bij nieuw leven ook niet zomaar over een nieuw stukje speelgoed of technisch hoogstandje, om de laatste ontwikkeling op digitaal gebied. Nee. Het gaat om nieuw léven. Om een persoon, waarvan we kunnen (gaan) houden en die van ons kan gaan houden. Een persoon die zijn eigenheid gaat zoeken in de bagage (lees DNA) die wij hem/haar hebben meegegeven. Die zich gaat ontwikkelen en invloed gaat hebben op hoe het leven er over enkele generaties uit zal zien… en die dat – na de afhankelijke periode- zelf gaat uitzoeken en uitzetten… misschien vanuit het besef dat het leven aan hem/haar gegeven is.

Het zou mooi zijn als we dat levensgevoel mee kunnen geven. Want hoe je het ook wendt of keert, de ontwikkelingen in samenleving en wetenschap gaan door. We kunnen steeds meer en meer, maar mens-zijn blijft toch iets unieks, iets origineels en iets waarin vrijheid moet worden gekoesterd. Om écht mens te blijven, toch?


46. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden. Eind 2018 verschenen 26 geselecteerde blogs in boekvorm onder de titel BLOGisch, te bestellen via waltherburgering2013@gmail.com.

Ontmoeting blijft mensenwerk

                                                                                 15 december 2018 
Ik had er van te voren niet zo bij stil gestaan, maar als je een boekje signeert (zoals onlangs BLOGisch), dan heb je aan de signeertafel ook weer een reeks ontmoetingen. Mensen kennen je of hebben je leren kennen via de blogs of komen uit nieuwsgierigheid het fraai vormgegeven boekje bekijken. Daarbij spreken ze mij als schrijver aan over vorm en inhoud.

Het was dus leuk, leerzaam en liefdevol om begin december aan tafel een diversiteit aan mensen te begroeten en ermee in gesprek te raken. Het mooie is ook dat alle gesprekken ergens over gingen: mensen kwamen met persoonlijke verhalen. En natuurlijk, in BLOGisch staan ook persoonlijke verhalen, maar blijkbaar roept dit ook bij de lezer iets op. En, zoals één van de kopers mij toevertrouwde: ‘Misschien is dit gesprekje wel aanleiding tot een blog’…. Dat kan het ook opleveren, ja.

Ik ben een van die schrijvers die in eerste aanleg voor zichzelf schrijft. Er zijn zaken die mij bezighouden, waar ik niet altijd direct uitkom en dus dieper over na wil denken. Er zijn ook levenszaken die voor mij meer studie of dialoog nodig hebben om verder inzichtelijk te krijgen. Dit soort dilemma’s of uitdagingen zetten mij dan meestal aan tot studeren, dialogeren en … schrijven.

Elkaar ontmoeten is helemaal niet zo makkelijk
 
Als het schrijven mij dan ergens brengt, komt de gedachte op om het met anderen te delen en dus om te bloggen. Maar omdat er nog altijd mensen zijn die niet van internet alleen leven én mensen die het heerlijk vinden om een gedrukt exemplaar in handen te hebben, geef ik deze overdenkingen dan ook uit als boekje. Wat aan mij iets geeft, kan voor een ander ook betekenis hebben, toch?

De keuze om elke blog te starten vanuit een ontmoeting is ingegeven door gesprekken met ‘mijn’ sociale media- coach Eric van de Berg (www.isimedia.nl). Hij gaf begin 2018 tijdens mijn sabbatverlof aan dat dit soort blogs, door pastores geschreven, nog niet voorhanden waren. En zo is deze oneindige serie blogs begonnen. Omdat álles start met een ontmoeting tussen mensen. Er is niets zo wezenlijk voor mensen dan dat ze elkaar ontmoeten. Dan gebeurt er wat.

Maar elkaar ontmoeten is helemaal niet zo makkelijk. Het vergt van twee (of meer, want dat kan ook) mensen een zekere mate van open staan naar elkaar. In onze hectisch vormgegeven samenleving kan dat openstaan al een begin van het probleem zijn. Door stress, overbelasting, vermoeidheid, concurrentie, jaloezie of verdrukking kunnen we ons al (onbewust) zo afsluiten, afschermen en/of beschermen dat een open contact in eerste instantie niet echt tot de mogelijkheden behoort. Misverstaan, negeren of langs elkaar heen praten zijn dan meer reële opties.

Netwerken kunnen niet buiten ons als persoon bestaan

Zonde, want mensen zijn zó interessant en we kunnen zoveel van elkaar leren op verschillend terreinen van persoonlijke ontwikkeling! Als pastor leer ik nog dagelijks van andere mensen hoe ik beter in het leven kan staan. Door in alle openheid contacten aan te gaan, gebeurt er bijna altijd iets tussen die ander en mij. We ontmoeten elkaar en brengen iets extra’s, waardoor we een meerwaarde voelen die er vóór het contact, vóór de ontmoeting niet was….

Natuurlijk, als pastor kom je anders bij iemand binnen dan de loodgieter of electriciën, maar iedereen kan dit. Sterker nog, ik denk dat ieder mens contact op het niveau van ontmoeting nodig heeft. We kunnen niet zonder. Als wij geen betekenisvolle relaties hebben of onderhouden, wordt ons leven ziel-loos.

In onze huidige tijd draait veel om zakelijkheid, netwerken en communities. Het lastige aan deze organisatievormen is dat het gedreven wordt door en opgezet is vanuit belangen en niet door of vanuit menselijke behoeften. Gelukkig merken wij tevens in de praktijk dat netwerken niet buiten ons als persoon om kunnen bestaan.

Ergens moet je met een ander een ‘klik’ hebben om zakelijk of strategisch gesproken verder te kunnen. Of, de gunfactor speelt een rol…Hiervan bewust zijn is al een goede stap in de richting van openstaan en ontmoeten. Hierdoor blijft alle communicatie mensen-werk, iets waar ik een groot voorstander van ben in een tijd waarin steeds vaker de machine (lees: computer/smartphone) de grootste Bepaler lijkt te zijn.


45. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.


Ruimte maken in jezelf, voor een ander

11 december 2018
Als mensen in de gevangenis terechtkomen, zijn er al heel wat gaten en bulten in hun levenspad geslagen. Door eigen schuld of door omstandigheden is het in hun leven niet zo gladjes verlopen als van tevoren gedacht. Er zijn (in)direct slachtoffers gemaakt, er is geweld gebruikt, mensen zijn misleid, misbruikt of zelfs doodgemaakt. Omwille van…? Soms geld, macht, of ‘redden van eigen hachie’; soms omwille van de verslavende werking van de duivel die drugs of alcohol heet….. of omwille van overleven, omdat het niet anders kan (armoede).

We staan vaak snel klaar met ons oordeel en zeggen vanuit onze leunstoel: je hebt altijd een keuze. Je kunt altijd kiezen om iets niet te doen, uit de criminaliteit te blijven en het rechte pad bewandelen. In principe kan dat, maar het wordt sommige mensen wel heel erg moeilijk gemaakt. Ik moet denken aan Jantje, een nakomertje met 5 criminele broers. Hij heeft het geprobeerd, met hulp, veel hulp, en vertrouwen, veel vertrouwen, maar na een paar maanden dat we elkaar kenden bood hij me een zo goed als nieuwe fiets aan. Voor € 10,00! Jantje was alweer aan het wegglijden, kon het niet van zich af houden.

Anderen worden opgepakt en zitten op cel op de blaren. Krabben zich achter de oren. Hoe heeft het zover kunnen komen dat ik hier terecht ben geraakt? Vooral zogenaamde first offenders overkomt dit. In gesprek met hen worden wegen recht gemaakt om ruim baan te geven voor een nieuwe toekomst. Soms met God erbij. In ieder geval voor een toekomst met hoop, verwachting en een nieuwe start.

Een gedetineerde die thuiskomt na een straftijd heeft genoeg tijd gehad om na te denken over zijn leven, om los te laten wat zijn oude leven was en om te vinden en te schiften wat dierbaar en écht belangrijk in het leven is. Voor velen -helaas niet voor iedereen- is het een tijd van bezinning, confrontatie met zichzelf en alles wat je in het leven hebt opgebouwd:. hoe goed, of … hoe slecht is dat eigenlijk? wat telt écht? op wie kan ik bouwen? en, kan ik ánders met mijn leven omgaan dan hiervoor? Kan ik ervan leren, wíl ik ervan leren?

Menigeen (70 %) slaat de oude, vertrouwde en slechte weg weer in met de bekende, zogenaamde vrienden, die je rijk maken, en verslaafd, en het slechtste in je naar boven doen komen. Zo slecht dat je eigen moeder je amper nog herkent. Anderen zoeken een weg naar buiten, een nieuwe weg, een nieuwe waarheid en een nieuw leven. Hier hoort zelfstandigheid en onafhankelijkheid bij. Hier komt zelfvertrouwen om de hoek kijken. Waaraan ontleen je dat? Hoe kun je dat opbouwen? Hier groeien kansen om iets van je leven te maken.

         Na detentie moet je als ex-gedetineerde
        opnieuw je plek vinden in de samenleving


Hier komen we organisaties als Exodus, Kerk met Stip en Stichting BAKboord Den Haag tegen. Want, niet iedereen stapt makkelijk over dat ‘gat in de C.V.’ heen en niet iedereen geeft jou als ex-gedetineerde gul een tweede, derde of zelfs vierde kans. En, ex-gedetineerd zijn – hoe lang ben je dat eigenlijk? Hoelang kijken mensen naar je met zo’n blik van ‘eens een dief, altijd een dief’? Nee, soms ben je buiten de muren nog meer gevangene van jezelf en van de samenleving dan binnen de muren van een penitentiaire inrichting.

Als ex-gedetineerde mannen en vrouwen écht een nieuwe start willen maken, en áls ze gemotiveerd zijn om te werken en een betaalde baan te betrekken, dan staan de jobcoaches van BAKboord voor hen klaar om ze naar deze nieuwe werkelijkheid toe te begeleiden. BAKboord-Jobcoaches zijn vrijwilligers, die tijd en aandacht besteden aan elke gemotiveerde ex-gedetineerde die werk zoekt.
Zij spreken met deze man of vrouw een traject af en zoeken samen naar een goede werkplek om te reïntegreren en hun dromen te verwezenlijken. Zo wordt recidive verminderd. Na de detentie moet je als ex-gedetineerde opnieuw je plek zien te vinden in onze samenleving. Iets waar bijvoorbeeld Kerken met Stip ook toe bijdragen.

Voor ons geldt: niet te snel oordelen. Ruimte maken in onszelf. En we zullen zien dat we dan ook ruimte krijgen voor elkaar zonder dat er iemand nogmaals afgerekend hoeft te worden op een fout waarvoor hij of zij al heeft geboet. Dat geeft deze mens weer ruimte om een nieuwe start te maken en weer volwaardig deel uit te maken van onze samen-leving.

44. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Sinterklaas zit in ons DNA

                                                                                                           5 december 2018
Een paar weken geleden sprak ik een Sinterklaas die gestopt was vanwege ‘die toestanden’, gisteren was ik actief als GoedheiligMan op een school waar in de pauze een geanimeerd gesprek op verschillend niveau ontstond en afgelopen weekend kwam het ter sprake met vrienden aan tafel…. Ik schrijf er vandaag over. Niet omdat de argumenten nieuw zijn, maar omdat het gesprek doorgaat en ons allemaal bezighoudt.

De kwestie is genoegzaam bekend. Enkele lange jaren geleden heeft iemand ‘ons Sinterklaasfeest’ aangemeld bij de Verenigde Naties in New York met de vraag of het op de lijst van cultureel erfgoed kan worden gezet. In de beschrijving viel de commissie, die daarover gaat, op dat er een donkere knecht figureerde naast de aimabele weldoener. Die knecht riep vragen op. De zwarte-pieten-kwestie was geboren.

Mensen van buiten je eigen land uitleggen wat cultureel goed (en dus ook slecht) is, is een hachelijke kwestie. Want heel veel is zo cultureel ingebed, ingesleten, dat het misschien niet perfect is maar wel functionerend in de samenleving. Dat heeft een functie: het houdt de gemoederen rustig en we kunnen -binnen de grenzen van het betamelijke en wettelijke- in vrede met elkaar samenleven. Gewoontes en rituelen zitten in het DNA van een regio of land, daar moet je niets aan willen veranderen… Of toch wel? Het maakt het anders als mensen er pijn aan beleven…

In de Volkskrant van 1 december 2018 wordt een vergelijking gemaakt met andere tradities als stierenvechten, dwergwerpen, katknuppelen en de Engelse vossenjacht. Het artikel van Olaf Tempelman begint met de stelling: “Een typisch misverstand onder aanhangers van tradities is dat die al eeuwen in dezelfde vorm bestaan.” Met de toevoeging: “Ga een paar decennia terug in de tijd en je ziet al forse verschillen, ga een paar eeuwen terug en je herkent bijna niets meer.” Ook als hij niet onder vuur was komen te liggen was de knecht van Sint Nicolaas aan metamorfose onderhevig geweest, aldus de schrijver.

                        Ouders geven bij uitstek tradities door
                                      zoals zij het zelf beleven


Tradities, of onderdelen hiervan, laten zich ook niet makkelijk in de ban doen. Geef een traditie een paar eeuwen en je ziet flexibiliteit. Maar een verzoek om flexibel met de traditie om te gaan werkt niet, omdat tradities op de emoties werken. Voor aanhangers blijken ze verbonden met jeugdherinneringen, familie, vrienden en de manier waarop ze zichzelf en hun streek of land zien… Dat schaf je niet zo eenvoudig af, want dat raakt jou als mens, hoe je gevormd bent en wat als ‘zelf’, als ‘eigen’ voelt. Dat geef je niet makkelijk prijs.

Dus leidt het tot onenigheden en diametraal tegenover elkaar staande meningen én openlijke verdeeldheid in ons land. Een deel van de Nederlanders toont begrip voor degenen die gegriefd zijn, een deel beschouwt andermans grieven juist als kwetsend en daartussen zit een grote groep die langzaam een beetje gaat draaien.

In de Sinterklaasworkshops die ik sinds jaar en dag op basisscholen geef heb ik de benadering gekozen om verhaallijnen van de legendes over Sint Nicolaas (4e eeuw na Christus) te verbinden met verhaallijnen van daarvoor (Wodan) en daarna (Middeleeuwse ridder-bisschoppen). Sinterklaas heeft daarin de grootste rol, zijn rechterhand is een afgeleide. Natuurlijk komen er vragen over ‘zwarte Piet’. Ik houd dan een pleidooi voor verdraagzaamheid en goed blijven nadenken.
     Ik behoor tot die grote groep die openstaat
          voor een rustig veranderende traditie


Bij kinderen van 11-12 jaar hoor je in de vragen die ze stellen hoe er thuis over wordt gedacht. Hier wordt het DNA gevormd. Ouders geven bij uitstek tradities door aan hun kinderen zoals zij het zelf hebben beleefd en beleven. Daar kan een vleugje (onbedoelde) discriminatie bij zitten. We voelen ons nu eenmaal het best thuis bij de groep waarin we opgroeien. Uiteindelijk zal dit ‘omgaan met verschillen’ in het dagelijks samenleven met anderen zijn weg of zijn tegenstand vinden, bij elkeen.

Het Sinterklaasfeest is cultureel erfgoed én een waardevolle traditie. Het is een kinderfeest én een Nederlands familiefeest. Het brengt vrede, saamhorigheid, liefde, verbinding en verdraagzaamheid. Daar geloof ik zeker nog in. Dat heb ik van mijn ouders en grootouders geleerd. Ik behoor tot die grote groep die openstaat voor een rustig veranderende traditie.

Dat doet soms een klein beetje pijn, omdat het raakt aan een jeugdherinnering. Maar ik krijg ervoor terug dat ik me prettig voel in onze samenleving van nu en van de toekomst, die we – al gaande- samen vormgeven.

43. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Zijn tieners bang voor stilte?

                                                         
                                                                               30 november 2018
In de tienergroep ging het deze week over welke angsten je allemaal hebt. Er ontstond een geanimeerd gesprek. Wat je allemaal niet meemaakt in je hoofd: ’s avonds mensen en dingen zien die er niet zijn, iets of iemand onder je bed verwachten, die er niet is, bang worden van agressieve, verklede Halloweengasten angst hebben voor inbrekers. Maar ook: bang zijn dat je opa overlijdt omdat hij al zo lang ziek is… Een ding hebben al deze angsten gemeen, zo dachten wij: ze zitten in je hoofd.

Het programma Rock Solid dat wij in de parochie gebruiken voor de tienergroep presenteerde bang-zijn als onderdeel van het verhaal van David en Goliath. De kleine herdersjongen verslaat de grote reus. Hij zal ook wel bang geweest zijn. Maar, omdat de Filistijnen zijn God vervloekten, de reus Goliath voorop, kreeg David de moed om zijn angsten aan te pakken en de reus te verslaan. Niet zonder zijn vertrouwen op God te stellen.

Deze tieners werden ook uitgenodigd om hun angsten te lijf te gaan én op God te vertrouwen. Symbolisch gebeurde er van alles en nog wat in de spelletjes die we speelden, maar het meeste gebeurde misschien wel bij het zeven-minuten-onderdeel ‘Bijbel’, waarin het verhaal van David en Goliath werd gelezen én waarin werd gebeden. Dit keer in stilte. “Laten we twee minuten stil zijn”, zei één van de tieners.

         Bidden gebeurde in mijn jonge jaren in bed

En zo kon het gebeuren dat wij als leiders verbaasd naar elkaar keken hoe zij zich uitstrekten op de vloer en ‘twee minuten stil’ waren. De kaars in het midden. Alom rust en kalmte. Hoe anders gaan zij angsten te lijf dan wij volwassenen! Hoe anders zoeken zij hun weg in de drukte van het bestaan. En, hoe mooi is het dat we hen die ruimte bieden om hun eigen manier te vinden. Dat wij kunnen zorgdagen voor een veilige plek waar ze ook plaats kunnen maken voor God.

Het deed me denken aan mijn eigen jonge jaren. Bidden, als ik het al deed, gebeurde ’s avonds laat in bed. Als niemand het zag, in het donker, in m’n eentje. Dan kon ik tegen God zeggen wat ik dacht en waar ik mee bezig was. Dan kon ik vragen stellen. Dan vond ik rust. Maar soms hoorde ik ook geluiden. Was er een inbreker in huis (mijn grootste angst)? Waar kwam dat geluid vandaan?

Tegenwoordig ga ik naar beneden als ik vreemde geluiden hoor. Net zoals David: erop af. Mijn angst verdampt, want 10 van de 10 keer is het niets. De angst zit in mijn hoofd. En natuurlijk kost dat moed en energie, maar daarna slaap ik als een roos. Zonder onrust. Veilig en in stilte. In slaap vallen kon bij de Rock Solid-groep niet gebeuren. Dus sloten we af met een Onze Vader. Ja, de ‘nieuwe’ struikel-versie. Jongeren komen zo vaak in de kerk dat ze die laatste versie niet goed kennen 😊.

Het bracht de onrust terug die zo kenmerkend voor tieneractiviteiten is. Overal een mening over hebben en die ook meteen moeten uiten. Het stom vinden dat ‘die kerk’ zo nodig een nieuwe tekst moet introduceren. De wereld alleen vanuit het ik-perspectief kunnen benaderen. Ik kan er wel van genieten en het maakte de overgang naar het slotspel, ‘je angsten van je afgooien’, wel makkelijk.

Maar die ‘twee minuten stilte’ zal ik niet licht vergeten en ik hoop zij ook niet. Want daar ontlook ‘vertrouwen’, een ander woord voor geloof.

42. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Ruimte voor rouw?

                                                                                            28 november 2018
“Het is de sfeer. Het is de aandacht. Het is de manier waarop jullie met andere mensen omgaan, dat maakt dat we graag studenten naar jullie doorsturen.” Een groter compliment kun je als studentenpastoraat natuurlijk niet krijgen. Het werd gegeven door een van de psychologen van de Leidse universiteit bij een werklunch niet zo lang geleden.

We werken sinds een aantal jaren samen. Mijn collega en ik hadden ons een keer voorgesteld met als doel te onderzoeken wat we in het werken met studenten voor elkaar konden betekenen. Dit soort gesprekken loopt het risico dat het goede voornemens oplevert, maar verder niets. In dit geval hadden we als studentenpastores iets in de aanbieding dat de psychologen niet hadden, maar wel zouden willen aanbieden: een cursus ‘Omgaan met verlies.’

Ook studenten worden in hun jonge leven -helaas- geconfronteerd met verlieservaringen: een vader of moeder die door (een slopende) ziekte sterft, een vriend die zichzelf van het leven berooft, een zus die plotseling overlijdt… We horen het niet vaak, maar het gebeurt wel. Niet elke student loopt hiermee te koop, maar na verloop van tijd blijkt zo’n gemis wel enorme impact te hebben op het normale, dagelijks functioneren. Want wat is nog normaal? Er is meer sprake van een nieuwe normaal, dat niet normaal is ☹.

        Onverwerkte rouw komt altijd op je terug…

Als tentamens, scripties, studievorderingen niet lopen zoals afgesproken gaat een student in overleg met de decaan en bij geconstateerde problemen verwijst die door naar een van de studentpsychologen. Als er sprake is van verwaarloosde of uitgestelde rouw gaat de psycholoog hiermee aan de slag. Als studentenpastoraat vullen wij deze begeleiding aan met een cursus waar je handvaten krijgt om om te gaan met dat grote verlies dat je op deze leeftijd moet dragen.

De samenleving anno 2018 lijkt alleen gebouwd op succes. Strubbelingen, en blokkades worden vanuit het (onderwijs)syteem al snel gezien als negatief en ‘falen’. Dat moet je dus wegdrukken. Hoe hiermee om te gaan wordt niet geleerd. Ruimte voor rouw lijkt amper mogelijk als je een of twee ‘masters doet’. De druk van hoge cijfers en resultaat zijn -ook voor de student- belangrijker dan aandacht schenken aan de wond die in je hart is geslagen… Waar zijn we – als samenleving- mee bezig, wat voor onmogelijks vragen wij tegenwoordig van elkaar? Want zoveel is duidelijk, onverwerkte rouw komt altijd op je terug… En de wond krijgt geen kans om te helen…

Voor verdriet, gemis, pijn moet je tijd nemen. Je moet er aandacht aan geven. En juist dat lijkt steeds minder te kunnen in onze op hoge prestaties gerichte universitaire samenleving. Dus gaan we – als studenten- snel door als het weer een beetje gaat, maar merken we gaandeweg dat de concentratie niet meer terugkomt, dat de moeheid blijft (van emoties raak je uitgeput) en dat er problemen komen op relationeel vlak met familie en vrienden. Hun leven gaat verder, dat van jou staat stil en is nogal veranderd. Wie maakt dit met jou mee?

Het was een leerzame ontmoeting met de collega’s psychologen. Veel gesprek natuurlijk over hoe zij studenten opvangen en hoe wij dat doen. Studentenpastoraat gaat gelukkig niet alleen over problemen. Onze manier van werken is gericht op verbinding leggen, van mens tot mens. Studenten elkaar laten ontmoeten bij maaltijden, bij meditatie en bezinning: om van elkaar te leren over het leven. Het is prachtig om daar bij te mogen zijn.

41. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

De verandering in mijn leven....

                                                                    23 november 2018
Deze week heb ik heerlijk gegeten en gedronken met mijn collega Jack Glas. We hadden wat te vieren: het was het 9 jaar geleden dat wij door Mgr. Van Luijn sdb werden gewijd. Hij tot priester en ik tot permanent diaken. Dat moment laten we geen jaar voorbijgaan, want het veranderde ons leven. Geen moment spijt? Nee, geen moment. Ik vierde dat jaar dubbel feest: zag Abraham én werd geïncorporeerd bij de clerus van de rooms katholieke kerk bisdom Rotterdam. Voortaan kon ik aangesproken worden met eerwaarde. Het moest niet gekker worden. Maar het werd het wel.

Waarom wilde ik gewijd worden? Wat voegde het toe aan mijn leven als pastor? Wist ik wel waar ik aan begon? Om met het laatste te beginnen: nee, dat wist in niet. Het werd een avontuur waarin ik elke maand wel wat leerde. Ik had de bisschop gezegd dat ik niet alleen een liturgische diaken, maar juist een diaconale diaken wilde zijn. Of beter: wilde blijven. Hij onderstreepte dit niet onbelangrijke accent, maar haalde me daarna wel deels uit het justitiepastoraat weg. Mijn tweede plek werd de parochie. Iets waar ik niet om had gevraagd… wat ik niet zelf gekozen zou hebben... Het zou me later (studentenpastoraat) nog eens overkomen.

Bij de wijding voor het leven beloof je als katholieke diaken gehoorzaamheid aan de bisschop en zijn opvolgers. Jouw hoofdtaak wordt verkondiging in woord en in daad, diaconie met hoofd en handen, barmhartigheid in hoogsteigen persoon. Het boek Handelingen 6 rept over de nood die de apostelen hadden aan voldoende tijd en aandacht voor ‘de dagelijkse ondersteuning van de weduwen’. Zij vonden dat zij het woord Gods verwaarloosden doordat zij er nog wel over spraken, maar geen tijd meer hadden om deze ondersteuning, deze zorg daadwerkelijk te doen.

Daarom zochten zij zeven mannen die ‘van goede faam’ en ‘vol van geest en wijsheid’ waren. Terwijl de apostelen zich konden blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord, werden de diakens Stefanus, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs aangesteld voor de zorg van de weduwen en wezen, armenzorg. Zo helpt de een de ander.

Tegenwoordig worden permanent diakens aangesteld in een pastoraal team dat in een (grote) parochie leiding geeft aan de plaatselijke kerk. Ieder teamlid heeft zijn/haar eigen taak en verantwoordelijkheid. Diakens krijgen vaak de diaconie onder hun hoede. Goed, en bij hen passend. De verkondiging van de Blijde Boodschap krijgt handen en voeten in de daden die elk geloven moet voortbrengen.

              Ik wilde diaken worden om de kerk
         in zijn geheel (mede)menselijker te maken


Daden van medemenselijkheid, menslievendheid, naastenliefde. In het gelaat van andere, noodlijdende medemensen herkennen wij christenen het gezicht van Jezus Christus. Hoe mooi wil je het hebben: “Wat je aan de minsten der Mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan.” (Mattheus 25). In lijdende mensen wordt God zelf gezien. Daar heb je dus voor te zorgen! Vanuit en met een hart dat overstroomt van barmhartigheid. Een liefde die eindeloos is, en onvoorwaardelijk. Tot heil en zegen van de ander.

Wat neem je daarvoor mee? Niets. Een staf en de kleding die je dagelijks draagt, vertelde de evanelielezing die bij onze wijding werd gelezen. “Neem geen beurs mee, geen reistas, geen schoenen.” Aandacht, liefde en zorg is alles wat mensen nodig hebben om tot hun recht te komen…

Ik wilde diaken worden, omdat ik dan twee sacramenten mocht toedienen: dopen en huwelijk sluiten. Ik wilde diaken worden om de diaconie meer centrum van onze religie te laten zijn. Ik wilde diaken worden om het klerikalisme helpen te ontmantelen. Ik wilde diaken worden om de kerk in zijn geheel (mede)menselijker te maken. Ik weet inmiddels: niet alles kan tegelijkertijd, niet alles houdt gelijke tred met elkaar. Sommige zaken veranderen langzaam.

Voegt het veel toe aan mijn leven als pastor? Jazeker. Dopen en trouwen doe ik er graag, mede vanwege het feit dat ik dan jonge mensen tref die werk maken van hun geloof. Vaak zoekend en tastend. Bidden – het gebed van de wereldwijde kerk- doe ik dagelijks; het richt mijn dag als ik de psalmen van het ochtendgebed in mij laat zingen. Ik zou het niet meer willen/kunnen missen! De innercirle van het bisdom Rotterdam is interessant om mee in gesprek te zijn; niet altijd makkelijk, wel een uitdaging om op dit niveau mee te denken en samen de Geest te zoeken die levend maakt.

En de diaconie? Dat is misschien het meest stabiel gebleven. Daar ligt mijn hart, komt mijn passie naar voren voor mensen in de knel. Daar tref ik de kern van mijn geloof: er-zijn voor de ander, waarin ik die Ander herken. Ik ben als man van de kerk de laatste 9 jaar wat meer herkenbaar, maar dat is de enige verandering. Mijn hart klopte al langer voor diaconie in de oprechte belangstelling voor mensen in nood. Daar voegt een wijding niets aan toe. Wel was het een kerkelijke bevestiging van hoe ik wil en mag werken: voor mensen, voor God.

40. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Echte vluchtelingen bestaan niet

7 november 2018
Afgelopen week sprak ik een collega die een paar uur kerkelijke viering had gevuld bij het kerkasiel in de Bethel Den Haag. Deze collega heef dit verzorgt, maar vermeldde erbij dat dit niet betekende dat de politieke doelen werden ondersteund. Jammer, want dit gebeuren IS een politiek statement.
  
Vanmorgen in de Volkskrant een interview met staatssecretaris Harbers (vreemdelingenzaken) over de verruiming van het kinderpardon. Hij torpedeert de verwachtingen dat dit misschien nog een keer zal plaatsvinden. Dit kun je politiek wellicht nog billijken, maar de manier waarop vind ik hemelschreiend. Op een gewiekste wijze weet hij een positieve stemming (tenminste, ik zit in die bubbel) onderuit te halen in zijn gemediatrainde antwoorden.

Je leest het en denkt: hier klopt iets niet. Je leest het nog eens en ontdekt: de ‘smerige’ politicus (niet persoonlijk, maar politiek is altijd vuil) maakt een onderscheid tussen vluchtelingen en échte vluchtelingen. De eersten moet je geen kans geven, de laatsten moet je ruimhartig opvangen. Alsof je een onderscheid kunt maken tussen mensen en échte mensen, nieuws en écht nieuws, waarheid en échte waarheid. Welke criteria leg je daarvoor aan? En wie bepaalt deze?

Natuurlijk is over onze emo-gestuurde samenleving en haar reacties als het kinderen of kanker aangaat wel het een en ander te zeggen. Laten we niet tornen aan het ideaalbeeld dat velen koesteren over dat leven vooral genieten en liefde is. Daar passen geen rafelrandjes bij die dit verblindende visioen besmeuren met onbarmhartige overheidsmaatregelen. Daar passen geen ‘zielige kinderen’ bij die slachtoffer zijn van onze hardvochtige politici, ons strak Nederlands beleid. Maar dat we deze mensen en dit beleid zelf democratisch hebben gekozen wordt hierbij wel vaak vergeten…

Kerk en politiek hebben alles met elkaar te maken

Terug naar de ‘echte vluchtelingen’, een geconstrueerde terminologie. Echte vluchtelingen bestaan niet. Net zomin als je echte mensen hebt. Je hebt mensen. En je hebt vluchtelingen onder deze mensen. Niemand slaat op de vlucht voor zijn lol. Er is iets aan de hand in jouw land waardoor je wordt gedwongen je naar een ander land te bewegen en daar je heil te zoeken. Zakenlui, handelsmensen, multinationals doen niets anders. Schaapherders met hun kuddes ook: daar waar groen gras is, gaan de schapen grazen... Niets op tegen dus, toch?

Politiek is niet alles, - ik weet het-, maar alles is politiek. Het dan ook niet vreemd dat kerken zich bemoeien met politieke zaken. Zo ook het kerkasiel voor het Armeense gezin in Den Haag. Kerk en politiek hebben alles met elkaar te maken, omdat het over het leven van mensen gaat. Over hun levenswaardigheid, over hun menswaardigheid, over barmhartigheid en vergeving, over liefde en gerechtigheid … En daarover spreken gelovige mensen graag. En als het goed is handelen ze ernaar.

Omdat wij zien dat mensen, dus ook vluchtelingen, beeld van God zijn. In dat beeld-van-God-zijn worden al die grote woorden die hierboven staan weerspiegeld. Tast je een mens aan, dan raakt dat God. En andersom. Kerk en politiek hebben zo alles met elkaar te maken, maar ieder heeft wel zijn eigen verantwoordelijkheid. In dit geval: de kerk laat het protest horen – dat je zo niet met mensen omgaat. De politiek zegt: tot hier en niet verder. En hierover gaan we met elkaar in gesprek. Of het niet anders kan … mag… moet…

De politiek denkt dat zij niet over barmhartigheid gaat. Maar de politici onder de mensen mogen wel barmhartig zijn. Daar is niets mis mee. Het probleem met barmhartigheid echter is dat je niet een beetje barmhartig kunt zijn; je bent barmhartig of je bent het niet. Barmhartigheid staat in de vluchtelingenproblematiek gelijk aan ‘de deur openzetten’ voor alle vluchtelingen. En ‘iedereen’ beseft dat daar een risico aan verbonden is, namelijk dat wij onze welvaart moeten delen met zogenaamde nieuwkomers. Dat die nieuwkomers uit landen komen die wij eeuwenlang hebben uitgebuit en waar wij de oorlog hebben gestimuleerd, en waardoor wij zo welvarend zijn geworden, lijkt iedereen een beetje vergeten.

Als gelovigen zeggen wij: barmhartigheid en gerechtigheid omhelzen elkaar. Gerechtigheid is dat systeem dat ervoor zorgt dat mensen tot hun recht kunnen komen, hun bestemming, hun wasdom áls mens. Dat systeem moet barmhartig zijn, liefdevol en menselijk. Daar mogen politici – op hun manier- een bijdrage aan leveren. Niet door mensen af te schrijven, uit te zetten of te de-personaliseren. Wel door een rechtvaardig systeem van toelaten en verblijf in te richten, met kansen om te leven. Voor iedereen.


39. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Als God in Frankrijk

                                                            16 oktober 2018
We spreken elkaar niet zo vaak, omdat hij in het buitenland woont. Veel van onze communicatie gaat via mail en whatsapp. Het is dan ook weer een waar genoegen als we elkaar spreken en de verschillende wederwaardigheden van ons leven uitwisselen. Ooit waren onze vrouwen collega’s en ik sprak hem aan bij een borrel ter afsluiting van het schooljaar. Daarna zijn we zakelijk contact blijven houden, ook toen zij definitief naar Frankrijk verkasten.

Zijn verhalen zijn altijd om vrolijk van te worden. Na zijn vervroegde pensionering hebben ze een huis gekocht in Frankrijk. Na een paar jaar opknappen en heen en weer reizen, zijn ze er definitief gaan wonen. Nu zijn ze een echte Franse gite en zelfs onderdeel van een aangeboden rondreis. Een soort ‘Tour de France’ te voet of op de fiets langs verschillende gites dans la campagne. Zij verzorgen dan de overnachting, ontbijt en maaltijden voor de rondtrekkende reizigers op het Franse platteland.

Was het zijn/hun droom? Ik weet het niet. Het was wel heel goed overwogen en gepland. Met ieder jaar weer een stapje erbij en een uitdaging achter de rug. Afgelopen zomer was het zelfs een beetje (te) druk geweest met gasten. “Gasten zijn wel leuk, maar het moet niet te veel werken worden”, zei hij met een big smile. “Die tijd hebben we gehad”.

Wat zijn de twee meest belangrijke issues van mijn leven"?


Ik begrijp precies wat hij bedoelt. Zij willen leven als God in Frankrijk en daar hoort te veel stress en organisatie, te veel verantwoordelijkheid, afspraken en verantwoording niet meer bij. Zij willen genieten van hun verworven plekje, rustig opgebouwd. Zij willen vertoeven tussen de contacten met hun Franse buren, ook rustig opgebouwd. Zij willen plezier hebben aan en in het leven dat ze hier en nu leven, waar niet te veel moet en heel veel mag. Heerlijk!

Toen hij weg was, stelde ik me de vraag: wat doe ik verkeerd? Ik werk veel en hard, kom dus ook regelmatig in de stress. Ik doe het -gelukkig- met veel plezier. Maar waar is mijn ontspanning? Waar is de plek waar mijn druk van de ketel afgaat? Wat is mijn droom? Hoe zou ik anders willen en kunnen leven? Want willen is één, maar het moet maar kunnen….

Tijdens mijn eerste sabbatverlof in 27 jaar pastoraat ben ik ook met deze vragen bezig geweest. Wat zijn mijn twee meest belangrijke issues in mijn leven? Werk en Gezin. Ik kwam er toen al achter dat werk soms heel veel tijd en energie vraagt. Dat geeft niet, want ik doe het graag, maar als ik altijd moe ben als ik van het werk thuiskom, is er ook iets niet goed. Mijn voornemen om de tijds- en energieverdeling wat beter af te stemmen, bleek -na een goed begin- al snel weer ten nadele van ‘thuis’ te geraken. Dus aan de bel getrokken.

Ook ik – wie niet eigenlijk?- wil leven als God in Frankrijk. Genieten van het leven en doen wat je hart je ingeeft. Dat kan, want volgens mij is het een mindset en een way of life. Wat doen wij onszelf en elkaar aan door in de ratrace van meer, sneller en harder werken dan van ons gevraagd wordt, kritiekloos mee te gaan. Zien we niet dat er meer burn outs en uitvallers zijn dan enkele decennia terug? Roepen we niet tegen onze werkgevers: ho stop, genoeg is genoeg?

Een vroegere collega zei tegen mij toen ik vertelde dat ik een beetje overwerk normaal vond: “In welke cao staat dat?” Hij had en heeft gelijk. Cao’s zijn er om zaken goed te regelen. Als je voor 19 uur betaald wordt, moet je 19 uur werken en compenseren als het er meer zijn. Krijg je het werk nooit af, dan moet jouw werkgever je voor meer uren in dienst nemen. Wil hij/zij dat niet, dan met er minder werk aangepakt worden. Zo simpel is dat.

Kijk, dat is ook mindset. Zaken die geregeld zijn kom je gewoon van twee kanten na. Wordt het anders, maak je nieuwe afspraken. Niets om je druk over te maken. En natuurlijk kun je wel eens een stapje extra doen of zijn er in het jaar verschillen in drukte op het werk, waardoor er iets meer van je wordt gevraagd. Maar goed voor jezelf zorgen is goed voor jou, maar uiteindelijk ook voor je werkgever. Die houdt er ook een gezonde, frisse kracht aan over.

Ik ga dromen over Frankrijk, en daar leven. Niet als droom of ideaal, maar als oefening om mijn mindset te veranderen. Heerlijk. Ik voel het nu al.


38. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

wat is rechtvaardig en vreedzaam in Nederland?

                                                                                                   10 oktober 2018
Je zult maar uit Nigeria komen en je naam betekent: ik ben rechtvaardig. Dit overkwam Godian Ejiogu, die afgelopen zondag een lezing gaf in Heenweg over zijn boek ‘Mijn droom’. Hij moest wat met die naam. Het werd zijn opdracht voor het leven. In Nederland heeft dat zijn vertaling gevonden in: ‘verbinding zoeken’. Op weg naar een rechtvaardige en vreedzame samenleving, zoals de ondertitel van zijn boek luidt.

Vijfentwintig jaar woont hij nu in Nederland en zijn pastorale werk speelt zich af in de grote steden Amsterdam en Rotterdam. Thema’s als armoede, racisme, saamhorigheid en discriminatie benadert hij vanuit zijn eigen cultuur én vanuit het hart van het christendom. Wat laat het evangelie hierover zien, wat zegt Jezus?

Het zijn geen makkelijke thema’s en de maatschappij zit niet altijd te wachten op iemand die afwijkend denkt of een derde weg bewandelt naast de twee polen die tegenover elkaar staan. Zo kiest hij geen partij in de zwarte-pietendiscussie, maar pleit hij voor een andere benadering: vier Inter-klaas, een feest van verbinding. Iedereen in de maatschappij erbij betrekken. We hebben allemaal met elkaar te maken. Platteland en grote steden, Nederlanders en Oost-Europeanen, we zijn elkaars buren.

“Tijden van spanning zijn tijden van verandering”, zegt Godian, die naar Nederland kwam om zijn vliegbrevet te halen, maar terecht kwam op het seminarie van Mgr. Bomers. Door een hachelijke situatie met zijn lesvliegtuig in de lucht en uiteindelijk een veilige landing, wilde hij onderzoeken wat God van hem wilde.

                           We beseffen niet altijd
       dat in het probleem vaak ook de oplossing zit


De bisschop wees hem de weg naar de theologie. Tijdens die opleiding kreeg het geloof dat hij van huis uit had meegekregen, een andere betekenis en andere vorm. Hij ontdekte de waarde van familie en afkomst. Hij merkte dat hij zijn geloof mede aan familie en geboortestreek te danken had. Familie is alles, kijk maar in de Bijbel. “Ik lees het liefste in de brieven van Jacobus, de ‘broer van Jezus.’ Hij maakt het geloof heel praktisch”.

Nu zegt Godian: “Verandering kun je sturen. Macht en kracht liggen bij de mensen in de samenleving. Daar begint het. Grote maatschappelijke veranderingen beginnen van binnenuit. Sociale spanningen zijn tekenen. Migranten en vreemdelingen zijn niet alleen een bedreiging, maar ook een potentie voor de Nederlandse samenleving. Bijvoorbeeld als springplank om een bedrijf internationaal te maken.”

Vragen we wel eens: Welke talenten hebben migranten? Welke openingen geeft hun land van herkomst? De komst van vreemdelingen is een probleem als wij dit met z’n allen afspreken. Maar we beseffen niet altijd dat in het probleem vaak ook de oplossing zit.”

Godian Ejiogu komt van een ander land. Hij praat over spanningen in ons land. Dat voelt als luisteraar vreemd. Het gesprek gaat dan ook over hobbels. Begrijp ik hem goed? Wat wil hij nu precies zeggen? Hij vliegt problemen en analyses van de samenleving anders aan. Waar wil hij nu naar toe? Wat is zijn analyse, behalve anekdotisch?

Hij deed me denken aan een voormalig collega uit Belgisch Congo. Ook die had een andere manier van denken, een andere logica. Veel meer dan wij gewend zijn, vertellen Afrikanen verhalen. En elk verhaal heeft een achtergrond, een herkomst, en diepere, culturele betekenis. Elk verhaal laat ons iets proeven van de vanzelfsprekendheid van de familie, de samenleving en de wereld. Een andere vanzelfsprekendheid dan die van Westerlingen. De grote vraag is dan ook: wat kunnen we van elkaar leren?

En ik blijf zitten met de vraag wat in zijn ogen nu rechtvaardig en vreedzaam is. En hoe we onze Nederlandse samenleving hierin verder kunnen helpen vanuit Evangelische waarden. Toch misschien maar zijn hele boek lezen.

37. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

wat écht luisteren doet

                                                                                        5 oktober 2018
Goede collega’s zijn goud waard. Deze week ontmoette ik ze weer tijdens een teamvergadering. Er werd aan mij gevraagd hoe het met me was en of de spanning, die een tijdje geleden in mijn leven zat, verdwenen was. Ja, dat was gelukkig zo. Maar daar liet deze collega het niet bij. Hij vroeg door. Of ik ook in actie was gekomen om mijn geestelijk begeleider te bellen en een afspraak te maken?

Ik was verrast dat hij dat nog had onthouden! Nee, daar was ik nog niet aan toe gekomen. Te midden van alle druk en drukte bij de start van het seizoen had ik daar nog geen ruimte voor gemaakt. Ze staat al wel een tijdje op mijn lijstje van ‘personen-om-mee-af-te-spreken’. Ik nam me voor binnen een paar dagen deze afspraak te maken.

Een collega die mij een tijdje geleden had gesproken en zó goed had geluisterd dat hij dít had onthouden, die is goud waard. Seef Konijn schreef lang geleden een mooi boekje over 7 levenskunsten . Een heel hoofdstuk wijdde hij aan ‘luisteren’- hoe moeilijk dat is, maar ook hoe belangrijk dat is. Voor degene die vertelt, -dat hij/zij echt gehoord wordt-, maar ook voor de degene die luistert - écht luisteren verandert ook de luisteraar. Het doet wat met je.

“Er bestaat een levensgroot verschil tussen horen en luisteren”, zegt Seef Konijn. “Horen doe je met beide oren. Luisteren doe je met je hart. Vaak gaan dingen bij ons het ene oor in en het andere oor uit. We luisteren maar met een half oor. We laten iemand soms maar praten, horen dingen geduldig aan, maar zijn alweer vergeten waar het over ging zodra de ander met zijn/haar verhaal klaar is. Het interesseert ons niet echt.”

Veel mensen hebben het gevoel goed te luisteren als ze erin slagen zoveel mogelijk hun mond te houden in het gesprek. Het verhaal van de ander aan te horen, maar luisteren is niet alleen maar stil zijn en zwijgen. Actief luisteren betekent ook: goede vragen stellen, op het juiste moment. In goede vragen komt er contact tot stand, voel je belangstelling en merk je als verteller dat je serieus wordt genomen.

       Echt luisteren betekent dat je door de buitenkant
                   naar iemands binnenkant toekomt

Als kind vond ik vroeger de familieverjaardagen altijd heel erg gezellig. Al onze tantes en ooms bij elkaar, en onze neefjes en nichtjes. Maar aan één ding had ik een bloedhekel: die tantes die elke keer weer hetzelfde vroegen als de vorige verjaardag dat ik ze gezien had. Hadden ze niet goed geluisterd? Waarschijnlijk niet, want sommige veranderingen hadden ze écht niet opgeslagen. Ik merkte het vaak al aan de manier waarop ze een vraag stelden. Het leek wel of ze het geduld niet hadden om naar het antwoord te luisteren, hun aandacht was vaak alweer ergens anders.

Er was één uitzondering. Eén van mijn tantes nam altijd de tijd om ook even stil te staan bij het antwoord dat ik (of een van mijn broers en zussen) gaf. Zij vroeg altijd dóór en wist de volgende keer nog steeds waar ik mee bezig was. Dat vond ik toen al knap. Nu weet ik waarom: die andere tantes waren zó met zichzelf bezig dat ze niet écht konden luisteren. Deze tante nam de moeite en de tijd om écht geïnteresseerd mijn verhaal in zich op te nemen. Ik nam me als kind voor later altijd te willen luisteren zoals deze tante.

Luisteren kun je leren. Het heeft vooral met een houding te maken. Je zo openstellen, dat je ontroerd kan raken door de ander. Zo aandacht hebben dat je door alle woorden heen iets van de binnenkant van iemand leert proeven. Echt luisteren betekent dat je door de buitenkant naar iemands binnenkant toekomt.
Of zoals Seef Konijn het verwoordt: “Kunnen luisteren is een goddelijke kracht in jezelf die je in contact brengt met het goddelijke in een ander. Dat klinkt misschien hoogdravend. Dat klinkt misschien mystiek. Maar het geeft wel aan dat luisteren ver uitgaat boven techniek…Luisteren vraagt een volledige investering.”

“Zo heeft Jezus waarschijnlijk veel mensen over de drempel van hun eigen onmacht heen geholpen. Hij zag hen staan, hij was om hen bekommerd. Hij was hun nabij. Hij luisterde met zijn hart. Wie echt naar een ander luistert, heeft respect voor het mysterie van die ander.” Mooier had ik het niet kunnen verwoorden. Ik hoop dat er op deze manier vaak naar mij, en naar iedereen, geluisterd kan worden. Het zou de wereld – zeker weten- een stuk beter maken.

36. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

Wie wil er niet even zes jaar zijn...?

                                                                                                                       2 oktober 2018
“Ik ben ook zes jaar” klinkt het vanuit de eerste banken in de kerk. Ik heb net verteld dat één van mijn kleinkinderen dezelfde leeftijd heeft. “O ja joh, dan leer jij nu ook letters en cijfers.” Ze knikt ‘ja’ met een blik die laat zien dat er een hele wereld voor haar open gaat, waarvan ze zelf nog maar half beseft wat het haar allemaal gaat brengen. Ze wil nog veel meer vertellen, maar haar vader maant haar voorzichtig tot een ‘beetje dimmen’. Hij kent zijn dochter. Straks neemt ze de hele preek over!

Ik heb vanmorgen de schone taak een lastig deel van het evangelie óók aan kinderen uit te leggen. Door een communicatiefout (van mijn kant) ben ik hier niet op voorbereid. Dus moet ik improviseren. Het zojuist vertelde verhaal gebruikt harde beelden om de toehoorders van Jezus duidelijk te maken dat het Hem menens is. Er staat zoiets als: Als iemand niet doet wat God van hem vraagt, doe hem een molensteen om de nek, hak hem de hand af of ruk hem een oog uit. Heftige beelden waar je je kinderen niet mee lastig wilt vallen, toch? De werkgroep gezinsvieringen had dan ook het liefst iets anders voorgelezen, maar ja dat was dus niet bij mij binnengekomen….

Ik ga de uitdaging aan. Een gesprek met kinderen levert altijd wat op. ‘Wie houdt er van sprookjes?’ Bijna allemaal. ‘Welke is je favoriete?’ Het meisje van de eerste kerkbank zoekt naar de titel. Assepoester, klinkt het enthousiast. ‘En Roodkapje, wat vind je van Roodkapje’, vraag ik. Die kan er nog net mee door.

Ik zeg: ‘In het verhaal van Roodkapje gebeuren vreselijke dingen. Oma wordt opgegeten door de wolf, later bevrijd en in de maag van de wolf worden stenen gedaan. Als hij dorst heeft en wil gaan drinken, valt hij voorover in het water en verdrinkt. Zou dit allemaal écht zo zijn gebeurd? Nee toch. Maar het is wel een mooi verhaal. Een verhaal dat ook nog eens goed afloopt voor Roodkapje.’

      In sprookjes wordt gemoord, mensen tot slaaf gemaakt,
        ontvoerd of opgegeten. Hoe heftig wil je het hebben?


‘Nou, zo is het met dit verhaal over Jezus ook. Er staan heftige dingen in, en die boosheid zijn we niet gewend van Jezus, maar het loopt goed af. Jezus wíl dat het goed afloopt en daarom zet Hij het op scherp. Niemand mag buiten de kring vallen, iedereen hoort erbij. God wil er voor iedereen zijn, maar dan moeten we er ook wel wat voor doen.’

Ik denk nog even na over dat de werkgroep eigenlijk een andere lezing had uitgekozen, omdat ze het net gelezen deel te heftig vonden. Waarom denken we voor de kinderen? Waarvoor willen we ze zo beschermen? In ‘onschuldige sprookjes’ wordt gemoord, gemarteld, bedrogen, zijn mensen jaloers, slaaf, worden ontvoerd of vetgemest om opgegeten te worden… Hoe heftig wil je het hebben? Okay, sprookjes lopen vaak goed af en het zijn verhalen om kinderen wijsheden van en over het leven te leren. Maar…dat zijn Bijbelverhalen toch ook? Waarom willen we onze kinderen dan wel hiervan af houden?

Ik begin met de uitleg van het evangelie van vandaag aan de volwassenen zoals ik had voorbereid, maar realiseer me dat ik in kindertaal waarschijnlijk de kern van het verhaal al heb gedeeld. Dus vlecht ik die uitleg door het minutieus voorbereide zinnen-spel, hetgeen me goed bevalt. Ik zit minder vast aan de voorliggende tekst en het komt er spontaner en directer uit. Thanks to the kids ! En ook: God dank !

Kinderen kunnen best wel tegen een stootje. Gruwelijkheden en heftige ervaringen of verhalen worden door hen gezeefd met een filter. Natuurlijk worden ze emotioneel geraakt, maar ze zijn ook gewapend met een natuurlijke afweer en een longing to survive. Zeker waar het gaat om verhalen weten ze haarfijn het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid. Tegelijkertijd kunnen ze in een verhaal worden meegenomen van die ene wereld naar die andere en weer terug.

Ik denk terug aan mijn vakantiewerk tijdens mijn studiejaren. Tien jaar lang heb ik op campings avondverhaaltjes verteld aan de kleuters voor het slapen gaan. Ik deed dat met de gitaar op schoot, met een in-en uitleidend liedje. En ik deed dat verkleed als een typetje: een zeeman (Koos matroos), een zwerver (Jantje Lanterfantje) of een vogelverschrikker (Bikker de vogelverschrikker). Zodra ik het veld opkwam met de gitaar wás ik dat typetje en spraken de kinderen mij als zodanig aan. Niemand die mij dan Walther noemde. Ik genoot daar altijd van: dat je kinderen zo mee kunt nemen in een verhaal… het mooiste dat er is. Als we ouder worden laten we dat steeds minder gebeuren, terwijl het zo mooi is! Genieten geblazen.

Hoewel, meegenomen worden in de wereld van een verhaal gebeurt ons eigenlijk nog steeds. Als we onszelf verliezen in prachtige muziek, een enerverende film of een spannend boek. Even zijn we weer kind. Even staan we open voor datgene dat we niet zelf in de hand hebben. Even wordt onze kwetsbaarheid, onze emotie, ons hart geraakt. Koester het, want zó zijn we ten volle mens! oe Ho

Hoe oud ben je ? Soms even zes jaar. Heerlijk!   
          

35. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

In het buitenland? Eenzaamheid ligt op de loer

                                                                                                       28 september 2018
Het lijkt allemaal zo mooi. In het kader van je carrière een tijdje naar het buitenland om te studeren. Het staat goed op je C.V. Je doet een enorme ervaring op en je netwerk aan professionele contacten is uitgebreid. Dat kan je goed van pas komen als je later bij een internationaal bedrijf, ngo of de regering komt te werken. En toch, je bent ‘pas’ 23 jaar. Hoe werkt dit voor en in je eigen persoonlijke ontwikkeling?

Ieder mens is anders gevormd, krijgt een uniek karakter mee en komt naar boven drijven vanuit een bijzondere gezinssituatie. Als je internationaal gaat, neem je dat allemaal mee én je komt in een andere culturele context. Iedereen snapt dat je je moet aanpassen aan het land waar je gaat studeren, maar aanpassen of daar moeite mee hebben zit in de kleine dagelijkse dingen én is erg afhankelijk van of er in jouw nieuwe situatie daadwerkelijke ontmoetingen plaatsvinden.

We kennen het allemaal wel van vakanties: de wc’s zijn anders, de bedden liggen anders, het dagelijks brood, het eten smaakt anders… Allemaal overkomelijk, want na enkele weken ben je weer thuis en is alles weer gewoon, zoals je het gewend bent. Als je voor langere tijd naar het buitenland gaat om te studeren, wordt het voorlopig niet normaal. Het blijft dus voor jaren ‘anders’ en voelt vreemd. Dat kan een enorme impact hebben op hoe je je voelt in je alledaagse gang van zaken. En dat bepaalt mede hoe je een tijd in het buitenland doorkomt.

Bij het internationaal studentenpastoraat in de universiteitsstad Leiden hebben we al enkele jaren ervaring met studenten vanuit de hele wereld, die een nieuw tijdelijk home zoeken, a place to be. Door middel van verbindingsactiviteiten zoals samen eten en uitwisselen van ervaringen, maar ook met diaconale en geestelijke hulp, proberen we internationals het thuisgevoel te geven. Niet zozeer door veel elementen van hun thuisland beschikbaar te stellen – dat zou door de grote diversiteit aan landen waar ze vandaan komen schier onmogelijk zijn-, maar door tijd en ruimte te maken om elkaar écht te ontmoeten.

        Ontmoeting is niet alleen de basis van overleven,
                                maar meer nog van léven


We hebben geleerd dat dat niet alleen de basis is van overleven, maar meer nog van léven. In de ontmoeting kunnen buitenlandse studenten zichzelf zijn, hun vragen en gevoelde ‘vreemde’ zaken benoemen en bespreken, en uiteindelijk verder helpen. Géén ontmoeting betekent veelal het risico van eenzaamheid. Dat hoeft niet, dus zorgen we er zo veel mogelijk voor dat ieder op z’n plek komt en dus niet alleen kennis van záken opdoet in Nederland, maar ook meer over zichzelf als mens, als persoon, te ‘weten’ komt en hierin levenservaring opdoet. De aanwezigheid  van Nederlandse studenten is hierbij van onschatbare waarde: door er te zijn, mee te eten en te ontmoeten.

Zelf was ik achttien jaar toen ik op kamers wilde. Het gestructureerde gezinsleven met zijn regeltjes van op gezette tijd thuiskomen, voelde voor mij beknellend. Ik wilde de ‘wijde wereld’ in op een manier die ik zelf wilde uitzoeken. Die wereld was toen nog niet zo groot, en zeker nog niet zo internationaal als die nu is. Ik studeerde in Utrecht, de stad waar mijn ouders woonden. Maar ik moest ‘uitvliegen’, op onderzoek uit, de vrijheid in.

Ik weet dat ik in die tijd met van alles bezig was: verliefdheid, vriendschappen, politiek, God-kerk-geloof, sport en talent voor basketbal, identiteit en seksuele voorkeur, belang-noodzaak-zin van leven, dood en ziekte-zin van lijden, onrecht en oorlog. Te veel om op te noemen. Ik las veel, zat in discussiegroepjes van kerk en opleiding, sprak veel met docenten, ouders, trainers en andere mensen die hun verantwoordelijkheid voor het leven serieus namen en er -net zoals ik- over nadachten. Het leverde me, naast heel veel denkstof, contacten op die me dierbaar werden. Degene die in een gesprek mijn vragen oppikte en verder hielp, kreeg een grote gunfactor.

Ik deed ook ‘gekke dingen’: mezelf testen. In je eentje op kamers wonen is geen kunst. Je kookt, studeert, slaapt, krijgt verkering en betaalt je huur. In je eentje de wijde wereld verkennen, was iets anders. Ik besloot met enige regelmaat alleen uit te gaan, de stad in. Het was de tijd ver voor de mobiele telefoon, er waren geen app-groepen of social media. Alleen de stad ingaan betekende dus een zwerftocht langs de kroegen van de Utrechtse binnenstad met de mogelijkheid dat je niemand van je kennissen- of vriendengroep zou tegenkomen…

Dat waren spannende exercities die ik nooit meer ben vergeten en God wat heb ik me af en toe eenzaam gevoeld, maar ze hebben me ook veel over mezelf geleerd. Uiteindelijk heeft het me de wetenschap geleverd dat intermenselijk contact het meest belangrijke is dat er bestaat. En, dat dat van twee kanten komt en gaat, en onderhoud vraagt. Eenzaamheid ligt op de loer als je je niet kunt aanzetten om contact aan te gaan met een paar mensen die jou op een wat dieper level kunnen ontmoeten. Dat vraagt een stukje openheid en kwetsbaarheid van jezelf én de wil om een ander toe te laten. Dat heb je ook nodig als je een tijd voor studie in het buitenland bent.

34. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Het gelijk van het eigen gelijk

                                                                                                          25 september 2018
Soms vraag ik me wel eens af: waar ben ik nu weer in terechtgekomen? Waar gáát dit over? Het gebeurde me onlangs tot tweemaal toe. Op verschillende plekken, met mensen van een ‘zekere leeftijd’. Het valt, geloof ik, officieel onder geloofscommunicatie: we spraken over wat we belangrijk vonden in ‘het geloof’ en het werd een Babylonische spraakverwarring.

Ik probeerde te luisteren naar wat eenieder, -we waren met zo’n acht mannen en vrouwen-, verbaal had in te brengen. Dat lukte mij niet omdat de non-verbale communicatie zó sprekend was dat het welhaast op mijn lachspieren werkte. Waar probeerden deze mensen elkaar van te overtuigen? Waarom konden ze hun ergernis, of was het ongeduld, amper verbergen? Met welk een misbaar vielen ze elkaar om de haverklap in de rede?

Ik dacht: als God dit allemaal zou zien, wat zou Hij/Zij hiervan vinden? Zou Zijn bulderende lach ons allemaal in een klap tot zwijgen brengen? Of zou Zij haar wijze hoofd schudden en denken: wat maken ze zich toch druk over Mij en Mijn compassie met de wereld! Een beetje meer aan Mij overlaten mag best wel…

Mensen die hun eigen gelijk, en alleen hun eigen gelijk, willen halen, zijn eigenlijk geen aardige mensen. Wat gunnen ze elkaar? Waarom kunnen ze niet luisteren? De ander uit laten praten? Waarom zit hun eigen overtuiging hun zo in de weg dat ze geen ruimte laten voor een ander?
Waarom is hun gelijk gelijker dan die van een ander?
      
                 Discussiëren over je geloof kan eigenlijk niet

Discussiëren over je geloof kan eigenlijk niet. Spreken of getuigen wel. Geloven is zoiets persoonlijks dat als iemand er erg kritische vragen over stelt, je je aangevallen kunt voelen. Het roept spoorslags de reactie op: deze overtuiging, dit vertrouwen, dit geloof hoort bij mij. Daar heb je van af te blijven…! Je kunt wel discussiëren over wat een instituut ervan vindt, hoe die algemeen geldende regels heeft opgesteld en een visie heeft ontwikkeld hoe je als gelovige naar de wereld, naar de mensen, naar God kunt kijken. Daar kun je het dan mee eens zijn, of niet, en dan voel je je wel/niet verwant met dat geloof van dat instituut, en zeg je: hé, ik wil (niet) bij die club horen.

Ergens passeren we in gesprekken over geloof dus regelmatig een grens. Soms is het persoonlijk, dan weer algemeen. Soms is het institutioneel, dan weer individueel. Soms ligt het dus gevoelig en vinden wij het moeilijk om naar die ander te luisteren, dan weer kunnen we er makkelijk van een afstand naar kijken en zeggen: ja, dat kan die kerk nu wel zeggen, maar ik trek toch een iets andere conclusie als ik aan God, aan geloof of aan een visie op het ware leven denk.

Het grappige aan het gesprek waarin ik beland was, was dat het juist ging over het ‘niet meer geloven in door de kerk opgelegde geloofswaarheden’. Terwijl wat er in deze bijeenkomst gebeurde was: men probeerde elkaar zijn of haar geloofswaarheid op te leggen! Hoe krom kunnen we denken, voelen, ons manifesteren!

De andere bijeenkomst had veel meer met besturen te maken. Ook daar werd niet altijd goed naar elkaar geluisterd en ik merkte bij mezelf ergernis opkomen. Ik kon het niet goed plaatsen. Je kunt een meningsverschil hebben met elkaar, maar je hoeft er geen last van te hebben. Ik had er wel last van! En opeens viel het kwartje. Er zaten twee partijen aan tafel, zij en wij. Zij probeerden  niet alleen iets duidelijk te maken, maar ook iets op te leggen. Wij moesten namelijk denken zoals zij, in de logische schema’s van hun gedachtegang, volgens de lijnen van hun behoeften en belangen. Tsja, en dan krijg je ergernis. Want wij hebben andere belangen, andere behoeften als zij. Ook hier werd regelmatig een onzichtbare lijn overschreden, die soms voor afstand zorgde, dan weer persoonlijk bedreigend nabij voelde.

Als het eigen gelijk het meest belangrijk en wordt ‘het andere gelijk’ (zo dat er al is) niet meer toegelaten wordt tot de eigen logische manier van denken, dan is zo’n gesprek geen écht gesprek meer in de zin van uitwisseling, dialoog met het oog op verrijking van elkaar. Dan kun je ook maar beter stoppen, want een vruchtbaar resultaat is uit den boze. Spreken, luisteren, elkaar ruimte gunnen om ergens -samen- uit te komen. Het is en blijft een hele opgave.    

32. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Tijd maken voor ontmoeting met jongeren

                                                                                                     22 september 2018
Deze week heb ik in veel gesprekken met mensen gesproken over en geluisterd naar meningen over hoe jeugdigen gelovig kunnen blijven. Jongeren zelf zaten daar niet bij. Wat mij trof was de  bezorgdheid bij mijn gesprekspartners, maar tevens de vastgeroestheid (is dit een woord?) van deze goed meedenkende mensen. Vastgeroest aan datgene dat voor hen dierbaar is (organisatie, kerk) en waar ze geen afstand van willen cq kunnen nemen. Maar de vraag: wat zoekt een jongere nou nog in een vergrijsde kerk? kwam niet bij hen op. Waarschijnlijk ontnemen hun eigen belangen hen het zicht op dit (andere) perspectief.  

Jongeren stellen kritische vragen en raken vaak teleurgesteld in de beperkte portee van de antwoorden die ze krijgen. Misschien ook wel in de beperkte tijd en aandacht die voor het beantwoorden wordt genomen.  En dat terwijl wij ouderen allemaal weten dat de puber- en adolescentietijd zich juist kenmerkt door de zoektocht naar identiteit en persoonlijkheid. Alles wordt im Frage gestellt. En antwoorden leveren kleine en grote bouwstenen voor het identiteitsgebouw dat iedere jongere construeert op de weg naar volwassenheid.

Vragen worden door jongeren veelal gesteld aan nabije volwassenen, zoals ouders, grootouders, leraren, trainers, jeugdleiders, pastores, werkgevers en anderen die jongeren tegenkomen op hun levensweg. Niet toereikende antwoorden zorgen ervoor dat jonge mensen blijven zoeken, onzeker worden en onbegeleid hun weg proberen te vinden in het oerwoud van meningen, ervaringen en aanbiedingen – ook op het gebied van religie en levensbeschouwing.

De invloed van kerk op laat-moderne jeugd is minimaal. Als ze al eens naar een viering gaan of aan een activiteit deelnemen is het veelal een incident en zonder gestructureerde follow-up. Jongeren weten de kerk doorgaans niet goed te vinden en kerken weten de jongeren niet goed aan te spreken. In zekere zin is dit van alle tijden met dit verschil dat vanzelfsprekende kerkbetrokkenheid van de meeste ouders en jongeren in de huidige tijd afwezig is.
                                       Jongeren geloven wél,
                      maar niet in of in verbinding met de kerk


We kunnen gerust stellen dat een grote meerderheid van jonge gezinnen die zich katholiek noemen zich niet structureel verbinden aan hun katholieke geloofsgemeenschap. Veelal beperkt de kerkbetrokkenheid zich tot de voorbereiding op de initiatiesacramenten (doop – eerste heilige communie- heilig vormsel) en de jaarlijkse kerkgang met Kerstmis.

De invloed van internet op de moderne jeugd is onmiskenbaar groot en oncontroleerbaar. Dit maakt de schat aan informatie die ze ter beschikking hebben tot een risicovolle onderneming. Misschien is enige begeleiding hierin wenselijk. Anderzijds zullen jongeren deze begeleiding alleen maar aannemen van iemand die zij vertrouwen en waarmee ze een relatie hebben opgebouwd. Met een minimale kerkbetrokkenheid kun je die doorgaans op een hand tellen.
 
“Geloof, hoop en tieners” (Youth for Christ Nederland) geeft een aanwijzing waar het in het kader van tieners en geloven om draait: om de liefde!  Als kerk en als ouders dienen we tijd, aandacht en zorg te besteden aan pubers. Anders brengen wij niets over van wat wij belangrijk vinden in het leven. Grondtoon: houd dat lijntje met jouw puber open, en leef voor wat jou zo dierbaar is en wat je hun ook zo gunt. Geloven móeten we voorleven, in onze daden, zodat onze kinderen ook  ervaren wat de waarde van geloven is in ons  leven en dus ook kán zijn voor hen.

Ik ben ervan overtuigd, en onderzoeken ondersteunen dat, dat de mate van kerkelijkheid onder jongeren sterk is afgenomen, maar dat de mate van geloven bij hen redelijk stabiel is gebleven. Dus jongeren geloven wél, maar niet in of in verbinding met de kerk. Daar komt een zeker een imagoprobleem bij kijken. Getuige de meest gehoorde opmerking van vormelingen als je het hebt over de kerk (en daar bedoelen ze dan meestal kerkelijke vieringen mee): “Saai!”

Jongeren hebben veel vragen. Vragen die gaan over álle aspecten van het leven: over dood, lijden en (door) leven; over ziekte, ontstaan van de aarde, het bestaan van God; over diversiteit, natuur en ethiek; over authenticiteit, de kerkelijke leer, de hiërarchie en kerkelijke organisatie. You name it. Alles dat op hen afkomt via de (sociale) media proberen ze een plaats te geven in hun wereld- en mensbeeld. Wij mogen hen daarbij bijstaan en putten uit onze eigen ervaring en geloven. Dat is het beste dat we hebben. Tijd hiervoor uittrekken blijft dus wezenlijk voor hun persoonlijke ontwikkeling.

32. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

De worsteling van de Nederlandse kerk

                                                                                                                  18 september 2018
Afgelopen weekend werd in alle rooms katholieke kerken een voorbede gebeden, aangereikt door de Nederlandse bisschoppenconferentie. Als Nederlandse kerk wilden we gezamenlijk bidden voor de slachtoffers van seksueel misbruik door ‘medewerkers van de Kerk’.  We hebben God gevraagd om zich in het bijzonder over hen te ontfermen en hen tot innerlijke heling te brengen.
Daarnaast werd er gebeden “dat iedereen in de Kerk op zorgvuldige, liefdevolle en verantwoordelijke wijze met kinderen en jonge mensen omgaat.” En er werd gevraagd om waakzaamheid, “om er alles aan te doen om seksueel misbruik in de Kerk te voorkomen.”

Onze rooms katholieke kerk worstelt -getuige de tekst van deze bede- nog steeds met de aanklachten rondom seksueel misbruik. Hoewel de verhalen en de onderzoeken nu via Ierland, Amerika en Duitsland lopen, ze rijten uiteindelijk ook weer oude wonden open in Nederland bij alle mensen die er op een of andere manier bij betrokken zijn. Als wereldkerk zijn we krachtig omdat we overal herkenbaar aanwezig zijn. Maar ook kwetsbaar als er gruwelijkheden zoals misbruik naar boven komen.
Want of het nu aan de andere kant van de wereld gebeurt of in onze achtertuin, wij worden er als katholiek op aangesproken. Jij hoort toch ook bij “die club van viezeriken”... ? En we mogen niet -als Petrus- loochenen en gaan voor ons eigen hachje, maar moeten volmondig JA zeggen. Wij horen hierbij, ook al voelt dat als heel erg onprettig.

Ik ken geen enkele katholiek die zich hier niet heel vervelend bij voelt. Schaamtevol en pijnlijk, dat is het. Wij zijn de kerk. Maar we moeten de gifbeker helemaal leegdrinken. Omwille van de waardigheid van de slachtoffers, omwille van het leerproces, omwille van ‘dit nooit meer’. En dan is zo’n voorbede -in navolging van het Mea Culpa van Paus Franciscus- het minste wat we als katholieken kunnen doen: God vragen om zich te ontfermen over mensen die door medewerkers van Zijn kerk kapot gemaakt zijn.

       Noem man en paard! Medewerkers klinkt afstandelijk

Hoewel ik uitga van de oprechte betrokkenheid van de leden van onze bisschoppenconferentie, kreeg ik er toch niet een heel erg goed gevoel bij. Kunnen we zelf ons niet over hen ontfermen en vragen e het daarom – uit verlegenheid- aan God? Maar is het alleen aan God vragen, nieteen beetje pover? Ik vond de term ‘medewerkers’ ook slecht gekozen. Noem man en paard! Iedereen weet dat het meestentijds over priesters en religieuzen (m/v) gaat. Medewerkers klinkt afstandelijk en wekt de indruk dat het over iedereen in de organisatie kan gaan.

Ook de gebruikte terminologie ‘de Kerk’ schiep wat mij betreft afstand. Natuurlijk is het in ‘de Kerk’ gebeurd, maar het gaat niet om ‘de Kerk’; er werd gebeden in ónze kerk, de kerk waar we als katholieken pijn aan lijden en die ons dierbaar is! Daarnaast is het een bede tot God, en vaak gebruiken we al biddend dan de uitdrukking ‘Uw kerk’. Want de kerk is niet van ons, maar is van God, ten dienste van Hem die mensen iedere keer opnieuw tot leven wil wekken. Dán neem je je verantwoordelijkheid én je vraagt God hierbij te helpen.

                       We zullen eraan moeten wennen
                 dat dit onrecht ons zal blijven bestoken


Je merkt dat de bisschoppenconferentie blijft worstelen. Moeite hebbend om de zaken die aan de oppervlakte zijn gekomen en breeduit in de publiciteit, om die zaken – die ménsen- recht te doen...
 
De tekst besluit met ‘dat mensen die actief zijn in onze parochies en andere instellingen waakzaam zijn’. Ook hier wordt een algemene groep benoemd, terwijl het nooit alleen kan gaan om de ogen en oren van de vrijwilligers, die de kern van de kerkelijke organisatie vormen, of om de kerkgangers die zó seksueel misbruik zouden moeten voorkomen. Beter zetten alle verantwoordelijke pastores en (hulp)bisschoppen alle antennes open om preventief situaties van misbruik op te sporen, te onderkennen, aan te pakken en waar mogelijk te voorkomen. Hiervoor bidden was sterker geweest en had de situatie van zoveel misbruik meer recht gedaan.

Ik heb er eigenhandig zondag maar een bede aan toegevoegd: “We bidden ook om wijsheid en kracht voor de leiders in onze kerk, dat zij zorgvuldig en daadkrachtig optreden tegen elke vorm van machtsmisbruik door haar gewijde bedienaren.” We kunnen niet alles voorkomen. Leiders in de kerk moeten hun verantwoordelijkheid nemen en niet wegkijken, schrikken of door te zwijgen de hoop hebben dat het overwaait.

Ik kan ons allemaal op een briefje geven, dat de verhalen over seksueel misbruik in Afrika en Azië nog gaan komen. Dat is het nadeel van zo’n grote organisatie. We zullen eraan moeten wennen dat dit onrecht ons zal blijven bestoken, en terecht, als een schimmel van binnenuit. Laat het ons blijvend waarschuwen en scherp houden. Lang leve de wereldkerk!   

31. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Na detentie terugkeren in de samenleving vraagt betrokkenheid

                                                                                                                           14 september 2018
“Meent u dat echt, dat als mensen worden opgepakt ze geen contact mogen hebben met het thuisfront, maar dat de mensen thuis in eerste instantie ook niet horen dat iemand vastzit en waar?” De vraag, waar de verontwaardiging vanaf druipt, werd gesteld naar aanleiding van een lezing die ik hield voor de Raad van Kerken in Voorburg-Leidschendam. In het belang van het politieonderzoek kan zoiets voorkomen, het bewijzen van betrokkenheid bij een delict gaat boven communicatie met de achterban.

Ik doe het niet zo vaak meer: spreken over detentie, justitie en het ‘leven binnen de muren’, want ik ben al meer dan 5 jaar weg bij het justitiepastoraat en zaken veranderen snel (hoewel sommige zaken nooit fundamenteel). Ik loop het risico dat ik niet meer helemaal up-to-date ben, maar van veel gedetineerden heb ik voorheen gehoord dat als ze worden opgepakt hun familie, vrienden en werkgever vaak maar moeten gissen waar hij is. De betreffende instanties geven hier geen uitsluitsel over. Dat doet de verdachte zelf op het moment dat hij/zij de mogelijkheid heeft om naar buiten te bellen. Valt hij/zij nog onder ‘alle beperkingen’, dan blijft dit contact vooralsnog achterwege.

Vertellen over detentietijd, gedetineerden, de wereld binnen de muren en hoe we hier als kerken mee om kunnen gaan, is een constante taak van een diaconale pastor met de ervaring die ik heb opgebouwd. Als normale burgers en kerkmensen kunnen we ons nauwelijks voorstellen hoe het is als je wordt opgepakt, terecht of niet. Er valt – soms letterlijk- een wereld over je heen. Een wereld waar je niet zomaar vanaf bent, waar je niet bekend mee bent, met zijn eigen regels en wetmatigheden en schier onmogelijke kansen om er eigenhandig aan te ontsnappen. Een wereld die je knecht.

           Ex-gedetineerden die de waarde hebben ontdekt
                 van geloof en gemeenschap willen graag
                        ná detentie hiermee bezig blijven


Binnen detentie ben je je vrijheid kwijt en word je totaal afhankelijk van het systeem dat jou als een Jonas in de walvis heeft ingeslikt. Daarbinnen werken is één, maar eraan overgeleverd zijn, is twee. Niet voor niets wordt het een negatieve omgeving genoemd, dat zowel personeel als gedetineerden geen goed doet. Spanning, stress en opgekropte emoties worden ‘in bedwang gehouden’ tussen de betonnen muren van de cellen en afdelingen, die een penitentiaire inrichting rijk is. Dat deze combinatie af en toe zorgt voor een uitspatting van formaat, snapt eenieder. Kunst van het personeel is om dat op professionele wijze te voorkomen. Gesprekken met geestelijk verzorgers leveren vaak een bijdrage aan de broodnodige ontspanning. 

Bij de Raad van Kerken was ook de vraag wát een Kerk met Stip is. Een Kerk met Stip is een kerk die gastvrij wil zijn voor mensen met een detentieverleden. Opnieuw beginnen na een straftijd is altijd moeilijk. Als je al een kans krijgt als ex-gedetineerde en je wilt breken met je verleden, n je foute vrinden, dan moet je hem met beide handen aangrijpen én waarmaken. Daar kun je wel wat hulp bij gebruiken.

Kerken met Stip bieden die begeleiding aan door ex-gedetineerde mannen en vrouwen toe te laten in hun geloofsgemeenschap. In een koor of combo, een Bijbelgroep, als acoliet of koster, als vrijwilliger bij koffie schenken, voedselbank of catechesegroep. Ex-gedetineerden die in detentie de waarde hebben ontdekt van geloof en gemeenschap willen graag ná detentie hiermee bezig blijven cq onderdeel van uitmaken. Maar dat gaat niet vanzelf.

‘Van buiten naar binnen’ is vaak een grotere en onzekerdere stap dan men beseft. Tijdens detentie zijn zaken veranderd in de samenleving en de ex-gedetineerde zelf is ook veranderd. Dus begeleiding op maat is nodig. Vrijwilligers geven die begeleiding op maat en putten uit geloof, hoop en liefde. Maar ook uit vertrouwen met een portie ‘gezond verstand’ om de goedgelovigheid van de vrijwilliger scherp te houden.

Zo zijn er veel mensen betrokken bij een goed terugkeer van ex-gedetineerde mannen en vrouwen in de samenleving. Tenminste, als ze zelf willen. Want helaas blijven er altijd gedetineerden die hulp of begeleiding nodig hebben, maar in de wind slaan. Hopelijk komen ook zij tóch goed terecht. Daar kunnen we dan als kerk in ieder geval voor bidden.

Zie ook: www.kerkenmetstip.nl en een artikel van oud-collega Christiaan Donner op http://www.oecumene.nl/97-in-t-veld/organisaties/976-ik-zit-ineens-te-bidden-in-mijn-cel.

30. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.  

 

Volgens ons zijn ze 'niet normaal'

                                                                                                     11 september 2018
Zij had zichzelf al vaker verwond, gesneden. Automutilatie noemen ze dat met een ‘mooi woord’. Er is helemaal niets moois aan. Iemand die zichzelf iets aan doet is niet goed wijs, zeggen we dan.
Hij stond opeens ’s nachts het verkeer te regelen. Helemaal van het padje af, stribbelde tegen toen ze hem van de weg af wilden halen. Beetje gek, maar voor de rest normaal, hoor.

Ik ging ze opzoeken. Beiden in een andere gesloten GGZ-inrichting. Beiden in een andere tijd. Er was niets geks aan hen. Ze waren aanspreekbaar, helder zelfs en keken naar zichzelf alsof ze zich niet bewust waren van hun gedrag dat op anderen zo vreemd overgekomen was. “Wat fijn dat je op bezoek komt, het is hier zo saai, eentonig, niets te doen”, zei zij toen ik de ingang tot haar gesloten afdeling eindelijk had gevonden.

“Ik houd een dagboek bij; dan weet ik tenminste wat er in me omgaat. Hier lees maar.” En ik las haar gedachten, haar zielenroerselen: over kijken naar jezelf, over proberen te bidden en over de relaties met haar familie. “Wat schrijf je goed. En wat een mooi handschrift heb je”, zei ik. “O, dank je”, reageerde ze zichtbaar verlegen, niet gewend om een compliment te krijgen. “Knap hoor, om zo over jezelf je gedachten op papier te zetten. Is het nooit confronterend?”

Ik verbaas me er iedere keer weer over hoe psychiatrische patiënten naar zichzelf kijken. Zoekend en tastend in een geest die af en toe helder is. Proberend te begrijpen wat er in hun onbegrijpelijke zelf aan de gang is. Dikwijls onder invloed van medicijnen, soms in een psychose, vaak onder een dikke wollen deken van handelingen en gedrag dat ze maar moeizaam als ‘eigen’ kunnen accepteren, omdat het zo ‘vreemd’ blijft voelen. En gepokt en gemazeld in de hulpverlenerstaal, die hen helpt hun ziekte te begrijpen, maar net altijd zichzelf te vinden.

Hij zat er rustig bij op het terrasje van het binnenhof van de psychiatrische opvang. Ik word geroepen door een vrouw achter een hek. “Ik ken u, u bent dominee, he?” Ja, eh pastor. Maar het klopt, wij kennen elkaar. Ik moet alleen nu bij deze meneer zijn. “Wilt u iets voor mij doen?” Ja, dat wil ik wel, ik kom straks bij je. Ik ga terug naar mijn verkeersregelaar en vraag wat hij zich nog kan herinneren. Dat blijkt niet veel te zijn. Alles wat hij weet is ‘van horen zeggen’.

        Ze zeggen dat ik gekke dingen heb gedaan
                                    en gezegd
                            …. En nu zit ik hier

Ook hij klaagt over het feit dat de inrichting maar weinig ‘doet’, dat hij zich verveelt en dat hij “gek wordt van die mensen om hem heen.” Niet doen, hebben we niets aan, zeg ik. Hij moet lachen. Eindelijk iemand waar hij vertrouwd mee is. Maar is dat eigenlijk wel zo? Zo goed kennen we elkaar nog niet. Ja nu, nu er opeens een heel andere kant van hem zichtbaar geworden is.

Hoe is hij eronder? “Ik vind het vreemd, snap het niet. Maar ze zeggen dat ik gekke dingen heb gedaan en gezegd. Dat is wel bizar, toch? Er lijkt iets in mij geknakt te zijn, en nu zit ik hier. Onder de medicijnen en tussen mensen die heel erg verschillend reageren op elkaar. Het is net One flew over the cuckoo’s nest.” Ik ken mezelf zo niet.

Geen psychiatrische patiënt is hetzelfde. De stoornis die zich heeft geopenbaard is bij eenieder anders. En elk mens reageert hier ook weer anders op. Sommig gedrag gaat over, is goed in te regelen met medicatie; ander gedrag blijft. Sommige medicatie maakt mensen tot zombies, platgespoten en loom bewegen ze zich door hun woning. Het is niet om aan te zien, onmenselijk, mensonwaardig, maar blijkbaar kan het soms niet anders. Het zal je zus, je kind maar zijn… Dat denk ik vaak. En dan ben ik blij dat ik hoor dat die zus, die ouder regelmatig langs komt. Ander gedrag kan worden ‘bestreden’ met cognitieve therapie, vaak in combinatie met medicijnen. Patiënten hebben een zwaar leven, omdat ze volgens ons “niet normaal” zijn.

Het slechtste dat je kunt overkomen is dat mensen je in de steek laten. Dat is een van de vele redenen waarom ik hun bezoek. Ze zijn het meer dan waard, vanuit henzelf. Omdat dat vreemde ook bij hen hoort, maar niet alles is. Omdat ze erbij horen, serieus genomen mogen worden, begrepen. Ik doe mijn best om ze niet alleen te laten en hoop dat dat een beetje lukt.

Als ik bij haar wegga, vraagt ze of ze gedoopt kan worden. Ik zeg: “Ja, natuurlijk. Zullen we het daar de volgende keer over hebben.” En dat doen we.  

29. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Wat was jouw verloren liefde?

                                                                                                                                    7 september 2018
Soms zit je er opeens helemaal tussenin. De verhalen van jonge mensen wier relatie over is. Onlangs nog. We zaten met een stel jongelui buiten te eten en één van hen vertelde dat haar verkering een paar maanden geleden uit was gegaan. Ze was redelijk “kapot geweest”, moest veel huilen, maar vond wel dat ze de juiste beslissing had genomen om de liefdesrelatie te stoppen.

De relatie zoals die was, had geen toekomst meer. Ook al was het haar eerste en meest belangrijke echte liefde. Het was óf veranderen óf stoppen. Het werd stoppen. Na haar verhaal te hebben gedaan vroeg ze aan de andere jongeren, en later aan mij, of en hoe wij onze love of our live hadden verloren. Een reeks prachtige, ontroerende en verrassende ervaringen volgde. De een nog pakkender dan de andere.

Een relatie beginnen is halleluja, genieten en elkaars gezelschap als een serie plusmomenten ervaren. Een relatie beëindigen is vaak het meest moeilijke wat een mens kan doen. Jarenlang heb je lief en leed met die ander gedeeld. Hij/zij kent de meest kwetsbare kanten van jou. Hij/zij kent jou soms nog beter dan jij jezelf kent. Wat gaat er met al die gedeelde gevoelens, gedachten en informatie gebeuren? Waar blijft het? De veiligheid van de relatie, waarbinnen je je naar elkaar hebt opengesteld, verandert en het ‘wij’ wordt opeens weer een ‘jij’ en een ‘ik’. Gekoppeld aan gevoelens van in de steek gelaten worden, boosheid, teleurstelling of zelfs jaloezie kan een  gevoeld ’samen’ verworden tot een beleefd ‘tegenover’.

Er ontstond een mooi gesprek buiten in het licht van de ondergaande zon. Bijzondere verhalen over kwetsbare kanten van onszelf. Iedereen legde wel een ander accent in zijn of haar verlies van de eerste, grote liefde. Het is ook niet niks om zo’n breuk mee te maken, in alle kwetsbaarheid en afhankelijkheid, die zo’n eerste ‘jezelf verliezen in de ander’ met zich meebrengt.

                            De liefde blijft, het leven gaat verder

Freddy Mercury (Queen) zong erover:         
Love of my life you've hurt me, you've broken my heart and now you leave me
Love of my life can't you see. Bring it back, bring it back, don't take it away from me,
because you don’t know what it means to me
Love of my life don't leave me, you've taken (all) my love and now desert me
Love of my life can't you see. Bring it back, bring it back, don't take it away from me,
because you don’t know what it means to me

Dat is het natuurlijk. Als een ander, waar je je met ziel en zaligheid aan verbonden hebt, zich weer losmaakt van jou, dan weet die ander ten diepste niet wat dat voor jou betekent. Je wordt weer helemaal op jezelf teruggeworpen en wilt eigenlijk blijven in het gevoel van samen-zijn, liefde, verliefd zijn. Dat gaat niet en je smeekt om het niet van je weg te halen. Maar je weet wel beter. Het moet slijten, wonden moeten helen en er moet energie gevonden worden om opnieuw tot leven te kunnen komen …
 
Ook ik moest eraan geloven om te vertellen over mijn eerste grote liefde. Ook een verhaal met een triest einde, maar ik had een vervolg. 25 jaar na de beëindiging kwam ik bij een reünie mijn love of my life tegen. Ik ben van deze hernieuwde ontmoeting een dag van mijn stuk geweest. Soms denk je dat je iets hebt verwerkt, en zogenaamd ‘een plek gegeven’, maar dan komt out of the blue opeens dat gevoel van lang geleden overweldigend naar boven... En ik kon het niet tegenhouden, wilde weer bij haar zijn, delen wat we gemeenschappelijk hádden. Er was geen aandacht bij mij voor de reden waarom we uit elkaar waren gegaan, alleen maar gevoel van hoe het wás.

Inmiddels al jaren gelukkig getrouwd, deed die hernieuwde ontmoeting mijn hart volop openen voor een oud gevoel, een oude liefde. Het leek wel of de tijd had stilgestaan en we elkaar gisteren nog hadden gezien. Zo diep zit die eerste liefde blijkbaar in mijn vezels dat mijn hart weer openging op het moment dat er ontmoeting plaatsvond: kwetsbaar en raakbaar als voorheen. Verbonden voor het leven, maar niet levensvatbaar meer. Want dat was ook helder: in beider leven was genoeg veranderd.

Wat blijft, is het koesteren van de verbinding.
In de woorden van Freddy Mercury:
Who will remember when this is blown over and everything's all by the way. When I grow older I will be there at your side to remind you how I still love you, I still love you.

Zo gaat het soms met de liefde in ons leven. De liefde blijft, het leven gaat verder. Met zulke ervaringen verwijlen we een tijdlang op de bodem van onze ziel, ervaren we het leven als een hel, maar ontdekken we -als het goed is- ook weer een nieuwe weg omhoog. Zodat we ons opnieuw voor een ander kunnen openen, kwetsbaar worden en liefde delen. Een nieuw ‘samen’, in liefde en leven. Een ervaring rijker, zelfkennis vergroot, meer ontwikkeld in liefde en leven. Zo is leven ook mooi, met al zijn ups-and-downs, steeds weer opkrabbelend en zoekend naar kansen en mogelijkheden om goed te leven.

28. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

 

 

Kunnen gezonde seksuele ontwikkeling en celibaat samengaan?

                                                                                                                4 september 2018
In de elfde eeuw stelde de rooms katholieke kerk het celibaat als verplichting in. In de eeuwen ervoor waren priesters en diakens getrouwd of bewust celibatair gebleven. Om zich geheel en al aan God en de kerk te kunnen wijden. Celibaat als keuze heeft een andere dynamiek dan celibaat als verplichting of zo u wilt: gedwongen keuze.

Een keuze voor celibaat heeft iets eigens in zich. Zelf weeg je af wat de voordelen en nadelen zijn van het -menselijk gesproken- alleen zijn en blijven. Je denkt na over wat voor type mens, persoon, je bent. Je gaat te rade bij anderen en stelt de vraag: zie je mij dit doen? Je zoekt wijsheid rondom de kwestie: is dit mijn roeping en vind ik hier mijn geluk? Je gaat te rade bij God: is dit wat U voor mij in petto heeft? En je bidt dat God je de juiste gedachten, afwegingen en beslissing mag ingeven. Daarna stá je voor de keuze die je hebt gemaakt.

Een verplichting lijkt altijd iets van offerbereidheid, afzien van, te vragen.
Toen ik begin jaren tachtig van de vorige eeuw theologie ging studeren, heb ik de mogelijkheid van het priesterschap serieus overwogen. Vormingsweekenden volgde ik om die weg van leven te onderzoeken. Bijna alle spirituele elementen van het priesterschap spraken mij aan: man Gods zijn, bemiddelaar van Christus, sacramentenbedienaar, verkondiger van het woord en voorganger in de eucharistische maaltijd.

Twee zaken wat minder: gehoorzaamheid aan de bisschop en het celibaat. Die gehoorzaamheid, daar kwam ik misschien nog wel uit, maar over het celibaat struikelde ik. Ik kon me de celibataire levensstaat niet toeëigenen, zag mezelf niet zonder partner door het leven gaan. Ik stelde mezelf alle vragen, bad en besloot pastoraal werker te worden, en open te blijven staan voor de mogelijkheid de liefde van mijn leven te ontmoeten. Zó voelde ik mij geroepen.

Tegelijkertijd ontmoette veelvuldig priesters en priesterstudenten die goed omgingen met het celibaat en openlijk de kritieken op deze levensstaat ter harte namen. Wat was nu het bijzondere aan deze gesprekken? Ze waren open en verrijkten de gesprekspartners. Ze gingen altijd over hoe ’n priester(student) dit kon opbrengen (het is toch een gemis - geen partner?) en checkten of iemand geen priester werd uit frustratie vanwege niet beantwoorde liefdes, of vanuit de ontdekking homoseksueel te zijn of vanuit de behoefte aan veiligheid, macht/gezag en aanzien. Als je elkaar nog beter kende, kon je vragen naar de beleving van seksualiteit. Hoe denk jij aan je trekken te komen, waar ligt jouw seksuele behoefte? Goede, vormende gesprekken tussen studenten theologie.

                                    
Seks met kinderen is gericht
               op het bevredigen van lustgevoelens

Seksuele behoefte was en is – zo blijkt ook uit alle verhalen over seksueel misbruik in de kerk- niet onbelangrijk. De mens is naast een sociaal wezen natuurlijk ook een seksueel wezen. Hij/Zij heeft behoeftes op dit vlak. Dat kun je terzijde schuiven of negeren, of dat kun je onderkennen en erover nadenken wat je hiermee moet. Ik durf de stelling wel aan dat veel daders van seksueel misbruik in de rooms katholieke kerk geen gezonde seksuele ontwikkeling hebben doorgemaakt en weinig nadenken over wat seksualiteit voor hen betekent, welke behoefte bevredigd moet worden en met wie. Gezond is als je hier wél aandacht aan schenkt.

Seks met kinderen heeft vaak van doen met het onvermogen om met een andere volwassene een seksuele relatie te ontwikkelen, met macht over een ander uitoefenen (afhankelijkheid organiseren) en heeft veelvuldig niets te maken met wat wij liefde plegen te noemen, maar is gericht op het bevredigen van lustgevoelens bij de op seks behoeftige dader.
 
               Een seksuele relatie maakt je kwetsbaar

Als iemand seks wil, heeft hij daar soms een ander bij nodig. Soms alleen in gedachten (De menselijke geest kan dromen tot realiteit maken). Gezonde seksuele ontwikkeling wil zeggen dat je ervaringskennis hebt over je eigen lichaam en dat van je partner. Waar raak je opgewonden van en waarom? Wat doet het met jouw lichaam en met het lijf van die ander? Wat wil dat zeggen vanuit de en vanuit jouw natuur? Hoe kun je die opwinding beheersen  en wanneer juist niet? Als je ontkent dat je een seksueel wezen ben, ontwikkel je geen ervaringskennis over je lichaam. Sommige priesters kunnen maar moeilijk omgaan met hun seksuele behoeftes, praten hier niet over en worden verleid om in de fout te gaan. Met alle gevolgen van dien.

Mijn ouders hebben mij het besef meegegeven dat seksualiteit en liefde met elkaar te maken hebben, op een of andere manier in elkaars verlengde liggen. Met dit inzicht werd ik de wijde wereld in gestuurd, waarin ik ontdekte dat dit niet levenslang tot een partner beperkt hoeft te blijven en ook dat het niet altijd een bestendige liefde hoeft te zijn waar je seksualiteit mee deelt, maar iets van gevoel voor die ander speelde altijd wel een rol, ook iets van gezamenlijkheid. Je houdt rekening met de seksuele beleving van de ander en hebt nooit het oogmerk om de ander pijn te doen of te beschadigen. Een seksuele relatie, merkte ik, maakt je ook kwetsbaar en raakt jou (en de ander) in wie jij bent als mens.

Kiezen om geen seksuele relatie aan te gaan, kan gezond zijn. Je zult jezelf hierin moeten blijven polsen en bevragen, een levenslange opgave. Verplicht worden zó te leven herbergt het risico in zich - doordat de keuze niet van binnenuit komt - dat het ongezond of onnatuurlijk wordt. Laten we elkaar goed bij de les houden en elkaar in alle openheid gezond houden.

27. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Meditatie is trendy

                                                                           31 augustus 2018
Het is gezellig druk woensdag op het Pieterskerkplein in Leiden bij de Orientation Week Leiden (OWL) voor internationale studenten. Sommigen zijn pas diezelfde morgen binnengevlogen om te gaan studeren in Nederland. Ze komen van Finland, Duitsland, Nigeria, Verenigde Staten, Japan, China of Roemenië. De studie psychologie is topfavoriet. De Universiteit van Leiden staat goed aangeschreven en is gewild vanwege de grote diversiteit aan studies.

Met het studentenpastoraat staan we met een informatiekraam op de OWL. We bieden wat snoepjes aan, er staan enkele borden op een placemat en met een paar kleine posters proberen we de aandacht te trekken van de nieuwsgierige buitenlanders. De meeste ogen flitsen langs de kraam en blijven hangen bij de aankondiging ‘weekly mediation’ en ‘a weekend in a monastry’. Opvallend veel studenten zoeken de stilte, de rust en de balans. Verheugd zijn ze dus dat er te midden van allerlei kramen met informatie over huisvesting, vrijwilligerswerk bij Amnesty, Unicef of anderszins ook mensen zijn die aan ‘stilte’ denken.

Meditatie is trendy. Al onze flyers hierover zijn na een paar uur verdwenen in de tasjes van de internationals. We bieden één avond aan, maar als al die studenten ook daadwerkelijk komen, zullen we minstens een tweede avond moeten organiseren. Maar bij studenten weet je het nooit. Soms bied je iets aan en komt er niemand. Soms begin je ergens mee en blijkt er ‘schreeuwende behoefte’ aan te zijn.

                              Je niet laten meesleuren
                            in de snelheid van het leven,
                           maar rust en vrijheid ervaren
                         te midden van dwang en drang

We leven in een tijd dat er heel veel aanbod is van diverse elkaar beconcurrerende activiteiten, zinvol of niet. En onze agenda’s vullen zich snel met wekelijkse gezondheids must-do’s als sport en ander bewegingsaanbod. Health and fit, body and soul. Het is de focus van elke laat-modernist. Zonder kun je haast niet meer.

Meditatie is in. Het is eenvoudig, toegankelijk en het voelt als noodzakelijk. Niet voor niets waren de meest gebruikte woorden van de Leidse internationale studenten in de gesprekken met ons: behoefte aan rust, ruimte, stilte, verdieping en balans. En fijn dat het in een groep gebeurt: “Ik mediteer wel, maar vaak is het zo lastig om het op jezelf te doen. Samen is een extra stimulans om te gaan zitten.” Herkenbaar bij velen, want de discipline is soms ver te zoeken.
  
Meditatie is het begin van balans. Dat is wat we leren. Heel veel door het Westen gevormde mensen willen even ontsnappen aan de druk, drukte en hektiek en zoeken rust in meditatie. Eigenlijk is dat het paard achter de wagen spannen. Meditatie is onderdeel van een manier van leven, een manier van zijn, van zen. Is je realiseren dat je niet gedreven mee hoeft in die snelheid van leven, in die maalstroom van gedachten, in die rollercoaster van actie en maar doorgaan. Is daar ook anders in willen staan en je niet laten meesleuren, maar rust en vrijheid ervaren te midden van dwang en drang. Dat kunnen mensen in onze tijd wel goed gebruiken.

De Tibetaanse Sogyal Rinpoche ziet meditatie als gift: “Leren mediteren is het mooiste geschenk dat je jezelf in dit leven kunt geven. Alleen door mediteren kun je de reis ondernemen om je ware natuur te ontdekken, en op die manier de stabiliteit en het vertrouwen te vinden die je nodig hebt om goed te leven en te sterven.” Dat is het begin, de rest komt vanzelf.

Ik ben benieuwd of al die geïnteresseerde internationals in de hektiek na de opening van het academisch jaar onze meditatieruimte aan het RAPENBURG100 zullen vinden. Want hier geldt toch ook een beetje: eerst zien, dan geloven. We wachten het in alle rust en vrijheid af…

26. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Seksueel misbruik: te rot voor woorden

                                                                                                 28 augustus 2018
“Het is van zo lang geleden.” En: “Bij de protestantse kerk, de scouting en de sportverenigingen gebeurt het ook.” Twee willekeurige opmerkingen die ik de laatste weken in gesprekken optekende als het seksueel misbruik in de kerk ter sprake kwam met geloofsgenoten. Twee gevaarlijke opmerkingen, want het lijkt iets op te roepen van dat het allemaal niet zo erg is. Het creëert het beeld van dat het overal gebeurt, en dat het iets is uit het verleden. Dus waar zeuren we over.

Met mijn vorige blog heb ik duidelijk willen maken dat seksueel misbruik levenslange schade aanbrengt aan slachtoffers die ermee te maken hebben (tot zelf misbruiken toe). Ik ben de blog geëindigd met: “De kerk moet ook veel meer doen aan preventie. Dat begint bij openheid in de organisatie (in het groot en in het klein) én het vereist een goede begeleiding van priester-kandidaten, opdat zij een gezonde seksuele ontwikkeling doormaken. Laten we hiernaar handelen én hiervoor bidden.”

De geslotenheid van een instituut als de rooms katholieke kerk heeft ervoor gezorgd dat al deze misstanden, pas decennia later boven water komen. Veel van de verhalen over misbruik, als ze al geloofd werden door ouders, parochiebesturen of bisschoppen, zijn gesmoord in de gezagsverhoudingen van die tijd. Veel kinderen die repten over onoorbaar gedrag van priesters en religieuzen werden niet of nauwelijks geloofd. En mocht er aanleiding zijn om het wel te geloven, dan werden ze overgeplaatst en konden ze op een nieuwe plek opnieuw beginnen met hun vieze spelletjes. Geen oplossing dus voor het probleem. En vooral: mond houden erover.

Intussen zijn de tijden veranderd, is het denken over seks met kinderen veranderd en is er veel aan het licht gekomen. Gezagsdragers en machthebbers binnen de Nederlandse kerk zijn al tien jaar bezig met het puinruimen van die vreselijke tijd die achter ons ligt. Na het Deetmanrapport is er een meldpunt seksueel misbruik opgericht. Heel veel zaken (mensen) zijn de revue gepasseerd. Schadevergoedingen zijn vastgesteld en in verschillende hoogten uitgekeerd aan vele  slachtoffers. Sommige slachtoffers zijn niet erkend. Rechtszaken hierover worden gevoerd om alsnog erkenning van het aangedane leed te krijgen…

          We missen een goede analyse,
     preventieplannen en het open gesprek
                over seksueel misbruik

De kerkelijke waardigheidsbekleders zijn moe. Ze hebben geprobeerd barmhartig en oprecht te zijn. Ze hebben geprobeerd zorgvuldig en te goeder trouw te zijn. Ze hebben geprobeerd slachtoffers te erkennen, maar bewijzen van aangedaan leed was soms moeilijk…Dus niet in 100% van de gevallen is het gelukt. Er is diep in de buidel getast, maar of hiermee het verleden is afgesloten … ? Of hiermee ook wat verandert in de kerk ? En last but not least, de pijn die ze ervaren aan alle misbruiksituaties voelen ze tot diep in hun vezels. Want, “we zijn allen deel van hetzelfde lichaam.” Van pijnlijden word je moe, vraag dat maar aan de slachtoffers.

Ik zag Paus Franciscus op een foto deze week. Integer, barmhartig, aangedaan, biddend, moe, minder open dan we van hem gewend zijn. De kerk, die hij vertegenwoordigt, wordt hard aangepakt. Volgens de wetten en regels van de hedendaagse maatschappij. Als instituut moet de kerk zich hieraan onderwerpen en hij heeft met zijn brief geprobeerd hieraan te voldoen, openheid van zaken te geven. Maar in een organisatie als de kerk verloopt niet alles volgens dezelfde logica als in de samenleving. De kerk is anders, moet ook anders zijn. Eén ding is hetzelfde: de machtsstrijd om wie het voor het zeggen heeft in deze wereldkerk.

Wat we missen in Nederland, er heel de wereld, zijn berichten over preventie. Wat we missen is een goede analyse waar het probleem vandaan komt. Wat we missen zijn plannen die aangeven hoe we het als kerk voortaan kunnen voorkomen, beter kunnen aanpakken. Misschien zijn er mensen mee bezig, maar niemand binnen of buiten de kerk die hiervan op de hoogte wordt gesteld.

Wat we missen is het openlijke gesprek over waar de risico’s liggen, hoe we dit kunnen aanpakken en hoe we elkaar als collega’s in het pastoraat (professionals en vrijwilligers) kunnen ondersteunen om van de kerk weer een veilige en betrouwbare kerk te maken. Maar ook hoe we ‘rotte appels’ kunnen aanpakken, opvangen en uit het pastoraat met kinderen houden.

Sommigen roepen: afschaffen van het celibaat. Dat is een heel makkelijke en voor de hand liggende. Ik zou eerder zeggen: maak het celibaat facultatief. Maar helaas is het niet de enige factor die misbruik in de hand werkt. Het begint bij een gezonde seksuele ontwikkeling. Daarover meer in een volgende blog. Voorlopig zullen we vooral met elkaar over seksueel misbruik en de kerk moeten blijven communiceren. Want misbruik is te rot voor woorden!


25. Dit is een aflevering van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Meditatie is trendy

                                                                                  31 augustus 2018
Het is gezellig druk woensdag op het Pieterskerkplein in Leiden bij de Orientation Week Leiden (OWL) voor internationale studenten. Sommigen zijn pas diezelfde morgen binnengevlogen om te gaan studeren in Nederland. Ze komen van Finland, Duitsland, Nigeria, Verenigde Staten, Japan, China of Roemenië. De studie psychologie is topfavoriet. De Universiteit van Leiden staat goed aangeschreven en is gewild vanwege de grote diversiteit aan studies.

Met het studentenpastoraat staan we met een informatiekraam op de OWL. We bieden wat snoepjes aan, er staan enkele borden op een placemat en met een paar kleine posters proberen we de aandacht te trekken van de nieuwsgierige buitenlanders. De meeste ogen flitsen langs de kraam en blijven hangen bij de aankondiging ‘weekly mediation’ en ‘a weekend in a monastry’. Opvallend veel studenten zoeken de stilte, de rust en de balans. Verheugd zijn ze dus dat er te midden van allerlei kramen met informatie over huisvesting, vrijwilligerswerk bij Amnesty, Unicef of anderszins ook mensen zijn die aan ‘stilte’ denken.

Meditatie is trendy. Al onze flyers hierover zijn na een paar uur verdwenen in de tasjes van de internationals. We bieden één avond aan, maar als al die studenten ook daadwerkelijk komen, zullen we minstens een tweede avond moeten organiseren. Maar bij studenten weet je het nooit. Soms bied je iets aan en komt er niemand. Soms begin je ergens mee en blijkt er ‘schreeuwende behoefte’ aan te zijn.

     Je niet laten meesleuren in de snelheid van het leven,
                            maar rust en vrijheid ervaren
                          te midden van dwang en drang

We leven in een tijd dat er heel veel aanbod is van diverse elkaar beconcurrerende activiteiten, zinvol of niet. En onze agenda’s vullen zich snel met wekelijkse gezondheids must-do’s als sport en ander bewegingsaanbod. Health and fit, body and soul. Het is de focus van elke laat-modernist. Zonder kun je haast niet meer.

Meditatie is in. Het is eenvoudig, toegankelijk en het voelt als noodzakelijk. Niet voor niets waren de meest gebruikte woorden van de Leidse internationale studenten in de gesprekken met ons: behoefte aan rust, ruimte, stilte, verdieping en balans. En fijn dat het in een groep gebeurt: “Ik mediteer wel, maar vaak is het zo lastig om het op jezelf te doen. Samen is een extra stimulans om te gaan zitten.” Herkenbaar bij velen, want de discipline is soms ver te zoeken.
  
Meditatie is het begin van balans. Dat is wat we leren. Heel veel door het Westen gevormde mensen willen even ontsnappen aan de druk, drukte en hektiek en zoeken rust in meditatie. Eigenlijk is dat het paard achter de wagen spannen. Meditatie is onderdeel van een manier van leven, een manier van zijn, van zen. Is je realiseren dat je niet gedreven mee hoeft in die snelheid van leven, in die maalstroom van gedachten, in die rollercoaster van actie en maar doorgaan. Is daar ook anders in willen staan en je niet laten meesleuren, maar rust en vrijheid ervaren te midden van dwang en drang. Dat kunnen mensen in onze tijd wel goed gebruiken.

De Tibetaanse Sogyal Rinpoche ziet meditatie als gift: “Leren mediteren is het mooiste geschenk dat je jezelf in dit leven kunt geven. Alleen door mediteren kun je de reis ondernemen om je ware natuur te ontdekken, en op die manier de stabiliteit en het vertrouwen te vinden die je nodig hebt om goed te leven en te sterven.” Dat is het begin, de rest komt vanzelf.

Ik ben benieuwd of al die geïnteresseerde internationals in de hektiek na de opening van het academisch jaar onze meditatieruimte aan het RAPENBURG100 zullen vinden. Want hier geldt toch ook een beetje: eerst zien, dan geloven. We wachten het in alle rust en vrijheid af…

26. Bovenstaande Blog verschijnt in een reeks ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.
En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Waar ligt jouw roeping in het leven?

                                                                                                                                25 augustus 2018
Ze was al een tijdje geïnteresseerd in het kloosterleven, kwam er helemaal tot rust en vond haar directe lijntje met God. Maar was het haar roeping om hierbij te horen? Was het haar levenbestemming (half in de twintig) om hier te zijn en te blijven? In de jongerengroep waar ze toe behoorde was een jongen die haar wel leuk vond. Ze kreeg verkering en ze bleef bij de zusters komen.

Na een tijd ging haar verkering uit. He was niet leuk. Het deed hart-stikke pijn. Om tot rust te komen trok ze zich enige tijd terug in het klooster. “Ik wil alles eens goed op een rijtje krijgen”, zei ze tegen me. “Enneh, is dat gelukt”, vroeg ik toen ik haar een maand later sprak. “Nee, niet helemaal. Ik blijf maar heen en weer geslingerd worden tussen twee verschillende toekomstperspectieven. Wat is mijn roeping, weet u dat?”  

Roeping is een moeilijk ding. Hoe en wanneer weet je waar je roeping ligt? Mijn eigen roeping is uiteindelijk in het pastoraat tot uitdrukking gekomen. Maar als diaken ligt mijn roeping ook in mijn huwelijk en gezinsleven. Diep van binnen strijden die twee roepingen geregeld met elkaar, maar tegelijkertijd staan ze hand in hand in waar het in mijn leven om gaat: betekenisvol zijn voor een ander.

Of die ander nu zeer nabij is, of iets verder weg, dat maakt geen verschil. In die relaties komt voor mij God pas echt tot leven. Zijn dragende liefde geeft mensen ruimte om tot hun recht te komen en om er voor elkaar te zijn. Om zelf ook liefde uit te dragen in alle diversiteit die liefde eigen is: aandacht en tijd hebben, attent zijn, luisteren, een ander steunen. Onvoorwaardelijk, met het heil van die ander voor ogen.

Roeping is ook een proces, dat zich binnenin onszelf ontwikkelt. En blijft ontwikkelen. Eenmaal geroepen betekent niet dat het daarna tot stilstand komt. In mijn geval heb ik begin dit jaar tijdens een sabbatverlof veel tijd besteed om tot het inzicht te komen dat ik hierboven beschrijf: ik word geroepen tot mijn werk én tot mijn relatie/gezin. Niet dat ik dat niet wist, maar ik moest er weer eens tijd, aandacht en zorg aan besteden.

             Je juiste oren opzetten om te luisteren
     wat het leven, wat God, voor jou in petto heeft

De laatste jaren leek het wel alsof het pastorale werk het enige was dat telde, altijd op de eerste plaats kwam. De verdieping voor mij kwam toen ik besefte dat beide een even belangrijke roeping zijn en dus eenzelfde tijd, aandacht en zorg behoeven. En met dat besef kon ik mijn agenda anders inrichten en aan beide roepingen toekomen. Heb ik ervoor gebeden, me laten inspireren van buitenaf? Ja, in meditatieve momenten komen inzichten bovendrijven, beginnen antwoorden te komen. Ook ik ga hiervoor af en toe een klooster in.

In alle Bijbelse verhalen over roeping verloopt het niet volgens een snelle procedure van vraag en antwoord. Nee, dikwijls wordt de Stem die vraagt naar de levensbestemming maar vaag gehoord. Even zovele keren is er ruis op de lijn of worden mensen op andere gedachten gebracht. Je juiste oren opzetten om te luisteren wat het leven, wat God, voor jou in petto heeft, is blijkbaar lastig en zeker geen dagelijks ritueel voor ons.

Tijd nemen om te bezinnen, om na te denken over de zin van ons leven, om te reflecteren over wat voor ons, voor onze wereld/schepping en voor de Allerhoogte het meest waardevol is, is in de drukte en druk van ons moderne leven noodzakelijk om ‘anders’ te luisteren naar wat leven kan zijn.

Deze jonge vrouw heeft nog tijd genoeg om veel van het leven te ontdekken, om veel over het leven te leren en te ervaren wat het meest belangrijk is in het leven. In een klooster zal ze als gelovige meer de kant van God, het religieuze leven en het gemeenschapsleven belicht krijgen. In de wereld zal ze als gelovige meer de kant van de samenleving: ‘in’ maar niet ‘van’ de wereld zijn kunnen ervaren. Bij sommige religieuze gemeenschappen liggen beide focussen voor de hand.

Wat ze ook kiest, het moge haar heil en zegen brengen. Daar kan ik ook met alle liefde die ik in me heb voor bidden.
 

Dit is nummer 24 van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.  

 

heksenjacht priesters terecht

                                                                                                      22 augustus 2018
En weer is er verschrikkelijk nieuws over massaal seksueel misbruik, gepleegd door priesters van de katholieke kerk. Verschrikkelijk nieuws voor al die slachtoffers wiens leven verwoest is en die gebruikt zijn als speeltje om iemands seksuele lusten te bevredigen. Want zoveel is duidelijk, het gaat niet om liefde, het gaat om lust. En het gaat om macht, macht over een andere mens – klein en kwetsbaar en aan jouw zorg als pastor toevertrouwd-, een andere mens die misbruikt wordt voor jouw eigen gerief… Het gaat ook om ‘gelegenheid’: veel kinderen bij elkaar op internaten geleid door religieuzen en priesters. Schandalig. Onvoorstelbaar. Niet geloofwaardig. Verwerpelijk. Mensonterend.

Hoe kan een priester die gelooft in de hemel en de aarde, in Gods liefde en gerechtigheid, in ieder mens als beeld van God, in vertrouwen als basis van ontmoeting, in Gods aanwezigheid in liefdes- en vriendschapsrelaties (Ubi caritas, Deus ibi est), in verlossing, bevrijding, waarachtig leven en opstanding…., hoe kan zo’n ‘man Gods’ anderen, kleine mensen, zoveel onrecht en leed aandoen? Hoe kan hij recht staan voor Gods aangezicht? Wereldlijke rechtspraak is nog één, maar hoe verantwoordt zo’n man zich tegenover zijn Schepper?

Kinderen die zijn misbruikt op seksueel gebied, zijn op meerdere manieren misbruikt en voor het leven geschonden. Er is macht over hen uitgeoefend door mensen die normaal gesproken gezag uitstralen en verdienen. Er is gelogen en bedrogen. Kinderen zijn meegenomen in ‘een geheim’ waar alleen zij van mochten weten Er is misbruik gemaakt van hun (basis)vertrouwen om zich over te geven aan een betrouwbare ander. 

Effecten zijn dat deze kinderen (later) heel veel moeite hebben om relaties aan te gaan. Hun basic trust is geschonden. Het veilig kunnen en mogen wegkruipen bij een ander, gelijkwaardig of volwassen, wat zo nodig is om mens te zijn in al je kwetsbaarheid en kleinheid, gaat altijd gepaard met als de ander hier maar geen misbruik van maakt. Als hij/zij mij maar geen pijn gaat doen. Als … vul maar in.

Naast deze slachtofferkant is in dit kind potentieel ook het zaad gelegd om dader, misbruiker, te worden. Tijdens mijn lange jaren bij justitie heb ik geregeld pedoseksuele misbruikers gesproken en begeleid. Wat ik nooit begreep, was het deel van hun levensverhaal waarin ze mij toevertrouwden dat ze zelf misbruikt waren. Slachtoffers die daders worden, het stuit enorm tegen de borst. Dat wat jou is overkomen, doe je toch nooit en te nimmer een ander aan!

     Als je tot in je diepste vezels kapot gemaakt bent,
               wil je rechtzetten wat jou is aangedaan

Minstens twee redenen blijken mee te spelen.

1. (Een deel van) je gevoel is kapotgemaakt, en je kunt daar niet meer emotioneel bij. Dus, liefhebben en liefgehad worden is een ervaring die onder een heel dikke grijze deken ligt. Dat heeft enorme impact op hoe je relaties aangaat, in stand kunt houden en warme en liefdevolle inhoud kunt geven. Waarachtig, eerlijk en liefdevol mens zijn wordt een ideaal waar je bijna niet meer bij kunt, wat niet meer voor jou lijkt weggelegd.

2. Het tweede is wraak. Ik weet er het fijne niet meer van, maar mensen schijnen fundamenteel zo in elkaar te zitten dat áls je tot in je diepste vezels geraakt, kapot gemaakt bent, dat er dan iets in je opstaat dat alle normen en waarden opzijschuift en maar met éen ding bezig is: rechtzetten wat jou is aangedaan. En dat kan door hetzelfde wat jou is overkomen een (soms willekeurige) ander aan te doen. Vereffening door wraak dus.

Daar kun je naderhand spijt van hebben, maar dan is het meestal te laat. En als het een maal is gebeurd, dan is de drempel om het een tweede, derde keer te laten gebeuren veel lager geworden en praat je je daden voor jezelf goed met smoesjes en drogredenen, totdat de waarheid aan het licht komt en je niet langer meer kunt ontkennen dat er misbruik heeft plaatsgehad. Vaak kan pas dan misbruik worden gestopt.

Priesters die zich schuldig maken aan misbruik, moeten vervolgd worden. De kerk moet hiervan verschoond blijven. Omwille van de waardigheid van iedere mens en van het behoud van zijn of haar basic trust. Omwille van de heiligheid die de kerk voorstaat, waarin ze in Gods naam voorbeeld wil zijn voor de hele wereld. Omwille van een geloof dat en een God die mensen wil bevrijden tot waarachtig leven en niet kapot wil maken door het basisvertrouwen van het leven van een ander te schaden.

De kerk moet ook veel meer doen aan preventie. Dat begint bij openheid in de organisatie (in het groot en in het klein) én het vereist een goede begeleiding van priester-kandidaten, opdat zij een gezonde seksuele ontwikkeling doormaken. Laten we hiernaar handelen én voor bidden.
In een volgende blog kom ik op deze preventie terug. 

Dit is nummer 23 van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn vrijwilligerswerk is te vinden op www.stichtingbakboord.nl en over zijn werkplekken op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl

 

Hoe worden studenten gevormd?

                                                                                                    17 augustus 2018
Wat voor organisatie zijn jullie eigenlijk? Het is een veel gestelde vraag op de informatiemarkt tijdens de Leidse introductieweek (El Cid) voor eerstejaarsstudenten. Als studentenpastoraat staan we hier met een kraam en de menskracht die professioneel dit werk uitvoeren: een protestantse, een katholieke en humanistische ‘pastor’ (m/v).

“Onze gerichtheid is jouw persoonlijke ontwikkeling”, zeggen we tegen de eerstejaars die afkomen op onze uithangborden ‘Stilte en verdieping’, ‘Maaltijd en gesprek’, ‘Mens en maatschappij’, ‘Leven en keuzes maken’. Dan beseffen ze meteen dat een vluchtig gesprek over een eventueel lidmaatschap van een vereniging niet tot de mogelijkheden behoort. Want hier staan ze bij een organisatie die ‘ertoe doet’ en ‘ergens over gaat’.
Maar hoe dan? Wat moet ik me hierbij voorstellen?

“L.S.E.-RAPENBURG100 is geen studentenvereniging. We zijn een organisatie op levensbeschouwelijke grondslag die activiteiten en ruimtes aanbiedt voor ontmoeting en verdieping. Daarnaast gaan we graag aan de slag met ideeën die jullie als studenten zelf aandragen en geven we training aan besturen van studie- en studentenverenigingen waar (beter) samenwerken, motivatie en stresshantering aan bod komen. Wij gaan ervanuit dat het met de focus op academische vorming wel goed zit, maar zijn benieuwd naar het antwoord op de vraag: wat voor invloed heeft dit alles in deze fase van jouw leven op jouw vorming als mens, als persoon? We hebben geen kant-en-klaar antwoord, maar brengen onze levenservaringen, onze expertise en onze levensbeschouwelijke achtergronden graag in gesprek met jouw ervaringen en groeiende inzichten om een voorlopig antwoord te formuleren.”    

                 Vaak genoeg komen verhalen los
        over stress, overspannenheid en burn-out


Dat is inderdaad wat we doen. Ontmoeting organiseren tussen en met studenten. Ze bij elkaar brengen in een sfeer van openheid, veiligheid en vertrouwen. Ze bij elkaar brengen om tijd in te ruimen voor wat we ‘een goed gesprek’ plegen te noemen. Een gesprek dat ergens over gaat, waarvan je voelt ‘dit doet ertoe’ of ‘hier kan ik wat mee in mijn leven.’ Het grootste compliment dat we kunnen krijgen is als studenten na bijvoorbeeld een Have-a-break- of Food-for-thoughtmaaltijd zeggen: “Ik kom zo graag, omdat ik hier helemaal mezelf kan zijn. Ik voel me gezien, gehoord en begrepen. Ik hoef me niet te verdedigen, maar kan twijfels, zorgen en vragen op tafel  leggen waar constructief op wordt gereageerd.” Of: “It feels like home.” 

Dat is ook zo mooi aan ons pastoraat, dat we zo’n klimaat met elkaar kunnen opbouwen en aanbieden. Tegelijkertijd geeft het aan in wat voor wereld studenten zich dagelijks bewegen, wat er van hen wordt gevraagd en verwacht en hoe ze daarin kunnen overleven. Vaak genoeg komen bij ons verhalen los over stresssituaties, overspannen gevoelens, overvraging, burn-outdreiging en onzekere toekomst (want: geen werk na afstuderen).

Vanuit de maatschappij wordt druk gelegd op deze jonge mensen en dit ervaren bij tijd en wijle als zeer onaangenaam en niet draaglijk. Mét hen zoeken wij naar manieren om hier op een goede manier mee om te gaan, zodat het wel t dragen is. Centrale vraag: wat is er nodig om hiermee gezond en goed om te gaan? Wat past bij jou, jouw ethische kaders? Kun je goed voor jezelf zorgen en de ander toch niet vergeten? Wat zijn reële verwachtingen van ouders, van de hogeschool of academie, van jezelf in relatie tot beschikbaarheid van tijd en energie.
Nogal eens merken we dat iedereen iedereen opzweept tot maatstaven die soms aan het bovenmenselijke grenzen. Door tijd te nemen en vragen hierover te stellen, begeleiden we studenten om reële doelstellingen te formuleren en dichterbij zichzelf te blijven. Ook onderzoeken we uit welke basis zij putten om een goed mens te kunnen zijn in een constant veranderende wereld.

Pastoraat heeft voor mij te maken met heel ons zijn, met alles dat ons tot persoon maakt, met de existentiële lagen van ons mens-zijn, met hoe iedereen zijn of haar levensbeschouwing vormgeeft. Als studentenpastor mag ik met studenten meelopen om een bijdrage te leveren aan een gezonde en levensrijke persoonlijke ontwikkeling . Anders dan vroeger moeten pastores moeite doen om gevonden te worden door studenten. Gelukkig lukt dat ons in veel gevallen.

22 - Dit is een aflevering van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl.  
En over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden op www.stichtingbakboord.nl.

 

Altijd alleen ...

                                                                                                                    15 augustus 2018

Ze heeft geen kinderen. Na het overlijden van haar man partner blijft ze alleen achter. “Iedere dag is hetzelfde. Je bent altijd alleen, je voelt je alleen, je moet alles alleen doen. Natuurlijk is er wel hulp van familie, maar ik mis gewoon iemand naast me. Ik heb niets om voor te zorgen. Ik hoef alleen voor mezelf te zorgen, maar dan maakt het mij niet uit wat voor eten ik maak. Voorheen zorgde ik. Nu hoef ik met niemand rekening te houden. Ik ben altijd alleen. En of ik nu de hele dag op bed lig of niet de hele dag op bed lig, maakt niet uit. Vaak maak ik geen plannen. Het wordt steeds moeilijker om iedere dag te bedenken wat ik ga doen.

Eenzaamheid. Ik kom het nogal eens tegen. Mensen die zichzelf stelselmatig terugtrekken. Mensen die door anderen bewust worden ‘vergeten’ omdat ze als steeds lastiger, zuurder en onaangenamer worden ervaren. Vaak zit hier een heel verhaal achter, zoals hierboven een stukje wordt weergegeven. Ze heeft weinig contacten. Mensen komen niet meer, zegt ze. Ze wordt ook niet meer gevraagd om ergens koffie te komen drinken. Toen ze nog samen waren, zij en haar man, ja toen kwamen ‘de anderen’ wel en zij kwamen ook bij andere mensen. Maar nu hij al weer een paar jaar is gestorven wordt haar kring kleiner en kleiner. En dan overlijden om haar heen ook steeds weer bekenden.

Overigens, ze probeert best wel om nieuwe contacten op te bouwen, maar het blijft moeilijk voor haar. Kinderloos en oud als ze is, treft ze mensen die volop in de kinderen en kleinkinderen zitten. Hun situatie is anders dan de hare. Ze ervaart het als een groot verschil of je je kinderen over de vloer hebt of dat je ‘niks over de vloer’ hebt. Haar zus en broer hebben daardoor zo hun eigen leven, en wonen ook niet naast de deur. De hele week is voor hen gevuld met gaan naar hun eigen kinderen, komen van de kleinkinderen, een verjaardag zus en een verjaardag zo. Ze maken deel uit van een totaal ander onherkenbaar sociaal netwerk, dan waarin zij zich bevindt. Het maakt jaloers en afgunstig, zorgt voor isolatie en terugtrekken. Ze wil dat niet, vecht ertegen, maar kan de situatie niet keren. Haar conclusie: ‘ze’ hebben weinig tijd voor een ander, weinig tijd voor mij.

Communicatie van hart tot hart, met het koppie erbij

Als ik er naar vraag, blijkt dat toch best allemaal wel mee te vallen. Het gaat uiteindelijk ook niet om de hoeveelheid bezoekjes of telefoontjes, maar om eenzaamheid. Ze heeft het mee eens gevraagd: denk jij dat ik eenzaam ben? Ja, heb ik toen naar eer en geweten geantwoord. Ons gesprek erna ging over hét kenmerk van eenzaamheid: gebrek aan betekenisvolle relaties. Ze komt wel mensen tegen, en heeft wel familie. Maar deelt met niemand meer wat er echt omgaat in haar hoofd en hart. En als ze dat per ongeluk wel eens doet, dan schrikken mensen en zeggen: zo moet je niet denken! Zij voelt zich dan weer weggezet en niet begrepen.

Het zijn de gesprekken met echte vrienden en vriendinnen, die iedereen nodig heeft. Het zijn de gesprekken die ergens over gaan, die soms schuren en moeilijk zijn, maar waarvan je achteraf tegen elkaar zegt: blij dat we het er met elkaar over hebben gehad. Het is de communicatie van hart tot hart, met het koppie erbij.

Deze gesprekken lossen je alleen-zijn niet op, maar verdrijven wel je gevoel van eenzaamheid. Er is namelijk iemand waarmee je in vriendschap verbonden bent en waar je je diepste gevoelens mee kunt delen. Waar je kritiek van krijgt die niet bedoeld is om af te breken, maar om je een bijzonder mens te laten blijven zijn. Waar je échte belangstelling ervaart naar het wel en wee waarmee je te maken hebt. Waar je je niet schaamt om hulp te vragen of de roep om gezelschap neer te leggen. Zulke vriendschappen blijken tegenwoordig schaars, maar o zo belangrijk. Je gunt ze iedereen.

Ondanks de ellendige situatie waarin ze zit, moet ik zeggen dat ze humor heeft. Ondanks het isolement vind ik haar een mooi mens. Ondanks haar nukken en morren ziet ze haarfijn waar het in het leven om draait: zorgen voor elkaar en gewaardeerd worden. Dus ik blijf haar bezoeken en blijf naar haar luisteren. Ik leer van haar en geef terug wat ik opsteek. Ik lach met haar en geef haar af en toe voorzichtig op haar donder: je bent ook wel een beetje verwend, toch? Ik ben geen vriend, maar we hebben wel verbinding.

Ze is blij met mijn bezoekjes en fleurt bij momenten even op. Zo’n mens kun je toch niet loslaten? Toch moet ik verder. We maken een nieuwe afspraak en ik zeg: “Tot de volgende keer.”

Dit is nummer 21 van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. En op www.stichtingbakboord.nl over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden.

 

Uit de bak, aan de bak

                                                                                                                                   10 augustus 2018
Het bezoek duurde vijf kwartier. De omgeving: kaal, benauwd warm, onverschillig rondlopende mensen, men-with-a-mask. Wij zaten in een kamertje apart. Een grijs kantoortje met formicatafel, een zwart-grijze kantoorkast. Kleurloos. Hoe anders was ons gesprek met deze gedetineerde!
Een zogenaamde first offender. Een man waar hoop, geloof en vertrouwen uitsprak. Een man, die uit de bak aan de bak wilde. En daar had hij hulp bij nodig.

Stichting BAKboord Den Haag begeleidt ex-gedetineerde mannen en vrouwen naar betaald werk toe. De stichting is opgericht om mensen een tweede, derde of misschien wel zevende kans te geven. Niemand gaat verloren. Ik ben voorzitter van deze mooie stichting. In deze zomertijd besteed ik een dag in de week aan praktisch werk zoals het voeren van intakegesprekken, rapportages maken, aanmeldingen verwerken, aanvragen van subsidies verzorgen en dergelijke.

Vandaag ben ik met een coach in een van de Zeer Beperkt Beveiligde Inrichtingen (ZBBI). Geen gewone gevangenis dus, maar een ‘open inrichting’ waar de mannen elke dag naar hun (doorgaans onbetaalde) werk gaan buiten de gevangenis om zo alvast te wennen aan het leven straks als ze vrij zijn. ’s Avonds en ’s nachts zijn ze dan weer ‘binnen de muren’.
Niet elke gedetineerde komt hiervoor in aanmerking, je moet door een screening. Meestal als je goed gedrag hebt getoond, als je betrouwbaar bent in afspraken en bij toegestaan verlof keurig terug bent gekomen, kun je in aanmerking komen om in fases wat meer vrijheid te krijgen. Want ja, eens kom je weer buiten. De ZBBI is de een na laatste fase voordat je vrij komt.

        ‘Samen aan het begin van jouw toekomst staan’
                           is spannend en inspirerend

De man tegenover ons is van het soort dat je kent vanuit de prisonseries. Groot, sterk, tatoes en een wat nonchalante houding. Maar als we gaan zitten, ons voorstellen en samen gaan kijken naar wat we voor hem kunnen betekenen, lijkt er iets in zijn ogen te veranderen. Het komt vooral door de vrijwillige jobcoach naast me. Hij stelt voor om even iets over onszelf te zeggen voordat we gaan beginnen en vertelt dat hij vader en opa is, dit jobcoachen als vrijwilligerswerk doet en het leuk vindt hem te ontmoeten.  Ik neem het stokje over en deel op dezelfde wijze enkele privé-zaken.

De man is zichtbaar verbaasd, zeker over het feit dat wij dit als vrijwilligers doen. Het is niet de eerste keer dat wij dit tegenkomen. Het is de kracht van de werkwijze van Stichting BAKboord Den Haag. Mensen die -professioneel- hun vrije tijd ter beschikking stellen voor deze doelgroep zijn heel vaak trouw en betrouwbaar. Zij geven over het algemeen niet zo snel op en zijn zeer geïnteresseerd in degene die ze begeleiden naar betaald werk.

‘Samen aan het begin van jouw toekomst staan’ vinden ze niet alleen spannend, maar ook inspirerend. Geen mens is hetzelfde. Geen mens bewandelt hetzelfde pad. Elke deelnemer aan onze trajecten stippelt met zijn of haar jobcoach de eigen weg uit die bij hem/haar past. Dat is een groot deel van het succes van deze wijze van werken.

Gaat het dan nooit fout? Tuurlijk wel. Er zijn tijden dat ogenschijnlijk gemotiveerde kandidaten afhaken of terugvallen in ‘oud gedrag’. En er zijn tijden dat er teleurstelling op teleurstelling volgt. Vaak is dat al aan het begin van het traject. Dan constateren we samen dat de kandidaat er nog niet klaar voor is. De coachende manier van werken heeft zich bewezen - wij werken op basis van een wederzijds vertrouwen dat groeit. Als iemand zich (nog) niet kan openstellen voor begeleiding dan werkt het meestal niet. Maar, misschien later…

Bij deze man gaat het goed komen. Hij is open en wil zich op een goede manier laten begeleiden. Hij heeft al heel wat opleidingen afgebroken, is meerdere keren van baan gewisseld. Nu wil hij eens een keer iets afmaken. Hij heeft ook een droom: werken in een branche waar hij nu vooral hobby-istisch bezig is. Wij gaan én met betaald werk én met zijn hobby aan de slag. Om hem goed op weg te kunnen helpen, zodat detentietijd voor hem écht tot het verleden behoort. In het vertrouwen dat zijn leven weer kleur krijgt.

Dit is nummer 20 van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken of zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag is te vinden op: www.stichtingbakboord.nl  , www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl

 

Over schooltijd en levenslessen

                                                                                                                         7 augustus 2018
Wat gebeurt er als je op een parochiebureau even aanwipt om een kop koffie te drinken? Dan krijg je allerlei verhalen van mensen te horen. Zo ook deze morgen. Een man vertelde over zijn schooltijd (een halve eeuw geleden) en hoe hij als jochie werd bestraft omdat hij gezegd had tegen de docent dat hij iets niet eerlijk vond. De docent had namelijk een klasgenootje ergens toestemming voor gegeven, en er was geen toestemming voor hem terwijl hij om dezelfde gunst vroeg. Hij vond dit oneerlijk en die opmerking werd net op prijs gesteld. Hij was brutaal.
Nu is er gelukkig in het onderwijs heel wat veranderd, maar vanzelfsprekende gezagsverhoudingen – in dit geval tussen leraar en leerling-, en je gedragen naar deze vastliggende verhouding, zijn van alle tijden.
In de roerige zestiger jaren ging de maatschappelijke strijd onder andere over deze gezagsverhoudingen. Het gezag, dat macht uitoefende, was herkenbaar in de regering, de burgemeester, de pastoor en dominee, de onderwijzer en de politie. In je opvoeding leerde je al om tegen deze mensen niet brutaal te zijn. Tegenover volwassenen moest je sowieso je (grote) mond houden. Wat we tegenwoordig als een groot goed beschouwen, een eigen mening, werd een halve eeuw geleden als brutaal bestempeld. Toen moest je je gedeisd houden en doen wat het gezag zei.
Zo’n jochie, die ervoor uit kwam dat hij iets oneerlijk vond, werd gestraft met strafwerk en nablijven op school. Opstandige Amsterdamse studenten in the sixties konden van de politie met de wapenstok krijgen. Je had te luisteren naar de (oudere) mensen die van het gezag waren en het beter wisten...

Toen ik in de zeventiger jaren van de vorige eeuw op de middelbare school zat werden de gezagsstructuren opgerekt. Zo mochten we de leraren met hun voornaam aanspreken en gingen wij – leerlingen en docenten- veel amicaler met elkaar om dan mijn ouders ooit voor mogelijk hadden gehouden. Alles veranderde, dus ook deze verhoudingen. Niet dat je er beter van ging leren, maar goed. En, pubers blijven pubers. En dus werden er grenzen verkend, en ook hier bleek: ook al leken de verhoudingen anders, niet alles werd geaccepteerd.

                             “Macht krijg je toegeschoven,
                                  gezag moet je verdienen.”

Ik herinner me nog goed dat ik mij in die tijd ontplooide van verlegen jongen tot een flapuit. Toen een van de docenten in de les trots vertelde dat zijn vrouw een kind gekregen had, vroeg ik pardoes: “Van jou?” Deze opmerking viel totaal niet in goede aarde. De docent natuurkunde liep rood aan en werd ziedend. Ik had (logisch!) de grens van het toelaatbare ruimschoots overschreden. Het was een brutaliteit van een dusdanige orde, dat deze docent een streep trok: ‘tot hier en niet verder.’
Ik realiseerde me destijds totaal niet hoe diep ik deze man raakte met mijn grappig bedoelde opmerking. Zijn boosheid heeft me ook wel geleerd maat te houden. Ik denk dat we hierover na de les wel ‘een goed gesprek’ hebben gehad, waarin hij me haarfijn zal hebben uitgelegd hoever de implicaties van mijn opmerking reikten. Hij zal me ook hebben verteld dat ik niet zijn vriendje ben, maar nog altijd zijn leraar. In verwarrende tijden (als de seventies en mijn pubertijd) kom je door zo’n incident hard op de bodem van het toelaatbare en het acceptabele in het leven van een mens terecht. Ik kan me zo’n gesprek overigens niet herinneren. Wel is het een feit dat nadenken over gezag en macht mij altijd intrigeert.
De laatste maanden zijn er wereldwijd weer veel berichten over dictators, mensen met ongelimiteerde macht, die weinig gezag kennen maar o zoveel macht hebben. Of het nu in Zuid Amerika, de Verenigde Staten, Rusland of in Afrika is, je houdt je hart vast wat ze met die macht gaan doen. “Macht krijg je toegeschoven, gezag moet je verdienen.” Deze uitspraak heb ik al heel lang in mijn parate geheugen staan en is mijn overtuiging geworden. Wat erachter zit, is dat gezag altijd gaat over wijsheid, medemenselijkheid, belangen van hoog-en-laag, meer-en-minder aanvoelen en daar afgewogen mee omgaan.
Dat gesprek met die docent natuurkunde móet er geweest zijn (maar ik heb het waarschijnlijk als erg onprettig ervaren en verdrongen), want ik heb deze leraar de jaren erna altijd hoog in het vaandel gehad. Ik moet iets aan levenswijsheid van hem en deze gebeurtenis hebben opgepikt. In ieder geval dat je sommige dingen niet zegt. Niet omdat het brutaal is, maar omdat je mensen – ook onbedoeld- met woorden pijn kunt doen.   

Dit is de negentiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor bij RAPENBURG100 in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag, werkbemiddeling voor ex-gedetineerden: www.stichtingbakboord.nl.                                                                                                                                     

 

 

Wachten om te kijken of er eten over is...

                                                                                                                                3 augustus 2018
Deze week was ik bij een uitdeelpunt van de Voedselbank en trof daar een collega. Hij vertelde me dat de meeste mensen die nu aan de koffie zaten, en niet in de afhaalrij stonden, niet (meer) op de lijst van de Voedselbank stonden, maar aan het wachten waren tot het laatste uur. Als er dan onverwacht eten over zou zijn, konden zij misschien iets mee naar huis krijgen. Het was geen garantie, maar ze hadden het ervoor over om een groot deel van de dag te wachten. Soms op iets, soms op niets. 
Zulke verhalen blijven schrijnend, vind ik. Want wat voor situaties gaan hierachter schuil? Hoeveel gezinnen zijn hiervan afhankelijk? Niet zo lang geleden hoorde ik een getal van enige honderdduizenden in Nederland. En dat in een land dat tot de meest welvarende in de wereld behoort! Ook hier is de kloof tussen arm en rijk de laatste decennia duidelijk gegroeid. Onder druk van de economische crisis waar de ‘gewone man’ niet om had gevraagd, zijn er maatregelen genomen die voor de allerarmsten het minst goed zijn. Te triest voor woorden, maar ook in Nederland zijn voorzieningen als de Voedselbank hoogstnoodzakelijk om mensen, gezinnen met kinderen, overeind te houden door middel van een wekelijkse aanvulling op hun boodschappen. En deze voorzieningen worden gerund door een groot leger aan vrijwilligers, dat zich week in week uit inzet om he bestaansminimum  van velen hoog te houden.  

                                       De Voedselbank is ooit óók opgericht
                            als protest tegen de overproductie van voedsel


Onlangs kwam in deze ‘komkommertijd’ een bericht in de media voorbij over het openen van een grote koelcel in het Westland voor de Rotterdamse Voedselbanken. Feit is dat veel mensen die afhankelijk zijn van de Voedselbank weinig tot geen versproducten krijgen. Sowieso zie je bij de allerarmsten een tekort aan vitaminen, die juist in verse groente en fruit zitten. Door de ingebruikname van de koelcel kan hier wat aan worden gedaan. Twee dingen vallen me hierbij op.
1. Dat tekort aan versproducten is het resultaat van veel inzamelingsacties voor de Voedselbank onder het winkelende publiek, die gericht zijn op houdbare producten. Houdbare producten zijn langer te bewaren, makkelijker op te slaan en over verschillende weken te verspreiden bij het uitdelen. De aanvoer van binnenkomende producten vraagt dus om een andere, bredere aanpak. Nu er een koelcel is, behoren wellicht ook versproducten tot de mogelijk te schenken producten.
2. De professionalisering van de Voedselbank. Dit is al langer aan de gang. Was de Voedselbank decennia terug een amateuristisch gebeuren, met de (terechte) controles van de voedsel-en warenautoriteit is de zorg om de kwaliteit van het aangeboden voedsel verbeterd. Klanten van de Voedselbank krijgen zo een goed pakket aan etenswaren. De Voedselbanken zijn regionaal georganiseerd en er wordt heel wat vergaderd om alles in de organisatie vlekkeloos te laten verlopen.     
Aan de kant van de klanten zijn er strenge, goed controleerbare, selectiecriteria ontwikkeld die misbruik zoveel als mogelijk tegengaan.

De Voedselbank is ooit opgericht omdat mensen zich boos maakten over armoede, maar óók als protest tegen de overproductie, het doordraaien op de veiling van eetbaar voedsel. Dit aspect van de Voedselbank blijft redelijk onderbelicht. Het is goed om daar misschien de komende tijd wat vaker bij stil te staan. Wellicht in het kader van de Oogstdankdag of de Dag van de Schepping (1 september), die Paus Franciscus naar aanleiding van zijn schrijven ‘Laudato Si’ twee jaar geleden heeft ingesteld. We moeten ons de vraag blijven stellen: hoe gaan wij om met de wereld, ons milieu, de schepping die we in beheer hebben gekregen?
In deze tijd van droogte is er terecht veel aandacht voor de economische consequenties die het heeft voor de voedselproducerende bedrijven, maar waar is het nadenken over de uitputting van de aarde door monocultuur gebleven? De kritiek op ons economisch systeem, waarin veel meer wordt geproduceerd dan noodzakelijk, blijft iets waar we mee bezig moeten zijn. Omwille van een rechtvaardigere, gezondere en duurzamere samenleving. Omdat die wereld ons in beheer is gegeven.

Dit is de achttiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag: www.stichtingbakboord.nl.                                                                                                                                     

 

Trouwen en traditie

                                                                                        31 juli 2018
Soms word je als pastor verrast door de mensen die met verbinding met je zoeken. Zo ook enige tijd geleden toen ik een uitgebreide mail kreeg van een toekomstig bruidspaar dat via-via mijn adres had gevonden om mij de vraag te stellen of ik ze wilde trouwen. Dit jonge stel behoort niet tot de Leidse studentenwereld waarin ik mij beweeg. Ze wonen ook niet in de parochie waar ik werkzaam ben. Maar ze wisten mij wel te vinden.
Hun motivatie om mij te benaderen kwam voort uit het feit dat hun parochie geen vaste voorganger had. “Hierdoor – en omdat wij de kerk beperkt bezoeken- vinden wij het erg moeilijk om een echte klik met onze parochie te vinden.” En ze hoopten dat er een mogelijkheid was dat ik iets voor hen kon betekenen. Een prachtige, uitgebreide mail erbij, waar het belangrijkste niet in stond, namelijk: wanneer is de grote dag gepland? Helemaal vergeten. Dus was mijn reactie: “Ik wil best kerkelijke getuige zijn bij jullie huwelijk, maar wanneer gaat het plaatsvinden?” Per kerende digitale post kwam de datum en kon ik reageren dat ik gelukkig ik niet op vakantie was op de dag dat zij in het huwelijksbootje stapten. Dus konden we de voorbereiding in, want trouwen in de kerk blijft een serieuze bezigheid.

In korte tijd leerde ik deze twee jongvolwassenen een beetje kennen. Het onderlinge vertrouwen groeide snel en bij de derde bijeenkomst kwamen de suggesties voor lezingen en liederen bij de viering van de huwelijkssluiting ter sprake. Het bruidspaar had huiswerk meegekregen en had zich gestort op de muziek en de Bijbelteksten. Hun keuze voor de centrale lezing werd Prediker 4, 9-12. In de vertaling van Het Boek (deel): “Twee mensen kunnen door samenwerking meer bereiken dan één (…). Drie is zelfs nog beter, want een koord dat uit drie strengen is gevlochten is niet gemakkelijk te breken.” Een meer directe verwijzing naar God kon er niet klinken. Prachtig, het ontroerde mij dat dit voor hen zo duidelijk gezegd moest worden in de kerk op hun trouwdag!
Want ook ik hoor verhalen over jonge mensen die niet meer geloven, jongeren die niet meer naar de kerk komen en ‘er niks meer aan doen’. Maar nee, deze twee mensen kiezen heel bewust om God bij hun huwelijksvoltrekking aanwezig te roepen, om ook de kerk hierin te betrekken en niet weg te lopen voor het goede en mooie dat onze traditie aanbiedt. Fantastisch!
Als katholieke kerk moeten we heel blij zijn met jonge mensen die hun geloof en hun kwetsbaarheid, hun afhankelijkheid van een grotere macht durven te onderkennen. Jonge mensen die niet alleen maar in hun eigen bubbel zitten, maar die de zin van hun bestaan buiten zichzelf durven te plaatsen en aan God toe te vertrouwen. Die hun liefde voor elkaar verbinden met ‘een derde streng’ van een gevlochten touw.

                             Zaken die te maken hebben met
                             iets groters dan wij mensen zelf

Daar word ik blij van. Want ondanks het feit dat ze de kerk -in hun eigen woorden- ‘beperkt bezoeken’, zit het wel snor met hun geloof. Dat bleek ook wel in onze gesprekken. Het moeilijke van de huidige tijd is dat jonge mensen niet meer zijn grootgebracht met de vanzelfsprekende aanwezigheid van kerk en geloof in alle aspecten van hun leven. Daarnaast hebben veel van hun  ouders gedacht: “Ik voed mijn kinderen vrij op, dring ze geen geloof op en als ze dan volwassen zijn, kunnen ze zelf kiezen.” Maar, goed voorbeeld doet goed volgen. Dus als er geen voorbeeld is gegeven, dan is er geen keuze. Geloof en kerkgang moet je voorleven om het door te geven. We hebben onze kinderen leren lopen, praten en fietsen, maar niet altijd leren geloven. Daarbij komt nog dat het gezag van de kerk sterk aan invloed heeft ingeboet (zoals alle instituties) en dat de vormen die de kerk aanbiedt niet altijd meer aansluiten op de behoefte van jonge mensen.
What’s new? In mijn jeugd was dat hetzelfde. In de jeugd van mijn ouders ook. Er is dus een reden waarom het zo moeizaam verandert. Zelf heb ik pas tijdens mijn studie theologie ontdekt en leren waarderen waarom sommige kerkelijke zaken niet of nauwelijks veranderen: omdat het te maken heeft met iets groters dan wij mensen zelf. De kerkelijke traditie bewaakt het meest wezenlijke van ons mens zijn in goed uitgedachte woorden en rituelen. Dat moeten we niet zomaar weggooien, “omdat het niet bij de tijd past.” Hypes gaan over, maar wezenlijke zaken blijven. Natuurlijk, soms moet je oude wijn in nieuwe zakken doen om het weer goed onder de aandacht te kunnen brengen en te laten landen bij jonge mensen. Maar soms moeten we die oude wijn gewoon presenteren in een ‘oude zak’, en daar bedoel ik niet de kerkelijke voorgangers mee
😊.
Zeker, kerkelijke zaken veranderen ook niet zo snel, omdat het te maken heeft met macht. Macht over mensen en macht over de wereld. Ik ben me daar goed van bewust. Echter, als macht voortkomt uit gezag, dat gedragen wordt door een lange traditie en door functionarissen en ambtdragers die authentiek en integer zijn, dan kan ik woorden en rituelen die over het wezenlijke van ons mensen gaan, erg goed eigen maken. Zeker als mensen dit gezag als erkennen.
Het gaat een mooie huwelijksdag worden voor deze twee en ik mag erbij zijn als verbindende schakel naar de levende traditie. Ik voel me een gezegend mens en zal op hun huwelijksdag namens hen Gods zegen over hun verbintenis vragen. Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet makkelijk te breken.
 
Dit is de zeventiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag: www.stichtingbakboord.nl.                                                                                                                                     

 

Mensen ontmoeten op de weg van het leven

                                                                                                      27juli 2018
Hij was aan het verven in de gang vlakbij mijn werkkamer, waarvan de deur -altijd- openstaat, en kwam even een praatje maken. “Wat doe je nu zo’n hele dag als je aan het werk bent?” Hij vroeg het met een onschuld waar ik verlegen van werd. “Ik bedoel, je zult wel met je preek bezig zijn, enzo, maar daar vul je toch geen hele week mee…” Nee, nee daar vul ik niet de hele week mee.
Het is niet voor het eerst dat iemand dit aan mij vraagt. Mensen hebben geen volledig beeld van waar een pastor mee bezig is. Het meest zichtbare zijn de zondagse vieringen. Dan is het duidelijk wat een pastor doet. Hij gaat voor in een viering, heeft daarvoor zijn of haar voorbereiding gehad en dat horen en zien kerkgangers in de kerk. Ook bij doop- en huwelijksvieringen natuurlijk. Naderhand is de pastor nog even bij het koffiedrinken en hoppa, daar gaat hij weer naar de volgende viering.
O ja, af en toe zien we de pastor ook bij vergaderingen. Van het parochiebestuur, van de werkgroep catechese, de pastoraatsgroep of bij de vormsel- of communievoorbereiding. Hoewel, dat wordt ook heel vaak door parochianen gedaan. Dus wat doet die pastor daar nu eigenlijk bij? Hoe zit dat? Koffiedrinken. Ja, dat kunnen ze, die pastores. Overal en nergens kom je ze tegen en drinken ze koffie. Maar ja, dat kun je toch geen werk noemen. Of toch…?
Pastores gaan wel eens bij mensen op bezoek gaan. Als er een probleem is of een conflict, als er gebeden moet worden bij ziekte, als er een sacrament bediend moet worden. Of als iemand is overleden. Dan moet er veel worden geregeld, zeker als iemand vanuit de kerk wordt begraven. En dan zie je de pastor bij de begrafenis praten en doen.

Mensen spreken en voor hen een luisterend oor en een biddende stem zijn, dat is waarvoor ik het pastoraat ben ingegaan

Voor een gewoon hoe-gaat-het-met je-bezoek heeft hij of zij meestal geen tijd. Althans, dat denken mensen. Maar ik zeg altijd: “Daar máák ik tijd voor.” Mensen spreken en voor hen een luisterend oor en een biddende stem zijn, dat is waarvoor ik het pastoraat ben ingegaan. Mensen laten weten dat ze deel blijven uitmaken van de geloofsgemeenschap ook al zijn ze minder mobiel, dát is een goede boodschap om over te brengen. Mensen met regelmaat bezoeken, omdat ze persoonlijke en geestelijke steun kunnen gebruiken, dát is waar we als pastores voor zijn! Juist in gesprekken met ons kunnen ook niet-alledaagse onderwerpen op tafel komen, die van wezenlijk belang zijn.
De moeite die iemand heeft met lang werkloos zijn, de spanningen die dat thuis geeft. De vragen die iemand heeft over de wens om euthanasie te laten plegen. De overtuiging die iemand wil toetsen over of er wel of geen leven na de dood is. Het ervaren van gelukkig getrouwd zijn, maar de rijkdom van kinderen moeten missen… Je praat er niet elke dag over, maar het is wel fijn dat iemand ernaar vraagt en echt geïnteresseerd luistert. Dat er tijd voor is om daar samen bij stil te staan. Het is goed dat je -in alle rust- hierover je hart kunt luchten.
Al deze gedachten, vragen, gevoelens, behoeften en verlangens zeggen iets over ons leven. Hoe het gelopen is, waar er hoop gloort, hoe we ermee omgaan. Welke keuzes we (willen) maken, en waarom. Waar dat schuurt en vragen oproept over welke zin dat geeft aan ons leven.

Maar, wat heeft dat met God te maken? Want een pastor is toch met God, het geloof en de kerk bezig… Volgens mij: alles! God heeft een bedoeling met ons leven. God wil ons geluk, wil ons doen leven. Het feit dat we Zijn naam niet altijd noemen, wil niet zeggen dat Hij geen rol speelt in ons leven. Een aantal jaren terug zei een theologiestudent tegen mij: hoe jij pastoraat invult, is toch gewoon maatschappelijk werk! Nee, zei ik. Voor mij (en vaak voor de ander ook) speelt God altijd een rol. Op de achtergrond van de zaken die we met elkaar bespreken. Door het feit dat we elkaar treffen vanuit mijn ambt en God dus ter sprake mág komen. En soms, soms wordt het expliciet gemaakt door de vragen die rijzen: zou God dit goed vinden, zoals ik nu denk? Gaat God mij hiervoor straffen? Hoe wil ik mijn geloof, dus mijn leven, vormgeven? Het zijn de vragen die in een gesprek met een maatschappelijk werker niet zo snel worden gesteld; ze zijn het terrein van het pastoraat. Ze raken de kern van waar iemand voor wil leven. De kern van zijn of haar verlangen, motivatie, levenslust en liefde.
Dát is dus waar ik de hele week mee bezig ben (naast alle mails, telefoontjes en regelzaken): mensen ontmoeten op de weg van het leven, een luisterend oor en een biddende stem zijn, ruimte maken voor zin, betekenis, voor Gods aanwezigheid in ieders leven. En daar word inderdaad heel wat koffie bij gedronken
😊.  

Dit is de zestiende overdenking van een reeks Blogs ‘Zingeven aan ons dagelijks leven’ geschreven door Walther Burgering, pastor en diaken in de St. Franciscusparochie, tussen duin en tuin (Westland) én studentenpastor in Leiden. Vanuit verschillende ontmoetingen neemt hij ons mee in zijn gedachten over mens, wereld, heden, verleden en toekomst. Meer over zijn werkplekken is te vinden op: www.rkwestland.nl en www.rapenburg100.nl. Over zijn vrijwilligerswerk bij BAKboord Den Haag: www.stichtingbakboord.nl.                                                                                                                                     

 

Als dat geen inspiratie is…